Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fruitvliegjes vervelend? Niet de robotversie van de TU Delft

Samenleving

Joep Engels

Guido de Croon met de robotfruitvlieg. © Henri Werij
Wetenschap

Nu zijn fruitvliegjes alleen maar ontzettend vervelend. Maar de robotversie van de TU Delft kan in de toekomst heel handig zijn.

Insecten zijn ware luchtacrobaten. Wendbaar en snel als ze een vijand willen ontwijken, of een slaande hand. Maar met hetzelfde gemak hangen ze stil in de lucht als ze een geurig hapje in het vizier krijgen. En voor die vliegkunsten hebben ze maar één of twee vleugelparen tot hun beschikking en een klein stel hersenen. Hoe doen ze dat, vragen ­biologen zich af. Hoe bouw je zoiets na, denken technici.

Lees verder na de advertentie
Qua vlieg­pres­ta­ties doet hij nauwelijks onder voor zijn natuurlijke voorbeeld

Wetenschappers van de TU Delft hebben die laatste vraag deels beantwoord. In het vakblad Science van deze week beschrijven ze hun ­robotje dat kan vliegen als een fruitvlieg. Met zijn spanwijdte van 33 centimeter en 29 gram aan gewicht is hij weliswaar een stuk groter dan zo’n vliegje (een paar millimeter en microgram), maar qua vliegprestaties doet hij nauwelijks onder voor zijn natuurlijke voorbeeld.

Loopings

Het Delftse robotje heeft een topsnelheid van 25 kilometer per uur, maakt met gemak haakse bochten, loopings of spiraalvluchten, terwijl hij met zijn batterijtje minutenlang in de lucht weet te blijven.

De robot heeft twee paar lichte folievleugels die 17 slagen per seconde maken. Wil hij naar rechts, dan flapt hij links wat sneller; zet hij de vleugels schuin, dan draait hij met zijn neus omhoog. “Die bewegingen zijn ontkoppeld”, zegt Guido de Croon, een van de onderzoekers. “Dat is wel zo prettig. Anders zou je, bij een bocht naar links, ook meteen omhoog gaan.”

Die vleugelbewegingen vormen de basis voor de computerprogramma’s waarmee de ­robot zijn manoeuvres uitvoert. Het mooie is, zegt De Croon: “Het programma voor een ontsnappingsmanoeuvre bevat slechts draaiingen om twee assen, niet die om de derde, verticale as. Maar die bleek die zelf uit te voeren. Tijdens zo’n manoeuvre draait hij zijn lijf zo dat hij naar voren blijft kijken. Dat is het gevolg van natuurlijke dynamica. Net als de fietser die met losse handen rijdt, rechtdoor blijft gaan.”

Zo doet een vlieg dat dus, hij hoeft niet na te denken hoe hij zelf de bocht doorkomt, dat gaat van nature goed

Dat was ook voor biologen interessant om te horen – Wageningse onderzoekers waren bij de studie betrokken. Zo doet een vlieg dat dus, hij hoeft niet na te denken hoe hij zelf de bocht doorkomt, dat gaat van nature goed. De Croon: “Maar van een vlieg weten we dat niet, we kunnen niet tijdens de vlucht in zijn hersens kijken. In die van een robot wel.”

De Delftenaar heeft meer oog voor toepassingen van de robot. In kassen bijvoorbeeld, waar ze de temperatuur of de luchtvochtigheid in de gaten kunnen houden. “Ze kunnen een eind vliegen, dan even stil hangen en vervolgens weer verder. Drones kunnen dat ook, maar die gaan bij hoge snelheden inefficiënt om met hun energie. Er moet nog van alles ­gebeuren. In zo’n kas moeten ze autonoom hun weg kunnen zoeken, objecten kunnen ontwijken en ook in zwermen kunnen opereren. Zo ver zijn we nog lang niet maar deze ­robotvlieg is een goed startpunt.”

Lees ook:

Delftse bèta's bouwen robotje voor Indiase maanlanding

Nog nooit was Nederland zo dicht bij een maanlanding. Delftse studenten hopen dat hun zesbenige robotje, de Nano Rover, binnenkort mag meeliften op een Indiase raket.

Deel dit artikel

Qua vlieg­pres­ta­ties doet hij nauwelijks onder voor zijn natuurlijke voorbeeld

Zo doet een vlieg dat dus, hij hoeft niet na te denken hoe hij zelf de bocht doorkomt, dat gaat van nature goed