Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het racisme van een witte man en een zwarte date

samenleving

Niels Posthumus

Kleurenblind © Brechtje Rood
Essay

‘Regenboognatie’ Zuid-Afrika is 20 jaar na de apartheid nog niet kleurenblind, ziet correspondent Niels Posthumus. Zeker niet binnen de liefde. En hijzelf?

Lang dacht ik nauwelijks na over de kleur van mijn huid. En evenmin over die van de vrouwen op wie ik verliefd werd. Ik had een links-progressieve opvoeding genoten. Mijn kleurenblindheid sprak voor zich, toch? Tot ik in Zuid-Afrika ging wonen.

Lees verder na de advertentie

Zo liep ik op een dag door een luxe winkelcentrum in mijn woonplaats Johannesburg. Vanuit de etalages lachte mijn vriendin Olwethu Mlawu me toe. Zij was in die periode model voor een populaire huidcrème in Zuid-Afrika. Ik was het gewend dat ze me vanaf reclameposters bekeek.

Ik dacht terug aan hoe we kort daarvoor gearmd over straat hadden gelopen. Een zwarte Zulu-jongen riep ons in het voorbijgaan toe: Oh uyayazi iphandwa kuphi imali. Olwethu leek geschokt. “Weet je wat dat betekent?” vroeg ze me. “Hij zegt dat ik weet waar het geld is, dat ik goed werk van je maak.”

Een incident natuurlijk. Maar een soort incident dat zich regelmatig herhaalde. En het kon erger.

Frustratie

Op een avond stond ik met een andere zwarte date in de slijterij tegenover mijn huis. Ze wachtte een paar stappen achter me, terwijl ik een fles rode wijn probeerde te bestellen. Het was er druk. Ik constateerde onwillekeurig dat zij de enige vrouw was in de drankwinkel, en ik de enige witte klant.

Opeens kwam ze nerveus naar me toe geschuifeld. Ze leek bescherming te zoeken, kroop tegen me aan. Ik vroeg wat er was, maar ze schudde haar hoofd. “Vertel ik je zo buiten wel.”

Toen we later de straat overstaken, vroeg ik nogmaals wat er aan de hand was geweest.

“Ik hoorde twee mannen smoezen”, vertelde ze. “De een zei tegen de ander dat hij mij wilde hebben, dat hij mij zou gaan pakken; en dat als ik hem niet wilde, hij mij zou verkrachten.”

Ik keek haar geschokt aan. “Zei hij dat echt?”

Ze knikte. “Maar maak je niet druk”, suste ze me, opeens bijna nonchalant. “Ik denk dat ze het vooral zeiden omdat ze zagen dat ik met jou was: met een witte man. Dat wekt frustratie op.”

Vergissing

De negatieve reacties kwamen niet alleen van zwarte Zuid-Afrikanen. In de stad Bloemfontein raakte ik in een kroeg eens in gesprek met een groep jonge witte mannen. “Heb jij het weleens gedaan met een zwarte vrouw?”, vroegen zij toen het onderwerp op seks kwam. Nadat ik bevestigend had geantwoord, wendden zij zich van me af. ‘Ranzig’, was het enige wat ze nog konden uitbrengen.

Hoe diep racisme geworteld zit in het land dat zich na de apartheid bij voorkeur afficheert als Regenboognatie, vertelde mijn buurman Johann Ras. We dronken soms samen een biertje op een terras om de hoek. De witte Johann (36) had daar dan vooral aandacht voor de zwarte vrouwen om ons heen. Al waren zijn avances nog wat onwennig. “Je moet begrijpen dat het in mijn jeugd onbestaanbaar was om een klaslokaal te delen met zwarte meisjes”, legde hij uit. “Ik ontmoette nooit een zwart meisje van mijn eigen leeftijd.”

Natuurlijk, dat was begin jaren negentig geweest. Zuid-Afrika zat in de overgangsfase van apartheid naar democratie. Maar ik moest denken aan een statistiek die ik onlangs voorbij had zien komen: zelfs in 2013 voerde bijna twee derde van alle Zuid-Afrikanen nog steeds zelden een goed gesprek met iemand met een andere huidskleur. Ook op latere leeftijd was Johann lang nauwelijks in zwarte vrouwen geïnteresseerd geweest. “Het hoorde gewoon niet.”

Wel vergiste hij zich soms. Zo vond hij vroeger Mariah Carey knap. Nadat hij dit aan zijn vrienden had verteld, lachten zij hem uit. Mariah Carey’s vader was Afro-Venezolaans, en zij dus deels zwart.

Johann was geschokt door zijn vergissing. Hoe had hij zo’n fout kunnen maken? Een zwarte vrouw aantrekkelijk vinden stond in zijn witte gemeenschap ook eind jaren negentig nog gelijk aan zeggen dat je homoseksueel was, vertelde hij - in de zin dat al je sociale status ermee verloren ging.

