Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In Tsjechië is de premier baas van de krant

Samenleving

Janne Chaudron

Journalist Jaroslav Tousek © Jan Rasch

Het bedrijf van de populistische premier Andrej Babis heeft zo'n beetje alle Tsjechische kwaliteitskranten in bezit. Is er in dat klimaat nog wel ruimte voor onafhankelijke berichtgeving? Deel 1 van een serie over de staat van Oost-Europa.

De Tsjechische journalist Jaroslav Totusek is pas 25, maar zonder haperingen lepelt hij de geschiedenis van zijn krant op. Want die is bijzonder; het is zo'n beetje cultureel erfgoed in Tsjechië. Zeg Lidové Noviny, en de meeste Tsjechen kunnen de dissidenten en de opiniemakers noemen die deze krant groot hebben gemaakt.

Lees verder na de advertentie

"Sommige Tsjechen hebben enkel een abonnement omdat hij zo mooi op de salontafel ligt", zegt Totusek die de website van de krant coördineert en schrijft over kunst en cultuur. De redactie is gevestigd in een flat van donker glas, net buiten het oude centrum van Praag. Lidové huist daar samen met andere titels, zoals Metro en de andere grote kwaliteitskrant van Tsjechië: MF Dnes.

Ik kon als journalist niet werken voor een oligarch met een politieke partij

Michal Musil

Al deze titels zijn in handen van Mafra, de uitgever die in 2013 werd overgenomen door Agrofert, het bedrijf van de populistische premier Andrej Babis. Deze week werd na negen maanden onderhandelen de nieuwe regering van Babis goedgekeurd door het parlement. Het is een minderheidskabinet dat gedoogsteun geniet van de communisten. De andere partijen wilden niet met de populistische Babis in zee.

Geen directe beïnvloeding

Totusek, blond kortgeknipt haar en een blauwgeblokte blouse, erkent dat het geen ideale situatie is: een krant die in handen is van een van de hoogste bazen van het land. Hij vertelt zijn verhaal in een koffietentje vlakbij de redactie. Voor de gelegenheid heeft hij een krant meegenomen. Op de voorpagina prijkt een kritisch verhaal over president Milos Zeman. En hij laat een foto van demonstrerende Tsjechen zien: een protestmars tegen Babis.

Wat Totusek wil zeggen: ik zie geen directe beïnvloeding. Maar hij snapt de zorgen van zijn collega-journalisten. "Babis ging niet voor niets de politiek in. Hij is eropuit om mensen te beïnvloeden." Overigens heeft Babis zijn bedrijf sinds hij premier is ondergebracht in een trust die onder meer wordt geleid door zijn vrouw en zijn advocaat.

Het gaat veel journalisten aan het hart dat een populistische politicus die de vrije pers niet een verschrikkelijk warm hart toedraagt, de belangrijkste kranten van het land min of meer in handen heeft. Tientallen journalisten namen om die reden ontslag, ook bij Lidové.

Gezag verdwenen

Want juist deze krant heeft het gezag altijd zeer kritisch benaderd. Lidové is de oudste krant van het land, opgericht in 1893. Vanaf het begin lag de focus op opinies en cultuur, nog steeds belangrijke speerpunten. Toen het communisme Tsjecho-Slowakije begin jaren vijftig in de greep kreeg weigerden journalisten van de krant zich te committeren aan het nieuwe regime. Ze ontvluchtten het land en de krant werd opgeheven.

In 1968, toen Russische troepen tijdens de Praagse Lente een einde maakten aan de liberale koers in het land, deed de krant een poging zichzelf opnieuw op te richten. Dat werd verboden. In 1987 werd Lidové na 35 jaar toch opnieuw gedrukt. Twee jaar lang werkten de journalisten ondergronds. Toen Tsjecho-Slowakije zich in 1989 bevrijdde van het communisme, kon Lidové de krant met gezag worden die het tot 1952 was geweest. Totusek: "De meeste Tsjechen kenden de titel in ieder geval van horen zeggen." De krant werd daarom in korte tijd erg populair.

Hoewel de oudere lezers Lidové nog altijd een warm hart toedragen, merkt Totusek dat het gezag onder jongeren verdwenen is

Het hoogtepunt voor Lidové was begin jaren negentig toen de oplage rond 250.000 lag. Nu is dat 40.000. Hoewel de oudere lezers Lidové nog altijd een warm hart toedragen, merkt Totusek dat het gezag onder jongeren verdwenen is. "We missen de grote namen, journalisten waar men tegenop kijkt."

Veranderde sfeer

Populistische politici zoals Zeman en Babis dragen bij aan de afbraak van de media, denkt Totusek. Opruiende websites en websites met nepnieuws zijn populair in Tsjechië. Aeronet, geleid door Russische trollen, is daar een voorbeeld van. "Pure propaganda", zegt Totusek. Parlamentnilisti.cz, een opruiende website die inspeelt op de angst voor de komst van migranten, is ongekend populair. Ook deze site is in handen van een oligarch: Ivo Valenta. Net als Babis heeft deze rechtse populist politieke ambities.

