Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Is Twitter verantwoordelijk voor het succes van IS?

Samenleving

Amber Dujardin en Kristel van Teeffelen

Logo van Twitter. © anp

Het is misschien vooral een schreeuw van frustratie: Twitter, doe iets! Nabestaanden die geliefden verloren bij aanslagen van terreurgroep IS, zien dat diezelfde terroristen ruim baan krijgen op sociale media, waar propaganda wordt verspreid en de aanslagen worden verheerlijkt. Via de rechter proberen de families af te dwingen dat Twitter verantwoordelijk wordt gesteld voor het succes van de terreurgroep.

Een van de aanklagers is de Amerikaanse weduwe van de Nederlander Alexander Pinczowski (29), die samen met zijn zus Sascha (26) om het leven kwam bij de aanslagen op het Brusselse vliegveld van vorig jaar maart. Zij krijgt steun van nabestaanden van een Amerikaans slachtoffer van de aanslagen in Parijs van november 2015.

Het is niet de eerste keer dat Twitter met zo'n aanklacht te maken krijgt. Juridisch gezien lijken de zaken op het eerste gezicht echter kansloos. Vooral in de Verenigde Staten - waar alle rechtszaken tot nu toe worden gevoerd - kunnen sociale media rekenen op een rotsvaste wettelijke bescherming. Die bepaalt dat zij nimmer verantwoordelijk zijn voor wat gebruikers op de websites plaatsen.

Die bescherming bestaat vanwege de vrijheid van meningsuiting en om innovatie niet in de weg te staan. Want de donkere wolk van aansprakelijkheid zou nieuwe uitvindingen, waar internet juist groot mee werd, weleens kunnen tegenhouden. Om die reden genieten sociale media eenzelfde bescherming in Europa. Al is die hier wat minder absoluut: gaat het om illegale uitingen zoals haatzaaien, en zijn Twitter of Facebook daarvan op de hoogte, dan moeten ze ingrijpen.

"Vergelijk de positie van Twitter en Facebook met PostNL", zegt Christiaan Alberdingk Thijm, jurist bij bureau Brandeis. "Dat bedrijf is ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van de brieven die worden verstuurd. Nou is dat niet één op één te vergelijken, omdat de uitingen op sociale media openbaar zijn. Daarom moet Twitter ingrijpen als een gebruiker melding maakt van een haatzaaiend bericht."

Lees verder na de advertentie

Open riool

Maar is het nog steeds terecht dat sociale media verder niet verantwoordelijk zijn voor de inhoud van berichten? Aanvankelijk waren de regels bedoeld voor bedrijven die websites hosten. Toen die regels in de jaren negentig werden opgesteld, bestonden de sociale media nog niet. Laat staan dat voorzien kon worden dat sociale media een nuttig instrument konden zijn voor terroristen, zegt Arnoud Engelfriet, jurist bij advocatenkantoor ICT-recht. Hij begrijpt de roep om iets tegen haatzaaien te doen. De vraag is alleen: is het alternatief - Twitter en Facebook verantwoordelijk maken voor de miljoenen berichten op de sites - werkelijk beter?

Ja, menen critici die vinden dat sociale media zijn verworden zijn tot een open riool. Ook vanuit de Europese Commissie neemt de druk toe om iets te doen tegen haatzaaien. Vorig jaar zijn daarover afspraken op papier gezet, waarin Google, Twitter en Facebook beloofden illegale berichten binnen 24 uur na een melding te verwijderen. Maar Brussel is nog niet tevreden. De sociale netwerken moeten er nóg harder aan trekken. Anders komt Europa met nieuwe, strengere regels.

Een Britse parlementaire commissie concludeerde vorig jaar zelfs dat Twitter en Facebook 'bewust falen' bij het terugdringen van terroristische propaganda. Volgens commissievoorzitter Keith Vaz zijn sociale media de levenslijn van IS en andere terreurgroepen. Twitter en Facebook moeten accepteren dat de hoge inkomsten die ze genereren ook een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengen.

In dat licht noemde de commissie het 'alarmerend' dat de sociale media slechts een paar honderd werknemers in dienst hebben om miljarden accounts te monitoren.

Speciale teams

Toch zitten Facebook en Twitter niet stil. Speciale teams beoordelen meldingen van gebruikers over verdachte berichten. Dat is geen gemakkelijke opgave. De vraag of een bericht te ver gaat, hangt met veel zaken samen. Cultuur bijvoorbeeld: is in Duitsland de verheerlijking van nazistische idealen strafbaar, in de VS wordt het getolereerd. Taal is nog zo'n factor. Om te bepalen of iets niet haatzaaiend maar cynisch of sarcastisch bedoeld is, moet je de taal waarin het bericht is geschreven, goed kennen.

