Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een familielid als jeugdhulpverlener: de JIM rukt op

Samenleving

Malou van Hintum

Geen standaardhulpverlener maar een familielid of goede bekende die optreedt als vertrouwenspersoon voor een kind: de 'JIM' rukt op in de jeugdhulp, en dat lijkt te werken.

Ze zitten naast elkaar, de 14-jarige Naomi die het tafelblad bestudeert en de man die voor haar door roeien en ruiten gaat. Peter ('achternaam hoeft niet, ik heb geen ambitie om BN'er te worden') kent de vader van Naomi langer dan zij oud is. Hij helpt hem al jaren met praktische en financiële zaken. 

Lees verder na de advertentie

Verder bemoeide hij zich nooit met het eenoudergezin (de moeder is lang geleden vertrokken). Totdat Naomi hem vroeg of hij haar JIM ('Jouw ingebrachte mentor') wilde zijn, ofwel haar zelf uitgekozen vertrouwenspersoon, die opkomt voor haar belangen bij ouders en hulpverleners.

Peter zei ja, want én Naomi dreigde van de gemeente een OTS (een ondertoezichtstelling) te krijgen én haar vader had zijn buik vol van alle hulpverleners die ze inmiddels hadden versleten.

Hulpverleners stellen niet het belang van de persoon voorop voor wie ze er eigenlijk zijn

Mentor Peter

Gebruiksaanwijzing

Een JIM is meestal een familielid, maar vaak ook een goede vriend(in) of buur van de ouders. Hij of zij kent de gebruiksaanwijzing van de gezinsleden en de problemen waarmee zij worstelen, is de gedachte, en heeft sneller en gemakkelijker toegang tot hen dan hulpverleners, en kan beter tot hen doordringen. "Peter kent het gezin en weet precies wat het nodig heeft", zegt hulpverleenster Inge Korsten van jeugdhulporganisatie Youké, die ruim driekwart jaar geleden voorstelde een JIM voor dit gezin te zoeken.

Naomi wist meteen wie het moest worden: "Ik vertrouw Peter en hij is een vertrouwd iemand. Hij is als een tweede vader." Andersom ziet Peter Naomi als zijn tweede dochter. Zijn ervaringen met hulpverleners motiveerden hem extra om Naomi en haar vader te helpen: "Hulpverleners schrijven het liefst zoveel mogelijk uren, maken dikke rapporten en stellen vervolgens niet het belang van de persoon voorop voor wie ze er eigenlijk zijn", zegt hij. Korsten, die ook aan tafel zit, kijkt neutraal. Peter: "Maar Inge is anders. Inge werkt vanuit haar hart. Als Inge er niet was geweest, had ik het niet gedaan."

Uithuisplaatsingen

Medewerkers van ruim vijfentwintig instellingen worden inmiddels in de JIM-aanpak getraind. Zij leren hoe je intensief samenwerkt met deze mededeskundige uit de omgeving van de jongere: wat doet dat met je professie als hulpverlener, en welke valkuilen zijn er? 

Eind januari kreeg JIM de Kind Centraal Award 2018 van Stichting Het Vergeten Kind, de eerste landelijke JIM-dag op 6 maart was pijlsnel uitverkocht, en inmiddels ziet ook minister van volksgezondheid Hugo de Jonge brood in deze aanpak. Want JIMs kunnen helpen om het aantal uithuisplaatsingen terug te dringen: in 2017 waren dat er ruim 46 duizend, 10 duizend meer dan in 2016.

Eerst ging ik heel vaak niet naar school. Nu ga ik bijna altijd, maar ik kom nog weleens te laat

Naomi

Waarom moeten dat er minder worden? Omdat jongeren thuis weghalen maar hoogst zelden de oplossing is voor hun problemen, zegt orthopedagoog Levi van Dam van jeugdhulporganisatie Spirit. Bovendien is het duur: een uithuisplaatsing kost gemiddeld ongeveer 90.000 euro, drie keer meer dan kinderen in hun thuissituatie helpen. "Vijftig procent van het geld voor jeugdzorg gaat naar vijf procent van de jongeren: de uithuisgeplaatsten. Als we onnodige uithuisplaatsingen kunnen terugdringen, kunnen we veel meer jongeren helpen dan nu het geval is", zegt Van Dam, die samen met enkele collega's de JIM-aanpak ontwikkelde.

