Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe een ongeluk verbindt

Samenleving

Elke Geurts

© Jörgen Caris
Column

Ineens was de zomer daar. Ik had net gehoord dat ik een woning had voor drie maanden in onze straat. Op mijn slippers liep ik van de steiger terug naar huis, toen mijn dochter belde.

“Hé schatje!” riep ik, “ben je thuis? Je zusje ligt al in het water, hoor!”

Lees verder na de advertentie

“Schrik niet.” Een mannenstem.

Meteen stond ik stil.

“Je dochter heeft een ongeluk gehad.”

“Wat is er dan?”

De man vertelde dat ze was aangereden. En waar het gebeurd was. Dat de politie gearriveerd was. Dat de ambulance eraan kwam. Ergens in zijn verhaal onderbrak ik hem, en vroeg of ik haar mocht spreken.

“Dat gaat nu even niet”, zei hij, “ze is nog niet aanspreekbaar. Ze mag ook niet bewegen.”

“Wat moet ik doen?”

Dat wist de man ook niet. We hingen op. Op het water dobberde mijn zevenjarige met haar vrienden in een opblaasbootje. Op het terras van het café zaten lachende mensen met biertjes. Er was het antwoordapparaat van mijn ex. Ik deblokkeerde zijn whatsapp: ‘Bel me! Nu!’

Hoe het er tussen ons ook voor staat, we zijn de
ouders van onze meisjes

Thuis trok ik mijn schoenen aan. De tram zou ik nemen. Naar haar toe moest ik. Staand in de deuropening probeerde ik mijn tranen weg te vegen. De buurman zei: “We rijden er nú heen.” In de auto werd ik gebeld door de politie. Ook sprak ik met mijn ex die vanuit een andere stad naar huis aan het rijden was. Het was de tweede keer in korte tijd dat er een noodgeval was.

Het is fijn te merken dat we meteen weer op één lijn zitten. Hoe het er tussen ons ook voor staat, we zijn de ouders van onze meisjes. En wij zijn de enigen. Dat gevoel is net zo sterk gebleven.

Wit gezicht

In de verte: een knipperende ambulance, politieauto. De buurman parkeerde de auto op de vluchtstrook en ik rende erheen. “Daar is de moeder”, zei een ambulancebroeder. Mijn twaalfjarige kwam overeind zodra ze me zag. De ambulancebroeders vertelden me van alles, maar ik keek naar dat witte gezicht. Mijn enige gedachte: ik neem haar nu mee.

De hersenen van twaalfjarigen zijn nog niet in staat het verkeer goed in te schatten, las ik laatst ergens. Ze was vergeten over haar schouder te kijken en sloeg zomaar af. Gelukkig was het een wielrenner.

Haar vader arriveerde meteen toen we thuiskwamen. We praatten samen. We dronken een glas wijn. Ik bestelde een feestmaaltijd voor ons allemaal bij de Thai.

Schrijfster Elke Geurts beziet elke week haar nieuwe leven. Lees hier meer van haar columns

Lees ook: Het klinkt kinderachtig voor twee volwassen mensen, maar zonder coach kunnen we het niet

In haar vorige column schrijft Elke Geurts waarom zij en haar ex-man een coach nodig hebben voor het dagelijks contact. 

Deel dit artikel

Hoe het er tussen ons ook voor staat, we zijn de
ouders van onze meisjes