Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geld is ontstaan als schuld, en dat is sindsdien nooit veranderd

Samenleving

Irene van Staveren

Irene van Staveren © Maartje Geels
Column

Hoe komt geld eigenlijk in de wereld? Economen hebben daar op het eerste gezicht een logisch verhaal over: geld is ontstaan om ruil te vergemakkelijken. 

Om dat verhaal duidelijk te maken, geven ze altijd weer het voorbeeld van een dorpje in de Oudheid. In dat dorpje maakt de een brood, een ander heeft koeien en dus melk, en weer een ander maakt kleding. Stel nu, zegt zo'n econoom dan, dat jij brood over hebt en een nieuwe trui nodig hebt, maar dat de vrouw die wollen truien maakt helemaal geen brood nodig heeft, omdat ze dat al krijgt van haar dochter die elke dag brood bakt voor de hele familie.

Lees verder na de advertentie

Dan zijn er twee opties. De omslachtige optie is om eerst te vragen wat ze dan wel nodig heeft en net zo lang met anderen te ruilen totdat je dat product in handen hebt. De econoom die het verhaal vertelt heeft zo meteen iets uitgelegd over het begrip efficiëntie: tijd is geld - zelfs als dat nog niet bestaat. En dan komt de oplossing: als iedereen in het dorp nu eens één goed als betaalmiddel zou beschouwen, bijvoorbeeld zilver, dan kun je daar elk product mee kopen. Dat scheelt een hoop gedoe.

Schuld

Maar dit verhaal klopt helemaal niet. Omdat zulke dorpen in werkelijkheid nooit hebben bestaan. Dat hebben antropologen ontdekt. Sterker nog, zij hebben ook ontdekt hoe geld wel is ontstaan. Geld is ontstaan als schuld. Veel eerder dan ruil met geld hadden mensen schulden aan elkaar.

Geld als ruilmiddel werd pas algemeen gebruikt bij de opkomst van de markteconomie

Dat weten we van oude kleitabletten uit het Midden-Oosten. Daarop werd precies bijgehouden wie hoeveel schuldig was aan wie. En daarvoor moet je nauwkeurig kunnen meten. In zakken graan, grote schelpen of zilvermunten. Niet dat je je schuld per se daarin moest betalen - dat mocht vaak ook in kippen of truien. Maar dankzij de rekeneenheid in geld wist iedereen hoeveel kippen je moest betalen om van je schuld af te zijn. Hoe kwamen mensen dan aan brood, melk en truien in de Oudheid? Nou, die maakten families gewoon zelf, gratis, voor elkaar en de buren in een onderlinge zorgeconomie. Pas als het geven en nemen scheef werd - u kent ze wel, die types die steeds weer vergeten een geleend boek terug te brengen - ontstond er een schuld die eens terug betaald moest worden. Als dat niet gebeurde, was het hommeles.

Uitstoting, mishandeling, land afpakken: niets menselijks was onze voorouders vreemd als het ging erom iemand te dwingen zijn schulden af te betalen. Ruil kwam bijna uitsluitend voor tussen vreemden. Denk aan de handelskaravanen; die gebruikten goud en zilver als ruilmiddel, maar ruilden net zo goed Arabische parfum tegen Chinees porselein.

Dus geld is niet ontstaan om alom aanwezige ruil te vergemakkelijken, maar om schulden te berekenen en correcte afbetaling mogelijk te maken. Geld als ruilmiddel werd pas algemeen gebruikt bij de opkomst van de markteconomie. En ook vandaag de dag gaat geld als schuld nog steeds vooraf aan geld als ruilmiddel.

Want geld komt in de economie via kredietverlening door banken. Zij verstrekken u een lening en krijgen er een tegoed van u voor terug. U heeft een schuld en de geldhoeveelheid in de economie is toegenomen met precies dat schuldbedrag. Het grote verschil met de economie in de Oudheid is dat het nu gaat om investeren en geld maken met geld - de schuld is doel en middel tegelijk. Terwijl het vroeger een neveneffect was van een economie zonder markt, waarin gegeven en gedeeld werd, en pas wanneer het scheef ging lopen schulden ontstonden.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees hier meer van haar columns.

Deel dit artikel

Geld als ruilmiddel werd pas algemeen gebruikt bij de opkomst van de markteconomie