Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Japan rekent op robots voor jong en oud

Samenleving

Gijs Moes

Robot Pepper kan mensen gezelschap houden. © AFP

Een tekort aan arbeidskrachten dwingt Japan tot de inzet van robots, vooral in de zorg en de kinderopvang. Maar het is de vraag of ze wel worden geaccepteerd.

Of het nu gaat om de zorg voor ouderen of voor kinderen, Japan moet in de toekomst steeds meer op robots vertrouwen. Robots die ouderen in bed leggen of suggereren dat ze naar de wc moeten, robots die kinderen in de crèche ontvangen en hun temperatuur opnemen. Mensen om deze taken uit te voeren zijn er steeds minder.

Lees verder na de advertentie

In een recent rapport stelt de Japanse regering dat de zorg voor ouderen in 2020 voor 80 procent gerobotiseerd moet zijn. Het gaat niet alleen om mechanische mannetjes en vrouwtjes die kunnen luisteren en praten, zoals de bekende robot Pepper, maar ook om machines die mensen uit bed en in hun rolstoel kunnen helpen, of in bad. Maar ze moeten nog meer kunnen, zoals bepalen of de ouderen wel voldoende eten.

Hirukawa erkent dat er een probleem is bij de acceptatie van technologie, ook bij de zorgverleners

Koen Hindriks, universitair hoofddocent in de onderzoeksgroep interactive intelligence in Delft, twijfelt aan de Japanse doelstelling: "Bij die 80 procent komen we voorlopig echt niet in de buurt, daarvoor zijn robots niet robuust genoeg." Hij noemt als voorbeeld een tilrobot, die patiënten in en uit bed helpt. "Patiënten optillen laat je niet zomaar over aan een machine. Daar zal altijd een mens bij moeten zijn."

De nood is hoog

Maar in Japan is het geloof in de mechanische dienstverlening groot. Al was het maar omdat de nood hoog is, het land kampt met een groot vergrijzingsprobleem. Dat werkt twee kanten op: steeds minder werkenden moeten voor steeds meer ouderen zorgen. Volgens het rapport komt Japan in 2025 zeker 370.000 professionele zorgverleners tekort. Immigratie is voor veel Japanners geen acceptabele oplossing, dus wordt er een beroep gedaan op de technologie.

Dat wil nog niet zeggen dat de oudere Japanners ook blij zijn met machines. Tilrobots worden nu ingezet in slechts 8 procent van de verzorgingshuizen: omdat ze duur zijn, maar ook omdat de bewoners er moeite mee hebben, erkent Hirohisa Hirukawa, directeur van het Japanse Nationale Instituut voor gevorderde industriële wetenschap en technologie. "Robotisering kan niet alle kwesties oplossen", zegt Hirukawa in de Britse krant The Guardian. "Maar het kan wel een bijdrage leveren." Dat sluit aan bij Hindriks' visie: "Robots kunnen veel invullen, aanvullen en opvullen. Maar je moet er altijd heel goed over nadenken wat ze wel en niet kunnen."

Hirukawa erkent dat er een probleem is bij de acceptatie van technologie, ook bij de zorgverleners zelf. Dat komt door "de manier van denken in de eerstelijns zorg, het idee dat mensen deze zorg moeten bieden". Hij ziet ook 'psychische weerstand' tegen robots bij de mensen die zorg nodig hebben.

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Cocotto is een robot voor op de crèche. © REUTERS

Maar er is geen alternatief volgens de Japanse regering. Die verwacht dat in 2020 vier op de vijf patiënten enige hulp van een robot accepteren. Hindriks beaamt dat. "Patiënten staan er wel voor open, zeker als de dokter doorverwijst naar een robot." De robots in de zorg kunnen patiënten ook vragenlijsten laten invullen, wat al gebeurt in het Radboud Ziekenhuis, of ze kunnen voor gezelschap zorgen, zoals Pepper.

Kinderen wennen wellicht makkelijker aan robots dan ouderen. Een Japans bedrijf, Global Bridge Holdings, ontwikkelt een robot die leiders in de crèche kan bijstaan. Vevo is vormgegeven als een soort grote speelgoedbeer. Hij kan de kinderen herkennen, begroeten en hun lichamelijke welzijn in de gaten houden.

De robot detecteert de temperatuur van de kinderen en monitort tijdens dutjes hun hartslag en lichaamsbewegingen. Zo kan Vevo alarm slaan als er iets niet in orde lijkt. De groepsleiders houden zich intussen bezig met andere dingen, zoals spelletjes, voorlezen of zingen met de kinderen.

In de kinderopvang in Japan is het tekort aan ar­beids­krach­ten nog groter dan in de zorg

"Dit is bedoeld om de onderbezetting in de kinderopvang op te lossen", zegt Nobuaki Nakazawa, hoogleraar aan de Gumma Universiteit die Global Bridge adviseert, op de website van The Japan Times. "Als zo'n systeem bepaalde taken op zich kan nemen moet dat wel helpen."

Hindriks ziet dat kinderen gemakkelijk omgaan met robots. "Kinderen staan open voor het krijgen van een band met een robot, ze kijken anders dan volwassen. Als de robot valt, vragen ze of hij 'au' heeft." Maar hij heeft twijfels over het vervangen van mensen in de kinderzorg. "Een mobiele robot is daarvoor niet ideaal, die kan er vaak ook gewoon niet snel genoeg bij zijn."

Maar in de kinderopvang in Japan is het tekort aan arbeidskrachten nog groter dan in de zorg. De wachtlijsten voor een plaatsje in de crèche groeien. Critici menen dat de problemen voortkomen uit te lange werktijden en te lage salarissen.

Global Bridge beheert 27 crèches en probeert Vevo nu al uit in één daarvan, in Tokio. In oktober wordt de proef uitgebreid en als alles goed gaat moet de robot volgend jaar commercieel ingezet kunnen worden. Vevo moet vier miljoen yen gaan kosten, dat is ruim 30.000 euro. De robot kost dus amper een jaarsalaris, maar er is natuurlijk nog wel onderhoud en technische ondersteuning nodig.

Lees ook:

Even voorstellen: Berend de Farmbot, de eerste open-sourcelandbouwmachine ter wereld. Hij is vandaag aan het werk te zien.

We bezien robots veel te negatief. Ze kunnen juist ook zorgen voor heel veel nieuwe, leuke banen, zegt Koert van Mensvoort.

Kunstmatige intelligentie is vooralsnog beperkt tot specialistische, goed gedefinieerde taken in een gecontroleerde omgeving

Deel dit artikel

Hirukawa erkent dat er een probleem is bij de acceptatie van technologie, ook bij de zorgverleners

In de kinderopvang in Japan is het tekort aan ar­beids­krach­ten nog groter dan in de zorg