Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De relitoerist in Israël krijgt wat-ie wil

Home

Monique van Hoogstraten

Joodse kolonisten en andere bezoekers lopen over de oude markt in Hebron. © EPA

Vanuit de hele wereld komen toeristen naar Israël om de plaatsen te bezoeken die verbonden zijn met de bijbelse verhalen: Nazareth, Bethlehem, Jeruzalem. Overal kun je souvenirs kopen. Iedereen probeert een graantje mee te pikken van het religieus toerisme.

Wie het Heilige Land bezoekt kent het: de olijfhouten kerststalletjes, iconen van de Heilige Familie, kruisbeelden met of zonder Jezus eraan. Vooral in de plaats waar hij werd geboren en de stad waar hij stierf, is er geen ontkomen aan. Het spoor van deze reli-industrie leidt naar de Westelijke Jordaanoever.

Lees verder na de advertentie

Even ten zuiden van Jeruzalem wordt het landschap al snel bijbels. Terrassen met olijfbomen en wijnranken, een ezel langs de weg, een herder met een kudde geiten. Denk de helderwitte joodse nederzettingen en de in grauw beton opgetrokken Palestijnse dorpen even weg, en je ziet door je oogharen de oeroude paden waar Jezus of misschien zijn ouders liepen. Het is er nog steeds. Daar ligt Battir, een Palestijns dorp dat in 2014 op de Werelderfgoedlijst kwam vanwege z'n eeuwenoude landbouwterrassen en ingenieuze irrigatiesysteem. Het jaar daarna volgde een tweede succes voor de bewoners van het dorp: het Israëlische Hooggerechtshof verbood de bouw van de Muur op die historische plek. Het heeft Battir als toeristische attractie in Palestina op de kaart gezet, steeds meer bezoekers van het nabijgelegen Bethlehem worden hierheen gelokt. Er zijn gemarkeerde wandelpaden, een ecomuseum en sinds kort zelfs fietsverhuur.

Christelijke wortels heeft Battir niet. De lokale geschiedenis voert terug naar joden (het oudtestamentische Beitar) en moslims. Toch speelt Jezus er een grote rol, zeker bij Sultan Shami (47). Hij is moslim - zij het niet praktiserend, feitelijk is hij atheïst. De Bijbel heeft hij niet gelezen. "Maar mijn moeder stuurde me naar een christelijke school en ik kan het onzevader opzeggen", vertelt Shami. "Van mijn moeder heb ik ook tolerantie geleerd. Als kind wilde ik van haar weten welk geloof het beste is. Ze zei dat alles goed is, en dat je niet mag generaliseren."

Tekst loopt door onder afbeelding

Alaa Sayej © Moniek van Hoogstraten

Dus daar staan ze in zijn winkel uitgestald: Maria met kind, een stadsgezicht op Nazareth, het Laatste Avondmaal, maar ook de joodse Menorah. Beneden in het atelier wachten witte gipsen sierborden en kruisbeelden op een kleurtje. Vele honderden verschillende artikelen produceert hij naar eigen zeggen. "Ik verkoop in Jeruzalem en Bethlehem, maar ook in Honduras, Rusland en Zuid-Afrika."

Shami's motto is tweeledig: zelf een goede boterham verdienen - dat is gelukt, getuige de glimmende zwarte SUV voor de deur - en Palestijnen minder afhankelijk maken van buitenlandse hulp. In zijn winkel verkoopt hij ook traditioneel Palestijns borduurwerk van een aantal vrouwen uit het dorp. "Met ons plan 'Battir 2020' willen we ons dorp tot voorbeeld maken van hoe je met toerisme een inkomen kunt verdienen."

Van Battir gaan we langs hoofdweg 'Route 60', die de hele Westbank doorkruist, iets zuidelijker op zoek naar het schoeisel dat vaak in verband wordt gebracht met bijbelse figuren: de sandaal. Of liever de betere teenslipper, echt leder, een beetje hippie-achtig. Toeristen nemen ze graag mee naar huis.

Op deze route wordt het landschap lieflijker, maar tegelijk rauwer. We zien kleine akkers op mini-terrassen, maar passeren ook een hoge wachttoren van het Israëlische leger, vanwaaruit soldaten - onzichtbaar voor ons - op ons neerkijken. Iets verderop een rotonde staan zwaarbewapende soldaten bij de bushalte om joodse kolonisten die hier de bus nemen te beschermen tegen aanslagen.

De sandalen worden ook weer door een islamitische familie gemaakt. We zijn inmiddels in Hebron, de stad van de aartsvaders, waar je zelden toeristen treft. Hebron heeft de reputatie oerconservatief te zijn en komt vaak negatief in het nieuws door gewelddadige aanvaringen tussen joodse kolonisten en Palestijnse jongeren.

