Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Johan de Witt hoorde via een anoniem briefje dat hij New York was kwijtgeraakt

Samenleving

Harriët Salm

Een medewerker van het Johhan de Witt-team van het Nationaal Archief leest in het reisdagboek van de zeventiende-eeuwse raadspensionaris © *

Mooi nieuws voor gouden-eeuw-fans: vanaf morgen zijn 7000 diplomatieke brieven van en aan raadpensionaris Johan de Witt uit de zeventiende eeuw op internet te lezen. “Er komt een ware schat aan informatie vrij.”

Het is vrijdagochtend. In een aparte zaal van het Nationaal ­Archief in Den Haag buigt een tiental vrijwilligers zich over grote blauw­grijze mappen, die op een grote langwerpige tafel zijn uitgestald. Daarin bevinden zich stapels vergeelde vellen met handgeschreven krabbels erop, samengebonden met een lintje. De halfvergane rode zegels zijn vaak nog zichtbaar. Hier geniet elke week het zogenoemde ‘Johan de Witt-team’ – een groep historici, stagiairs en gastonderzoekers – van de zeventiende-eeuwse wereld, die in deze stoffige documenten tot leven komt.

Lees verder na de advertentie

“Het ontsluiten op internet van dit belangrijke archief is echt monnikenwerk,” zegt de projectleidster, historica Ineke Huysman van het Huygens Insituut voor Nederlandse Geschiedenis. Al 2,5 jaar werkt zij elke vrijdag met de vrijwilligers om de schat aan informatie toegankelijk te maken, die de gigantische papieren nalatenschap van de beroemde raadpensionaris Johan de Witt (geboren in 1625) bevat.

Hoe zat het ook alweer met die De Witt-broers? Na de Tachtigjarige Oorlog (1648) en het overlijden aan pokken van stadhouder Willem II in 1650, groeide Johan uit tot de machtigste man van het land. De Oranjes waren tijdelijk uitgeschakeld, want de vrouw van Willem II beviel pas kort na zijn dood van de latere Willem III, die voorlopig dus nog te klein was voor invloed. Johan de Witt werd raadpensionaris in 1653, zijn twee jaar oudere broer Cornelis was zijn belangrijkste vertrouweling tijdens dit eerste stadhouderloze tijdperk. In 1672 kwam daaraan een wreed einde: beide broers werden door een woedende menigte Oranje-fans afgeslacht.

Johan de Witt © *

Nog niet klaar

De omvangrijke correspondentie van Johan belandde eerst bij de Staten van Holland en ligt tegenwoordig in het Nationaal Archief. Vanaf morgen zijn de eerste 7000 diplomatieke brieven op de website te ­lezen. “We zijn nog lang niet klaar, hoor”, zegt Huysman lachend. Dit is slechts een vijfde van de hele correspondentie. De overige 28.000 brieven zullen komende jaren worden ontsloten.

Elke doos wordt door het team uitgepakt, elke brief op inhoud gescand en met trefwoorden en een foto opgeslagen in een grote internationale database, die is gevestigd in Oxford. Dit Early Modern Letters Online (EMLO) fungeert als toegangsplek voor zeer veel correspondenties tussen de machthebbers en culturele elite uit de Europese geschiedenis. Inmiddels staan hier al meer dan 135.000 brieven uit 390 verschillende archieven online, vertelt Huys­man.

De brieven van De Witt tonen hoezeer de raadpensionaris op de hoogte was van alles wat zich nationaal en internationaal afspeelde. “Elke week vinden we weer nieuwe grappige feiten”, zegt Ingmar Vroomen, historicus en teamlid. Soms zijn het kleine kwesties, die toch veelzeggend zijn. Vorige week las hij bijvoorbeeld een brief waarin De Witt een set korhoenders terug laat sturen naar Brabant. Vroomen: “Hij liet zich dus niet omkopen. Uit deze hele correspondentie komt Johan de Witt naar voren als rechtschapen.” Ook in persoonlijke correspondentie blijkt hij een trouwe, deugdelijke echtgenoot en vader.

Te braaf?

Maar klopt dat beeld wel? Hoe kon hij zo’n groot man zijn zonder toch op zijn minst te manipuleren om zijn zin te krijgen? De teamleden zijn daar niet helemaal uit.

Een brave robot was hij echt niet, reageert teamleider Huysman: “Hij speelde viool, hij had een papegaai en de manier waarop hij schrijft verliefd te zijn op zijn latere vrouw, bijvoorbeeld... Hij laat persoonlijke dingen zien in deze brieven.”

Teamlid en historicus Milo van de Pol: “Ik denk dat hij in deze correspondentie ­altijd rekening heeft gehouden met het feit dat anderen meelazen. Hij houdt zich dus altijd in op schrift.” De brieven vertellen dus veel, maar mogelijk toch ook weer niet het hele verhaal van deze beroemde raadpensionaris, denkt hij.

Zijn allerlaatste epistel schreef De Witt op 12 augustus 1672, enkele dagen voor hij en zijn broer werden vermoord. In 1672 – het zogenoemde rampjaar – werd de Republiek van alle kanten aangevallen door onder andere Engeland en Frankrijk, de verdediging faalde, en de paniek was groot. De Witt kreeg de schuld.

