Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kindermishandeling in de jeugdzorg: Geweld gaat gemiddeld 7,5 jaar door

Samenleving

Maaike Bezemer

Een jeugdhulpverlener in gesprek met een meisje in een jeugdhulpverleningscentrum. © ANP

De Commissie-De Winter kreeg het afgelopen jaar al 600 meldingen van geweld in jeugdinstellingen en pleeggezinnen. Veel mensen hebben hun hele leven lang last gehad van wat ze als kind meemaakten. De oudste slachtoffers krijgen alvast een stem.

Slachtoffers van kindermishandeling in jeugdinstellingen gingen vaak jarenlang gebukt onder fysiek of psychisch geweld. Uit een eerste analyse van De Commissie De Winter, die de taak had dit te onderzoeken, blijkt dat het geweld gepleegd door medewerkers gemiddeld 7,5 jaar duurde.

Lees verder na de advertentie

De commissie heeft het eerste jaar 600 meldingen gekregen van mensen die in hun jeugd zijn mishandeld in een instelling, pleeggezin of weeshuis. Velen zeggen dat ze lang psychische gevolgen ondervonden van die ervaringen: relatieproblemen, moeite zich staande te houden op het werk, problemen met sociale contacten.

Wat voorzitter Micha de Winter vooral treft in die eerste verhalen is dat meer dan de helft van de slachtoffers het geweld nooit eerder heeft gemeld. Die mogelijkheid was er niet, of ze waren te bang. “Ze schaamden zich, kwamen immers uit een slecht gezin. En misschien dachten ze wel dat geweld de norm was, ze wisten niet beter.” Het merendeel van de meldingen heeft betrekking op de jaren ‘60, gevolgd door de jaren ‘70. Maar voor een kleine groep vraagt de commissie deze maand extra aandacht: de oudere slachtoffers.

Geschiedschrijving

De hoogleraar pedagogiek snapt de overweging van de overheid om het onderzoek te beperken tot de naoorlogse periode. “Tijdens de Duitse bezetting is het lastig verantwoordelijken aan te wijzen.” Maar hij kreeg meteen al oudere mensen aan de lijn die het niet eerlijk vonden dat hun verhaal niet telde. Negen verhalen bundelt de commissie deze maand. “Nu kúnnen we hun verhalen tenminste nog verzamelen”, zegt De Winter. “Alleen al in het kader van de geschiedschrijving moeten we weten hoe wij in Nederland met kinderen zijn omgegaan die bescherming nodig hadden. En juist in de oorlog konden veel instanties hun gang gaan, zonder enige vorm van toezicht.”

De Winter vindt het lastig om van daders of slachtoffers te spreken. “Veel mensen zien zichzelf niet als slachtoffer. Zo was het toen, ze hebben er mee moeten leven.” Tegelijk was er bij de instellingsmedewerkers veel onmacht. “Mensen die voor een groep kwamen te staan, zonder enkele opleiding. Een te grote verantwoordelijkheid.” Toch ziet hij ook puur machtsmisbruik. “Moet je je voorstellen: kinderen van vijf, zes weggehaald bij hun ouders. En dan in een groot huis waar totale kilte heerst afgetuigd worden omdat je in je bed plast.”

Lees ook het verhaal van Bob Tebrunsvelt, die vertelt over zijn tijd in de jeugdopvang. "Hij was een bonestaak die dominee wilde worden. Zij een forse vrouw. Ze ging er prat op dat ze harder sloeg dan haar man."

Deel dit artikel