Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geen angst voor de dood; deze mensen halen hun kist alvast in huis

Samenleving

Saskia Aukema

Als het einde komt, dan wil Lia Schaap in de kroeg opgebaard worden © Saskia Aukema - Zazquia Aukema

Veel mensen steken het liefst hun kop in het zand als het over hun eigen afscheid gaat, anderen bereiden hun uitvaart juist tot in de puntjes voor. Een enkeling pakt het voortvarend aan en haalt alvast een kist in huis.

Wat doen we? Nemen we hem mee naar binnen of laten we hem hier?” Die vraag stelt presentator Kefah Allush in bijna elke aflevering van zijn tv-programma ‘De kist’, waarin hij bekende Nederlanders uitnodigt te praten over de dood. Zijn entree bij de gasten is spectaculair: hij komt steevast de straat in gereden in een knalgele Fiat 500 met daarop hét symbool van de dood: een grenen kist. En altijd komt dus ook de uitnodiging om die kist het huis van de geïnterviewde in te brengen. In de praktijk gebeurt dat bijna nooit.

Lees verder na de advertentie

Ongemakkelijk redeneren sommige BN’ers dat het te veel gedoe zou zijn: eerst zo’n kist eraf, dan weer erop, nee joh, dat willen ze de presentator niet aandoen. Zangeres Berget Lewis vindt dat hij pas het huis in mag als het ‘voor het echie’ is, volgens tv-producent Harry de Winter hoort een kist niet binnenshuis en schrijfster Yvonne Keuls weigert de kist zelfs te bekijken, omdat je het onheil niet over jezelf zou moeten afroepen.

Hoe meer je zelf de regie neemt, hoe persoonlijker de uitvaart wordt

Nee, dan de farao’s. Die liepen bepaald niet weg voor hun laatste rustplaats. Vanaf het begin van hun ambtsperiode zorgden ze ervoor dat hun graf wat voorstelde. Duizenden arbeiders sleepten, sjouwden en schaafden decennia lang aan de enorme koningsgraven, en de farao’s kwamen zelf geregeld een kijkje nemen om te zien of alles goed ging.

Een moderne variant daarvan vormen misschien wel coffin clubs, een nieuw en populair fenomeen in Nieuw-Zeeland. Het zijn verenigingen waar mensen hun kist alvast in elkaar kunnen knutselen. Palliatief verpleegkundige Katie Williams kwam in 2010 met het idee, bedoeld om sociale contacten te bevorderen, kosten te besparen op de uitvaart en het afscheid te voorzien van een persoonlijker tintje dan het gros van uitvaarten dat ze beroepshalve had bijgewoond. Inmiddels zit de club op verschillende plekken in het land en hebben al tientallen mensen in verenigingsverband hun kist gebouwd, beschilderd en beplakt.

Doodskleed

In Nederland is er nauwelijks een traditie in het voorbereiden van de eigen kist, maar nog niet zo lang geleden was het hier nog wel gebruikelijk om een wit, katoenen doodskleed op te nemen in de uitzet. Soms werd het cadeau gegeven bij een huwelijk. Elk jaar werd het hemd zorgvuldig gewassen en gestreken.

In de roman ‘Dwalingen’ van Alex Verburg beschrijft het jonge meisje Annie hoe haar moeder zich voor de oorlogsjaren bijna dwangmatig bezighield met het schoonhouden van dat hemd: “Het ritueel was zo diep geworteld in haar bestaan, dat met een keertje overslaan het ‘gedenk te sterven’ weleens zou kunnen uitdraaien op het sterven zelf.” Een redenering dus die precies tegengesteld is aan die van Yvonne Keuls.

Een hedendaagse Nederlandse organisatie die aanraadt de lijkwade alvast klaar te leggen, is de Stichting Islamitisch Begrafeniswezen. Voorzitter Ibrahim Wijbenga: “Het is goed om je gedachten bij de dood te houden, en op die manier bewuster te leven. De begrafenis moet binnen de islam ook binnen 24 tot 36 uur plaatsvinden, en dan is het praktisch als dat al geregeld is.”

