Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een trauma gaat in je brein zitten, zegt de expert uit eigen ervaring

Samenleving

Dirk Waterval

Trauma illustratie 12/10 online © Suzan Hijink
Interview

Wat een trauma aanricht in lijf en leden ondervond wereldautoriteit Bessel van der Kolk dit jaar bijna zelf.

Hij vindt het zelf best ironisch. Bessel van der Kolk (1943), wereldautoriteit in traumaverwerking, die van het moederbedrijf van zijn onderzoeksinstituut te horen krijgt dat hij ontslagen is. Veertig jaar bouwde hij aan dat instituut. Dat zou je een trauma kunnen noemen, zegt hij.

Lees verder na de advertentie

De van oorsprong Nederlandse psychiater doet al decennialang onderzoek naar slachtoffers van roofovervallen, kinderen die misbruikt zijn en oorlogsveteranen. Daarvoor hielp hij het Trauma Center in Boston in de wereld, dat zich in 2005 aansloot bij het Justice Research Institute (JRI). Het grote publiek leert Van der Kolk in 2015 kennen door zijn populair wetenschappelijke boek ‘The body keeps the score’, een New York Times-bestseller en in 23 talen vertaald. En alleen al aan donaties van tevreden ex-getraumatiseerden haalde zijn instituut volgens hemzelf miljoenen op.

Ik ben ongewild een levend voorbeeld van waar ik over schrijf in mijn boek

Maar dan, begin dit jaar, ontslaat JRI hem, volgens hem ‘volledig uit het niets’. Een naaste collega zou de werksfeer verzieken, en Van der Kolk zou hem daarbij te veel zijn gang hebben laten gaan. Zelf zegt hij dat zijn oude team zich niet herkent in het verhaal van de verziekte werksfeer door zijn toedoen. Inmiddels hebben alle hooggeplaatste leden van het traumateam van JRI zich aangesloten bij het vervolgproject van Van der Kolk, zegt hij.

JRI-directeur Andy Pond heeft altijd volgehouden niet op details in te kunnen gaan omdat de klagers om anonimiteit hebben gevraagd. Ook Trouw krijgt te horen dat de organisatie bij wet geen verdere informatie mag geven.

Nu, op een zonnige herfstwoensdag, zit Van der Kolk in een Amsterdams hotel. Tussen alle afspraken en congressen door maakt hij even tijd om te praten over zijn boek, maar ook over de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. De onderzoeker is zo weinig in zijn vaderland dat hij al na drie zinnen Nederlands overschakelt op het Engels –met Nederlands accent.

Bessel van der Kolk © Licia Sky

Ondertussen kan hij nog altijd slechts gissen naar de reden van zijn ontslag, zegt hij. Van de opgegeven reden gelooft hij in elk geval niets. Als hij toch iets moet zeggen? “Door mij te ontdoen van mijn Trauma Center krijgt JRI ineens alle subsidies die ik binnengesleept heb. Op het moment van ontslag hadden we net 5 miljoen dollar binnengehaald bij een subsidieverstrekker. Vorige week bleek dat ons andere verzoek om 2,5 miljoen ook is gehonoreerd. Dat gaat allemaal in de zak van Andy Pond.”

Voordat je een drug aan patiënten aanbiedt, moet je zo’n behandeling als hoofd­on­der­zoe­ker zelf ondergaan. En dat deed ik.

Hoe het ook zij, deze zomer lukte het de hoogleraar te schikken met zijn voormalige werkgever. “Ik kreeg daar behoorlijk wat geld voor – een fair amount.” Dat investeert hij in zijn nieuwe Trauma Center. “We timmeren hard aan de weg, maar op mijn leeftijd wordt het nooit zoals het was. Het was een absolute ramp dit voorjaar.”

Was dit een trauma?

“Het was van een ander kaliber dan wat veel mensen in mijn praktijk hebben meegemaakt. Maar in theorie kan je een trauma krijgen wanneer je levenswerk vernietigd wordt, ja. Vooral omdat je machteloos bent. Je reputatie gaat eraan en daar kun je even niets aan doen. Ik ben ongewild een levend voorbeeld van waar ik over schrijf in mijn boek.

“Toch heb ik nu vrede met de situatie. Waarom? Om een schokkende gebeurtenis te boven te komen zijn twee ingrediënten vooral belangrijk, en ik had beide: steun uit de omgeving, en je een oplossing kunnen voorstellen. Dan ervaar je minder die hulpeloosheid die een trauma kenmerkt. Familie en vrienden overstelpten me met lieve reacties, en ik zag dat mijn collega’s boos waren. Hoe kunnen die klootzakken van JRI je dit aandoen, vroegen ze mij. Daarnaast had ik direct een nieuwe missie in mijn leven: het geld van de schikking gebruiken om met het nieuwe kennisinstituut zo dicht mogelijk bij het oude te komen.”