De uiteindelijke lynchpartij van hem en zijn broer voorziet Johan in de brief niet, maar hij heeft wel al ontslag genomen als raadpensionaris en weet dat het met zijn macht is gedaan. Hij stuurt de laatste brief, bitter van toon, aan onder anderen de beroemde admiraal Michiel de Ruyter.

Huysman: “Hij schrijft dat hij zich realiseert hoe waar de woorden zijn, die Tacitus ooit over de Romeinse Republiek uitte: ‘Bij voorspoed eisen allen voor zich de eer; bij tegenspoed wijt men het aan één’.”

De diplomatieke brieven zijn vanaf donderdag te vinden op: http://resources.huygens.knaw.nl/BriefwisselingJohandeWitt

De keuze van het Johan de Witt-team

Gelijktijdig met de publicatie van de eerste 7000 brieven van Johan de Witt op internet verschijnt morgen het boek ‘Johan de Witt en Engeland’ met een bloemlezing van zijn correspondentie. Historicus Jean-Marc van Tol, lid van het Johan de Witt-team en bekend als tekenaar van de strip Fokke & Sukke, maakte er illustraties bij.

De leden van het Johan de Witt-team kozen ieder een brief voor in het boek. Hieronder drie passages uit brieven, met een toelichting van een teamlid.

Brief van de Engelse koning Karel II

© *

Mijnheer De Witt,

Bij het sturen van deze bezorger O’Neill aan mijn zuster om haar naar Engeland uit te nodigen, heb ik hem opgedragen u namens mij iets belangrijks mee te ­delen. Ik verzoek u daarom recht te doen aan alles wat hij u namens mij zal ­vertellen, vooral wanneer hij u zal ­verzekeren dat ik ben, mijnheer De Witt,

uw toegewijde vriend,

Charles R.

Historica Roosje Peeters koos deze brief: “Deze brief ontving Johan de Witt in 1660 van Karel II, die enkele maanden eerder was ingehuldigd als koning van Engeland. Heel bijzonder, want het is voor zover bekend de enige brief die De Witt van hem kreeg. Maar hij lijkt weinig interessant, want er staat alleen in: degene die deze brief aan u geeft, heeft belangrijke informatie. Dan weet je nog niks. Het mooie is nu dat De Witt vervolgens zelf op de achterkant van die brief heeft geschreven wat die informatie was. Echt zo leuk. Onder meer dat Karel om geld verlegen zat en wilde lenen.”

Uit het reisdagboek

Op 18 juni 1647 schreef Johan de Witt deze tekst in zijn reisdagboek. In 1645 waren Johan en Cornelis de Witt uit Dordrecht vertrokken voor hun grand tour, een buitenlandse reis die soms jaren duurde. Zo’n tocht maakte deel uit van de opvoeding van bevoorrechte jongemannen. © *

“Wij aten nog in Laverstroke en kwamen ’s avonds aan in Salisbury. Onderweg zagen wij Stonehenge, een plaats waar zeer veel grote stenen overeind in de aarde staan met andere stenen daar dwars overheen geplaatst. We ontmoetten hier een edelman genaamd mr. Howe, die vlakbij in Wishford een huis bewoont, en een andere heer uit deze stad, genaamd majoor Niclas.”

Stagiaire en student geschiedenis Janneke Groen koos deze passage: “Dit reisverslag zit ook in het archief. Op Google Maps heb ik een overzicht gemaakt van alle plekken waar ze zijn geweest. Grappig hoe hij hier schrijft over Stonehenge. Hij lijkt niet erg ­enthousiast, hij vindt het maar een paar gestapelde stenen.”

Anonieme notitie over de val van New York

Dit is een niet ondertekend briefje van, vermoedelijk, de bevelhebbers van de West-Indische Compagnie aan Johan de Witt uit 1664, waarin de verovering van de stad Nieuw-Amsterdam door de Engelsen wordt gemeld. © *

Edelgestrenge heer,

De bewindhebbers van de West-Indische Compagnie, zichzelf de eer gevende om u te komen spreken, zagen dat u reeds met de heer Downing in gesprek was. Wij vonden het daarom belangrijk u dit kleine briefje toe te spelen en te verklaren dat we zojuist met exprespost hebben vernomen dat Nieuw Nederland op 7 augustus in zijn geheel door de ­Engelsen is veroverd, waarna zij Nieuw-Amsterdam New York hebben genoemd.

Ineke Huysman, projectleider: “Dit is een anoniem briefje, maar we denken dat het hem door de bevelhebbers van de West-Indische Compagnie in de hand is gestopt. Ja, zo hoorde ­Johan de Witt dus echt voor het eerst dat hij het huidige New York kwijt was. Het is nooit meer in Nederlandse handen gekomen. Bijzonder document toch?”

Johan de Witt en Engeland, een bloem­lezing uit zijn correspondentie. Samenstelling: Ineke Huysman en Roosje Peeters. ­Tekeningen Jean-Marc van Tol. Uitgeverij Catullus, Soest. 176 blz. € 14,95.

Lees ook:

De grens tussen feit en fictie in historische romans

In historische romans lezen we hoe mensen vroeger leefden. Toch? Debutant-auteur Jean-Marc van Tol en routinier Jan van Aken vertellen over hun omgang met fictie en feiten.

Deel dit artikel