Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het ongemak helpt ons verder

Samenleving

Marco Visscher

© Patrick Post
Interview

Identiteitspolitiek en debat langs raciale lijnen helpen ons zelden vooruit, vindt Amade M’charek. Van haar mag iedereen meepraten, want we moeten samen verder.

Ze kwam op haar elfde uit Tunesië naar Nederland, haar ouders achterna. Dus kreeg ze ‘huishoudschool’ als schooladvies. “Je moet toch later voor je man zorgen”, kreeg Amade M’charek van het schoolhoofd te horen. Amade protesteerde, studeerde politicologie, en is nu hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees verder na de advertentie

Tijdens haar promotieonderzoek raakte ze gefascineerd door de genetica, maar zag ook hoe ‘ras’ een comeback aan het maken was. Dat taboe werd een thema van zomerscholen, conferenties en seminars: hoe gaat ‘postkoloniaal’ Europa om met ras?

Tijdens sommige activiteiten bood M’charek de activistische kunstenaar Quinsy Gario de gelegenheid om T-shirts met ‘Zwarte Piet is racisme’ uit te delen. Nederland is inmiddels in de ban van het debat over diepgeworteld racisme - en M’charek is daar blij mee. Maar ze maakt zich ook zorgen, want het leidt tot toenemende spanningen en polarisatie.

Vanuit de Verenigde Staten is de term ‘identiteitspolitiek’ overgewaaid voor het activisme van de antiracisten. Hoe staat u daar tegenover?

“Het begrip slaat niet alleen op antiracistische activisten, maar ik heb grote moeite met identiteitspolitiek. Mensen doen dan een beroep op hun identiteit - gender, kleur, etnische afkomst, seksuele oriëntatie, whatever - om op basis daarvan een statement te maken. Dat vind ik problematisch, want het maakt een dialoog onmogelijk. Identiteitspolitiek betekent dat alleen mensen met die identiteit mogen meepraten. Het is geen zoektocht naar gemeenschappelijkheden, maar een poging om jezelf van anderen te onderscheiden.”

De aanhangers zien het als hún debat, hún strijd

Dat is toch niet anders dan toen vrouwen en zwarten zich in het verleden organiseerden voor emancipatie en burgerrechten?

“Jawel, want zij deden een beroep op solidariteit en gelijkheid. Vrouwen wilden net als mannen kunnen stemmen, omdat vrouwen gelijk zijn aan mannen. Zwarten wilden dezelfde rechten als witten, omdat ze gelijk zijn aan hen. De moderne identiteitspolitiek veronderstelt daarentegen een bijzonder voorrecht om ergens over te mogen spreken of een beroep op te doen. De aanhangers zien het als hún debat, hún strijd. Daardoor zouden bijvoorbeeld witte mensen niet mogen spreken over wit privilege.”

Een opmerkelijk voorbeeld, want juist witte mensen zouden daar alles van moeten weten.

“Haha!’ (Stilte.) “Hmm, het probleem is dat diegenen die privileges hebben, ze vaak niet zien.”

Bevordert identiteitspolitiek zo geen spanningen tussen groepen, met een sfeer van wij tegen zij?

“Ja, dat kan. Maar dat komt niet van één kant. In Nederland geldt: eens een allochtoon, altijd een allochtoon. Media, politiek, bedrijfsleven, ze blijven wit. Dat schept geruisloos een tegenstelling tussen wij en zij. Nu ‘zij’ zich daartegen verzetten, krijgen ze de schuld van het creëren van een tegenstelling. Zo werkt dat natuurlijk niet.”

Het is ironisch: antiracisten helpen het raciale denken de wereld in

Identiteitspolitiek boekt succes. Nu bedrijven ook de anti-antiracisten en nationalisten, die op hun eigen identiteit hameren, die politiek. Van Identitair verzet en studieclub Erkenbrand en Pegida tot aan PVV en Baudet. Wat vindt u daarvan?

“Dat is gevaarlijk. Identiteitspolitiek bedrijven vanuit een machtpositie, bijvoorbeeld met een beroep op je joods-christelijke traditie, versterkt je eigen macht en vergroot de ongelijkheid in de samenleving. De zogeheten identitaire bewegingen zijn helemaal gevaarlijk, ze zijn racistisch, xenofoob en gewelddadig.”

