Hoe Bussemaker en Dekker zorgen dat de vmbo'er toch een havist wordt

samenleving

Romana Abels

Minister Bussemaker op bezoek op een mbo in Delfzijl. © anp
Onderwijs

Het moet voor een jongere in het beroepsonderwijs makkelijker worden om hogerop te komen. Dat is de kern van het plan dat minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker vandaag in Amsterdam presenteren. Er komt geld voor: 87 miljoen euro voor de komende drie jaar.

Op dit moment is de overgang van de ene naar de andere schoolsoort vaak zo abrupt en ingewikkeld dat kinderen en jongeren er afhaken. Daar komt nu verandering in, zeggen Bussemaker en Dekker. Kinderen met achterstanden kunnen na de basisschool schakelklassen volgen om zo op niveau te komen. Ook verderop in hun schoolloopbaan zullen meer schakelklassen komen, bijvoorbeeld tussen vmbo en havo. Bovendien moet de overgang van middelbaar naar hoger beroepsonderwijs soepeler verlopen.

Bussemaker en Dekker zijn geschrokken van een flinke stapel gedegen rapporten die afgelopen voorjaar uitkwamen. Zowel de onderwijsinspectie, het SCP, het CBS als de Oeso wezen Nederland erop dat het schoolsysteem voor kinderen uit kansarmere milieus niet goed werkt. Leerlingen met hoger opgeleide ouders hebben, bij gelijke prestaties, ruim drie keer zoveel kans in het hoger onderwijs te komen als leerlingen met lager opgeleide ouders.

Het schoolsysteem is erop gericht dat kinderen die voor een dubbeltje geboren zijn via school een kwartje kunnen worden, maar het blijkt voor kinderen uit minder fortuinlijke milieus steeds moeilijker om hogerop te klimmen. Onbewust geven leerkrachten hen een lager advies, ze raken achterop doordat anderen betaalde huiswerkbegeleiding hebben en overgangen tussen de ene en de andere schoolsoort zijn zó ingewikkeld dat velen zich er maar bij neerleggen een dubbeltje te blijven.

Lees verder na de advertentie

Besturen en beleid

Leerlingen van 5 Havo. © anp

Veel van de belemmeringen om hogerop te komen zijn ingesteld door scholen of door schoolbesturen. Zo vonden scholen het de afgelopen jaren makkelijker als kinderen maar een enkel schooladvies kregen, zoals havo, dan een dubbel: havo/vwo. Veel scholen voor voortgezet onderwijs kozen er bovendien voor hun vmbo-afdeling op een andere locatie te zetten. Het aantal brede brugklassen nam af.

Maar ook het beleid dat onder verantwoordelijkheid van Dekker en Bussemaker werd ingevoerd heeft geleid tot grotere verschillen tussen bevolkingsgroepen. Zo maakte Dekker, overigens op verzoek van de Tweede Kamer, het advies van de leraar belangrijker dan de uitkomst van de cito-toets.  Nu blijkt dat advies bij scholieren met laagopgeleide ouders vaak lager uit te vallen dan bij kinderen wiens ouders doorstudeerden.

De Tweede Kamer reageerde van links tot rechts verontwaardigd. De Kamer drong al vaak aan op meer maatregelen. Ook deze week weer zal het onderwerp veelvuldig worden besproken, als de onderwijsbegroting voor 2017 op de agenda staat.

Gelijke kansen

Bij wijze van inbreng in de discussie presenteerden Bussemaker en Dekker daarom vandaag alvast hun plan waarmee kinderen gelijke kansen moeten krijgen. Ten eerste hebben ze geld vrijgemaakt- bedragen van zo'n 25 miljoen per jaar, waarmee vooral scholieren in het beroepsonderwijs worden geholpen.

Er komen ook maatregelen die geen geld kosten. Scholen of schoolbesturen, staat in het plan, mogen niet langer eisen dat leraren enkelvoudige schooladviezen geven. Ze mogen dus altijd havo/vwo adviseren, ook al komen dat middelbare scholen niet goed uit. Ook krijgen scholieren die van het vmbo komen meer mogelijkheden om door te stromen naar de havo. Nu werpen scholen nog obstakels op, bijvoorbeeld dat alleen bij een 6,8 of hoger doorgestroomd kan worden.

Hoe die nieuwe regels precies vorm krijgen, wordt later bekend. Verder komt er een onderzoek naar het aanbod van brede brugklassen.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie