Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eerst het kind, dan de dader

Samenleving

Malou van Hintum

© Getty Images

Kindermishandeling aanpakken is lastig. Tien nieuwe officieren van justitie brengen strafrecht en hulpverlening dichter bij elkaar. Juristen moeten softer worden, zorgverleners harder.

Talloze hulpverleners zijn er soms betrokken bij een gezin, maar dan loopt het toch helemaal fout. Jaarlijks zijn in Nederland zo'n 119.000 kinderen slachtoffer van mishandeling. Vaak lukt het niet om dat te stoppen. Hun mishandeling wordt niet gezien, of niet geloofd. En als ze wél wordt gesignaleerd, zijn hulpverleners en instanties vaak meer bezig met elkaar dan met het kind om wie het gaat. Dikwijls is niet duidelijk wie welke actie moet ondernemen. Dat kan leiden tot een afwachtende houding en het afschuiven van verantwoordelijkheden op elkaar.

Lees verder na de advertentie

Bij 'strafbare kindermishandeling', in de regel de ernstigere vormen van kindermishandeling, zijn sterk van elkaar verschillende instanties betrokken: Veilig Thuis (voorheen het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk Geweld), politie, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming en de reclassering. Instanties met een verschillende achtergrond en cultuur, en met een verschillende taal: zo hebben begrippen als 'schuld', 'verwijtbaarheid', 'opzet', 'een vermoeden van' en zelfs 'kindermishandeling' niet voor iedereen dezelfde betekenis.

Sinds enkele maanden zijn op alle parketten speciale kin­der­mis­han­de­lings­of­fi­cie­ren actief

Geen wonder dat ook hun onderlinge samenwerking te wensen overlaat. Maar daar is iets op gevonden. Sinds enkele maanden zijn op alle parketten speciale kindermishandelingsofficieren actief. Officieren met een 'plus': ze zijn niet alleen juridisch geschoold, maar ze begrijpen dankzij hun ervaring en affiniteit met kindermishandelingszaken vaak ook goed welke afwegingen zorg- en hulpverleners maken. Kindermishandelingsofficieren fungeren met hun specifieke expertise als een soort oliemannetjes tussen al die verschillende instanties. Maar dat gaat niet vanzelf.

"Onze beroepsgroep denkt al snel: 'hoe haal je het in je hoofd om je kind bij een mishandelende ouder in huis te laten zitten? En hoezo gaat de kinderrechter daarin mee?'," zegt kindermishandelingsofficier Janine Kramer (parket Oost-Brabant). Van oudsher is het strafrecht op zoek naar daders. En daders verdienen straf. Maar dat is veranderd, zegt ze: "Inmiddels weten juristen veel beter hoe civiele veiligheidsafspraken en beschermingsmaatregelen werken. Bij ons staat niet meer het straffen van de dader voorop, maar het belang van het kind."

Dat uitgangspunt vertelt nog niet hoe je dat moet aanpakken. In kleinere zaken fungeren kindermishandelingsofficieren dan ook als een vraagbaak voor collega's.

Kramer: "Ik geef hun in zulke gevallen tips: praat met medewerkers van Veilig Thuis, vraag naar gespreksverslagen als die er zijn, onderzoek hoe het is geregeld met de veiligheid van het kind in huis en of de Raad voor de Kinderbescherming erbij wordt betrokken. Daarnaast adviseer ik hun te vragen of het betreffende kind oud genoeg is om het te kunnen horen in een studio, of dat er redenen zijn om zo'n verhoor juist niet te doen."

Aandachtspunten

Kramer somt nog meer aandachtspunten op, zoals: zijn er aanwijzingen voor eerdere mishandelingen? Zijn er nog andere kinderen in huis? Hoe is het met het gezag? Geven ouders toestemming om medische gegevens op te vragen bij respectievelijk de kraamzorg, het consultatiebureau of de huisarts, is er reden om met school te gaan praten? Bij ernstige kindermishandelingszaken, die ze samen met een andere officier doet, speelt bovendien nog iets anders: "Dan is de vraag naar de medische toestand van het kind vaak urgenter."

Uitgangspunt is dat bij elke combinatie van maatregelen die wordt opgelegd, het belang van het kind vooropstaat

Wanneer sprake is van (een vermoeden van) strafbare kindermishandeling doet Veilig Thuis, na overleg met de kindermishandelingsofficier, een melding bij de politie. Dit gebeurt onder meer als er sprake is van seksueel misbruik, van psychische mishandeling en als het leven van het kind gevaar loopt. Concreet gaat het in de ernstigste gevallen bijvoorbeeld om kinderen die opzettelijk kokend water over zich heen krijgen, die de stok tevoorschijn moeten halen waarmee ze klappen krijgen, die worden uitgehongerd, vergiftigd, zo lang schamel gekleed buiten worden gezet dat ze onderkoelingsverschijnselen hebben, of wier botten meer dan eens worden gebroken. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld bij huilbaby's die tegen de muur worden gegooid door hun wanhopige ouders.