Is het niet ironisch dat het raciale denken mede door antiracisten de wereld ingeholpen wordt?

“Ja, natuurlijk is dat een probleem. Er schuilen twee gevaren in. Identiteiten racialiseren en de problemen van andere burgers die kampen met achterstelling, worden getrivialiseerd, als onbelangrijk weggedrukt.

“Racisme verwordt zo tot een kwestie van huidskleur, maar je hebt ook groepen die om hun cultuur of religie worden uitgesloten. Of neem de Polen. Nog niet zo lang geleden hadden we in dit land een meldpunt waar mensen zich konden beklagen over Polen. Dat is puur racisme.” 

De mensen uit Polen vormen toch geen ras?

“Nee, maar wat zij ervaren, is wel racisme. Bovendien: wat is een ras? Historisch gezien veranderde de betekenis ervan steeds. In de 19de en begin 20ste eeuw deelden wij rassen in op basis van alles, van schedelvorm tot lichaamslengte, van kleding en sieraden tot haardracht en hoofdbedekking. Voordat de eerste moderne allochtoon in Nederland kwam, werd er verwoed gezocht naar de verschillende Europese rassen, het Noordse, het Keltisch ras bijvoorbeeld, te onderscheiden naar schedel- en gelaatsvormen.

“Maar ras was nooit puur biologie, altijd speelden sociaal-culturele elementen een rol. Ras is een natuur-cultuurpakket, dat voortdurend verandert, ook door de betekenis die wij eraan geven. In opsporingsberichten kom je vaak tegen dat de verdachte een ‘Oost-Europees type’ is, gebaseerd op lichamelijke kenmerken en gedrag. Maar het is erg plaatsgebonden - in de VS kun je weinig met dat sigalement. Dat ‘Oost-Europees type’ sluit naadloos aan bij de geschiedenis van raciaal denken, zoals we dat heel lang deden in Europa.”

Alle problemen krijgen tegenwoordig een biologische definitie

Het was lange tijd ongepast om het raciale denken in de wetenschap te brengen. Hoe verklaart u de huidige opleving?

“Het onderzoek naar de biologische grondslag voor raciale verschillen heeft niets opgeleverd, dus dreef de naoorlogse wetenschap hiervan af. De interesse in ras werd weer bon ton dankzij het groeiende belang dat de levenswetenschappen kregen. Het Human Genome Project, waarbij in de jaren negentig het menselijk DNA in kaart werd gebracht, gaf daar voedsel aan.”

Opmerkelijk, want de boodschap van het onderzoek naar onze genen was dat er nog maar één ras was: het menselijk ras.

“Inderdaad. Bij de presentatie van het genoomonderzoek werd benadrukt dat liefst 99,9 procent van het DNA van alle mensen gelijk is. Maar al snel ging alle aandacht naar die 0,1 procent. Alle problemen krijgen tegenwoordig een biologische definitie. Waar we vroeger bij moeilijk opvoedbare kinderen ons zouden richten op betere pedagogische modellen, zeggen we nu dat het in de genen zit, of in de hersenen; de oplossing is een pilletje. En terwijl we onze verschillen benadrukken, is ras opnieuw geïntroduceerd als categorie waarop we groepen mensen kunnen indelen.”

Wat is eigenlijk kwalijk aan zo’n raciale benadering?

“Het leidt tot een rigide denken. Er is de suggestie dat één element - zeg, lichaamslengte - de ultieme verklaring biedt voor alle aspecten van een groep. Zo reduceer je de groep tot één variabele, lichaamslengte. Het is zo bezien een versie van identiteitspolitiek.”

Zitten er ook goede kanten aan identiteitspolitiek?

(Denkpauze.) “Ja, want het levert wel resultaat op. Identiteitspolitiek werkt als een mokerhamer. Je gaat niet gezellig rond de tafel zitten om het er eens over te hebben. Maar kennelijk hebben we soms een mokerslag nodig om mensen in beweging te brengen. Kijk, in Nederland hebben we nog altijd moeite om ons koloniale verleden en onze rol in de slavenhandel te erkennen. Dan is een beetje identiteitspolitiek helemaal niet slecht. Alleen zo kun je die schaduwzijde uit de vergetelheid halen.”

