Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In de Flevopolder verrijst een Zweeds dorp

Samenleving

Harmen van Dijk

Jessika Kersting en Martin Qvist © Jorgen Caris
Interview

Onder Almere bouwen Jessika Kersting en Martin Qvist de ‘ultieme Zweedse droom’. Al heeft Martin niet alleen positieve herinneringen aan zijn jeugd in Zweden.

In de Flevopolder verrijst een Zweeds dorpje. Het is de droom van Jessika Kersting en Martin Qvist. Het echtpaar importeert al jaren typisch Zweedse houten huizen in bruinrood of vergrijsd blauw, die als bouwpakket worden geleverd. Nu zetten ze er in één keer 22 bij elkaar. De bouw is net begonnen op een voormalige akker, graafmachines ploegen door de klei. “In februari stonden hier nog spruitjes”, zegt Martin. Eind dit jaar kunnen de bewoners er intrekken.

Lees verder na de advertentie

Jessika (47) vertelt vol enthousiasme over hun project, Martin (49) vult haar steeds bedachtzaam aan, met een licht Zweeds accent. “Ik ben van de visies en vergezichten, hij van de details en de uitvoering”, zegt Jessika lachend. Samen schetsten ze een dorpje zoals ze het zo goed kennen uit Martins geboorteland. “Alsof iemand een handvol huisjes heeft uitgestrooid over een groen grasveld.” Iedere zomer brengen ze door in Zweden, met hun vijf kinderen op een eilandje in de archipel bij Stockholm. De ouders van Martin hebben er een zomerhuisje. “Daar hebben we zo’n geluk mee gehad. Mijn opa kon daar in de jaren vijftig een stukje grond kopen. Tegenwoordig is dat onbetaalbaar”, zegt hij. Op het terrein werden nog twee houten huisjes opgetrokken - heel gebruikelijk in Zweden - en zo is er precies genoeg ruimte voor de hele familie om er een lange zomer door te brengen.

In een laatste ronde waren er 600 gegadigden voor 5 huizen

Jessika: “Je kunt er alleen met de boot komen. Dat is echt de ultieme Zweedse droom: een eilandje waar geen auto’s rijden. Martins ouders hebben een moestuin aangelegd, we eten de hele zomer aardbeien. Als we vis willen leggen we ’s nachts een net uit en dat zit de volgende ochtend vol. Om boodschappen te doen pak je het motorbootje, op een ander eiland staat een klein winkeltje. Brood bakken we zelf.”

Martin: “Veel meer is er niet te doen.”

Het ontwerp van Bolderburen in de Flevopolder. Er waren woningen te koop tussen 152.00 en 394.000 euro, inclusief de grond. © Theresa Lemckert

Gezellig warm huisje

Jessika heeft ook Zweedse roots, haar moeder kwam er vandaan. “Zij vond het jammer dat ik niet goed Zweeds sprak. Dus stuurde ze me een jaar naar Stockholm, om te studeren.” Daar leerde ze Martin kennen. Na dat jaar, waarin ze vooral gefeest hebben, volgde Martin Jessika naar Nederland. Hij studeerde Nederlands recht, zij werd algemeen econoom.

Het eilandleven kende Jessika ook, maar dan op Texel. Haar vader was bioloog en deed er wetenschappelijk onderzoek. Toen haar ouders overleden waren, erfden zij en haar twee zussen de boerderij waar ze woonden. Ook al zo’n heerlijke plek. Op het erf plaatsten ze het eerste houten Zweedse huisje, voor wat extra ruimte. Jessika: “Er kwamen soms vrienden langs die zeiden: ‘Wat een lekker warm, gezellig huisje is dat’. En zo zijn we gestart met ons bedrijf: mensen wilden zo’n huisje in hun tuin, of als vakantiewoning. We dachten aanvankelijk bouwpakketten te gaan verkopen, maar uiteindelijk hebben we er veel zelf in elkaar gezet, vooral Martin.”

Martin: “Dat was een leuke afwisseling, iets fysieks naast mijn kantoorbaan.”

Uitzonderlijk project met weinig regels

Hun goedbetaalde banen zegden ze vaarwel om zich volledig op hun eigen bedrijf te kunnen richten. Een jaar of twee geleden viel het ze op dat er veel verzoeken kwamen van mensen die wilden gaan bouwen in Oosterwold, een experimenteel nieuwbouwgebied ten zuiden van Almere. Op 4300 hectare landbouwgrond mogen daar 15000 woningen worden gebouwd die ruim in het groen staan - een voor Nederland nogal uitzonderlijk project met vrij weinig regels. Jessika: “Zo kwam het idee op: stel dat we meer huizen bij elkaar zetten. Ik moest meteen denken aan Astrid Lindgrens boeken van Bolderburen, zo kreeg het dorp zijn naam. Kinderen die lekker kunnen buitenspelen, veel gemeenschappelijke groene ruimte waarop kris kras grotere en kleinere houten huizen staan. Ik heb een advertentie op Facebook geplaatst.”

