Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Heren, accepteer dat u overbodig bent bij de bevalling

Samenleving

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
COLUMN

Over de bevalling van zijn vrouw zei Robbie Williams: ‘It’s like watching your favourite pub burn down’, alsof je stamkroeg voor je ogen afbrandt. 

Ik kom erop, omdat een vriendin laatst tegen me zei: wanneer hou jij es op met je gezeur over de dood, verzin eens iets anders, bevallingen bijvoorbeeld, vertel daar eens wat over. En als de man met de ­hamer die ineens overal Trump ziet, struikelde ik meteen over nieuws rond bevallen. 

Lees verder na de advertentie
Ik stond met handschoenen aan klaar om het kind op te vangen, maar een paarsig ding glibberde langs mij heen

Ik liep tegen een jaargenoot aan met wie ik nog eens terugkeek op ons co-schap verloskunde, Wilhelmina Gasthuis 1979. Mijn eerste bevalling als co was een ramp. Ik stond met handschoenen aan klaar om het kind op te vangen. Maar een paarsig ding glibberde op grote snelheid langs mij heen en het ­gebaar dat ik toen maakte, armen zinloos uitgestrekt om de reeds lang op aarde gelande baby alsnog op te tillen en op te gaan vangen, was typisch voor die belachelijke overbodigheid, waar je als co-­assistent toch al last van hebt. De gynaecoloog, een collega van het omlaag trappende type, beet mij toe: “Ja, zo hebben we natuurlijk niks aan jou.”

Onthutst

Jaargenoot M. was al even onthutst door zijn eerste bevalling. Het betrof een niet zo heel jonge mevrouw, die, toen de persweeën begonnen, haar gebit uitnam, tegen de muur kwakte en het op een oorverdovend krijsen zette waarin de woorden ‘Au, me kut, me kut, au, me kut!’ duidelijk te onderscheiden waren. Geboorte, het kan zo mooi zijn.

Vervolgens las ik in de NRC een informatief bedoelde uiteenzetting van Levi van Dam, onder de alleszeggende titel ‘Doe niets, dan doe je alles’. Hij buigt zich over de rol van de man tijdens de bevalling. Helaas eindigt hij met de ook in palliatieve zorg vaak ­gebezigde dooddoener dat ‘er zijn’ van het allergrootste belang is. Ik betwijfel dat. Na de bevruchting is er voor de man geen enkele functie te bedenken die afwijkt van wat hij daarvoor deed. Ik bedoel dat de verdere uitrijping van de vrucht niet afhangt van zijn bijzondere bijdrage op het gebied van maal­tijden, behuizing en veiligheid. Wat hij inslaat bij Albert Heijn zal mogelijk een merkwaardige toename van een bepaalde vrucht, dropsoort of frisdrank bevatten, maar niets dat fundamenteel bijdraagt tot babybouw.

In de 19de eeuw was alles nog goed geregeld op dit gebied. De man wachtte het resultaat van de bevalling beneden af, terwijl men zich boven heen en weer haastte met schalen heet water en heel veel schoon linnen. Waartoe dat allemaal nodig was, begreep hij niet en hij wilde het ook niet begrijpen. Wat hem wel interesseerde was de verlossende aankondiging van de vroedvrouw of arts boven aan de trap: ‘Het is een meisje/jongetje, meneer Raadsingelheem!’, waarna hij onmiddellijk het pand verliet om het heuglijke nieuws te gaan verkondigen op de Heerensociëteit.

Op de vraag: ‘Waar is Henk?’ antwoordde de vroedvrouw schamper: ‘Die ligt daar best’

Levi van Dam zegt dan ook terecht: “Pas sinds de vorige eeuw speelt de man een rol tijdens de bevalling.” Waarna hij vergeefs probeert om duidelijkheid te verschaffen over de aard van die rol. Ik heb nogal wat bevallingen meegemaakt en waar het de rol van de man betreft, meen ik wel de vage contouren van een patroon te kunnen aanduiden. Ik denk dat de man vooral vanuit zijn comfor­tabele, afwachtende positie beneden, de verloskamer in is gelokt om hem te straffen. 

Wel paren, niet baren

Om het er goed in te wrijven dat hij wel paart, maar niet baart. Als hij meedoet met het wegpuffen van de weeën, dan zegt de barende: “Wat zit je nou in me gezicht te blazen?” Als hij het zoveelste koude washandje op haar voorhoofd legt, hoort hij: “Hou alsjeblieft op met die washandjes.” Als hij de videocamera op het bijna inscheurende kruis richt, zo rond het moment dat het hoofdje doorsnijdt, gaat de verloskundige er pal voor staan, zodat hij niks ziet. Als ze vervolgens opzij stapt, zodat hij het inknippen wel goed kan filmen, valt hij meteen flauw van schrik en bestaat de geboortevideo vanaf dan alleen nog maar uit trillende beelden van het plafond met een krijsend kind op de geluidsband en als antwoord op de vraag “Waar is Henk nou?” het schampere commentaar van de vroedvrouw: “Die ligt daar best.”

Heren, mannen, jongens, ga terug naar beneden.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Deel dit artikel

Ik stond met handschoenen aan klaar om het kind op te vangen, maar een paarsig ding glibberde langs mij heen

Op de vraag: ‘Waar is Henk?’ antwoordde de vroedvrouw schamper: ‘Die ligt daar best’