Daarom bestaan de teams uit mensen met allerlei culturele achtergronden, die 24 uur per dag meldingen van gebruikers bekijken en beoordelen. Dat doen zij aan de hand van een boekwerk aan richtlijnen, die de bedrijven overigens niet openbaar maken. Hoeveel mensen in het team werken, is nog zo'n bedrijfsgeheim. Zeker is datde teams de afgelopen jaren fors zijn gegroeid.

Twitter heeft in een jaar tijd 350.000 IS-accounts verwijderd en kwam vorige maand met een oplossing om de verspreiding van terroristische propaganda te beteugelen. Samen met Facebook, YouTube en Microsoft slaat Twitter de handen ineen. De vier bedrijven hebben een gezamenlijke database gecreëerd waar ze de berichten labelen die als terroristische propaganda worden beschouwd. Een vergelijkbaar systeem is er voor kinderporno. Zo waarschuwen ze elkaar bij verdachte boodschappen.

Filteren van nieuws

Toch vindt José van Dijck van de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in sociale media en digitale mediatechnologie, dat Twitter en Facebook nog niet genoeg verantwoordelijkheid nemen. "Facebook noemt zichzelf geen mediabedrijf, maar een platform dat consumenten en ideeën verbindt.

Daarmee nemen ze geen verantwoording voor de inhoud, zoals het aanduiden van nepnieuws. Maar de helft van de Amerikanen leest zijn nieuws inmiddels via Facebook. Je kunt blijven roepen dat je geen mediaorganisatie bent, maar als je zo'n grote functie hebt in het filteren van nieuws, dan ben je dat wél."

De praktijk leert dat Twitter en Facebook wel degelijk opschuiven richting 'mediabedrijf', zegt Van Dijck. Hoewel Twitter bij de oprichting in 2006 bedoeld was als platform voor alledaagse meldingen, kreeg het platform steeds meer een nieuwsfunctie dankzij de razendsnelle verspreidingsmogelijkheid van informatie. In die troef schuilt ook een groot gevaar: het enorme bereik biedt een vruchtbare bodem voor terroristen.

Als Twitter daar geen verantwoordelijkheid voor neemt, boet het bedrijf in op geloofwaardigheid, zegt Van Dijck. "Als ze alles maar toelaten, wordt het zo'n riool dat niemand meer kijkt. Dat is niet goed voor de advertenties. Twitter en Facebook zijn zich bewust van de precaire balans tussen het commerciële risico van klanten kwijtraken enerzijds, en de gevolgen van redactionele verantwoordelijkheid anderzijds. Daar zoeken ze nu een balans in. Het is een groot gevecht."

Traditionele media

Toch zijn juristen huiverig om sociale media verantwoordelijk te maken voor de inhoud van de berichten. Niet alleen vanwege het belang van de vrijheid van meningsuiting. Er zijn ook praktische bezwaren. "Hoe zie je het voor je? Dat elk bericht dat op Twitter wordt geplaatst eerst goedgekeurd wordt door een medewerker?", zegt Christiaan Alberdingk Thijm, jurist bij Bureau Brandeis. "De sociale media gaan dan steeds meer lijken op traditionele media met een redactie in dienst. Zo verliezen ze hun bestaansrecht, dat gebaseerd is op snelheid."

Bovendien is het ontzettend lastig om te beoordelen wanneer een bericht over de schreef gaat, zegt Alberdingk Thijm. "Dat zagen we aan de Wilders-rechtszaak. Alleen juristen al kunnen daar behoorlijk van mening over verschillen. Ik vind het naïef om te denken dat je dat zomaar aan die bedrijven over kunt laten."

Je zou met elkaar kunnen afspreken dat alleen de rechter mag oordelen of iets onder de vrijheid van meningsuiting valt of over de rand, zegt ICT-jurist Arnoud Engelfriet. "Alleen hebben we sociale media op dit moment niet voor niets een eigen verantwoordelijkheid gegeven. Het wordt anders wel erg druk bij de rechter."

Gun Twitter en Facebook gewoon wat tijd om het verwijderen van haatzaaiende berichten op een effectieve manier te organiseren, zegt Alberdingk Thijm. "Toen het recht om vergeten te worden werd doorgevoerd, moest Google daar enorm aan wennen. Iedereen die een verwijderingsverzoek indiende, moest lang wachten op een reactie. Nu is het al een aardige geoliede machine."

Deel dit artikel