Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dreigende taal maakt nog geen Derde Wereldoorlog

samenleving

Janne Chaudron

De Amerikaanse president Donald Trump “wil winnen.” Niet door zich terug te trekken en een isolationistische politiek te voeren, maar door de confrontatie aan te gaan. © Photo News

Dreigende retoriek is weer terug in de internationale arena. Vaak is het bluf. Maar het aanwakkeren van nationale sentimenten is niet zonder risico.

 Zomaar een paar opmerkingen van de Amerikaanse president in de afgelopen weken: “We gaan IS helemaal platbombarderen.” “Noord-Korea vormt een probleem en wij gaan dat oplossen. We beschikken over de beste militairen.” “Ons leger is in opbouw en wordt krachtiger dan ooit. We hebben geen keus.”

Lees verder na de advertentie

De uitspraken vormen een contrast met voorganger Barack Obama. De man die in ieder geval zocht naar de dialoog met internationale partners, die de dreigementen van de Noord-Koreaanse leider afdeed als die van een recalcitrant kind dat je maar beter niet te serieus kan nemen en die militaire actie in Syrië liever op de lange baan schoof. Hij stelde weliswaar een rode lijn na het gebruik van gifgas door het Syrische regeringsleger, maar sloot een deal met de Syrische president Assad die beloofde zijn chemische wapens in te leveren.

Trump is anders. Hij “wil winnen.” Niet door zich terug te trekken en een isolationistische politiek te voeren, maar door de confrontatie aan te gaan. Daar hoort oorlogsretoriek bij. Het is een compleet nieuwe tactiek, zegt Stephen Sestanovich, professor aan de universiteit van Columbia. Hij adviseerde de Amerikaanse regering in het verleden regelmatig over buitenlandse vraagstukken.

“Trump presenteert de wereld als een donkere plek. Dat is echt uitzonderlijk voor een Amerikaanse president. Iedereen (vrienden, bondgenoten, handelspartners, migranten en onze eigen elite) is er volgens Trump op uit om de Verenigde Staten te ondermijnen. Hij belooft een keihard antwoord en dreigt met geweld. Het lijkt een persoonlijke strategie gebaseerd op het idee dat het goed is om mensen te intimideren.”

Gifgas 

De contouren van die intimidatie worden langzaam duidelijk. Trump ondernam wél militaire actie toen er een maand geleden gifgas werd gebruikt in Syrië en hij dreigt met geweld in de richting van Noord-Korea, in tegenstelling tot de meeste voorgangers die sancties prefereerden. “Het land zoekt problemen”, twitterde de Amerikaanse president.

Maar laten we de retoriek van Trump niet overdrijven, zegt Leah Windsor die gespecialiseerd is in de taal van politici en die speeches van Amerikaanse presidenten onderzocht op oorlogsretoriek. “Het is echt van alle tijden.”

We gaan IS helemaal plat­bom­bar­de­ren

Trump

Denk aan de voormalige president George W. Bush. Hij bestempelde na de aanslagen van 9/11 Noord-Korea, Irak en Iran als ‘as van het kwaad’. Deze landen zouden het terrorisme financieren en beschikken over massavernietigingswapens. De uitspraken waren nodig om de oorlog in Irak te verdedigen waar de Amerikanen uiteindelijk onder valse voorwendselen zouden binnentrekken.

Een van de voorgangers van Bush, de Amerikaanse president Ronald Reagan, sprak in 1983 over een ‘duister rijk’ waarmee hij de Sovjet-Unie bedoelde. Hij onderstreepte in die toespraken het belang van investeringen in nucleaire technologie, wetenschap en wapens. Want alleen dan kon een kernoorlog voorkomen worden, aldus Reagan.

“Trump gebruikte aanvankelijk in zijn speeches niet vaker de woorden macht, angst en oorlog dan zijn voorgangers”, zegt Windsor. “De Verenigde Staten zijn de laatste weken wel agressiever geworden in hun taalgebruik, zeker na de aanval op Syrië. Maar het zou best kunnen dat Noord-Korea juist om die reden zijn militaire spierballen laat zien en Trump probeert te testen. Hoe ver wil hij gaan?”

