Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het zes-uur-avondeten-op-tafel-beleid van mijn moeder speelt op

Samenleving

Rob Schouten

Rob Schouten © Maartje Geels
Column

Omdat ik op een paar tijdelijke keuterbaantjes na nooit een vaste werkkring heb gehad, moet ik mij altijd duchtig voorbereiden op momenten dat ik ergens op tijd verwacht word. Er moet iets in mijn brein neerdalen dat zegt: tien uur, daar en daar. 

Een heikel probleem, want ik vind het afschuwelijk om te laat te komen. Niet omdat ik zo'n betrouwbaar iemand ben, maar omdat ik bang ben dat mensen, als ik niet op tijd ben, boos op mij zullen zijn of 'hond in de pot' gaan roepen. Misschien dat het strenge zes-uur-avondeten-op-tafel-beleid van mijn moeder, waar ik als kind aan had te gehoorzamen, er iets mee te maken heeft.

Lees verder na de advertentie
Niets zo erg als in de trein zitten en te weten dat je te laat gaat komen. Er valt nu niets meer aan te verhelpen, het is het beste je aan je falen over te geven

Hoe het ook zij, afgelopen week versliep ik mij twee dagen achter elkaar. Dat kwam natuurlijk omdat ik een jetlag aan mijn visite aan Amerika had overgehouden, maar oorzaken en excuses tellen niet. De brug was open, de spoorbomen waren dicht, ik werp het als argumenten om te laat te komen verre van mij. Intussen verscheen ik - min of meer druipend van het angstzweet, al kan het ook het klamme noodweer van de laatste dagen zijn geweest - twee dagen achter elkaar te laat, de eerste dag op een vergadering van een literaire commissie in Den Haag waarop ik nu niet verder zal ingaan, de dag daarop op de Grote Vertaaldag in Utrecht waar ik een kunstje moest doen.

Niets zo erg als in de trein zitten en te weten dat je te laat gaat komen. Er valt nu niets meer aan te verhelpen, het is het beste je aan je falen over te geven en nog iets van zo'n treinreisje te maken, maar in plaats daarvan probeer ik de trein paniekerig naar z'n eindstation te blazen, alsof die ene minuut vroegere aankomst nog iets uitmaakt. Het ergste is dat ik weet dat de wachtenden hun hand ruimhartig over hun hart zullen strijken. Ach jongen, geeft niet, we zijn alvast begonnen. Niet zij, maar alleen ik zelf ben het slachtoffer van mijn ellende.

'Ben je nou helemaal belatafeld!'

Misschien zou iemand eens werkelijk boos moeten worden om mij van die vreemde angst om te laat komen af te helpen. 'Ben je nou helemaal belatafeld om nu nog aan te komen zetten, zeg! Ga maar weer naar huis, stuk ongeluk!' Maar nee, het gevoel te laat te komen, voor de vergadering, voor het avondeten, voor de school en voor het leven, is er helemaal voor mijzelf, het heeft geen enkele reële of economische waarde, het kan niemand iets schelen.

Ik moet, als ik die zinloze stiptheid in mijzelf ontwaar, altijd denken aan een liedje van het legendarische Kinderkoor Jacob Hamel, dat als ik mij niet vergis 'Gelukkig niet te laat' heet en dat over een jongetje gaat dat denkt te laat op school te zijn gekomen, terwijl hij juist veel te vroeg is gearriveerd. Ik kan de tekst, met z'n ongetwijfeld fijne nuances inzake de angst voor het te laat komen, nergens meer vinden. Maar ook zo, als oermythe over foutief tijdmanagement, doet het verzonken liedje nog altijd dienst.

Die enorme wending in het drama, dat je denkt de boot te missen terwijl je juist de eerste bent van iedereen, dat moet een gelukzalig moment zijn voor de chronomaan. Ik hoop het ooit mee te maken.

Alle columns van Rob Schouten leest u hier in dit dossier.

Deel dit artikel

Niets zo erg als in de trein zitten en te weten dat je te laat gaat komen. Er valt nu niets meer aan te verhelpen, het is het beste je aan je falen over te geven