Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Jerry Afriyie wil geen ruzie, liever praten

Samenleving

Jeannine Julen

Jerry Afriyie © Patrick Post
Interview

Het begon met kinderen in Amsterdam-Zuidoost die zich geen Nederlander voelen. Om dat te veranderen begon Jerry Afriyie in 2011 met zijn strijd tegen Zwarte Piet, symbool van ongelijkheid. En hij gaat door.

Voor het eerst in drieënhalf uur is hij stil. Leunt achterover en knippert een paar keer achter elkaar met zijn ogen. “Je hebt me heel veel vragen gesteld, maar hier heb ik echt geen antwoord op. Ik heb echt geen idee. Ik weet niet waarom ik niet al een burn-out heb gehad, waarom ik niet met hoge bloeddruk thuis op de bank zit. Of hoe ik het financieel toch blijf redden elke maand.”

Lees verder na de advertentie
“Weet je”, zuchtte zijn moeder, “als ik eerlijk ben, ben je altijd zo geweest.”

De vraag was: hoe hou je het vol? Een gewone dag van Jerry Afriyie, voorman van Kick Out Zwarte Piet, begint met meer dan 999 ongelezen whatsapp-berichten. Zijn telefoon gaat non-stop. Hij flyert, reist stad en land af voor lezingen en gastlessen, geeft interviews, bouwt websites, spreekt sinterklaascomités en burgemeesters, overlegt met leden van Kick Out Zwarte Piet, flyert nog meer, en begint rond middernacht aan het beantwoorden van tientallen e-mails. Om twee, soms zelfs drie uur in de nacht dommelt hij in slaap. Wil zijn vriendin een keer naar de bios of iets anders leuks, dan zet ze kruisjes in zijn agenda. Afriyie lacht. “Ik wil met haar oud worden, dus aan die kruisjes kom ik niet.”

“Niemand blijer dan ik als we het niet meer over Zwarte Piet hoeven te hebben. Ik zou een salto maken, het van de daken schreeuwen. Al die hoofdpijn, stressmomenten, verdenkingen. Het is zwaar. Mijn baan is van me afgepakt. Mijn rug is door de slagen van de politie helemaal kapot. Soms heb ik heftige aanvallen, alsof ik word gestoken in mijn rug. Mijn hele dertiger jaren ben ik hier al mee bezig. Ik had zoveel andere dingen kunnen doen, maar dit moest het zijn. Wat mij drijft, is dat ik niet tegen onrecht kan, zeker als het mezelf betreft. Daarom neem ik elke rol op me die me dichter bij verandering kan brengen.”

© Patrick Post

Vriendjes

Hij had het er een jaar geleden nog met zijn moeder over. Stop nou, drong ze bij hem aan toen hij vorig jaar op vakantie was in Ghana. Je hebt genoeg gedaan, laat het nu aan anderen, zei ze. Denk aan je gezin, je eigen veiligheid, het wordt te gevaarlijk. Maar Afriyie wilde van stoppen niets weten. Deze bezorgdheid was de reden dat hij jarenlang voor haar verborgen hield waar hij in het verre Nederland mee bezig was. “Als ik het loslaat, blijft alles bij hetzelfde”, zei hij tegen zijn moeder. “Weet je”, zuchtte zijn moeder, “als ik eerlijk ben, ben je altijd zo geweest.”

Ze bracht hem in herinnering terug naar het Ghanese Bechem van de jaren tachtig. Afriyie was nog een klein jochie toen hij een paar vriendjes uit een arme buurt verderop bij hem thuis uitnodigde. “Ze blijven eten”, deelde hij mee aan zijn moeder. Ze keek hem verbaasd aan: “Denk je dat ik voor de hele stad aan het koken ben? Zo rijk zijn wij nou ook weer niet. Doe dat niet nog eens.” Afriyie gehoorzaamde. Maar bracht voortaan zijn bord eten mee naar buiten, naar de vriendjes een wijk verderop, om zijn eten te delen.