Hoewel deels vanuit andere motieven, kan ook journaliste Marieke Henselmans het wel van de daken schreeuwen: “Wees voorbereid.” Want, betoogt ze, zodra we als nabestaande te maken krijgen met een overlijden, staan we met 7-0 achter: “Op dat moment zijn we vermoeid, kwetsbaar, is er weinig tijd en hebben we geen idee van wat er kan. Mensen denken dat de uitvaartondernemer er puur is om hen te helpen, want die vertelt wat er allemaal mogelijk is: dat je kunt kiezen uit een witte, zwarte en een zilveren kist. Tref je echter een commerciële uitvaartondernemer, die ook nog eens in dienst is van de verzekeraar, dan biedt die vaak alleen de producten en diensten aan die in de catalogus staan en waarvoor hij commissie krijgt.”

De Wet op de lijkbezorging stelt maar weinig dingen verplicht, er is enorm veel toegestaan

Laat je niet kisten

Hoe meer je zelf de regie neemt, betoogt Henselmans, hoe persoonlijker de uitvaart wordt, wat als bijkomend voordeel heeft dat de kosten nogal eens halveren. Ze schreef er het boek ‘Laat je niet kisten door de commercie’ over. In het bijbehorende werkboek kunnen mensen alles invullen: wachtwoorden, orgaandonorschap, de plek van de verzekeringspapieren, de gewenste muziek op de uitvaart, noem het maar op. “Het lastige is dat nabestaanden de uitvaart vaak willen organiseren in de geest van de overledene, maar bij leven durven ze er niet goed naar te informeren uit angst de indruk te wekken dat ze niet kunnen wachten tot het zover is.”

Dát er veel mogelijk is, is duidelijk. De Wet op de lijkbezorging stelt maar weinig dingen verplicht, en dus is er enorm veel toegestaan. Zo mag je een kist gewoon met een eigen auto of busje bezorgen. Een afscheidsdienst hoeft niet te plaats te vinden in het crematorium of op de begraafplaats, want je kunt het stoffelijk overschot daar later bezorgen. En zelfs een houten kist is niet voorgeschreven: de al genoemde lijkwade, een wollen dekentje of een kartonnen doos volstaan in de meeste gevallen ook.

Wie wél een houten kist wil, heeft een ruime keuze. Er zijn extra grote kisten voor dikke mensen, kisten die je als een soort Ikea-pakket zelf in elkaar kunt draaien, kisten waar de nabestaanden hun wensen op kunnen schrijven, kisten waarin je op je zij als een baby kunt liggen, kisten die je kunt ombouwen tot meubelstuk, kisten waar je je eigen foto’s op kunt laten printen, of die van je voetbalcluppie. Niets is te gek.

Bijna zonde om zelf de voorpret niet mee te maken. 

Theo van Leipsig (80): Zo’n kist maakt het minder triest

Tekst loopt door onder afbeelding

© Saskia Aukema - Zazquia Aukema

Een beetje teleurgesteld was Theo van Leipsig (80) uit Helmond wel, onlangs bij de begrafenis van zijn oudere zus: “Was het toch weer zo’n standaardkist.” En dat terwijl een mooie beschildering de aanblik van een kist veel minder hard en triest maakt, vindt hij. Van Leipsig kocht zelf een kist en begon die te beschilderen met het Toscaanse landschap, dat hij goed kent: “Ik ga al jaren met vier bevriende schilders naar die regio, en dan zitten we hele dagen in de natuur met een schildersdoek.”

Toch wil Van Leipsig de kist het allerliefste verkopen: “In mijn atelier is er maar ruimte voor één kist, en ik zou graag aan de slag gaan met iets nieuws. Als deze weg is, maak ik eerst een zonsondergang, en daarna iets met vlinders. De kist die als laatste onverkocht in het atelier staat, die is voor mezelf.”

