Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gemeente kan zorgtaak best aan

Samenleving

Hans Marijnissen

Extreem moeilijke groepen, bijvoorbeeld mensen met psychiatrische problemen, zijn ook in de nieuwe praktijk extra kwetsbaar.

De overheveling van zorg van het Rijk naar gemeenten leidde tot veel ongerustheid. Maar het nieuwe systeem werkt heel aardig.

Het is een drieletterige afkorting die inmiddels vooral afschuw oproept: Wmo. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen met een beperking die langer blijven thuiswonen, maar zichzelf niet kunnen redden. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) moet juist die groep te hulp komen. Ambtenaren bepalen na een ‘keukentafelgesprek’ welke zorg de gemeente financiert en welke taken in handen blijven van een ‘mantelzorger’, meestal een partner, familielid of buurvrouw die een deel van de begeleiding op zich neemt.

Lees verder na de advertentie

Wie het nieuws heeft gevolgd, moet tot de conclusie komen dat er bloed vloeit aan die keukentafel. Gemeenten hebben geen geld of willen het niet uitgeven, er is te weinig zorg, mantelzorgers raken overspannen, en de ambtenaren: die doen maar wat. Dat is het beeld althans.

Het beeld in de media over de chaos die deze de­cen­tra­li­sa­tie met zich meebrengt, moet worden bijgesteld

Goed nieuws

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft voor het eerst de werking van deze wet onderzocht, in 39 gemeenten, onder meer op basis van uitgebreide gesprekken met ambtenaren, cliënten en mantelzorgers. Dat levert goed nieuws op. Het beeld in de media over de chaos die deze decentralisatie met zich meebrengt, moet worden bijgesteld.

“Eigenlijk is de overheveling van taken van de rijksoverheid naar de gemeenten in grote lijnen precies zo verlopen zoals de wetgever dat heeft bedoeld”, zegt SCP-onderzoekster Peteke Feijten. Alle onderzochte gemeenten hebben een werkend systeem waarin de inwoners met een beperking worden bezocht en er wordt ook allerlei ondersteuning aangeboden. “Die toegang tot de Wmo, die is er, en de procesmatige kant van de nieuwe wet functioneert”, is haar conclusie.

'Je moet concluderen dat je sommige hardnekkige problemen niet volledig kunt oplossen door de wel degelijk geboden ondersteuning.'

SCP-onderzoekster Peteke Feijten

Kwetsbare groepen

Dat wil niet zeggen dat alles goed gaat in Wmo-land. Extreem moeilijke groepen zijn ook in de nieuwe praktijk extra kwetsbaar. Feijten: “We hebben het dan over mensen met psychische of psychiatrische problemen, soms gekoppeld aan verslaving, en dementerenden. Die problematieken zijn zo zwaar, dat een gemeente daar vaak geen antwoord op heeft.”

Grote steden als Amsterdam of Utrecht beschikken over specialistische teams die voor deze groepen inzetbaar zijn, maar gemeenten als Oost Gelre (Groenlo) of Bellingwedde bieden deze zorg niet. De schaal waarop deze problematiek zich daar voordoet, is eenvoudigweg te gering, en daardoor wordt de zorg voor zo weinig mensen te duur. “Een oplossing kan zijn dat kleinere gemeenten gaan samenwerken, zodat een grotere regio ontstaat waarbinnen die gespecialiseerde zorg wel betaalbaar wordt. Gemeenten hebben die beleidsvrijheid ook.”

Ook maakt Feijten zich zorgen over twee percentages die steeds in haar onderzoek opdoemen. Het lukt een kwart van de cliënten niet, ondanks alle ondersteuning, om contacten buiten de deur aan te gaan, dus ín de samenleving. Daarnaast zegt een vijfde van de ondervraagden zich zeer eenzaam te voelen. Dat is schrijnend, zegt Feijten, omdat juist redzaamheid, participatie, langer thuiswonen en zo min mogelijk eenzaamheid de doelen van de Wmo zijn. Dat thuiswonen lukt, maar een behoorlijk deel van de cliënten kwijnt wel weg.

Twee op de drie mantelzorgers zeggen in het SCP-onderzoek dat zij niet nóg meer kunnen doen.

Mantelzorgers

“Je moet concluderen dat je sommige hardnekkige problemen niet volledig kunt oplossen door de wel degelijk geboden ondersteuning.” Daaruit blijkt dat eenzaamheid ook met andere zaken te maken heeft, met sterfgevallen in de omgeving bijvoorbeeld of met de persoonlijke instelling.

Meer aandacht moet volgens Feijten ook gaan naar de mantelzorgers die in de huishoudens van de cliënten de eindjes aan elkaar knopen. Iets minder dan de helft van de aanvragers van de Wmo krijgt mantelzorg. Twee op de drie mantelzorgers zeggen in het SCP-onderzoek dat zij niet nóg meer kunnen doen. Maar in het keukentafelgesprek komen ze nauwelijks aan het woord. Dat gegeven moet ook het nieuwe kabinet tot zich laten doordringen, zegt Feijten. “Want in het regeerakkoord wordt juist ingezet op die naasten.”

Deel dit artikel

Het beeld in de media over de chaos die deze de­cen­tra­li­sa­tie met zich meebrengt, moet worden bijgesteld

'Je moet concluderen dat je sommige hardnekkige problemen niet volledig kunt oplossen door de wel degelijk geboden ondersteuning.'

SCP-onderzoekster Peteke Feijten

Twee op de drie mantelzorgers zeggen in het SCP-onderzoek dat zij niet nóg meer kunnen doen.