Allemaal zaken die in het strafrecht thuishoren, wat niet impliceert dat de dader celstraf krijgt. Voor de mishandelende partij zijn allerlei combinaties van straf en hulp mogelijk, variërend van onvoorwaardelijke celstraf tot een contactverbod en verplichte behandeling. Uitgangspunt is dat bij elke combinatie van maatregelen die wordt opgelegd, het belang van het kind vooropstaat: de mishandeling moet stoppen en het kind moet veilig zijn.

Het OM is, door het kindbelang centraal te stellen, 'softer' geworden. In Kramers woorden: "Ik vind het tegenwoordig al winst als we kunnen vaststellen dát er sprake is van kindermishandeling. Want daar kunnen ze in een kinderrechterprocedure wat mee, in de behandeling, en in het toezicht. Moet er een gezinsvoogd komen, zitten de kinderen wel veilig in dit gezin, kan het kind alleen zijn met een van de ouders? Voorheen nam ik daar geen genoegen mee. Dan wilde ik na het vaststellen van kindermishandeling ook per se naar de rechter."

Vertrouwensarts en forensisch arts Anke IJzermans, verbonden aan Veilig Thuis, ziet dat focussen op het kindbelang de houding van hulpverleners juist heeft 'verhard': "Tien jaar geleden hadden we het over 'gezinspathologie' als ouders hun kinderen mishandelden. Tegenwoordig vinden we het bij ernstig letsel niet meer acceptabel dat ouders buiten schot blijven, en doen we een melding bij de kindermishandelingsofficier."

Ze geeft het voorbeeld van een zwakbegaafde moeder die haar kind regelmatig met een riem op de rug sloeg. Die rug zat vol blauwe plekken. "Een zachte riem, had het kind vergoelijkend gezegd tegen de arts aan wie de moeder het vertelde. Deze moeder heeft verschillende keren hulp gehad, maar elke keer vond ze dat na een bepaalde tijd niet meer nodig, en zette ze de hulpverlener buiten. We hebben hierover overlegd met de kindermishandelingsofficier. Want ze blijft een zwakke moeder, maar civielrechtelijk wordt de hulp toch weer afgebouwd als het een poosje goed gaat." In tegenstelling tot het civielrecht kan het strafrecht bij een veroordeling heel lange proeftijden opleggen, met verplicht toezicht en verplichte hulpverlening.

Overleg

Hoe zou het vroeger zijn gegaan? IJzermans: "Vroeger zouden we zeggen: je gaat toch niet een zwakbegaafde vrouw vervolgen? Straks wordt ze nog vastgezet en zorgt niemand voor haar kind, of krijgt ze een boete en is er in dat gezin nog minder te besteden! We vonden toen ook dat de zwakbegaafdheid een probleem is waar die vrouw niets aan kan doen. Met de inzet van hulpverlening zouden we de veiligheid weer kunnen herstellen."

Dat is inmiddels veranderd: "We gaan nu in overleg, en zowel vanuit Veilig Thuis als vanuit het strafrecht kijken we in de eerste plaats naar de veiligheid en het belang van het kind." De vertrouwensarts koestert haar medisch beroepsgeheim: als ouders zeggen dat ze hun kind hebben geslagen, dan is het in het belang van het kind om dat te melden. Als diezelfde ouders onder behandeling zijn bij een psychiater, vertelt ze dat niet. "Want dat gaat verder niemand iets aan." Desondanks zijn de officier en de arts wel nader tot elkaar gekomen.

Kindermishandelingszaken zijn de moeilijkste die er zijn, vindt officier Janine Kramer, die momenteel tien zaken heeft lopen. "Bij veel andere strafbare zaken weet je precies wat er is gebeurd, in deze gevallen vaak niet. Soms is het zoeken naar wie het heeft gedaan. Zedenzaken zijn bewijsrechtelijk heel lastig, maar dan weet je op basis van een aangifte vaak wel wat er is gebeurd en wie daarvan wordt beschuldigd. Maar in het geval van kindermishandeling, en zeker bij heel jonge kinderen, ben je vaak aan het zoeken: is er iets gebeurd wat strafbaar is? Zo ja, wat dan? En wie is daarvoor verantwoordelijk? Zeker bij kinderen tot een jaar of vier, die nog niet kunnen praten, is dat echt een puzzel."

De cijfers

Volgens onderzoek van de Universiteit Leiden worden in Nederland jaarlijks ongeveer 119.000 kinderen mishandeld. Kijk je hoe vaak verschillende vormen van mishandeling voorkomen - bedenk hierbij dat een kind meer dan één vorm van mishandeling kan hebben meegemaakt - dan zijn bijna 90.000 kinderen slachtoffer van emotionele verwaarlozing, bijna 30.000 van fysieke verwaarlozing, ruim 20.000 van emotionele mishandeling en ruim 20.000 van fysieke mishandeling. Naar schatting overlijden er tussen de twintig en vijftig kinderen per jaar aan de gevolgen van mishandeling.

Deel dit artikel

Sinds enkele maanden zijn op alle parketten speciale kin­der­mis­han­de­lings­of­fi­cie­ren actief

Uitgangspunt is dat bij elke combinatie van maatregelen die wordt opgelegd, het belang van het kind vooropstaat