Knuffel

De eerste resultaten lijken hoopgevend. Een kleinschalige studie laat zien dat bij 90 procent van de jongeren met een JIM in het eerste jaar uithuisplaatsing werd voorkomen. Dat zakte wel naar 60 procent in het tweede jaar. Volgens Amerikaans onderzoek zijn jongeren met een JIM minder betrokken bij criminaliteit, presteren ze beter op school, en zijn ze gezonder. Of datzelfde ook voor ons land geldt, moet binnenkort beginnend onderzoek uitwijzen.

Wat is er voor Naomi verbeterd in de driekwart jaar dat Peter haar JIM is? 'Eerst ging ik heel vaak niet naar school. Nu ga ik bijna altijd, maar ik kom nog weleens te laat', zegt ze schuchter. Natuurlijk is ze het lang niet altijd met Peter eens want ja, er kwamen strengere regels, ze moest vaker vertellen waar ze uithing en met wie, ze moest op tijd naar school. Daar moest ze, zegt ze, wel 'een beetje' aan wennen. 

"Ze is stronteigenwijs", zegt Peter. "En haar vader moet ik ook opvoeden. Hij moet leren hoe hij consequent kan zijn, hoe hij haar een straf moet opleggen, hoe hij zichzelf aan die straf moet houden en wanneer hij haar een knuffel moet geven."

Belediging

Evelien Tonkens (hoogleraar Burgerschap en humanisering van de publieke sector aan de Universiteit voor Humanistiek, Utrecht) noemt de JIM-aanpak 'een soort belediging van professionals'. 'Iedereen zou een gelijkwaardige mede-deskundige zijn. Een kwalijke gedachte, schadelijk voor het zelfvertrouwen en het gezag van professionele hulpverleners, die wel degelijk een vak hebben geleerd', zei ze vorig jaar september in Het Parool. Ze stelt dat er sprake is van 'deprofessionaliseren van de jeugdzorg'.

Van Dam spreekt dat tegen. Het is een toevoeging aan en géén vervanging van professionele hulp, benadrukt hij. De veel bekritiseerde bezuinigingen op de jeugdzorg gaven de aanpak een kans, zegt hij: "Als die bezuinigingen er niet waren geweest, was het nooit gelukt om hulpverleners uit de verslavingszorg, psychiatrie, jeugdzorg en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten in één team te krijgen en te laten samenwerken met niet-professionals."

Weggelopen

Korsten is overtuigd van de meerwaarde. Ze vertelt hoe Peter met verve het belang van Naomi en haar vader verdedigde tijdens de zogeheten Veiligheidstafel (waaraan vertegenwoordigers van de gemeente en de jeugdbescherming deelnemen, de hulpverlener van het gezin, de gezinsleden zelf en de JIM). De gemeente moest afzien van een nieuwe voorgenomen OTS - die nodig zou zijn omdat Naomi een keer boos van huis was weggelopen - omdat de Raad van de Kinderbescherming zich achter Peter opstelde. Korsten: "Dat heb ik nog nooit eerder meegemaakt."

Soms hebben hulpverleners zo hun bedenkingen. En sommige JIMs anticiperen daarop. Van Dam herinnert zich lachend een overduidelijk frequent afnemer van tattoos en piercings die had besloten om bij de eerste kennismaking zijn metaalwinkel thuis te laten; dat zou vast betrouwbaarder overkomen. "Maar", zegt Van Dam, "zelfs de enkele vertrouwenspersoon die zelf gebruikt of steelt, wil in de regel graag voorkomen dat zijn neefje hetzelfde, verkeerde pad opgaat. Voor ons is de ondergrens dat iemand wil samenwerken met hulpverleners. En niemand mag een kind schade toebrengen."

Blowen

Als een JIM het prima vindt om met de jongere te blowen, hebben de hulpverleners het met hem over de uitkomst van dat gedrag: een slechtere gezondheid. Van Dam: "We proberen er altijd uit te komen en een JIM niet af te wijzen, anders zijn we jongere en ouders kwijt." Daarnaast houden hulpverleners in de gaten of een JIM zelf niet te veel problemen heeft (of krijgt) om een jongere bij te staan.