De gepokt en gemazelde journalist Michal Musil noemt de staat van de Tsjechische media een 'naderende storm'. Musil werkt voor Reporter Magazin, opgericht als reactie op de expansiedrift van Babis en andere oligarchen bij Tsjechische kranten. Het onderzoekstijdschrift dat één keer per maand verschijnt, wordt gemaakt door zeven vaste redacteuren en tientallen freelancers.

De redactie, één grote kamer, is gehuisvest in een pand in de oude binnenstad. Aan de wand hangen de prints van de laatste papieren uitgave. Musil wijst op een verhaal dat terugblikt op een concert van twintig jaar geleden in de tuin van de Praagse burcht, waar de president zetelt. "Dat was een bijzonder moment, het concert met tal van bekende artiesten ontstond vanuit het niets. De autoriteiten deden er niet moeilijk over. Het kon gewoon."

Het verhaal laat volgens Musil zien hoe anders de sfeer in het land nu is. "Zo'n spontane actie zou niet meer kunnen. De Praagse burcht wordt momenteel zwaar beveiligd."

Gezakt op wereldwijde ranglijst

De jaren negentig, toen oud-president Vaclav Havel de dienst uitmaakte en Musil als 19- jarige jongen begon als journalist, werden gekenmerkt door een positieve sfeer. "De media waren vrij, levendig." Musil was politiek verslaggever en werkte voor de binnenlandredactie van een landelijke krant. Van 2003 tot 2006 was hij in dienst bij Lidové, vervolgens stapte hij over naar MF Dnes. Daar vertrok hij in 2013 samen met de hoofdredacteur omdat het bedrijf van Babis de boel overnam.

"Ik kon als journalist niet werken voor een oligarch met een politieke partij", verklaart Musil zijn vertrek. "Ik had bovendien de luxe om te stoppen. Ik had lage hypotheeklasten en mijn collega vroeg mij om voor zijn nieuwe magazine te komen werken."

Tsjechië is vorig jaar elf plekken gezakt op de ranglijst voor persvrijheid en staat lager dan buurland Slowakije, waar dit jaar een journalist werd vermoord

Musil is niet de enige die zich zorgen maakt over de staat van de Tsjechische media. De maatschappelijke organisatie Reporters Without Borders liet het land onlangs zakken op de wereldwijde ranglijst voor persvrijheid. Tsjechië staat nu op plaats 32, elf plekken lager dan een jaar eerder en lager dan buurland Slowakije, waar dit jaar een journalist werd vermoord. De daling wordt veroorzaakt doordat plaatselijke oligarchen de media de afgelopen jaren in handen kregen en door het politieke klimaat. President Zeman kaffert journalisten regelmatig uit.

Journalist Michal Musil © Jan Rasch

Beïnvloeding

Ook de rol van premier Andrej Babis is discutabel, hoewel hij ontkent de kranten die hij in handen heeft te beïnvloeden. "Dat doet hij ook niet openlijk", zegt Musil. Babis is volgens de journalist een ander soort populist dan bijvoorbeeld de Poolse politieke leider Kaczynski of de Hongaarse premier Orbán. "Hij is pro-Europees en voelt zich juist interessant als hij bijeenkomsten van de Navo en EU bijwoont. Hij wil om die reden iemand als Merkel te vriend houden." Beïnvloeding, zegt Musil, gebeurt geraffineerder.

Een jaar geleden bijvoorbeeld lekte een bandopname uit van Marek Pribil, een journalist die werkte voor één van de titels van Mafra. Daarop is te horen hoe Pribil overlegt met Babis over de publicatiedata van artikelen over diens politieke rivalen. De politicus draagt Pribil op welke artikelen "dit jaar" mogen worden gepubliceerd en welke moeten worden uitgesteld tot 'na de verkiezingen'. Pribil werd ontslagen, maar volgens Musil zegt het voorbeeld veel over de intenties van Babis.

Over zijn oude werkgever is Musil gematigd positief. Journalistiek gezien staat Lidové nog steeds hoog in aanzien, zegt Musil. "De buitenlandjournalistiek is erg goed, net als de bijlages." Dat tast Babis niet aan. Het feit dat de krant nog nooit onderzoek heeft gedaan naar het bedrijf van de premier, zegt volgens Musil genoeg. "Op dat onderwerp is Lidové niet leidend, terwijl er veel nieuws te halen valt." Zo ligt Babis al langer onder vuur van de oppositie omdat een van zijn bedrijven ten onrechte een Europese subsidie van twee miljoen euro opstreek.