Als je extreem gericht bent op je privacy is dit dorp niet ideaal. Het is niet de bedoeling dat je een schutting om je tuin heen zet.

Meer mensen dan ze hadden durven hopen vielen voor hun Zweedse droom. “In een laatste ronde waren er 600 gegadigden voor 5 huizen. Ik heb wel een beetje geselecteerd: de grote huizen voor gezinnen, de kleine huizen voor starters of gepensioneerden, zodat je een leuke mix krijgt. Met de overgebleven 150 heb ik tien-minutengesprekken gevoerd.” Het lijkt wel een beetje of Jessika haar eigen boek heeft geschreven, waarbij ze de entourage en personages zelf mocht verzinnen. “Ja, zo zou je het kunnen zien”, lacht ze. “Maar weet je, het zijn relatief goedkope woningen op een groot kavel. We wilden niet dat het mensen alleen daarom ging, dus in die gesprekken heb ik het gemeenschappelijke aspect een beetje aangezet. Als je extreem gericht bent op je privacy is dit dorp niet ideaal. Je hebt weliswaar je eigen tuin, maar het is niet de bedoeling dat je er een schutting omheen zet. In Zweden heb je ook veel gedeelde voorzieningen, denk aan het allemansrecht waarbij je het land van een ander mag betreden. Hier komt een grote gemeenschappelijke fruitboomgaard en een gedeelde schuur. En dat allemaal zonder een streng huishoudelijk reglement. Dat is een beetje de Zweedse mentaliteit, een basisvertrouwen. Als je daar nerveus van wordt, is dit misschien niet jouw plek.”

Martin: “Het was een afschrikkingsactie. Maar we waren geen ballotagecommissie hoor, uit de overblijvers hebben we eerlijk geloot.”

Jessika Kersting en Martin Qvist. © Jorgen Caris

Eenvoud en rust

Uiteindelijk ontstond er een groep gemotiveerde mensen. Een voorwaarde die de gemeente Almere stelde om met de bouw te mogen beginnen. Wel een heel witte groep, geven ze grif toe. “Het zijn toch de mensen die zijn opgegroeid met de boeken van Astrid Lindgren”, zegt Martin. Jessika: “Ik heb nog niet zo lang geleden mijn rijbewijs gehaald en ik had een Marokkaanse rij-instructeur. Ik vertelde hem over onze zomers op ons Zweedse eilandje en hij zei: ‘O, net zoiets als waar toen al die kinderen vermoord zijn.’ Tja, dat is toch een heel andere associatie.”

Onder het autochtone deel van de bevolking is de Zweedse levensstijl wel uiterst populair, met de mensen die op een wachtlijst terecht zijn gekomen zouden ze met gemak nog twee dorpen kunnen vullen. Ze zoeken allemaal de eenvoud en de rust die Jessika en Martin zo goed kennen van hun zomers op het eilandje bij Stockholm. Jessika: “Er is geen leidingwater, elektriciteit gebruik je spaarzaam. De dag wordt gevuld met praktische handelingen: Wat tuinieren, met de hand een wasje doen. Je bent altijd buiten. Het huis gebruik je om te slapen. Dat zelfvoorzienende is heel aantrekkelijk: als we een taart bakken gaan we eerst het bos in om bessen te plukken.”

“Zo eenvoudig worden de huizen in Bolderburen niet”, benadrukt Martin. Maar op de schetsen en foto’s op de website ziet het dorpje er sprookjesachtig uit. Zal het in de praktijk ook die fijne Zweedse sfeer krijgen, midden in de Nederlandse polder? Jessika is er vast van overuigd. “Oké, een heuvel kunnen we hier moeilijk creëren. Maar we gaan het niet allemaal bestraten, er komt een grasveld, een beetje verwilderd. De auto’s moeten aan de rand worden geparkeerd. Als je de boel niet zo netjes aanharkt en de struiken lekker laat groeien, ben je er al.”

In het midden van het dorp komt ook een helofytenvijver, om het afvalwater te zuiveren. “Van mij hoefde het eerst niet allemaal ecologisch. Ik vind het vooral belangrijk dat er een leuke gemeenschap ontstaat. Maar het bleek weinig extra moeite te kosten, dus hebben we er toch voor gekozen. De huizen hebben zonnepanelen en zijn goed geïsoleerd. Bovendien zijn ze niet supergroot, dus heb je weinig ruimte voor nieuwe spullen. Dan ga je vanzelf dingen delen, mensen gaan moestuinieren - dat is natuurlijk ook heel milieuvriendelijk.”

