Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hulpverleners jeugdzorg noemen elkaar incompetent en schuiven verantwoordelijkheden af

Samenleving

Maaike Bezemer

© anp

De decentralisatie van de jeugdzorg heeft gezorgd voor een cultuur van wantrouwen onder zorgprofessionals. Het was de bedoeling dat de hulp aan kwetsbare kinderen door de verschuiving van rijk naar gemeenten zou verbeteren en zou zorgen voor snellere hulp waarin ‘het kind centraal’ staat.  

Maar hulpverleners wantrouwen elkaar en schuiven verantwoordelijkheden af. Professionals vinden van elkaar dat ze incompetent zijn en spreken dat achter elkaars rug om ook uit. Ouders en kinderen worden nog nauwelijks betrokken bij besprekingen over hun problemen.

Lees verder na de advertentie
Soms worden twaalf casussen in anderhalf uur tijd behandeld. Niemand die overzicht heeft of de leiding neemt

De slechte samenwerking blijkt uit onderzoek van Fontys Hogeschool in zes Brabantse gemeenten naar de jeugdzorg. Grootste probleem sinds de decentralisatie is dat zorgverleners niet weten wat ze van elkaar moeten verwachten. Ze twijfelen ook over hun eigen rol. Medewerkers die normaal schuldhulp bieden, moeten nu bijvoorbeeld het risico op kindermishandeling in een gezin inschatten. En tegelijk op de kosten letten.

Het ‘gedroomde domeinoverstijgende en multidisciplinaire samenwerken’ komt niet van de grond, concluderen de onderzoekers. Ook de bezuinigingen op jeugdzorg zijn daar volgens hen debet aan. “Het is knap lastig om aan te geven dat je iets nog niet kan, weet of durft als je niet zeker bent van je baan en je ook niet altijd houvast vindt bij collega’s en collega-instellingen.”

Chaotische vergaderingen

De onderzoekers zaten de afgelopen drie jaar bij meer dan honderd besprekingen over individuele kinderen. Het ging om twee sociale wijkteams, zorgadviesteams op een basisschool en een middelbare school, een gezondheidscentrum, een crisisteam en een groep specialisten die sociale wijkteams adviseert. Die bevonden zich in zes grote en kleine gemeenten in Zuidoost-Brabant, maar de onderzoekers geven aan dat het landelijk herkenbare zaken zijn.

Hogeschool Fontys brengt haar rapport pas eind van de maand naar buiten, maar in een boek over kindermishandeling dat het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken vandaag publiceert, hebben de onderzoekers hun bevindingen al uitgebreid op een rijtje gezet. Ze beschrijven letterlijk hoe chaotisch de vergaderingen verlopen, zoals hieronder ook in enkele voorbeelden is te lezen. Met overvolle agenda’s, soms twaalf casussen in anderhalf uur tijd en niemand die overzicht heeft of de leiding neemt. Wijkwerkers ventileren hun frustraties, voelen zich slachtoffer van een werkwijze die ze moeten volgen. Gedragsdeskundigen klagen over incomplete dossiers. En niemand tipt de ander hoe het beter kan. Laat staan dat ze samen tot concrete oplossingen komen voor de gezinnen. Volgens de onderzoekers verdwijnen de kinderen, om wie het gaat, in de gesprekken naar de achtergrond.

Fontys krabt zich ook zelf achter de oren omdat de hogeschool sociaal werkers en docenten opleidt. Bedoeling is dat zij steeds meer de ervaring en kennis van ouders en hun netwerk gebruiken. Maar op school leren jeugdwerkers nog dat zij de expert zijn die bepaalt welke zorg wordt ingezet. Van de negen teams was er maar één die standaard ouders en kinderen betrekt. In die gevallen werd veel eerder over concrete oplossingen gesproken.

Voorbeeld uit een teamoverleg op een woongroep voor jongeren

Pedagogisch medewerker 1: ‘In de sociale wijkteams zien we vaak dat professionals helemaal geen ervaring hebben met jeugd.’

Pedagogisch medewerker 2: ‘Er zijn er wel enkelen die specifiek vanuit een jeugdfunctie in het wijkteam zijn gekomen.’

Pedagogisch medewerker 1: ‘Maar heel veel ook niet. We zien daar vaak onbewust onbekwaam handelen. Zo hadden we laatst een aanmelding vanuit het wijkteam. Wij zagen meteen dit is een jongere met een licht verstandelijk beperking, maar dat hebben zij dan over het hoofd gezien.’

Telefoongesprek tussen twee professionals van een sociaal wijkteam en een expert op het gebied van veiligheid van een andere instantie

Wijkwerker 1: ‘Ik wilde weten wat de stappen zijn van dat gezin, wanneer zou het jou uitkomen? Hoe staat het ervoor? Moeder is opgenomen in een ‘blijf-van-mijn-lijfhuis’, in principe moeten ze doorplaatsing krijgen. En wat moeten wij nu doen?’

Medewerker veiligheid: ‘Voor mij is het even niet overzichtelijk. Er lopen allemaal mailtjes door elkaar, maar het is in principe geen casus van ons. Het is een crisisbed, maar daarvoor had ook al een risicoscreening moeten gebeuren, om daar vervolgens een code te kunnen aanhangen.’

Wijkwerker 1: ‘Wie had die screening dan moeten maken?’

Medewerker veiligheid: ‘Ja jullie! Dat hebben wij ook afgesproken, dat is vorige week nog gezegd.’

Wijkwerker 1: ‘Nou daar weten wij niets van en ik werk hier al twee jaar en heb dit nog nooit gezien.’

Wijkwerker 2: ‘Er moet iemand toch de regie pakken?’

Wijkwerker 1: ‘De wijkagent is vrij, wie neemt over, iemand van de politie?’

Wijkwerker 2: ‘De kinderen zijn niet op school, school is niet op de hoogte, wie gaat er hierin nou de regie nemen?’

Medewerker veiligheid: ‘In principe jullie als wijkteam, samen met moeder.’

Wijkwerker 1: ‘En hoe dan?'

Medewerker veiligheid: ‘Ja, jullie kunnen een afspraak maken met moeder.’

Wijkwerker 1: ‘En wat is jullie rol dan?’

Medewerker veiligheid: ‘Wij hebben geen rol. Wat zou je willen dat wij doen dan?’

Wijkwerker 1: ‘Nou ik weet niet hoor, iets met veiligheid of zo, het is toch een veiligheidsvraagstuk?’

Medewerker veiligheid: ‘Nou als er onderzoek nodig is, dan komen wij om de hoek kijken, maar het is al duidelijk, er ligt al een plan. Maar ik wil best helpen, het is niet dat ik niks wil doen, ik kan er induiken, maar dan moet ik alles aanhoren en dan denk ik: daar gaat zoveel tijd overheen terwijl jullie alle info al hebben. Ik snap de meerwaarde niet zo.’ 

Lees ook:

Budget jeugdzorg in de helft van de gemeenten al op
Harde kritiek op jeugdzorg bij gemeente
Dagboek uit de jeugdzorg: 'Ik ben wel wat verbitterd, ja'



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Soms worden twaalf casussen in anderhalf uur tijd behandeld. Niemand die overzicht heeft of de leiding neemt