Behalve die kist, heeft Theo geen wensen voor de uitvaart. 'Dood is dood'

Van Leipsig schildert nu een jaar of zes. Na zijn pensionering deed hij de kunstacademie in Arendonk, België, maar ook zijn werkende leven stond in het teken van creativiteit. Hij was bloemdecorateur en werkte overal: van de dahliatentoonstelling op de Floriade in Zoetermeer tot een arrangement voor de Oscaruitreikingen in Los Angeles, waar hij tussen sterren liep als Don Johnson en Diana Ross. En van decadente feesten in Koeweitse woestijnkastelen tot de begrafenissen van slachtoffers in Srebrenica: “Ik heb gezien wat er van een mens wordt als hij te veel geld heeft, en de verschrikkingen die mensen elkaar aandoen.”

Naast zijn schilderijen werkt Van Leipsig aan zijn boek ‘Tweemaal geboren’, over de tijd vóór en de tijd ná zijn niertransplantatie. Heeft hij ooit het idee gehad de dood in de ogen te hebben gekeken? “Nee nooit. Normaal gesproken gaat zo’n nieuwe nier een jaar of zeven mee, en ik ben nu al vijftien jaar verder. Mooi toch?”

Behalve die kist, heeft hij geen wensen voor de uitvaart. “Dood is dood. Van huis uit ben ik katholiek, maar door mijn reizen heb ik dat losgelaten: ik heb tot Boeddha, tot Allah en tot Jahweh gebeden, tot ik nergens meer in geloofde. Mijn familie mag kiezen welke kleren ik straks draag en of ze me begraven of cremeren.” Hoe dan ook wordt zijn kunstwerk dan aan het oog onttrokken. “Vergankelijkheid hoort bij het leven: al het mooie wat ik in mijn werkende leven heb gemaakt, was binnen een week verdwenen.”

Puck Kooij (82): Sommigen vinden mijn boekenkastkist macaber

Tekst loopt door onder afbeelding

© Saskia Aukema - Zazquia Aukema

Foto’s van stranden en terrasjes zul je niet snel aantreffen in de vakantiealbums van Puck Kooij (82) uit Enschede. Haar albums zijn gevuld met beelden van Père Lachaise, San Michele, Highgate en al die andere beroemde begraafplaatsen in Europa. “Campo Santo in Genua was absoluut de mooiste. Al die sculpturen, en dat uitzicht.”

De fascinatie voor de dood begon rond 1995. “Ik moest dat jaar met de vut, waar ik voor geen meter zin in had uit angst dat ik geen zinvolle invulling meer zou hebben. Maar toen las ik een artikel in de krant over Terebinth, een vereniging die onder meer funeraire reizen organiseert. Dat leek me wel wat, en ik werd er gelijk door gegrepen.”

Niet lang na haar eerste reis begon Kooij de overlijdensadvertenties met bovengemiddelde interesse te lezen. Nog altijd spit ze dagelijks Tubantia en NRC door, op zoek naar interessante zinnetjes om ze vervolgens in dikke plakboeken te rubriceren op thema’s als de Bijbel, zelfdoding en smartlappen. De laatste jaren worden de overlijdensadvertenties wat fletser en fantasielozer, valt haar op.

Het feit dat je doodgaat, geeft betekenis aan je leven

Passende regels

“Zelf wil ik te zijner tijd ook graag een advertentie in de krant. Mensen moeten wel weten dat ik dood ben. De passende regels heb ik daarvoor nog niet gevonden. Misschien zijn deze regels een mooie samenvatting: ‘Ik heb verdriet gekend, de lach en vele schoonheden’. Na twee lastige scheidingen ben ik op mijn pootjes terecht gekomen, ik heb leuk werk gedaan, eerst onder meer als secretaresse bij drukkerij Joh. Enschedé, en nu al zo’n 22 jaar als vrijwilliger bij de Nederlandse Reisopera.”

Haar huis oogt als een museum. Stukjes onbedekte muur zijn er nauwelijks. Laatst heeft Kooij haar verzamelingen geïnventariseerd. Het bleken er een stuk of twintig te zijn: rokerskastjes, zandflesjes, waaiers, tasjes, inktpotjes, miniatuurboekjes, poesiealbums, rozenkransen en ga zo maar door. Bij bijna iedere verzameling aan de muur hangt een reanimeer-mij-niet-verklaring: “Het kan maar duidelijk zijn.”