“Ik wilde iets voor Ghana betekenen, daar lag lange tijd mijn focus. Maar in 2008 veranderde dat. Ik was rapper, ik had veel activiteiten met kinderen uit mijn buurt, uit Amsterdam-Zuidoost. Ik ontdekte dat iemand deze kinderen, van acht tot twaalf jaar, had wijsgemaakt dat ze geen Nederlander zijn. Dit is niet mijn land, zeiden ze. ‘Ik ben Surinaams’ of ‘Ik ben Marokkaans’. Sommigen hadden zelfs een afkeer van Nederland. Maar ze kenden geen ander land, ze spraken maar één taal goed. Toch bedoelden ze nooit zichzelf als ze het hadden over Nederlanders. Ze hadden het al opgegeven, voor ze echt begonnen waren met leven. Ik ging er met ze over in gesprek. Spoorde ze aan om hun best te doen. Dan zou dit land je echt wel belonen. ‘Is dat zo’?, vroegen ze. ‘Wat heeft dit land ooit voor ons gedaan?’ Ik kon ze geen antwoord geven.”

Wij hebben het al geprobeerd, zei de oude generatie als hij begon over zijn plannen over Zwarte Piet. “They don’t give a f**k hier in Nederland.” Maar Zwarte Piet stond symbool voor de ongelijkheid in Nederland, wist Afriyie uit eigen ervaring. Als jongen werd hij uitgescholden voor ‘vieze Zwarte Piet’. Er werden pepernoten naar zijn hoofd gegooid en apegeluiden gemaakt. Kreeg hij dat onaantastbare oer-Nederlandse symbool aangepast, dan hadden de kinderen in Zuidoost misschien weer hoop. Behoorden ze niet tot de zoveelste verloren generatie nieuwe Nederlanders.

“Dat eerste jaar van de campagne Zwarte Piet Is Racisme, in 2011, kreeg ik een knipoog van de trambestuurder als ik instapte. ‘My God’, zeiden mensen ook, ‘ik dacht dat ik de enige was die er zo over dacht.’ Het was een dialoogcampagne. Quinsy Gario en ik liepen rond in een T-shirt met daarop: Zwarte Piet Is Racisme en gingen met mensen in gesprek. We waren expres middenin het jaar begonnen, en om onze veiligheid te waarborgen, noemden we het ook een kunstproject. Maar boze mensen met wie we spraken waren binnen tien minuten om.

“Op het laatste moment besloten we om te demonstreren bij de landelijke sinterklaasintocht in Dordrecht. We hadden spuitbussen gekocht en bezemstokken. Hadden spandoeken klaar. Maar dat mocht niet van de politie. De boodschap moest positief zijn. ‘Mogen we dan wel in ons T-shirt op het plein staan’?, vroeg ik. Dat mocht. Maar we stonden er nog geen tien minuten en drie agenten trokken me in een steeg. Ze doken bovenop me en bleven met hun knieën op mijn rug beuken. Mijn hoofd werd tegen de grond aangedrukt. ‘Laat hem met rust! Hij heeft niks gedaan!’, riepen mensen die de intocht hadden bezocht.”

Middelvingers

Fastforward naar november 2018. Afriyie staat samen met andere leden van Kick Out Zwarte Piet tegenover tientallen voetbalhooligans en voorstanders van Zwarte Piet in Eindhoven. “Stinkhoer”, roepen ze. “Ga terug naar je land.” “Kutneger.” “Hoer van de zwarten”, tegen de witte demonstranten. “Sinterklaas, wie kent hem niet. Sinterklaas, sinterklaas en natuurlijk Zwarte Piet”, wordt er gezongen. Middelvingers gaan omhoog. Eieren worden gegooid. Eén ei breekt niet. Afriyie hoort geroezemoes achter zich. “Gooien we terug?” Nee, roept hij. Veegt het eigeel van zijn gezicht en van zijn jas en houdt zwijgend een bord omhoog met de tekst: Een feest voor ieder kind.