Geen echt trauma dus.

“Nee, maar er speelde nog iets mee, iets waar ik óók geluk mee had. Twee dagen voor mijn ontslag nam ik MDMA, een geestverruimende stof die ook in xtc zit. De partydrug geldt als een veelbelovende traumabehandeling. Voordat je dat aan patiënten aanbiedt, moet je zo’n behandeling als hoofdonderzoeker zelf ondergaan. En dat deed ik.

“Daarna voelde ik me extreem kalm en reflectief, boeddha-achtig zelfs. Twee dagen later nog steeds. Ik loop het kantoor van Pond binnen en hij begint allemaal bespottelijke dingen te schreeuwen. Alles wat ik zeg: ‘Dit is niet goed voor jou, op de lange termijn krijg jij hier veel problemen mee.’ Ik was compleet rationeel, kon logisch blijven nadenken. Nadat ik zijn kantoor uitliep belde ik mijn meest trouwe zakenrelaties. Een bevriende advocaat om de financiën zoveel mogelijk te redden. Een verwante organisatie die kon helpen een nieuw gebouw te regelen.”

Animatie: Suzan Hijink

De drug hielp u kalm te blijven in een stressvolle situatie, maar waarom zien onderzoekers dat als veelbelovend om getraumatiseerden te helpen?

“MDMA is niet voor niets een partydrug, je wordt er extreem empathisch van. Precies waar mensen met een trauma te weinig van hebben, naar zichzelf toe althans. Ze kampen met pure zelfhaat. Vanwege hoe ze tijdens de traumatische gebeurtenis reageerden, bijvoorbeeld. ‘Ik vocht niet genoeg terug’, ‘Zal de situatie wel uitgelokt hebben’, of: ‘Ik heb mijn aanvaller in blinde paniek te hard teruggeslagen.’

“Door die zelfhaat kunnen ze niet meer terug in hun geheugen om bij zichzelf na te gaan dat het niet hun schuld was. Wij denken, vandaar ons onderzoek, dat MDMA door een dosis zelfcompassie helpt om wél terug te gaan in het verleden. Om dat vervolgens te verwerken, natuurlijk.”

Kan dat allemaal niet zonder drugs?

“Vooral bij een trauma uit de kindertijd is dat echt moeilijk. Als kind ben je het centrum van jouw universum, je kunt je ervaringen nog niet vergelijken met die van anderen. Dus als je klappen krijgt als je drie bent, denk je: dat moet zijn omdat ik een slecht mens ben.

“Die manier van denken blijft altijd een beetje hangen bij zo iemand, ook al is hij volwassen. Als een klootzak in een andere auto hem in een verkeersongeluk brengt, is de kans groot dat hij dat ook zichzelf een beetje aanrekent.

“In een rechtszaak heb ik zestig mannen bijgestaan die door priesters waren misbruikt als kind. Ze waren bijna allemaal opgegroeid tot totale bodybuilders – kasten van kerels kwamen mijn kantoor binnenlopen. Hun machteloze gevoel als kind proberen ze nog altijd te compenseren door veel te trainen en steroïden te gebruiken. Het illustreert hoe moeilijk het is om onder ogen te zien dat het jouw schuld niet was als kind bij die priester.

“In therapie moet je op de een of andere manier beseffen: Als ik toen als volwassen buitenstaander op die situatie was gestuit, zou ik die priester helemaal in elkaar schoppen. Het kind veilig naar zijn ouders brengen. Beseffen, kortom, dat dit kind hier helemaal niets aan kon doen. Dat jij nu een grote vent bent die kan slaan of de politie kan bellen, maar je vroegere ik niet.”

Wat doet zo’n trauma met je brein?

“Het is schokkend wat we bij getraumatiseerden in de hersenscanner zien. Hun frontale kwab zit te suffen, wat betekent dat ze moeilijk in het hier-en-nu kunnen leven. Ook slaapt het gedeelte dat filtert wat relevant is en wat niet. Ondertussen gaat het breindeel dat waarschuwt voor gevaar als een gek tekeer.

“Die hersenveranderingen hoeven niet direct na het trauma te beginnen. Stel dat je vader je mishandelt, maar je denkt: Ik ga sterk zijn. Maak mijn school af en vecht me door het verdriet heen. Jaren later zegt een collega dat je nogal giftig uit de hoek kunt komen. Dat herinnert je ineens aan je vader, aan wie je al lang niet hebt gedacht.

“De herinnering komt terug en je hebt er die nacht een nachtmerrie over. De dag erna wordt je voor iets kleins in het verkeer aan de kant gezet door twee agenten en je schrikt ineens van hun autoriteit. Waardoor je opnieuw angstdromen krijgt. Langzaam maar zeker wordt de wereld om je heen steeds vijandiger in jouw ogen.

