Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kopen-kopen-kopen: het maakt best gelukkig

Samenleving

Charlot Verlouw

Wie shopt omdat hij of zij winkelen leuk vindt, wordt daar volgens het onderzoek wel degelijk langdurig gelukkig van. © Herman Engbers

Materialisme meteen maar als ‘slecht’ bestempelen is te ongenuanceerd, zo blijkt uit promotieonderzoek.

Niemand wordt graag een materialist genoemd. Het woord heeft een negatieve bijklank: wie koopt is gretig en kopen maakt zeker niet gelukkig. Die uitspraak wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek naar materialisme: geluk hangt niet af van de hoeveelheid spullen die je hebt, en je wordt ook niet gelukkiger van meer kopen.

Lees verder na de advertentie

Maar zo simpel is het niet, toont Esther Jaspers aan. Vandaag promoveert ze op het onderwerp materialisme aan Tilburg University. Haar conclusie: wie koopt met als doel gelukkig te worden, wordt inderdaad niet gelukkiger. Je wordt er misschien eventjes blij van, maar daarna stort het geluksgevoel weer in; net zoals mensen eventjes heel veel energie krijgen van een hap suiker, om daarna weer futloos op de bank te ploffen.

Tot zover niets nieuws. Maar wie koopt om andere redenen, zo ontdekte ze, wordt wel gelukkiger voor de lange duur.

Na de pen­si­oen­leef­tijd worden mensen opeens weer ma­te­ri­a­lis­ti­scher

Volgens Jaspers zijn er drie soorten materialisme. “De eerste soort gaat over streven naar geluk: als ik meer spullen heb, word ik gelukkiger. Dat werkt dus niet. Maar van de tweede soort, kopen omdat je het leuk vindt om te winkelen en spullen te hebben, worden we wel degelijk gelukkiger.”

Ook het derde type, spullen kopen omdat het iets zegt over je status en succes, is goed voor het geluksgevoel. De laatste twee soorten, stelt de onderzoekster, krijgen in de literatuur weinig aandacht.

Ook zag Jaspers een verschil in leeftijd. Hoe ouder iemand wordt, hoe minder materialistisch hij of zij is. Maar na de pensioenleeftijd neemt het materialisme juist weer toe.

Sociale media

Wat het precies is dat spullen kopen mensen gelukkig maakt, heeft Jaspers niet onderzocht. Ook het antwoord op de vraag waarom mensen bezittingen zien als maatstaf voor succes, moet ze verschuldigd blijven. “Je zou een parallel kunnen trekken met sociale media, waar mensen graag laten zien wat voor leuke dingen doen. Zolang je er intrinsieke voldoening uit haalt, net als bij spullen kopen, word je er gelukkig van. Daar is niets mis mee.”

Voor het onderzoek volgde Jaspers, afhankelijk van de verschillende onderzoeksvragen, zo’n vierduizend mensen die tussen 2005 en 2013 vragenlijsten hebben ingevuld. “We vroegen niet of iemand zichzelf materialistisch vindt of niet, maar mensen reageerden op stellingen als: ‘Ik bewonder mensen die dure auto’s hebben’ en ‘Ik vind het leuk om dingen te kopen’.”

In hoeverre is dit onderzoek revolutionair? “In de wetenschap gaat het vooral om materialisme als één ding, wij hebben nu het nuance­verschil tussen die drie lagen aangetoond.”

Echte dingen in het leven

Daarnaast, merkt Jaspers op, breekt het onderzoek met de idee dat materialisme per definitie fout is. “Materialistische mensen worden meestal gezien als minder aardig, blijkt uit onderzoek, er kleeft een soort stigma aan. Ook worden we aangemoedigd om minder te kopen. Dat is beter voor de wereld, maar we zouden ons ook moeten richten op ‘de echte dingen in het leven’, hoor je weleens, want kopen maakt niet gelukkig en ervaringen wel. Deels is dat dus waar, maar niet helemaal.”

Dat is relevant, zegt Jaspers, want het welzijn en het geluk van de bevolking staat in veel landen op de agenda van de overheid. “De oorzaken van geluk begrijpen is heel belangrijk, altijd. Daar draagt dit onderzoek aan bij. Mensen hoeft niet verteld te worden dat het slecht is om plezier te hebben in het kopen op zich.”

En kan degene die weleens ruzie heeft thuis vanwege de almaar ­aanrukkende webshopbestellingen met dit onderzoek aantonen dat koopdrang helemaal zo slecht nog niet is?

Jaspers lacht. “In zekere zin wel. Helemaal onafhankelijk van elkaar zijn de dimensies natuurlijk niet. Maar het kan je wel aan het denken zetten over je motivaties om te kopen. En als het je plezier geeft, dan is daar niks mis mee.”

Lees ook:

Hoe Nederland zijn welzijn opofferde aan welvaart

Na 1960 stijgt de welvaart in Nederland, gemeten in harde guldens, maar delft welzijn het onderspit. Geen reden om bij de pakken neer te zitten: niets is voor eeuwig. Harry Lintsen: “Er moet het nodige gebeuren, maar als historicus ben ik optimistisch.”

Shoppen bij de kringloop is nu hip en verantwoord

Shoppen bij de kringloopwinkel was tot voor kort een beetje armoedig. Nu is het mainstream om je spullen in te slaan op de kringloopboulevard.

Deel dit artikel

Na de pen­si­oen­leef­tijd worden mensen opeens weer ma­te­ri­a­lis­ti­scher