Voor Van Dam staat steeds deze ambitie voorop: "Veerkrachtige pedagogische netwerken maken, die ook in staat zijn om nieuwe tegenslagen het hoofd te bieden." 

Dat klinkt mooi, maar vraagt wel heel wat tijd en energie. Zo besteedt Peter in een 'rustige' week ongeveer vijf uur aan Naomi, maar in een drukke week wel meer dan twintig. Onbetaald; hij krijgt zelfs geen onkostenvergoeding voor de honderden autokilometers die hij inmiddels heeft gemaakt tussen zijn eigen woonplaats en die van haar.

Voor het blok

Hoeveel mag je redelijkerwijs van een JIM vragen? In het boek 'De JIM-aanpak' (van Van Dam en Sylvia Verhulst) vertelt een hulpverleenster over 'Anthony'. Hij woonde vanwege zijn thuissituatie bij de ouders van een vriend van hem, en zijn vertrouwenspersoon was uit beeld geraakt. "In feite was vooral die moeder inmiddels zijn - weliswaar informele - mentor", zegt ze. Na een jaar stond het huwelijk van deze mensen op klappen door alle spanningen die de situatie opleverde. Toch zette de hulpverleenster de moeder flink onder druk: óf Anthony kon bij hen blijven wonen, óf hij zou toch weer gaan zwerven.

Mag je mensen die helpen wel zó voor het blok zetten? Van Dam: "De verzorgingsstaat-reflex is dat hulpverleners dit soort situaties moeten overnemen, maar daar wordt het meestal niet beter van. Dat leggen we ook uit. Als mensen zich realiseren dat wij het probleem ook niet kunnen oplossen, gebeurt het niet zelden dat zij zelf opnieuw gaan nadenken over mogelijke oplossingen."

Nooit gelukt

In het geval van Anthony liep het goed af. Het lukte de ouders om zijn vader ervan te overtuigen zijn verantwoordelijkheid te nemen. Ze hielpen hem een woning te vinden voor zichzelf en zijn zoon, en zijn nog steeds bij hen betrokken. "Dat was ons nooit gelukt", zegt de hulpverleenster. "De vader vond dat wij het maar moesten opknappen, want: Daar worden jullie toch voor betaald?"

Peter is, naar eigen zeggen, iemand van 'alles of niets'. "En voor haar is het alles." Hij zet zich met hart en ziel voor Naomi in, maar natuurlijk heeft hij er niet altijd zin in: "Ik heb zelf ook een leven." 

Hij heeft er zelfs twee keer mee willen stoppen. Op zulke momenten kan hij stoom afblazen bij Korsten. "Inge en ik zijn twee handen op een buik", zegt hij, iets wat de hulpverleenster volmondig beaamt. "Vergeet ook niet", zegt Korsten, "dat ik op een bepaald moment wegga, maar dat de JIM blijft." En dat kan nog best weleens heel lang zijn. Peter glimlacht: "Ik denk de rest van mijn leven."

De volledige naam van Peter is bekend bij de redactie.

Lees ook: Meer jongeren worden uit huis geplaatst, maar minder krijgen te maken met jeugdreclassering

Vooral het aantal jongeren dat hulp kreeg via een wijkteam groeide de afgelopen jaren. Dat is volgens cijfers van het CBS in drie jaar verdubbeld. 

Lees ook: Zorg voor ouderen krijgt onterecht meer aandacht dan jeugdzorg

Voor een hulpbehoevende oudere is 6.000 euro per jaar beschikbaar, voor een jongere met problemen 92 euro, laat kinderarts Ferko Öry zien in een opiniestuk in Trouw. "De balans in de zorg voor jongeren en voor ouderen is zoek." 

Deel dit artikel

Hulpverleners stellen niet het belang van de persoon voorop voor wie ze er eigenlijk zijn

Mentor Peter

Eerst ging ik heel vaak niet naar school. Nu ga ik bijna altijd, maar ik kom nog weleens te laat

Naomi