“Het idee voor mijn boekenkastkist kwam ik tegen op een beurs. Een jaar of tien later heb ik hem laten maken door een meester-timmerman. Van de boekenplanken kun je een deksel maken.” Dat sommigen zo’n kist macaber noemen, vindt ze niet terecht: “Het feit dat je doodgaat, geeft betekenis aan je leven.”

Een graf heeft ze ook al: “Het liefst zou ik er straks met een koetsje naartoe gebracht worden - ik hou wel van theater - maar ik denk niet dat dat er financieel in zit.” Het gedicht voor op het graf dat ze zelf gemaakt heeft, verwijst naar de notenboom boven het graf: “Zij heeft van levenslust geblaakt / en menige harde noot gekraakt / Nu ze haar laatste zucht heeft geslaakt / is het ten leste de noot die haar kraakt.”

Kooij, op de begraafplaats: “Wat staat het er mooi bij, hè? Ik kan bijna niet wachten tot het zover is. Spijtig dat ik er zelf niet bij kan zijn.”

Nick Raadschelders (57): Samen hebben we het mooiste exemplaar voor haar uitgezocht

Tekst loopt door onder afbeelding

© Saskia Aukema - Zazquia Aukema

“Nee, bang voor de dood ben ik niet. Eerder nieuwsgierig. Ik wou dat ik het even kon proberen, maar voorlopig ben ik nog niet klaar hier.” In het Zoetermeerder atelier van Nick Raadschelders (57) is de dood nooit ver weg. In een zijkamer van zijn werkruimte staan vier doodskisten, en in het atelier staan er twee: een blankhouten met elegante rondingen, voor een vrouwenlichaam, en een rechthoekige vol kleuren: “Die wordt van mij.”

Die eigen kist was de eerste die hij ooit maakte. Het idee zijn uitvaart zelf te regisseren, begon bij het overlijden van zijn zus, acht jaar geleden: “Opeens dacht ik: vreemd dat ook vrouwen met hun ronde lichaamsvormen in zo’n hoekige kist komen te liggen. Ook begon ik over mezelf na te denken. Als gescheiden vader wilde ik mijn twee kinderen niet opzadelen met de zorgen voor mijn uitvaart. Ik heb een document klaargelegd voor mijn broer voor als het zover is. En die kist kwam er dus.”

Zijn kinderen mogen beslissen of ze de kist houden als kunstwerk of dat die mee de oven in gaat

Naar het licht

Hoe die kist beschilderd moest worden, wist Raadschelders al snel: “Op de muur van mijn woonkamer had ik deze afbeelding al eens gemaakt: in één vloeiende beweging van het gele binnenste via het rood naar de donkere randen. Als een draaikolk met een centrum van puur licht en positiviteit. De dood stel ik me ook zo voor: dat mijn geest naar het licht gaat, om later terug te komen in een ander lichaam.”

Over de vorm van de kist heeft hij langer nagedacht. Hij wilde een model waarvan de drie lange zijden in het dagelijkse leven kunnen dienstdoen als kamerscherm of drieluik aan de muur.

In november 2015 kwam de dood opeens veel te dichtbij: zijn tweede vrouw Rina overleed. Anderhalf jaar nadat ze elkaar hadden leerden kennen, werd ze ziek: “Ze was mooi, lief en net zo’n fanatieke sporter als ik - we kenden elkaar via de hardloopvereniging.” Vlak na het slechte nieuws trouwden ze. Raadschelders, geëmotioneerd: “We zijn door mijn werkplaats gelopen en hebben de mooiste kist voor haar uitgezocht.”

Over Rina’s uitvaart wil hij niet veel kwijt: “Veel van wat we toen hebben bedacht, wil ik zelf ook, en het moet wel een verrassing blijven.” Wat hij wel kwijt wil, zijn kinderen mogen beslissen of ze de kist houden als kunstwerk of dat die mee de oven in gaat.