Wel vertoont het taalgebruik van Trump veel overeenkomsten met dat van een autocraat. In zijn algemeenheid kan je stellen dat die vaak in simpele bewoordingen spreekt, hij speelt in op emoties en maakt veel minder vaak gebruik van metaforen dan democratisch gekozen leiders. “Vooral in tijden van crisis werkt die duidelijke taal bijzonder goed”, zegt de uit Bosnië afkomstige Drazen Pehar, gespecialiseerd in politieke filosofie.

De dreigende taal is vaak bedoeld om de eigen bevolking voor zich te winnen en de buitenwereld af te schilderen als vijandig en boosaardig. Zo zei de Turkse president Erdogan na de diplomatieke rel met Nederland dat de Europeanen “gevaar zullen lopen.” De opmerking was duidelijk bedoeld voor binnenlands gebruik. Erdogan hoopte meer kiezers voor zich te winnen die zijn voorgestelde uitbreiding van de macht zouden goedkeuren.

Op de Filippijnen past president Duterte een soortgelijke strategie toe. Niet zozeer in de richting van natiestaten. Zijn vijanden, de drugsdealers, bevinden zich op eigen bodem. Vandaar dat hij de ‘drugsoorlog’ tot belangrijkste prioriteit heeft gebombardeerd.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Kim Jung-un (rechts) bij een ceremonie in Pyongyang. © EPA

In veel gevallen leidt de oorlogsretoriek niet tot een militaire escalatie, zegt Sestanovich. Denk aan de bekende Iraanse slogan ‘Death to America’ (dood aan de Amerikanen). Die leus werd als eerste gebruikt tijdens de Iraanse revolutie in 1979. Demonstranten die zich verzetten tegen het regime van de sjah, scandeerden hem. Deze werd later overgenomen door Ayatollah Khomeini die hem populariseerde.

‘Death to America’ is inmiddels een ingeburgerde term en wordt nog steeds geschreeuwd door conservatieve Iraniërs tijdens het vrijdaggebed. Het lokt weinig reactie uit, hoewel Trump de verhoudingen met Iran opnieuw op scherp zet.

De retoriek is vaak zo krankzinnig dat die niet eens serieus te nemen is

Stephen Sestanovich, professor aan de universiteit van Columbia

“De retoriek is vaak zo krankzinnig dat die niet eens serieus te nemen is”, zegt Sestanovich. De uitspraken van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zijn daar een goed voorbeeld van. Zo verkondigde hij ooit na lancering van een lange-afstandsraket “de beerput van het kwaad op afstand te kunnen houden”. Hij doelde op de Amerikanen. Ook dreigde hij al eens de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul “in brand te zullen zetten.” En de voormalige president van Zuid-Korea Park Geun-hye noemde de Noord-Koraanse leider ooit “een vieze prostituee.”

Het dreigen, het zoeken naar de confrontatie, past bij autocratisch leiderschap. Toch zijn er uitzonderingen. President Noersoeltan Nazarbajev van Kazachstan dankt zijn legitimiteit juist aan samenwerking met Rusland én de Verenigde Staten.

Moskou is de belangrijkste handelspartner en Washington werkt samen met Astana in de oorlog tegen het terrorisme. Zelfs met Oekraïne sloot Nazarbajev vorig jaar een belangrijke handelsdeal. Dat navigeren tussen landen die elkaars vijanden zijn, is de kracht van de Kazachse president.

Dreigementen zullen niet snel klinken uit de mond van Nazarbajev die zijn land overigens met harde hand bestuurt. Hij heeft er simpelweg geen baat bij en verkiest samenwerking boven de confrontatie.

Hoewel niet erg democratisch is harde taal ook niet aan Chinese leiders besteed. Dat heeft vooral te maken met het feit dat China vanwege het eenpartijsysteem sterk is geïnstitutionaliseerd, zegt Windsor. “Sterker nog: uit onze onderzoeken blijkt dat Chinese leiders het vaakst gebruik maken van positieve taal. Dan gaat het vaak over een beleefde houding in de richting van de gesprekspartner.”