“Anderen denken bij een politiecontrole of een collega die zegt dat je snel boos bent: ‘Boeien’. Maar mensen met een trauma niet. Voor hen stapelen deze zaken zich. En steeds nestelt het oorspronkelijke trauma zich dieper in de hersenen. Met snel ingrijpen na een trauma is de meeste winst te behalen.”

Verandert er niets in het brein zolang mensen hun angst en verdriet weten weg te drukken?

“Ja, toch wel. Maar al die tijd ervaar je het ook al in het lichaam. Dat lichaam blijft hangen in die oorspronkelijke nare ervaring. Die gevoelens van angst en machteloosheid uiten zich in pijn in de borst, verkrampte spieren en een snelle ademhaling.

“Sommigen kunnen daardoor extra slecht met dagelijkse stress omgaan. Bij anderen gebeurt het tegenovergestelde: zij sluiten zich af, laten het niet meer binnenkomen. Genieten van mooi weer, je kinderen of muziek zit er dan niet meer in.

“Met een lichaam in constante staat van alertheid krijgt zelfs je immuunsysteem een klap. Door alle ziekten waar je zo meer kans op hebt ga je zelfs gemiddeld tien jaar eerder dood. Zo’n beetje alle slachtoffers van kindermisbruik die ik heb bijgestaan hebben even in het ziekenhuis gelegen met onverklaarde klachten. Ademhalingsproblemen, of darmklachten bijvoorbeeld.”

Hoe erg moet een gebeurtenis zijn voor je immuunsysteem eronder gaat lijden?

“Dat weten we niet helemaal zeker, wij zien slechts verbanden tussen trauma’s en ziektebeeld in de cijfers terug. Daarom is niet te zeggen wie wat gaat ontwikkelen en hoe erg de gebeurtenis daarvoor moet zijn geweest.

“En ook cultuur speelt mee in hoe een trauma zich manifesteert. Dat kun je zien in de nasleep van verschillende oorlogen uit de vorige eeuw. Veteranen uit de Eerste Wereldoorlog hadden vooral problemen met bewegen. Onverklaarde verlammingen of stuiptrekkingen. Zien we nu zelden meer.

“Na de Tweede Wereldoorlog: vooral problemen in de organen, zoals hart- en darmklachten. Na de Vietnamoorlog zat het meer in gedrag en psyche, denk dan aan woede-uitbarstingen en angstaanvallen.

“De mens is een cultureel wezen is. Ons brein ontwikkelt zich mede op basis van hoe mensen om ons heen op ons en onze klachten reageren. Maar het is nog speculeren wat precies de cultuurelementen zijn die bepalen op welke manier een gemiddelde veteraan last krijgt van zijn trauma’s. Een idee is bijvoorbeeld dat het begin vorige eeuw minder normaal was om over je gevoelens te praten. Daardoor gaan problemen misschien eerder in je spieren zitten.”

Vragen artsen genoeg naar eventuele trauma’s in het verleden om erachter te komen of die de oorzaak zijn van de ziekte of aandoening waarmee iemand naar zo’n arts gaat?

“Absoluut niet. En om erachter te komen of iemand getraumatiseerd is kun je ook vragen op welke momenten hij zich gelukkig voelt. Wanneer hij zich totaal ontspannen en tevreden voelt. Zijn er momenten dat je je baas voelt over de situatie, bijvoorbeeld door het goed beheersen van een instrument? Mensen met een trauma hebben dat eigenlijk niet meer. Dat richten op levensgeluk is een groot hiaat in de hedendaagse geneeskunde.”

Je zou denken dat elke volwassene ooit wel íets schokkends heeft meegemaakt; is gepest, of een naast familielid heeft verloren op jonge leeftijd. Of anders wel een gewelddadige beroving, auto-ongeluk of dodelijke ziekte meemaakte. Draagt iedereen een trauma met zich mee, klein of groot?

“Veel mensen overleven nare gebeurtenissen en leren er hopelijk van. Zolang je, zoals gezegd, steun uit je omgeving hebt en je een oplossing kunt indenken is de kans groot dat je er een droeviger, maar wijzer mens van wordt. Speciaal moeilijk wordt het als juist je directe omgeving – partner, ouders – de reden van je trauma is. Dan moet je alleen doorleven en heb je een veel grotere kans dat je overwhelmed raakt.”

Lees ook:

Passende traumabehandeling kan zelfdoding bij jongeren voorkomen

Jongeren die een poging tot zelfdoding doen zijn vaak het slachtoffer geweest van kindermishandeling. GGZ-instellingen schieten ernstig tekort in de aanpak van deze trauma’s, stelt sociaal wetenschapper Martijne Rensen. 

Deel dit artikel

Ik ben ongewild een levend voorbeeld van waar ik over schrijf in mijn boek

Voordat je een drug aan patiënten aanbiedt, moet je zo’n behandeling als hoofd­on­der­zoe­ker zelf ondergaan. En dat deed ik.