Tekst loopt door onder afbeelding

Mira al Zatari © Moniek van Hoogstraten

"Ik wil weleens af van het beeld dat in Hebron overal terroristen op de loer liggen", zegt Mira al Zatari (34). Ze heeft een diploma bedrijfskunde en laat zich niet aan banden leggen door de paternalistische cultuur in haar stad. Ze staat aan het hoofd van een familiebedrijf dat sandalen produceert. De naam Jezus komt in haar verkoopverhaal niet voor. "Een christelijke profeet, dat kan hier niet." In plaats daarvan prijkt op de schoenendozen een kameel, in haar ogen een symbool van Palestina. Zelf draagt ze onder haar elegante lange zwarte jurk een pittig zwart laarsje. Bij binnenkomst is ze druk bezig met een Amerikaans stel, dat voor hun twee kinderen sandalen op maat laat maken.

Bijna vijftig jaar geleden fabriceerde haar vader de eerste sandalen in de kelder onder hun huis. Decennialang bleef de omzet beperkt, totdat hij het Mira toestond (ja, het was even slikken toen zijn dochter de leiding nam) om de sandaal breder op de markt te zetten. 'Handgemaakt', 'natuurlijk materiaal', 'lokaal leer' werden de steekwoorden. Haar aanpak wierp vruchten af. De sandalen worden nu niet alleen in Israël, maar tot in Amerika verkocht. Met vijftien mensen in de werkplaats leveren ze dagelijks zo'n 350 schoenen af. Omdat een oom het leer produceert, kunnen ze de prijs laag houden en met de Chinezen concurreren, vertelt ze.

Vanuit Hebron reizen we langs de oostkant van Jeruzalem naar het noorden. Kleine kavels met aubergines en courgettes maken plaats voor een weids woestijnlandschap. We zitten aan de rand van de Judea-woestijn. De slingerende weg, dan weer steil omhoog, dan weer steil omlaag, is voor Palestijnen de enige verbinding tussen het noorden en het zuiden van bezet gebied. Door Jeruzalem heen mogen ze niet.

Tekst loopt door onder afbeelding

Sultan Shami © Moniek van Hoogstraten

Het verkeer is soms tergend langzaam en chaotisch, maar laat je de realiteit van de bezetting aan den lijve ervaren - en trouwens ook de veelgeroemde Palestijnse gastvrijheid. Bij een krakkemikkig, maar even zo vrolijk geverfd straatstalletje op wielen worden we gewenkt voor koffie, want we staan toch maar te bakken in de file. Dit is de goeie Arabische koffie; sterk, bitter en zoet tegelijk. Als altijd in een wegwerpbekertje, waarvoor wij een prullenbak zoeken, maar veel anderen niet. De hoeveelheid afval langs Palestijnse wegen is overweldigend.

Reisdoel is Bir Zeit, iets boven Ramallah, van oudsher een christelijk dorp en zetel van de belangrijkste Palestijnse universiteit. Een liberaler Palestina hier, waar jongeren bier drinken en naar festivals gaan. "Waarom importeren we eigenlijk bier?", vroeg Alaa Sayej (29) zich af, nadat hij terugkwam van zijn studie Finance & Investments in Engeland. Volgens hem consumeert de Westbank, ondanks het verbod voor moslims om alcohol te drinken, maandelijks 20.000 bierkratten. "Vooral in Ramallah komen jongeren om bier te drinken." Slechts een klein deel daarvan wordt geleverd door het bijna 25 jaar oude 'Taybeh', tot voor kort de enige Palestijnse brouwerij.

Tekst loopt door onder afbeelding

Het landschap rond Battir heeft iets bijbels, met akkers op terrassen en witte huizen. © AFP

Alaa komt uit een zeer gegoede, oude christelijke familie, en zijn vader wilde wel investeren. Maar de Palestijnse Autoriteit weigerde een vergunning te geven voor de bierbrouwerij. Reden: het logo van 'Shepherds Beer' - een bebaarde man in bijbels landschap - had volgens hen met Jezus te maken. Alaa, grinnikend: "Dat kan Jezus niet zijn, zei ik hen, want de Ster van Betlehem staat er ook bij. Toen was Jezus een baby. Dit is gewoon een traditionele Palestijnse herder."

Inmiddels rollen de flesjes van de band, maar de problemen zijn niet voorbij. Shepherds organiseerde vorig jaar een meerdaags bierfestival in Bir Zeit. "Tuintjes met nepgras, picknicktafels, iedereen blij." Tot de imam tijdens het vrijdaggebed schande sprak van de christenen. Alaa: "Dat was olie op het vuur. Jonge jongens begonnen de biertuin te vernielen."

Tekst loopt door onder afbeelding

Een slingerende weg door de Judea-woestijn. © COLOURBOX

"We waren ooit een liberaal christelijk stadje. Nu niet meer. Iedereen wordt steeds religieuzer. Zoals overal in het Midden-Oosten voelen we ook als christenen in Palestina de angst", zegt hij. Maar Alaa laat zich niet van de wijs brengen. In de brouwerij die hij met twee broers en een zus leidt, werken ook een paar moslims. Wie van bier houdt is welkom.

Dagelijks komen er toeristen voor een rondleiding en proeverij, zo'n tweehonderd per maand. Er zijn zelfs plannen voor een Biertuin in 'Shepherds Field', het veld van de herders uit Jezus' geboorteverhaal.

© RV

Deel dit artikel