Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hebben leerlingen extreme standpunten in de klas? Kap ze niet af, maar geef ze de ruimte

Samenleving

Loliet Witteveen

© Idris van Heffen

Wat doe je als docent wanneer leerlingen extreme standpunten verkondigen in de klas, of misschien wel radicaliseren? ‘Het zwijgen opleggen helpt niet, ga liever het gesprek aan.’

De leerlingen van Elske Mooijman, docent op het ROC van Twente, hebben heel duidelijke meningen, en gooien soms stevige stellingen de klas in. “Dat kunnen de raarste dingen zijn”, zegt Mooijman. Neem de vluchtelingendiscussie. “Een student riep: ‘Waarom komt iedereen naar Nederland toe? Als ik een geweer had, zou ik ze doodschieten.’ Het was een heel schattige student, die nooit extreme dingen uitte. Van haar had ik dat helemaal niet verwacht.”

Lees verder na de advertentie

Mooijman wist niet wat ze moest doen. Haar natuurlijke reactie was om een betoog te houden ertegenin, maar ze wist dat de studenten daar niks mee zouden opschieten. Vervolgens zei de docent niks.

Een leerling die extreem-links of -rechts is, zit vaak in zijn eigen coconnetje en komt bijna niet in contact met mensen die anders denken

Docent Malika Azghari

Ze is niet de enige leerkracht die hiermee worstelt. Leon Meijs is trainer van de Stichting School en Veiligheid (SSV). Hij vertelt wat de docenten die bij hem terechtkomen zoal te horen krijgen. “Leerlingen roepen bijvoorbeeld: ‘Moslims zijn terroristen’, ‘alle vluchtelingen zijn profiteurs’, of ‘homo’s zijn viespeuken en met flikkers wil ik niet samenwerken’.”

En de docent staat met de mond vol tanden. “We zien bij docenten dan de luiken dichtgaan”, zegt Meijs. “Ze vallen stil of hanteren technieken die ze hebben geleerd om orde te handhaven. Dan zeggen ze: dit accepteer ik niet, dit vind ik respectloos, dus je houdt je mond dicht of je kunt de klas uitgaan.” Begrijpelijk, vindt Meijs, maar het werkt niet.

Voedingsbodem

Bij de aanpak van polarisatie en radicalisering schrijft de overheid een grote rol toe aan het onderwijs. Volgens het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap (OCW) is het onder andere de taak van docenten en schoolbesturen om ervoor zorgen dat de voedingsbodem voor radicale denkbeelden zo klein mogelijk blijft. Om hen daarin te ondersteunen, zijn trainingen van de door OCW gesubsidieerde Stichting School en Veiligheid (SSV) in het leven geroepen.

Aanvankelijk stond radicalisering daarbij op de voorgrond. Uit de gesprekken die de stichting met gemeenten en scholen voerde, bleek dat onderwijsinstellingen radicalisering vaak niet herkenden. Ze zagen ook niet de urgentie om daar iets mee te doen, zegt directeur Klaas Hiemstra. “Docenten zeiden tegen ons: we zien geen geradicaliseerde jongeren in de klas, dus die training hebben wij niet nodig.”

Voor veel docenten is radicalisering te ver van het bed, bevestigt SSV-trainer Meijs. “Dat verklaart waarom de trainingen volgens ons nog te weinig worden ingezet.” Sinds 2015 volgden vijfduizend onderwijsprofessionals van basisscholen, middelbare scholen en mbo’s de training.

Inmiddels zet de stichting meer in op polarisatie dan op radicalisering, legt directeur Hiemstra uit. “Dan gaat het om botsende waarden en verschillende opvattingen van leerlingen, en hoe je daar als docent mee om kan gaan. De focus ligt op het aangaan van moeilijke gesprekken in de klas, en op de praktische vaardigheden van de docent. Scholen geven aan dat dat voor hun veel herkenbaarder is.”

Heftige dingen

Journaliste Margalith Kleijwegt zocht in opdracht van ministerie in 2016 uit hoe scholen omgaan met maatschappelijk heikele kwesties. Haar conclusie: er is steeds minder begrip tussen autochtone en allochtone leerlingen en studenten. Ook blijkt, uit een recent rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat driekwart van de Nederlanders vindt dat de polarisatie in de Nederlandse samenleving toeneemt.