Lia Schaap (52): Op de zijspan naar de natuurbegraafplaats

Tekst loopt door onder afbeelding

© Saskia Aukema - Zazquia Aukema

Ze lag er pas om zes uur in, zegt Lia Schaap (52) uit Heerenveen als ze vroeg in de middag de deuren opent van haar café ’t Kannet. Ze is wel wat gewend. Bijna twintig jaar geleden nam ze het café over, en vijf dagen per week staat ze er achter de bar.

De slogan van het café, ‘oars as oars’ (‘anders dan anders’), is doorgevoerd tot in de details. Er mag geblowd worden in de rokersruimte (zowat de hele kroeg) en behalve met snuisterijen als een vogelspinhuid en verdroogde ratjes in een vitrine is het café vooral gedecoreerd met héél veel doodshoofden en skeletten: “Vind ik gewoon mooi, niet eens vanwege een hang naar de dood, maar omdat we er vanbinnen allemaal zo uitzien.”

Haar vrienden kennen Lia Schaap ook als ‘Beppe Beest’: “Beppe komt van het Friese woord voor oma - omdat m’n vrienden vroeger mijn voortanden niet goed zagen. En dat Beest? Dat kwam erbij omdat ik hard kon meebrullen met metalnummers.”

Als het einde komt, dan wil Lia in de kroeg opgebaard worden

Showmodel

Op een dag stond er in de Leeuwarder Courant een advertentie voor afgeprijsde doodskisten, die hadden gediend als showmodel. “Met een vriend ging ik naar een opslagruimte in Leeuwarden, en we namen er een mee, voor toen nog honderd gulden.”

Die kist was jarenlang voor haar eigen uitvaart gereserveerd, maar afgelopen januari kwam er een andere voor in de plaats, ‘door vervelende omstandigheden’. Haar goede vriend Ian had de kist aangeschaft toen hij te horen had gekregen dat zijn longkanker niet te genezen was. Het was een kist met een verhaal. “Hij was door een Brabantse toneelvereniging uit Italië geïmporteerd, waar hij ingezet was bij de repatriëring van doden uit rampgebieden. Omdat de familie het bij nader inzien niet zo’n prettig idee vond dat de kist eerder gebruikt was, mocht ik hem hebben.”

Bang voor de dood is ze niet, maar wel voor de manier van sterven: “Zo’n ziekbed als van Ian lijkt me ingewikkeld: dat je steeds grenzen gaat verleggen, omdat je niet wil sterven, om uiteindelijk in een situatie te belanden die je vooraf nooit gewild had.” Haar zus is gestorven aan een hartaanval: “Ook verdrietig, maar doe mij dan maar dat. Dan is het in een keer klaar.”

Als het einde komt, en de kroeg bestaat nog, dan wil Lia Schaap daar opgebaard worden, zodat haar vrienden met een hapje en een drankje herinneringen kunnen ophalen. En daarna met een stoet motorrijders, met de kist als zijspan, naar de natuurbegraafplaats.

Dat er volgens haar geen hiernamaals is, wil niet zeggen dat ze er niet over fantaseert: “Wat zou het een feest zijn als er daar weer een ’t Kannet is, waar Ian en mijn zus al aan de bar wachten tot ik er kom werken. En die tap daar heeft geen sluitingstijd; die gaat nooit meer dicht.”

Heeft u uw afscheid al geregeld, of denkt u er liever niet over na? Mail het ons, max. 120 woorden, ovv naam en woonplaats. tijdpost@trouw.nl

Deel dit artikel

Hoe meer je zelf de regie neemt, hoe persoonlijker de uitvaart wordt

De Wet op de lijkbezorging stelt maar weinig dingen verplicht, er is enorm veel toegestaan

Behalve die kist, heeft Theo geen wensen voor de uitvaart. 'Dood is dood'

Het feit dat je doodgaat, geeft betekenis aan je leven

Zijn kinderen mogen beslissen of ze de kist houden als kunstwerk of dat die mee de oven in gaat

Als het einde komt, dan wil Lia in de kroeg opgebaard worden