Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een pannenkoekenhuisje in de nazibunker van Seyss-Inquart is misschien niet zo'n goed idee

Samenleving

Harriët Salm

Het gebouw zoals het er nu bijstaat, aan de rand van landgoed Clingendael, op de grens van Wassenaar en Den Haag. © Rijksvastgoedbedrijf

De bunker in Wassenaar, waar nazi en rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart in de oorlog kon schuilen, komt op de markt. Niet iedereen is daar blij mee.

De argeloze wandelaar die door de toegangspoort aan de Haagse Wassenaarseweg landgoed Clingendael betreedt, zal er mogelijk aan voorbijlopen. Maar de boerderij even verderop maakt onderdeel uit van een zwarte periode uit de geschiedenis. De landelijk uitziende overkapping is namelijk slechts camouflage, eronder zit een enorme bunker. Die werd gebouwd in najaar 1942 voor de hoogste machthebber tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland: Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart.

Lees verder na de advertentie

Deze uit Oostenrijk afkomstige nazi woonde er vlakbij, in een in 1940 geconfisqueerde villa, waar tegenwoordig het bekende instituut Clingendael in gevestigd is. Na de Tweede Wereldoorlog werd de bunker, die op grond van de gemeente Wassenaar ligt, door het Nederlandse leger in gebruik genomen. Onder meer als commandocentrum bij inzet van Nederlandse militairen in het buitenland.

Later werd de bunker gebruikt door het Nederlandse leger, als com­man­do­cen­trum

Intussen staat hij al jaren leeg en binnenkort wordt hij onder voorwaarden verkocht aan de hoogste bieder, meldt het Rijksvastgoedbedrijf. Juist om het monument te laten voortbestaan is een koper nodig die met een 'toekomstige invulling komt die kostendragend is, zodat het monument goed onderhouden wordt', luidt de verkoopreden.

Verschillende mensen maken zich zorgen: wat gaat die nieuwe eigenaar doen met de bunker? Komt er een pannenkoekenhuisje in of een datacentrum, zoals met een bunker in de buurt gebeurde?

De ophef die ontstond rond de 'De Muur van Mussert' bij Lunteren moet zich hier niet herhalen, zeggen onderzoekers Ronald Klomp en Jeroen van Zijderveld van de Stichting WO2 Sporen. Zij doen al vele jaren archiefonderzoek naar slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Ook de Muur - een ander voorbeeld van 'fout' erfgoed - kwam in privéhanden en dreigde zelfs gesloopt te worden, zegt Klomp.

Een dwarsdoorsnede. De bunker, met het metersdikke betonnen dak, ligt gecamoufleerd in het complex. © RV

"Dit zijn historisch beladen objecten, die zet je niet te koop. Wij moeten in Nederland verantwoord leren omgaan met ook deze kant van de geschiedenis. Wanneer de Seyss-Inquartbunker openbaar wordt verkocht, is het object verloren voor de Nederlandse staat en het publiek."

De situatie van de Seyss-Inquartbunker in Wassenaar is overigens niet helemaal vergelijkbaar met die van de Mussertmuur. Die laatste was al in privéhanden toen het onlangs een Rijksmonument werd, terwijl de bunker al in 2015 Rijksmonument is geworden.

In de voorwaarden voor de bunkerverkoop - opgesteld met de gemeenten Wassenaar en Den Haag - zal dan ook rekening gehouden worden met 'de historische betekenis', meldt het Rijksvastgoedbedrijf. De nota waarin dat precies staat is nog niet openbaar, maar 'bijna klaar', zegt de woordvoerster. De gemeenteraad van Wassenaar moet er vervolgens nog goedkeuring aan geven. Ook zal er na de zomer een buurtbijeenkomst komen over de verkoop.