“Wat je vooral merkt is dat er in de samenleving onder het mom van vrije meningsuiting de meest heftige dingen gezegd worden, terwijl er tegelijkertijd democratische grenzen overschreden worden”, aldus Meijs. “Leerlingen nemen dat automatisch over, en doen dat onderling op school ook. Zo wordt de docent in de klas geconfronteerd met wat er broeit in de samenleving.”

Dit soort spanningen beginnen volgens hem al op de basisschool. “Het gaat om kids die enorm aan het zoeken zijn en een heel hoog napraatgehalte hebben. Ze zitten ’s ochtends aan tafel bij ouders die een hele duidelijke opvatting hebben over de Nederlandse samenleving. In de klas hoor je die ouders dan via de monden van hun kinderen praten. Dat is voor docenten best lastig, want hoe ga je daarmee om?”

Op het MBO College voor Gezondheidszorg, waar Elske Mooijman onder andere burgerschap geeft, volgden alle tweehonderd medewerkers de training van School en Veiligheid. De directeur merkte dat docenten steeds meer te maken kregen met polarisatie in de klas, en vond het belangrijk dat zij handvatten kregen om daarmee om te gaan. Iedereen, van de burgerschapsdocenten tot de studentenadministratie, volgde daarom de scholing.

“In de training leerde ik om te begrenzen op welke manier leerlingen iets zeggen, maar ze ook uit te nodigen om hun verhaal te doen”, zegt Mooijman. “Daarmee maak je het heel klein en simpel.” Neem de leerling waarmee dit verhaal begon, die zei vluchtelingen te willen doodschieten: “Bij die leerling zou ik nu eerst een grens trekken door te zeggen dat er in Nederland een wet is die dat verbiedt, maar haar tegelijkertijd uitnodigen om uit te leggen waarom ze dit zegt en waar ze het op baseert.”

Verwarring

Leon Meijs: “Je ziet dat er dan een pauze komt en de leerling even in verwarring raakt. Dat iemand hem wijst op zijn foute woordkeuze, maar wel heel erg geïnteresseerd is in zijn mening, is hij niet gewend. Dat betekent dat hij in negen van de tien gevallen niet meer in staat is iets ongenuanceerds uit te brengen. Dan komt er rust om erover te praten en laat je hem onderbouwen waar zijn mening vandaan komt. Het doel is daarbij niet om zijn mening te veranderen, maar om hem kritisch na te laten denken.”

Volgens de trainer is een veelvoorkomende valkuil van docenten om te zoeken naar een compromis of de klas te overtuigen van een gewenste, gematigde mening. “Maar wat ze daarmee eigenlijk doen is de klas onbedoeld verder polariseren. Jonge mensen denken dan alleen: wat ik vind mag blijkbaar niet, en wat ik zeg wordt weggeduwd. Die woede, boosheid en het gevoel er niet bij te horen kan vervolgens een voedingsbodem worden van radicalisering”, zegt hij.

Is dit alles eigenlijk wel de taak van de docent? Elske Mooijman vindt van wel. “In principe leid ik mensen op om de zorg in te gaan. Maar het is ook belangrijk dat we de studenten wegwijs maken in de wereld en zelfredzaamheid bijbrengen. Ze moeten leren zichzelf te verwoorden, kritisch na te denken en te onderzoeken wat ze zeggen. Dat is onderdeel van het vak burgerschap, maar geldt eigenlijk voor de hele beroepsopleiding.”

Docent Malika Azghari van het ROC Tilburg sluit zich daarbij aan. “De school is de enige plek waar jongeren van allemaal verschillende culturele en sociale achtergronden samenkomen – zelfs sportclubs en cafés zijn vaak gescheiden. Een leerling die extreem- links of -rechts is, zit vaak in zijn eigen coconnetje en komt bijna niet in contact met mensen die anders denken. In de klas komen al die verschillende werelden bij elkaar, dus dat is bij uitstek de plek waar je die gesprekken aan moet gaan.”

Lees ook:

Training voor docent om radicaliserende leerling te herkennen

Leraren krijgen een speciale training om radicaliserende leerlingen in de klas te herkennen. Tijdens de gratis cursus leren docenten ook hoe ze moeten ingrijpen. De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) en een eenheid van het ministerie van Sociale Zaken bieden de trainingen aan.

Deel dit artikel

Een leerling die extreem-links of -rechts is, zit vaak in zijn eigen coconnetje en komt bijna niet in contact met mensen die anders denken

Docent Malika Azghari