Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De wereld wordt steeds onveiliger en dat voedt de behoefte om te herdenken

Samenleving

Harriët Salm en Petra Vissers

Belangstellenden hebben zich verzameld bij het Nationale Monument op de Dam voor de nationale dodenherdenking (2017). © ANP

Steeds minder mensen hebben de Tweede Wereldoorlog zelf meegemaakt. Toch leeft de behoefte te herdenken op. Hoe komt dat?

De eerste kransen op de Dam zullen vanavond worden gelegd door mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. De betrokkenen. Maar nog even en er zullen geen ooggetuigen meer in leven zijn. Voor de behoefte aan herdenken lijkt dat echter niet uit te maken.

Lees verder na de advertentie

Die behoefte neemt juist toe, observeren kenners. “We zijn bang. We willen het idee van ‘dat nooit weer’ met elkaar bevestigen, juist in deze tijd”, zegt bijvoorbeeld Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam en voorzitter van het Amsterdamse 4 en 5 mei comité. De wereld om ons heen wordt onveiliger en dat voedt de belangstelling voor de nationale Dodenherdenking, denkt hij.

Behalve over de slachtoffers van oorlog gaat de do­den­her­den­king ook over het belang van vrijheid

Het jaarlijkse Nationaal Vrijheidsonderzoek onderschrijft de waarde die Nederlanders hechten aan 4 mei. Ruim acht op de tien Nederlanders geven aan de Dodenherdenking (heel) belangrijk te vinden.

Ook het aantal plaatsen waar wordt herdacht, lijkt de laatste jaren toe te nemen. Zo werden in 2013 nog vijftig huizen in zes verschillende steden opengesteld rond 4 en 5 mei, huizen waar joden ondergedoken hebben gezeten of verzetsleden samenkwamen. Dit jaar gebeurt dit op honderdzestig locaties in negentien steden. Cohen: “Ik loop al een tijdje mee en ga ieder jaar naar herdenkingen. Al tijden zie ik ieder jaar het aantal belangstellenden groeien.”

Dat heeft volgens Cohen te maken met het oplopen van internationale spanningen. Met de Amerikaanse president Trump ‘die zorgen oproept of zijn land met hem nog wel in goede handen is’. Of de Russische president Poetin, die de Krim annexeerde. Dat schept hier saamhorigheid. “Er zit misschien ook iets nationalistisch in, zo van: wij Nederlanders herdenken met elkaar.”

Behalve over de slachtoffers van oorlog gaat de dodenherdenking ook over het belang van vrijheid. En daar lijken Nederlanders zich inderdaad zorgen over te maken, meer dan voorheen. Het percentage mensen dat vindt dat 5 mei ‘een dag is waarop ik er bij stilsta dat vrijheid niet vanzelfsprekend is’ is toegenomen: van 73 procent in 2016 naar 81 procent nu. Cohen: “Ik zeg wel eens: vrijheid is als zuurstof, je merkt het pas als het er niet meer is.”

Ook directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau, die vandaag spreekt op de Dam, kan zich voorstellen dat internationale spanningen de behoefte om te herdenken doen toenemen. “We zoeken op dit moment naar onze eigen identiteit. De Dodenherdenking is daarmee verbonden”, zegt hij. “In onze onderzoeken naar wat Nederlanders belangrijk vinden komt de Dodenherdenking altijd naar voren, samen met Koningsdag.”

Daar komt bij dat Nederland maar één dag heeft waarop iedereen stil staat bij de nationale geschiedenis. Waar andere landen meerdere voor de natie belangrijke momenten herdenken, heeft Nederland alleen die twee minuten stilte. “Vandaar dat die zo veel waarde hebben.”

De oorlog leeft heel erg, meer dan een WK voetbal of Koningsdag

Ilse Raaijmakers

Het overlijden van de mensen die de oorlog hebben meegemaakt, maakt het op een bepaalde manier makkelijker om het erover te hebben. “Mensen hebben soms vreselijke dingen meegemaakt, waar ze moeilijk over konden praten. Kinderen en kleinkinderen gaan nu op zoek naar de verhalen.”

En dat is wel eens anders geweest, weet Ilse Raaijmakers. Ze onderzocht de historie van de Dodenherdenking in haar proefschrift ‘De stilte en de storm’. In de jaren zestig nam de belangstelling sterk af. “Onder de organisatoren heerste een crisisstemming.” In 1970, een kwart eeuw jaar na de oorlog, vonden velen dat het wel mooi geweest was. “Het boeit niemand meer, werd toen gezegd.” In 1970 besloot men de herdenking op 4 mei dan ook kleiner te maken en 5 mei werd zelfs helemaal niet meer jaarlijks gevierd.

Maar de jaren erop draaide de stemming weer. Inmiddels is volgens Raaijmakers 4 mei de belangrijkste nationale dag van het jaar. “De oorlog leeft heel erg, meer dan een WK voetbal of Koningsdag. Het blijft ons belangrijkste morele ijkpunt.”

Lees ook: Zwijgen over die 4 miljoen dode ‘onderdanen’ in Nederlands-Indië is ook kolonialisme

De schijnheiligheid rond het herdenken van Nederlandse oorlogsslachtoffers is beschamend, schrijft Marjolein van Pagee, historicus, fotograaf en oprichter van Histori Bersama.

Lees ook: De dodenherdenking weerspiegelt waar we als samenleving staan

De oproep van een actiegroep om de jaarlijkse twee minuten stilte op de Dam te doorbreken, roept bij het Filosofisch Elftal de vraag op wat we daar wel en niet moeten herdenken.

Meer artikelen over de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag kunt u vinden in ons dossier 4 en 5 mei.

Deel dit artikel

Behalve over de slachtoffers van oorlog gaat de do­den­her­den­king ook over het belang van vrijheid

De oorlog leeft heel erg, meer dan een WK voetbal of Koningsdag

Ilse Raaijmakers