Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Groot deel zorggeld gaat naar kleine groep Nederlanders

Samenleving

Marco Visser

© ANP XTRA

Een groot deel van het geld voor zorg wordt besteed aan een kleine groep Nederlanders. 

17 procent van de Nederlanders die een zorgverzekering hebben afgesloten, was vorig jaar goed voor 80 procent van de zorgkosten uit de zorgverzekeringswet (zvw). De uitgaven verschillen sterk per gemeente. En de verschillen worden almaar groter.

Lees verder na de advertentie

Nederlanders die premie betalen voor een zorgverzekering dienden vorig jaar gemiddeld voor 2406 euro aan rekeningen in bij hun verzekeraar. Dat is meer dan in 2014 toen Nederlandse premiebetalers gemiddeld 2186 euro declareerden, zo laten de cijfers zien die dataverzamelaar Vektis Intelligence deze week publiceerde.

Ik begrijp dat de so­li­da­ri­teits­dis­cus­sie kan oplaaien als blijkt dat een klein percentage mensen 80 procent van de zorg consumeert.

Dirk Ruwaard, hoogleraar public health and health care innovation

Op basis van declaraties van zorgverzekeraars heeft Vektis de cijfers verdeeld over de gemeenten en op kaart gezet. Deze kaart laat direct zien waar de ‘grootgebruikers’ van zorg wonen: in de krimpgebieden in Oost-Groningen, Zuidoost Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en in de gemeente Zandvoort. De gemeenten waar inwoners weinig declareren liggen verspreid over het land en vertonen geen geografische samenhang.

Een van de plaatsen met lage kosten is Urk. De vissersplaats heeft een reputatie als het gaat over jongeren die in het weekend graag een stevig glas drinken, maar Urkers gaan gemiddeld weinig naar de dokter of het ziekenhuis. Per premiebetalende inwoner declareren zij 1788 euro aan zorg. In Heerlen, de gemeente met het hoogste gedeclareerde bedrag, is dat 3292 euro: 84 procent meer.

Verschillen groter

En de verschillen lopen op. De topvijf van gemeenten met de meeste zorg diende vorig jaar 13 procent meer rekeningen in dan in 2014. De top vijf van plaatsen met de laagste zorgkosten declareerde ook meer, maar de stijging was met 7 procent minder groot.

Dirk Ruwaard, hoogleraar public health and health care innovation aan de universiteit van Maastricht, is niet verrast over de groeiende verschillen. “In krimpgemeenten trekken de jongeren en inwoners met een hogere sociaal-economische status weg. Wie achter blijft, is vaak ouder en/of heeft een lagere sociaaleconomische status. Ouderen hebben meer zorg nodig en van sociaaleconomisch zwakkeren weten we dat zij een slechtere gezondheid hebben.”

Dat gemeenten met hoge zorgkosten laag scoren op bijvoorbeeld werkgelegenheid en opleidingsniveau, blijkt ook uit cijfers van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (King). In bijvoorbeeld Vlagtwedde, Delfzijl, Heerlen en Zandvoort blijken inwoners minder te bewegen, hebben ze vaker last van overgewicht en is de laaggeletterdheid hoger. Wel positief is dat de lucht schoner is dan het landelijk gemiddelde en de veiligheid groter, maar dat leidt dus niet tot gezondere burgers.

Solidariteitsvraag

“Het is deels een levensstijlprobleem”, zegt Ruwaard over de zorgkosten. Aan levensstijl valt iets te doen, dus wordt al snel solidariteitsvraag gesteld. Oftewel: wie ziek wordt omdat hij elke dag uit de frituur eet en niet van de bank komt, moet zelf maar opdraaien voor zijn zorgkosten.

Ruwaard kijkt daar ‘genuanceerder’ naar. “Ik begrijp dat de solidariteitsdiscussie kan oplaaien als blijkt dat een klein percentage mensen 80 procent van de zorg consumeert. Maar besef ook: niet alles wat mensen treft is ook iemands schuld.”

Dat geldt al helemaal niet voor ouderen die nu eenmaal meer chronische klachten hebben dan jongeren. Maar ook voor de 30-jarige die de ene na de sigaret aansteekt en te veel naar de snackbar gaat, vraagt Ruwaard begrip. “Daar zit een hele wereld achter. Niet iedereen is mentaal even weerbaar. Daarnaast is er een opvoedkundige kant. Als kinderen groot worden in een omgeving waar ouders ongezond leven, nemen ze dat mee. Daarnaast gaan kinderen van ouders met een lagere sociaal-economische status eerder naar het vmbo. Daar roken medescholieren meer dan op het vwo. Eigen schuld, dikke bult? Nee, dus.”

Wat bepaalt nu vooral hoeveel zorg gebruikt wordt in een gemeente: de luchtkwaliteit of de sociale samenhang misschien? Uit de cijfers blijkt iets anders: de levensstijl en sociaal-economische situatie van gemeentebewoners bepalen het meeste.

Deel dit artikel

Ik begrijp dat de so­li­da­ri­teits­dis­cus­sie kan oplaaien als blijkt dat een klein percentage mensen 80 procent van de zorg consumeert.

Dirk Ruwaard, hoogleraar public health and health care innovation