Honderden jaren heeft het racisme zich in alle kieren van de samenleving kunnen ophopen

“Het enige wat ik in zwarte meisjes zag - wat wij hóórden te zien - was lelijk kroeshaar, een te dikke kont en te grote lippen”, legde hij uit. “Een zwarte huid vonden we onaantrekkelijk. We wilden zo’n huid liever niet aanraken. Dat was een vies idee voor ons.”

Pas sinds een jaar of twee was Johann in staat zwarte vrouwen aantrekkelijk te vinden.

Kwestie van smaak

Racisme is nog overal aanwezig in Zuid-Afrika. Het is als fijnstof dat zich nestelt tussen de naden van een houten vloer. Honderden jaren heeft het racisme zich in alle kieren van de samenleving kunnen ophopen. Een keer stevig vegen, zoals gebeurde begin jaren negentig met de afschaffing van de apartheid, bleek bij lange na niet genoeg om de vloer werkelijk schoon te krijgen. Het stof kan zomaar weer tevoorschijn komen als je hard op de grond stampt.

Het duidelijkst blijkt dat in de liefde. Een liefdesrelatie is de intiemste band die mensen met elkaar kunnen aangaan. Collega’s met een andere huidskleur vormen twintig jaar na de afschaffing van de apartheid voor de meeste Zuid-Afrikanen geen probleem meer. En ook vriendschappen tussen wit en zwart zijn, zeker onder de jongere generatie, best gemeengoed geworden. Maar een Zuid-Afrikaanse partner met een andere teint is meestal nog een stap te ver. Als je in Zuid-Afrika een ‘interraciaal stelletje’ ziet, kun je er bijna vergif op innemen dat een van de twee uit het buitenland komt.

Kwestie van smaak, zeggen veel Zuid-Afrikanen. Een witte vriend in Kaapstad verklaarde zijn exclusieve voorkeur voor witte vrouwen ook zo. “Ik vind zwarte vrouwen gewoon zelden fysiek aantrekkelijk. En als ik een zwarte vrouw al knap vind, is het een vrouw met een relatief lichte huidskleur. Gek hè? Maar met racisme heeft dat niets te maken. Het is puur mijn smaak.”

Mijn zwarte vriendinnen schudden hun hoofd toen ik hun dit vertelde. Zij drukten mij op het hart dat ‘smaak’ het ideale woord is om (onbewust) racisme mee te verhullen. Een veilig woord, want over smaak valt niet te twisten. Over racisme wel.

Maar maakte ik misschien wel misbruik van de raciale spanningen in Zuid-Afrika?

Vieze witte man

Terwijl ik door dat luxe winkelcentrum in Johannesburg liep, schoten me enkele Facebookberichten van Lea Seekoe te binnen, een prachtige actrice met wie ik korte tijd was uitgegaan. Ik kwam haar nog wel eens ergens tegen. Ons contact was dan afstandelijk, maar goed. Alleen vielen haar online berichten mij de laatste tijd op. Daarin school veel agressie.

Ik haalde mijn telefoon uit mijn broekzak en surfte naar haar Facebook-wall. “Het aantal zwarte sletten in Johannesburg is te groot”, las ik. “Interraciaal daten is niet meer wat het geweest is. Mensen kwamen elkaar ooit toevallig tegen. Nu is daten verworden tot een soort opnieuw uitgevonden slavernij. De seksualiteit van zwarte vrouwen is gereduceerd tot een fetisj van vieze witte mannen.”

Ik keek naar mijn weerspiegeling in de etalageruiten. Was ik een vieze witte man?

Ik begon zowaar te twijfelen. Ik zag dunner wordend donkerblond haar, een wat slungelige gestalte, ogen met een onbestemde kleur. Ik vond mezelf niet per se onaantrekkelijk, maar ik kon er niet omheen dat Lea vele malen knapper was. Datzelfde kon ik zeggen over bijna al mijn exen in Zuid-Afrika. Zonder uitzondering bovendien ook nog hoogopgeleid, grappig, intelligent en ambitieus.

Had me dat lang geleden niet al aan het denken moeten zetten? Waarom vielen al die knappe, succesvolle, zwarte Zuid-Afrikaanse vrouwen op mij? Vanwege mijn huid?

De vragen volgden elkaar snel op. Voelde Lea zich een ‘zwarte slet’, omdat ze het bed met mij had gedeeld? Was mijn voorkeur voor zwarte vrouwen een fetisj? Nee, dat laatste toch niet. Maar maakte ik misschien wel misbruik van de raciale spanningen in Zuid-Afrika? Buitte ik die als ‘neutrale’ buitenlander handig uit: wit, en dus de stereotiepe suggestie van rijkdom en status, maar zonder de in Zuid-Afrika nog vaak voorkomende afkeer van een zwarte huid? En zo ja, moest ik mij dan schuldig voelen over het feit dat ik mijn kans schoon zag en die veronderstelling exploiteerde?

Ik besloot Lea een berichtje te sturen. Ik schreef dat ik haar een hoop te vragen had.