“Laat het land dit maar zien, dacht ik in Eindhoven. Hoe vaak hebben we niet gezegd dat Nederland een racisme-probleem heeft? Hoe vaak hebben we het niet gehad over witte privileges? Maar het wordt genegeerd. De massa kijkt weg, wordt boos op ons omdat ze niet kunnen genieten van de intocht met hun kinderen. Ik bleef staan voor het stille midden, de mensen die het nodig hebben om ons te zien lijden. Pas dan komen ze in actie. Na Eindhoven, maar ook na ‘RTL Late Night’ waar ik in eerste instantie niet aan tafel mocht zitten, kreeg ik berichten van mensen. Ze wilden hun televisie uit het raam gooien, zo boos waren ze. ‘Ik was al die tijd stil, Jerry, maar nu ben ik er klaar mee’, zeiden ze.”

Buiten Amsterdam voelt hij zich niet altijd veilig. Tijdens de intocht op 18 november pakte de politie in Tilburg mensen op met pepperspray en vlindermessen op zak. Anders dan zeven jaar geleden, zegt Afriyie, kan demonstreren tegen Zwarte Piet fatale gevolgen hebben. Hij treft tegenwoordig veiligheidsmaatregelen waar hij niet al te veel over kwijt wil. Afriyie is een monster geworden in de ogen van scholen, gemeenten en sinterklaascomités. Een herrieschopper, iemand die niet luistert, die wit Nederland kapot wil maken.

Mensen zeggen weleens: dat linkse bolwerk in Amsterdam gaat hierin mee. Maar overal heb je te maken met hetzelfde sentiment: Zwarte Piet moet blijven

Jerry Afriyie

“Ken je Jerry, vragen mijn vrienden wel-eens aan mensen die zo reageren. Heb je hem ooit gesproken? Ik maak niet snel ruzie. Ik praat liever met mensen. Ook met de sinterklaascomités die mij aanvankelijk als monster zien. Als ik één keer ben geweest, ben ik daarna voor altijd welkom. Ik snap de voorstanders van Zwarte Piet wel. Voor ons is het onbegrijpelijk dat we met minder rechten dan witte Nederlanders moeten leven. Maar zij zien de wereld om zich heen veranderen, hebben te maken met globalisering, meertaligheid. Ze krijgen leugens over mij te horen: die Afriyie is een vluchteling, krijgt een uitkering, wil het land van je afpakken. Hoezo wil een vluchteling me komen vertellen hoe ik mijn leven moet leiden, denken ze. Ze zoeken een uitlaatklep voor alle veranderingen waar ze het niet mee eens zijn, kijken om zich heen en gaan op zoek naar mensen die ze aankunnen.”

© Patrick Post

Schoorsteenpiet

Soms lukt het met al die gesprekken en al dat geduld om muren naar beneden te halen. In 2011 schreven hij en zijn medestanders de toenmalige Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan een brief over Zwarte Piet. Hij kreeg geen reactie. Een jaar later schreef Van der Laan alsnog terug. Of hij langs wilde komen. Afriyie en anderen gaven een presentatie over de herkomst van het Amerikaanse fenomeen Black Face, vertelden over de racistische uitingen waarmee sommige Nederlanders te maken kregen vanwege Zwarte Piet. Van der Laan was om. “Oké, stop maar”, onderbrak hij de presentatie. “Wat kunnen we doen om dit feest voor iedereen leuk te maken?”

Er kwamen roetveegpieten – schoorsteenpieten, noemt Afriyie ze liever zelf, “om de associatie met roetmop te voorkomen.” Maar niet zonder slag of stoot. Leden van het sinterklaascomité hadden het moeilijk, waren in tranen. Intussen trok de achterban van Afriyie hem aan zijn jasje. Hoe kun je ermee akkoord gaan dat ze in Amsterdam gefaseerd overgaan tot schoorsteenpieten, vroegen ze boos. Maar zolang de burgemeester serieus was over het verdwijnen van Zwarte Piet, liet Afriyie de protesten bij de intocht achterwege. “Mensen zeggen weleens: dat linkse bolwerk in Amsterdam gaat hierin mee. Maar het heeft niks met links of rechts te maken. Ook niet met provincie of stad. Overal heb je te maken met hetzelfde sentiment: Zwarte Piet moet blijven.”