Europese gezelligheid

In hippe lifestyleboeken over Scandinavië wordt dit minimalistische geluk vaak omschreven met de Zweedse term lagom, dat zoiets betekent als: precies genoeg, niet meer dan je nodig hebt. Maar voor Martin heeft het woord een bijsmaak. “Toen ik jong was, zeiden we vaak tegen elkaar: dat is zo verdomde ‘lagom’. Waarmee we wilden zeggen: het is zo saai, zo gemiddeld.” Martin vond het Zweden van zijn jeugd weinig opwindend. “Stockholm was een oninteressante stad. De mentaliteit in Zweden is sociaal conservatief, we hebben onze gewoontes en tradities en de overheid zorgt voor ons. Dat is er nog steeds, vind ik, maar je kunt nu tenminste leuk uitgaan, zeker in Stockholm is de hipheidsfactor heel hoog. Het land is er ontzettend op vooruit gegaan.” Martin denkt dat de toetreding tot de Europese Unie in 1995 daar veel mee te maken heeft. “Er is langzamerhand wat meer Europese gezelligheid ingeslopen, wat vroeger plaats moest vinden bij de zomerhuisjes in het bos werd uitgebreid tot het stadsleven.”

Toen hij op zijn 23ste in Amsterdam kwam wonen vond hij dat een openbaring. “Die Nederlandse onmiddellijke openheid, praatgraagheid. Je mag erbij komen zitten, krijgt een glas bier, het is laagdrempelig. Daar kreeg ik een heel positief gevoel van. Heel anders dan het Zweden dat ik kende: daar draait het veel meer om je familie en je vrienden.” Jessika: “Zweden zijn best familieziek, en het is ook ontzettend gezellig met elkaar. Als nieuwkomer is het lastig om ertussen te komen. ”

In Bolderburen zal dat anders zijn, Nederlandser. Jessika: “Ik denk het beste van twee werelden. Zweden zijn niet zo genegen om met de buren aan een picknicktafel te gaan zitten.” Zelf zijn ze dat wel gewend. Jessika en Martin wonen al twintig jaar in een gezellig hofje in het oude deel van Scheveningen, waar vaak samen gegeten wordt. Dat is de belangrijkste reden waarom ze zelf niet verhuizen naar de Flevopolder. “En we hebben natuurlijk ook de boerderij op Texel en het eiland in Zweden. “Bovendien is het beter om voor anderen te bouwen. Anders zoek je toch stiekem voor jezelf de beste plek uit.” 

Een dorp voor stadsmensen

Wie gaan er wonen in het Zweedse polderdorp? Socioloog Harmen Pelders deed onderzoek naar Bolderburen en sprak met een aantal toekomstige bewoners. Het zijn mensen uit de stad die dromen van een leven op het platteland - een rurale idylle, zoals hij het noemt. “Sommigen hebben overwogen om naar Zweden te emigreren, maar dat was toch iets te avontuurlijk. Iemand zei: ‘Nu kan het ook om de hoek.’ Mensen vallen voor de uitstraling van dit dorp, er zijn in Oosterwold ook strakkere wijken, daar willen ze niet wonen. Hun ideaalbeeld halen ze van websites als cabinporn.com, waar je eindeloos kunt kijken naar kleine houten huisjes in de Scandinavische of Canadese wildernis. Ze zeggen dan meteen: ‘Ik weet ook wel dat we in de polder gaan wonen in een grote nieuwbouwwijk.’ Vervolgens omschrijven ze toch dat huisje in het groen.”

Volgens Pelders koesteren met name twee groepen de plattelandsdroom: de vitale gepensioneerden en de jonge huishoudens. In een bestaand dorp wonen ze liever niet. Dat associëren ze met bekrompenheid, ze zijn bang altijd buitenstaander te blijven. In Oosterwold verwachten ze samen te leven met gelijkgestemden: initiatiefrijke ex-stedelingen die leuke initiatieven als een koffiebarretje realiseren. De ‘VPRO-mens’, noemt Pelders ze. Hij vond het opmerkelijk dat de bewoners in spe er alles aan doen om niet te zeggen dat ze in Almere gaan wonen, terwijl Oosterwold een Almeerse buitenwijk is. “Ze zeggen: ‘op 25 minuten van Amsterdam’, zonder te vertellen waar dan precies.”

Ons weekendmagazine Zomertijd staat in het teken van Zweden. Meer lezen? U vindt alle verhalenin ons dossier.

Lees ook: 

De keerzijde van de Zweedse heilstaat

Zweden is het aardse paradijs van Ronja en Pippi, waar het afval gescheiden wordt en vluchtelingen welkom zijn. Maar toen correspondent Anne Grietje Franssen naar Gotenburg verhuisde, kwam ze terecht in een totaal andere wereld.

Vluchtelingen bouwen in Almere een eigen onderkomen

Nederland kent een onbekend aantal uitgeprocedeerden, onder hen ook kinderen. De groep van 'We Are Here' zwierf door Amsterdam. In Almere bouwden vier families zonder verblijfspapieren een provisorisch onderkomen.

Lees ook:

Met Redmond O'Hanlon op safari door Almere: 'Zó lelijk hoef je het toch niet te maken?'
De gastschrijver van Almere, Redmond O'Hanlon, haalde zich de woede van de lokale PVV op de hals door de stad 'lelijk' te noemen. Tijdens een safari langs de betonnen misère legt hij uit wat eraan scheelt.

Deel dit artikel

In een laatste ronde waren er 600 gegadigden voor 5 huizen

Als je extreem gericht bent op je privacy is dit dorp niet ideaal. Het is niet de bedoeling dat je een schutting om je tuin heen zet.