Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoogleraar Ido Weijers: Jongerenstrafrecht niet geschikt voor hardleerse veelplegers

Samenleving

Kristel van Teeffelen

De vier fasen die een veelpleger die stopt doorloopt: De volharder, de erkenner, de erkenner en de stopper. © Nanne Meulendijks

Jonge veelplegers zijn niet gebaat bij het jongerenstrafrecht. Het werkt verwarrend en dus moet het terug naar de tekentafel, zegt emeritus hoogleraar Ido Weijers. ‘Trotse criminelen lachen erom.’ 

Dinsdag verschijnt zijn boek over jonge veelplegers en hun motieven om te stoppen. Ido Weijers, pedagoog en emeritus hoogleraar jeugdstrafrecht pleit hierin voor verduidelijking van het adolescentenstrafrecht.

Lees verder na de advertentie

Het adolecentenstrafrecht zorgt ervoor dat verdachten tussen de 18 en 23 ook kunnen worden vervolgd via het meer pedagogische jeugdstrafrecht in plaats van het volwassenenstrafrecht, in de hoop ze daarmee op het rechte pad te krijgen. Volgens de wetgever, die dit specifieke strafrecht in 2014 invoerde, is het ook bedoeld voor veelplegers tussen de 18 en 23 jaar. Het Openbaar Ministerie en de reclassering hanteren juist een richtlijn om die beroepscriminelen niet als jeugdig te behandelen. Het gevolg: willekeur, zegt Weijers.

Het zijn jongens met een verlate pubertijd, die moeite hebben om hun impulsen te beheersen en weinig empathisch vermogen kennen

Ido Weijers

Hij volgde samen met collega-onderzoekers de afgelopen vijftien jaar 81 jongeren uit de Utrechtse TopX – vergelijkbaar met de Top600, de veelplegerslijst van Amsterdam. Het gaat om jongens die van de criminaliteit hun dagelijkse routine hebben gemaakt en soms tientallen veroordelingen op hun strafblad hebben staan. Jaarlijks krijgt justitie te maken met zo’n vier- tot vijfhonderd van die hardleerse jongeren.

Kinderlijk

Vaak hebben ze een laag IQ en vrijwel geen perspectief op de arbeidsmarkt, zegt Weijers. “Het zijn jongens met een verlate pubertijd, die moeite hebben om hun impulsen te beheersen en weinig empathisch vermogen kennen. Op het kinderlijke af.”

Wat dat betreft lijken de zaken geknipt voor het adolescentenstrafrecht. Dat werd ingevoerd door toenmalig staatssecretaris van veiligheid en justitie, Fred Teeven, om iets te doen aan de hoge criminaliteitscijfers bij jongeren. Uitermate geschikt voor veelplegers, schreef Teeven in de toelichting op het wetsvoorstel dat hij naar de Kamer stuurde.

Daarmee sloeg hij de plank mis, vindt Weijers. Zolang jongemannen trots zijn op hun bestaan als hosselaar, straatovervaller of drugsdealer, is een reactie via het jongerenstrafrecht misplaatst, zegt hij. “Ze lachen erom.”

Jonge veelplegers moeten er uiteindelijk moe van ­worden om weer te moeten zitten

Ido Weijers

Opnieuw bekijken

Beter is het om ze, ook als ze emotioneel achterlopen, gewoon aan te pakken als volwassenen en ze telkens een celstraf op te leggen. Weijers: “Ze moeten er uiteindelijk moe van ­worden om weer te moeten zitten. En het vervelend gaan vinden dat ze niet vrij zijn of hun vriendin moeten missen.”

Ook bij veelplegers die erkennen dat een leven buiten de criminaliteit een optie is, is het adolescentenstrafrecht ongeschikt, stelt de emeritus hoogleraar. Bij die groep zie je dat ze zichzelf niet meer zien als ‘jongen van de straat’. Behandel je ze in de rechtszaal toch als kinderen, dan werp je ze terug naar een fase waar ze juist afstand van proberen te nemen.

Ook rechters lijken er inmiddels van overtuigd dat het adolescentenstrafrecht niet is bedoeld voor veelplegers. Zeker in twee zaken veegde een gerechtshof de eerder door de rechter opgelegde jeugdmaatregel om die reden van tafel, zag Weijers. 