Veel burgemeesters reageren anders dan Van der Laan. Vlak voor de intocht krijgt hij dan een telefoontje. Vaak over de plek waar hij wil demonstreren. Het liefst ver van de festiviteiten. “Eigenlijk willen ze ons onderdeel maken van het programma. Zo van: daar staat de EHBO, daar Kick Out Zwarte Piet.” Bij comités krijgt hij vaak geen gehoor. “Bij ons speelt het niet, van racisme geen sprake”, is het weerwoord. Of: “Ik ben al 26 jaar hoofdpiet. Na mijn dertigste jubileum mag het anders.”

Demonstreren, zegt Afriyie, is vaak het enige overgebleven middel. Dus blijft hij stad en land afreizen. Voor demonstraties, gastlessen, lezingen. En als hij ontspanning nodig heeft, gaan de rapbattle-video’s aan. Of hij speelt wat dancehallmuziek af. “Ik heb niet veel nodig.”

Jerry King Luther Afriyie werd in 1981 geboren in het Ghanese Bechem. Op zijn elfde verhuisde hij naar Nederland. Vier jaar woonde hij in Utrecht en daarna trok hij met zijn vader en broer naar Amsterdam. Na zijn middelbareschoolopleiding ontwikkelde hij zich als rapper en dichter. In 2011 begon hij de actie Zwarte Piet is Racisme, die is opgegaan in de beweging Kick Out Zwarte Piet; daarvan is Afriyie de voorman.

Krijgslied

Voor Trouw schreef Jerry Afriyie een gedicht, ‘Krijgslied’

Krijgslied voor mijn land
Ze slaapt als een zondagskind
Jong en onvolbracht
Voor altijd woont ze in mijn hart
Gij eert uw naasten en uw grond
Eert de tulpen en de minderen
Het kwaad zal je verhinderen
Zorg ervoor dat je zadel vast wordt
Oh Nederland, mijn rustig hart
Ik hoor jouw naam in de wandelgang
Geen goden van bovenaf
Verlost en vrij van almacht
Ooit betrad ik je op schone voet
Je ving me in een linnen doek
We baden in tamme rivier
En zongen ‘vrijheid is zoet’
Het huis van verschillende kleuren en ras
Wij zijn elkanders houvast
wanneer het water smelt – recht op ons af
Óók wij zijn uw kinderen, zelden vertoond
Vrij, onverveerd en groot
Het verwondert mij
dat wij zoveel moois niet zien
Dus hierbij,
mijn krijgslied
Jerry King Luther Afriyie

Lees ook:

Lang leve de polderpiet

 De ‘polderpiet’, resultaat van dialoog en over en weer een beetje water bij de wijn, past prima bij het merendeel van de Nederlandse bevolking, stelt Trouw in een commentaar.

Op de meeste basisscholen is piet nog altijd roetzwart

Het overgrote deel van de basisscholen viert sinterklaas woensdag en donderdag met zwarte pieten. Op vijf van de zes scholen zijn de helpers van de Sint roetzwart ge­schminkt. 

Volwassenen moeten nu écht aan de kinderen denken en roetveegpieten accepteren

Vasthouden aan de traditionele Zwarte Piet is niet in het belang van kinderen, maar een knieval voor behoudende volwassenen, meent publicist en mediawetenschapper Reza Kartosen-Wong.   

Zwarte Piet volgens zwarte denkers: ‘Zwart, wit, álle Nederlanders hebben gefaald’

Een rechter die de samenleving tot kalmte maant. Aangekondigde demonstraties door heel Nederland en dreigementen van illegale tegenacties. Sinterklaas arriveert dit weekeinde met zijn pieten in een verscheurd Nederland. Trouw vroeg drie zwarte denkers hoe zij tegen dit gepolariseerde debat aankijken.

Deel dit artikel

“Weet je”, zuchtte zijn moeder, “als ik eerlijk ben, ben je altijd zo geweest.”

Mensen zeggen weleens: dat linkse bolwerk in Amsterdam gaat hierin mee. Maar overal heb je te maken met hetzelfde sentiment: Zwarte Piet moet blijven

Jerry Afriyie