De jonge Lidové-journalist Totusek betreurt het dat zijn papieren krant minder wordt gelezen. "De media staan onder druk vanwege al die populistische politici." Toch piekert hij er niet over zijn baan op te geven. "Ooit had ik het idee dat ik als journalist dingen daadwerkelijk zou kunnen beïnvloeden. Ik moet zeggen: dat bleek een droom. Maar ik houd van mijn baan. Ik ontmoet interessante mensen en kom op plekken waar ik anders nooit zou komen."

En de invloed van Babis? Totusek glimlacht. "Ik ben specialist op het gebied van cultuur. En Babis heeft ooit gezegd: het laatste boek dat ik las, was twintig jaar geleden. Dus nee, ik denk niet dat hij mijn vakgebied beïnvloedt."

'Oligarchisatie' van de media in oost-europa

In toenemende mate kopen de plaatselijke oligarchen in Centraal- en Oost-Europa zich in bij kranten, tv-stations en websites. Tsjechië is wat dat betreft geen uitzondering, hoewel het land samen met Slowakije afgelopen jaar wel het hardst daalde op de ranglijst van Reporters Without Borders.

De trend van oligarchisatie, machtige zakenmannen, soms met politieke invloed, die vaak een trits aan (media)bedrijven in bezit hebben, is ingezet in 2008. Buitenlandse investeerders, vaak westerse bedrijven, trokken zich vanwege de economische crisis terug. Dat kostte sommige Oost-Europese uitgevers de kop, anderen werden overgenomen door oligarchen.

Dat is goed zichtbaar in Bulgarije, waar het heel slecht gesteld is met de persvrijheid. Daar staat voormalig directeur van de inlichtingendienst Deylan Peevski aan het hoofd van de Bulgaarse Media Groep. Deze uitgever controleert tachtig procent van de kranten- en tijdschriftenmarkt. Volgens Reporters Without Borders komt het regelmatig voor dat politici artikelen zo'n beetje dicteren in ruil voor steekpenningen.

Ook in Hongarije heeft een groeiende groep rijke mensen de media in bezit. Vaak zijn het politieke bondgenoten van de Hongaarse premier Viktor Orbán. Hier werden buitenlandse investeerders expres verdrongen om plaats te maken voor Orbáns politieke vrienden.

In meerdere opzichten tast deze trend de mate van de persvrijheid aan, zegt onderzoeker Vaclav Stetka, verbonden aan Loughborough University. Stetka doet onderzoek naar oligarchen die zich inkopen in Centraal- en Oost-Europese uitgevers. "Vanwege die groeiende invloed keren veel mensen de kwaliteitsmedia de rug toe. Paradoxaal genoeg komt dat de nepnieuws-industrie alleen maar ten goede."

Voor landen als Tsjechië en Slowakije, waar dit jaar een onderzoeksjournalist werd vermoord nadat hij bekendmaakte dat de regering goede banden onderhoudt met de maffia, is dat een gevaarlijke ontwikkeling. Stetka: "Deze landen hadden altijd een goede reputatie als het ging om persvrijheid."

Daar tekent Stetka bij aan dat Slowakije en Tsjechië het op dit gebied beter doen dan buurlanden Hongarije en Polen, waar de politieke invloed veel openlijker is. "Maar in zijn algemeenheid kun je zeggen dat media uit Centraal- en Oost-Europese lidstaten afdrijven van de West-Europese concurrenten."

En Italië? Het bedrijf van voormalig premier Berlusconi bezat toch ook de belangrijkste tv-stations? "Dat is waar, maar Italië was een uitzondering in de regio. In Oost-Europa is het echt een trend." Een oplossing heeft Stetka niet. "Investeren in Oost-Europese media is nu eenmaal niet populair."

Andere weg

Oost-Europa kiest politiek en maatschappelijk vaak een andere weg dan West-Europa. Hoe kijken de bewoners aan tegen hun geschiedenis, hun economie, corruptie en democratische verworvenheden? Trouw maakt een reis langs de oostelijke rand van de Europese Unie en belicht een aantal thema's:

- Tsjechië - persvrijheid
- Roemenië - corruptie
- Hongarije - ngo's
- Polen - nationalisme
- Bulgarije - leegloop
- Slowakije - investeringen

Lees ook:
Bedreiging persvrijheid is een zaak voor de hele journalistiek
Volgens een index van Reporters Zonder Grenzen kent Nederland na Noorwegen en Zweden wereldwijd de meeste persvrijheid. Dat is een fijne gedachte, maar na de aanslagen op gebouwen van Panorama en De Telegraaf beklijft de vraag of de geruststellende score de aandacht niet afleidt van een somberder werkelijkheid.

Deel dit artikel

Ik kon als journalist niet werken voor een oligarch met een politieke partij

Michal Musil

Hoewel de oudere lezers Lidové nog altijd een warm hart toedragen, merkt Totusek dat het gezag onder jongeren verdwenen is

Tsjechië is vorig jaar elf plekken gezakt op de ranglijst voor persvrijheid en staat lager dan buurland Slowakije, waar dit jaar een journalist werd vermoord