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Vladimir Poetin, met op de achtergrond het Kremlin. © Epa

Poetin

Nog een opvallende uitzondering in het autocratenkamp: de Russische president Poetin. Hij is bijzonder beleefd in internationaal gezelschap.

Poetin is een dossiertijger en heeft op iedere vraag een antwoord. Dreigementen zijn aan hem niet besteed. Hij maakt liever gebruik van de retoriek van zijn tegenstander. Voor de annexatie van de Krim bijvoorbeeld ‘is nooit een schot gelost’, verklaarde Poetin vlak nadat de Russen het schiereiland hadden ingenomen.

Hij beloofde in zijn Krimspeech bovendien alles via internationale en democratische procedures te laten verlopen. Precies zoals het Westen van de Russische president verwachtte. Er zou een referendum worden gehouden op het schiereiland zodat de inwoners zich konden uitspreken over de Russische inname. Geen woord over oorlog, ook niet in de richting van Oekraïne.

Poetin handelt wel, maar weet dat in diplomatieke taal goed te verbloemen. Alleen tegen de jihadisten van Islamitische Staat (IS) verklaart hij de oorlog. De Russische president laat de staatsmedia uitgebreid over de strijd in Syrië en Oekraïne berichten om de eigen bevolking ervan te doordringen hoe boosaardig de buitenwereld is, maar Poetin zelf houdt zich op de vlakte en spreekt zich niet graag uit.

Als het over internationale politiek gaat, komen drie aspecten bijna standaard aan bod in de speeches van de Russische president: het VN-handvest, het belang van het internationaal recht en het idee dat er meerdere naties zijn in de wereld.

Nog een belangrijk verschil met het taalgebruik van autocraten: Poetin houdt zich aan de feiten en toetst zijn uitspraken. Veel autocraten vegen die bewijzen van tafel om het eigen gelijk te benadrukken. “Poetin is erg kalm en laat zich in veel opzichten milder uit dan zijn Amerikaanse collega’s”, zegt Pehar.

Iran gebruikt het vaakst agressieve taal, gevolgd door de Verenigde Staten, Venezuela en Frankrijk

Leah Windsor

Zo is een onderscheid in taalgebruik tussen autocraten en democratisch gekozen leiders minder duidelijk dan je in eerste instantie zou denken. “Iran gebruikt het vaakst agressieve taal. Maar het land wordt op de voet gevolgd door de Verenigde Staten, Venezuela en Frankrijk”, zegt Windsor. Dat laatste land gebruikt meer dreigende retoriek sinds de aanslagen in Parijs.

Bovendien, zo zeggen vrijwel alle specialisten, kan je je sterk afvragen of al die agressieve retoriek daadwerkelijk leidt tot meer oorlog. “Het wordt pas gevaarlijk wanneer leiders de controle verliezen over nationalistische emoties”, zegt Stestanovich. “Ik denk dat mensen daar in het geval van Noord-Korea bang voor zijn.”

Het is bovendien heel lastig een onderscheid te maken tussen echte dreigementen en bluf. “In zijn algemeenheid kan je stellen dat dreigementen van grote landen meer invloed hebben en dus meer opleveren. In de zin van: er wordt actie ondernomen.”

Maar een een-op-eenrelatie tussen oorlogstaal en militaire interventie, is nooit vastgesteld. Sterker: bescheidenheid en respect hebben heel weinig invloed op vrede, zegt Windsor. “De meest beleefde leiders hebben de meest vreselijke misdaden op hun naam staan. Woorden zeggen weinig.”

Lees ook: De cartoonisten van het Syrische oorlogsdrama

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie
We gaan IS helemaal plat­bom­bar­de­ren

Trump

De retoriek is vaak zo krankzinnig dat die niet eens serieus te nemen is

Stephen Sestanovich, professor aan de universiteit van Columbia

Iran gebruikt het vaakst agressieve taal, gevolgd door de Verenigde Staten, Venezuela en Frankrijk

Leah Windsor

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.