Dan vertellen ze je dat je er mooi uitziet, voor een zwarte vrouw

We lunchten een week later samen. “Waar het om gaat”, legde ze uit, “is dat ik steeds meer zwarte Zuid-Afrikaanse vrouwen zie die uitsluitend voor witte mannen vallen, omdat die mannen een witte huid hebben. Want een witte man boezemt door eeuwen van racistische mythevorming ook bij veel zwarte vrouwen meer vertrouwen in.”

Versiertechniek

Wit privilege in de liefde. Filosoof Eusebius McKaiser had mij er al eens over verteld. De slavernij, de koloniale geschiedenis en de apartheid schiepen in Zuid-Afrika (en in de rest van de wereld slechts in iets mindere mate) het beeld van de zwarte man als agressor, als iemand die onder controle moet worden gehouden: de dierlijke, onverzadigbare seksuele belager. Niet alleen witte vrouwen zouden daardoor een angst voor zwarte mannen hebben ontwikkeld. Ook veel zwarte vrouwen zouden een haast vanzelfsprekende voorkeur voor witte mannen zijn gaan voelen vanwege de in hun samenleving verankerde, racistische mythe dat zij bij hen veiliger zouden zijn.

Lea kwam erachter dat Zuid-Afrikaanse zwarte vrouwen bijna altijd dezelfde versiertactiek toepassen als zij een witte man op het oog hebben: ze gedragen zich onderdanig, plaatsen de witte man op een voetstuk, proberen uit te buiten dat zij seksueel exotisch voor hem zijn, bieden zich aan hem aan. “Ik weet waarover ik het heb”, mompelde ze schuldbewust. “Ik deed het vroeger zelf ook.”

Ik probeerde me te herinneren hoe Lea op mij had gereageerd toen we op de verjaardag van een gemeenschappelijke vriendin voor het eerst in gesprek waren geraakt. Had zij zich aan mij ‘aangeboden’?

Racisme had er niets mee te maken. Ik moest haar dat toch duidelijk kunnen maken?

“Interraciale relaties zijn zelden succesvol, omdat ze vaak nep zijn”, mopperde Lea. “Witte mannen in Zuid-Afrika beledigen je zelfs nog regelmatig terwijl zij denken dat ze je een complimentje geven. Dan vertellen ze je dat je er mooi uitziet, voor een zwarte vrouw.”

In de verdediging

Ze keek me strak aan. “Toch kunnen ook Europese mannen beledigend zijn, hoor, zonder dat ze het doorhebben.” Er klonk verwijt in haar stem. “Hoorde ik jou niet eens op een feestje zeggen dat je zwarte vrouwen met ingevlochten lang, steil nephaar knapper vindt dan zwarte vrouwen met hun natuurlijke korte kroeskapsel?”

Ik knikte voorzichtig. Ontkennen had geen zin.

Lea pauzeerde even. Ze had misschien verwacht dat ik een uitvlucht zou proberen te zoeken. Eerlijk gezegd voelde ik die neiging ook. Maar het was waar. Ik had het gezegd. Meerdere keren.

“Ook jij begrijpt dus niet dat zo’n opmerking beledigend is”, zei Lea uiteindelijk. “Het impliceert dat jij wilt dat de zwarte vrouwen met wie je uitgaat zoveel mogelijk op witte vrouwen proberen te lijken.”

Ik voelde een verdedigende kramp opkomen. Ik racistisch? Kom op, zeg! Hoe kwam ze erbij? Racisme had er niets mee te maken. Ik moest haar dat toch duidelijk kunnen maken?

Door mijn defensieve neiging leek ik opeens glad vergeten hoe sterk in Zuid-Afrika vaak op kroeshaar wordt neergekeken. Het ontschoot mij dat veel zwarte vrouwen in het bedrijfsleven steil nephaar dragen omdat zij er anders ‘onprofessioneel’ uit zouden zien, en dat sommige scholen zwarte meisjes niet toestaan hun ‘slordige’ kroeshaar in alle vrijheid te dragen.

In die vlaag van abrupte amnesie hoorde ik mijzelf stamelen: ‘Maar Lea, waar heb je het over? Iemands haar, dat is toch slechts een kwestie van smaak?’ 

Deze tekst is een bewerkte passage uit Niels Posthumus’ boek
Liefdes verdriet. Verliefdheid, relaties en seks in het Zuid-Afrika van na de apartheid.
Spectrum; 192 blz., € 19,99/€ 4,99 (e-book)

Niels Posthumus (1981) Trouw-correspondent in Johannesburg is auteur van ‘Liefdes verdriet, Verliefdheid, relaties en seks in het Zuid-Afrika van na de apartheid’

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Honderden jaren heeft het racisme zich in alle kieren van de samenleving kunnen ophopen

Maar maakte ik misschien wel misbruik van de raciale spanningen in Zuid-Afrika?

Dan vertellen ze je dat je er mooi uitziet, voor een zwarte vrouw

Racisme had er niets mee te maken. Ik moest haar dat toch duidelijk kunnen maken?