Er zijn toch al slavernijmonumenten in Amsterdam, Rotterdam en Middelburg?

“Maar waarom heeft het zo lang geduurd voordat die er eindelijk kwamen?

“Ik vraag me wel af wat hun effect nu is. Ze spelen nauwelijks een rol in het maatschappelijk debat, je ziet ze niet terug in studieprogramma’s en in de media. Zelfs mijn studenten hebben geen idee dat we hier vlakbij, in het Amsterdamse Oosterpark, een slavernijmonument hebben. Ik betwijfel of we voldoende beseffen waar het voor staat, welke pijn erachter schuilgaat. Mijn studenten zouden er straal aan voorbijlopen. Daarom moet dit verleden onderdeel worden van onze algemene opvoeding, ons onderwijs.”

Experts beweren dat de slavenhandel destijds nauwelijks een rol speelde in de Nederlandse economie, in een periode waarin Europa dwangarbeid kende en een mensenleven niet veel waard was. Moeten we niet vooral de feiten weten en in een historische context plaatsen?

“Over die feiten verschillen de meningen. Maar onze welvaart is mede mogelijk gemaakt door slavenhandel. Zo’n geschiedenis draagt bij aan de bevoorrechte positie van Nederlanders. Ook dat is een feit. Het is belangrijk dat we ons als burgers verantwoordelijk voelen voor de koloniale geschiedenis: niet omdat wijzelf eraan hebben bijgedragen, maar simpelweg omdat wij hier zijn, in dit land, en dus gebruikmaken van die privileges. Je kunt jezelf daar niet van losmaken omdat het lang geleden is. Het verleden is hier en nu.”

We moeten ook samen dingen doen. Zo ontwikkel je tolerantie

Hoe moeten we in onze samenleving nu verder? We zullen er toch samen uit moeten komen.

“Ja, natuurlijk. Maar dat zal niet per se harmonieus verlopen. Conflicten kunnen heel productief zijn, als er maar geen slachtoffers vallen. Omgaan met een conflict vraagt om meer dan dialoog. We moeten ook samen dingen doen: samen werken, studeren, feesten en activiteiten ondernemen om elkaar te ontmoeten: samen koken, of onze straatjes schoonvegen. Zo ontwikkel je tolerantie en ga je beseffen dat diversiteit goed is voor de samenleving.”

Maar, om het voorbije sinterklaasfeest nog even op te halen: geen diverse Pieten - veeg- en Zwarte?

“Het zou goed zijn als Zwarte Piet verdwijnt, maar ik weet niet of we al klaar met hem zijn. Het is typisch Nederlands om snel een compromis te zoeken, zodat het weer business as usual kan zijn. Als je Zwarte Piet afschaft, is het racisme nog niet afgeschaft. Laat het debat erover dus doorgaan, zodat we ons echt gaan realiseren dat er iets niet helemaal klopt aan de manier waarop we ons tot elkaar en ons verleden verhouden. Dat ongemak helpt ons in te zien dat racisme geen verleden tijd is.” 

Amade M’charek (50) is hoogleraar antropologie van de wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zij ontving een ERC-beurs van 2 miljoen voor onderzoek naar forensische identificatie en de rol van ras bij het geven van een gezicht aan een onbekende verdachte of slachtoffer. Daarnaast geeft zij leiding aan onderzoek naar seksualiteit en diversiteit. Eerder was M’charek directeur van het onderzoeksprogramma Health, Care & the Body. In 2015 steunde ze de Maagdenhuisbezetting en zat in een commissie die zich inzette voor democratisering van het bestuur van de UvA.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

De aanhangers zien het als hún debat, hún strijd

Het is ironisch: antiracisten helpen het raciale denken de wereld in

Alle problemen krijgen tegenwoordig een biologische definitie

We moeten ook samen dingen doen. Zo ontwikkel je tolerantie