Daarmee wordt het beleid van de overheid toch vanzelf rechtgetrokken? Dat gaat te langzaam, vindt hij. “Ondertussen bestaat er in het veld totale verwarring voor wie het adolescentenstrafrecht nou is bedoeld. In de vijftig rechtszaken tegen veelplegers die ik bekeek, werd er heel verschillend mee omgegaan.”

Bovendien is het beter dat de politiek de strafrechtelijke omgang met 18- tot 23-jarigen opnieuw tegen het licht houdt, zegt Weijers. Zo kan er ook weer een debat plaatsvinden over het doel en nut van de aanpak.

Deze vier fasen doorloopt een veelpleger die stopt

Van de 81 Utrechtse veelplegers die onderzoekers vanaf 13 of 14 jaar volgden, is 60 procent gestopt als ze halverwege de twintig zijn. Stoppen betekent dat ze minimaal twee jaar niet meer met justitie in aanraking zijn gekomen. Al kan het zijn dat ze nog crimineel zijn, maar niet meer worden gepakt.

Doordat onderzoekers de groep lange tijd volgden via documenten van justitie en interviews, konden ze verschillende fases in het stopproces onderscheiden. Die kennis kan volgens Ido Weijers nuttig zijn voor de beslissing hoe om te gaan met jonge veelpleger.

Iets als een agres­sie­trai­ning zal bij een volharder weinig uithalen: die ziet zijn eigen fouten niet in

1. De volharder

De volharder vindt dat er niets mis is met zijn levensstijl. Hij is dan ook niet van plan ermee te stoppen. Hoewel volharders zichzelf graag spiegelen aan de grote mannen in de criminele wereld, stelen ze als ze halverwege de twintig zijn vaak nog steeds brommers of plegen ze straatovervallen. Het advies: pak ze stevig aan, leg geen taakstraf of voorwaardelijke celstraf op. Iets als een agressietraining zal ook weinig uithalen: de volharder ziet zijn eigen fouten niet in. Een intensieve begeleiding door een psychiater is daarom doeltreffender.

2. De erkenner

De erkenner ziet stoppen met de criminaliteit wel als een optie. Alleen heeft hij geen idee hoe dat aan te pakken. Een opleiding of werkervaring ontbreken vaak. Ook hier is een taakstraf een gepasseerd station, aldus de onderzoekers. Een voorwaardelijke celstraf zou best kunnen, maar dan wel met intensieve controle. Die controle moet hij ook echt ervaren: denk aan bijkomende voorwaarden als een avondklok of een contactverbod met criminele vrienden.

3. De voorbereider

De voorbereider is daadwerkelijk bezig om stappen te zetten richting een normaal leven. Hij is weer een opleiding gaan volgen of zoekt werkt. Zeker, het gaat nog wel eens mis – dan wordt hij gepakt voor het uitschelden van een agent of rijden zonder rijbewijs – maar de criminaliteit is niet meer vanzelfsprekend. Een taakstraf of voorwaardelijke celstraf kan bij deze groep geen kwaad, het geeft hem een kans om door te zetten.

4. De stopper

De stopper heeft het criminele leven achter zich gelaten. Net als bij de voorbereider zijn er momenten van ‘schijt hebben aan’ en wordt hij door de politie gestopt vanwege zoiets als gevaarlijk rijgedrag, maar de criminaliteit is geen dagelijkse routine meer.

Lees ook:

De etnisch-culturele kant van criminaliteit verzwijgen we liever

Etnisch-culturele factoren spelen een grote, maar nauwelijks benoemde rol bij problemen met migratie en criminaliteit, stelt socioloog Herman Vuijsje.

Mag vergelding een rol spelen bij de straf voor jonge daders?

Bij tieners die gruwelijke daden plegen, ligt de nadruk in het Nederlandse strafsysteem op heropvoeding en een tweede kans. Maar mag vergelding eigenlijk ook een rol spelen als je te maken hebt met verdachten zo jong als 14 jaar?

Deel dit artikel

Het zijn jongens met een verlate pubertijd, die moeite hebben om hun impulsen te beheersen en weinig empathisch vermogen kennen

Ido Weijers

Jonge veelplegers moeten er uiteindelijk moe van ­worden om weer te moeten zitten

Ido Weijers

Iets als een agres­sie­trai­ning zal bij een volharder weinig uithalen: die ziet zijn eigen fouten niet in