Bunkerbehoud

Het stelt de Stichting Atlantikwall Museum Scheveningen, die zich inzet voor behoud van bunkers langs de Nederlandse kust, niet gerust. "Dat het een Rijksmonument is betekent dat het van buiten wel behouden blijft, maar van binnen toch vaak geheel veranderd kan worden," zegt woordvoerder Peter Kosters. "Dat is doodzonde. Wij zouden er zelf graag een museum in maken over de historische tijden die deze bunker beleefde. Maar we zijn bang dat een projectontwikkelaar het object koopt en er een hele andere bestemming voor gaat vinden."

Het Rijks­vast­goed­be­drijf zegt dat rekening zal worden gehouden met de historische betekenis

Hanna Luden, voorzitster van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), een organisatie die de belangen behartigt van de Joodse gemeenschap in Nederland, vindt ook dat de overheid bewuster moet omgaan met herinneringsplekken van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. "Dit is niet zomaar een bunker, dit is dé bunker van de hoogste nazi-machthebber in Nederland. Dit is geen gezellig gebouw. Hier moet niet een horecagelegenheid in komen. Je kunt het verleden van die plek niet zomaar lostrekken."

Bedevaartsoord

Bovendien moet de overheid ieder risico vermijden dat het een bedevaartoord kan worden voor allerlei holocaustontkenners met nazi-sympathieën, stelt zij. Beter zou het daarom volgens haar zijn als de bunker in handen komt van de Nationale Monumentenorganisatie (NMo). Deze beheert op dit moment 29 bijzondere rijksmonumenten. De plek zou vervolgens met subsidie gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld als museum of voor educatie aan jongeren over de oorlog.

© RV

Ook hoogleraar Frank van Vree, specialist op terrein van herinneringscultuur en directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdokumentatie (Niod), pleit voor zorgvuldig erfgoedbeheer. "Zoek dus een passende bestemming", zegt hij over de Seyss-Inquartbunker.

Van Vree ziet dat sinds twintig jaar in Nederland anders gedacht wordt over de bestemming van bijvoorbeeld bunkers. "Daarvoor werden ze voor al het mogelijke gebruikt. Maar terwijl de mensen die de oorlog meegemaakt hebben verdwijnen, zie je het belang van plekken van herinnering toenemen. Als een soort ankerplaatsen van het geheugen. Het is belangrijk dat het Rijksvastgoedbedrijf er ook zo naar kijkt.

"Er moet daar geen pretpark komen, maar een bestemming die recht doet aan de cultuur van herinnering."

Te groot in de ogen van Albert Speer

Het terrein is niet voor het publiek toegankelijk, maar op YouTube zijn filmpjes te vinden die de binnenkant van de bunker van Seyss-Inquart laten zien. De muren zijn van maar liefst ruim twee meter gewapend beton, het dak van vier meter. Er is een gassluis met stalen deuren, waarachter je beschermd bent tegen een aanval met gas. In het dak stond luchtafweergeschut, verscholen in nep-schoorstenen.

Het geheel heeft een gigantisch pannendak en de betonnen muren zijn deels beschilderd alsof ze van gemetseld baksteen zijn, alles voor de 'boerderij-look'. Seyss-Inquart en Hitlers architect Albert Speer, baas van de bunkerbouwers, hebben in een briefwisseling nog geruziet over de omvang van deze bunker, die in Speers ogen te groot werd.

Het geheel - bunker plus boerderij en garage eromheen - is volgens de bouwtekening bijna 61 bij 30 meter, en 20 meter hoog. Of dit uiteindelijk Speers goedkeuring kreeg, is onduidelijk.

Lees ook:  Hoe Nederland worstelt met dadererfgoed, en langzaam bovenkomt

Terwijl de Oostenrijkse regering af wil van het geboortehuis van Hitler, is er in Nederland juist toenemende aandacht voor de functie van dadererfgoed, zien historici.

Deel dit artikel

Later werd de bunker gebruikt door het Nederlandse leger, als com­man­do­cen­trum

Het Rijks­vast­goed­be­drijf zegt dat rekening zal worden gehouden met de historische betekenis