Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De reisadviezen voor Nicaragua zijn weer positief, maar toeristen blijven weg: ‘De buitenlanders zijn bang’

Samenleving

Nicole Besselink

Lege cabanas op het strand in Nicaragua. © Nicole Besselink
Reportage

Een jaar nadat de politieke spanningen in Nicaragua omsloegen in geweld, zijn de meeste reisadviezen weer positief. Maar het toerisme, een net goed op gang gekomen goudmijn in een van ‘s werelds armste landen, is ingestort. Met gevolgen voor zo ongeveer iedereen.



In de souvenirwinkel hangt tussen de kleurrijke tanktops met bekende nationale vakantiebestemmingen één hemd met een statement: ‘En Nicaragua. Quién dijo miedo?’ Vrij vertaald: Nicaragua, hoezo eng?

 Dat lijkt een retorische vraag, hier op Little Corn Island, een tropisch bounty-eiland voor de Caribische kust van Nicaragua. Het engste is misschien nog de tocht er naartoe vanaf het grotere buureiland, in een houten motorbootje stuiterend over de golven. Daarna wachten palmbomen en hangmatten op een met poederstranden en lichtblauw water omringd eiland zonder auto’s. Twee agenten patrouilleren de fietspadbrede junglepaden te voet. Druk hebben ze het niet.



Lees verder na de advertentie
Plots was er in Nicaragua geen backpacker meer te vinden

Toch heeft dit doorgaans populaire vakantieparadijs het moeilijk. Toen de politieke spanningen tussen regering en oppositie vorig jaar uitmondden in grootschalig geweld met honderden doden tot gevolg (zie kader), sprongen de reisadviezen van westerse landen - grootleverancier van toeristen hier - op oranje. Ofwel: alleen nog naar Nicaragua reizen indien noodzakelijk, en daarbij vaak geen dekking meer bij de reisverzekeraar. Binnen mum van tijd waren de toeristen vertrokken. Zelfs op de eilanden, ver van het geweld in hoofdstad Managua en andere steden op het vasteland. 



Daarmee kwam een miljoenenindustrie, sinds de jaren negentig gestaag gegroeid na een stormachtige geschiedenis vol dictators en burgeroorlogen, abrupt tot stilstand. Plots was er in Nicaragua geen backpacker meer te vinden die van een vulkaan af wilde surfen of tussen hamerhaaien zijn duikbrevet wilde halen. Groepsrondreizen langs koffieplantages, kratermeren en handwerkmarkten werden een voor een geannuleerd, internationale en nationale vluchten geschrapt. Gidsen kwamen op straat te staan. Hotels, reisbureaus en restaurants gingen dicht.

Zeker 70.000 Nicaraguanen in de toerismesector zijn door de politieke crisis hun baan kwijtgeraakt, zo schatte het Nationale Toerismebureau van Nicaragua (Canatur) afgelopen zomer in. Veel toerismewerknemers zijn vervolgens, al dan niet met familie, de grens met Costa Rica overgestoken, of verder uitgeweken, op zoek naar vervangend inkomen. Soms houdt achtergebleven familie het hotel nog open voor sporadisch aanwaaiende toeristen. Op andere plekken verhuren hoteleigenaren uit financiële nood hun huis om zelf een van de leegstaande hotelkamers te betrekken.

Spotprijzen

Deze en andere sporen van de plotsklapse omslag in het toerisme zijn een jaar na dato overal in het land zichtbaar, en vooral daar waar buitenlandse toeristen graag kwamen. Zoals op het kleine Corn-eiland. Daar zijn hotels nu chronisch onderbezet, vele malen goedkoper, of staan helemaal leeg. Een aantal restaurants zit dicht of opent alleen nog bij reserveringen. Kreeftvissers die eerder buiten het visseizoen toeristen mee uit snorkelen namen, verven nu hun boot op het strand.

“Het toerisme is hier met negentig procent afgenomen”, schat horeca-ondernemer Mai-Lynn Nguyen (49). Met haar Italiaanse zakenpartner bouwde de Canadese negen jaar geleden Café Desideri aan het strand, en sindsdien groeide het aantal buitenlandse toeristen op het eiland (circa 800 bewoners) elk jaar verder. Tot vorig jaar. “In juni gingen we dicht. Net als alles hier. Er was geen enkele toerist meer. In de zomer heb ik op een Grieks eiland gewerkt en sinds december zijn we weer open. Eerder hadden we achttien lokale mensen in dienst, nu vijf. We draaien maar net winst.”



Het zijn lang niet alleen de mensen die direct met toeristen werk(t)en die het moeilijk hebben. Ook het hele spinnenweb aan diensten dat in de loop der jaren om het Nicaraguaans toerisme heen is geweven, mist de bezoekersstroom van voorheen. Naar schatting bleven vorig jaar 600.000 toeristen weg, terwijl Nicaragua er in 2017 een kleine twee miljoen ontving (op een bevolking van 6,3 miljoen).

Minder toeristen betekent voor al die betrokkenen minder werk, en inkomen

Neem alleen al de Corn-eilanden. Die worden grotendeels vanuit Managua bevoorraad. Eilanders bestellen er spullen van de markt, vrachtwagens rijden daarmee driehonderd kilometer naar de rivier in El Rama, waar de boel wordt overgeladen op schepen. Meren die na uren varen aan, soms met meereizende backpackers, dan wachten loopjongens met platte karren en kruiwagens op de pier; zij brengen de bierkratten, diepvrieskippen en zakken rijst te voet rond op het eiland. Minder toeristen betekent voor al die betrokkenen minder werk, en inkomen.

En dat in een land waar de inkomsten in andere sectoren ook al onzeker zijn. Met landbouw (koffie, suiker, tabak), veeteelt (rundvlees) en kledingproductie als andere belangrijke poten onder de verder smalle economie is Nicaragua kwetsbaar voor mislukte oogsten en wisselende exportprijzen. Voor veel Nicaraguanen waren de extra inkomsten uit toerisme, direct of indirect verdiend, dan ook welkom. Een kwart van de bevolking leefde in 2016 onder de armoedegrens, en voor iets minder dan de helft is onvoldoende werk beschikbaar.

Voorlopig kan het land, na Haïti het armste op het westelijk halfrond, alleen maar dromen van de 840 miljoen dollar aan toerisme-opbrengsten uit 2017. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat de effecten van de voortdurende politieke instabiliteit in het land nog een tijdlang zullen doorwerken; door afnemend vertrouwen onder consumenten en beleggers nemen investeringen af en verdwijnen nog meer banen. De Wereldbank verwacht dat de groei van het bruto nationaal inkomen, na jaren gezond in de plus, ook dit jaar negatief zal zijn (in 2017 nog +4,9 procent, in 2018 -3,8, en -5 als prognose voor 2019).

Te huur

Ondertussen is de toerismesituatie op het vasteland haast nog beroerder dan op de eilanden. Het als levendig bekend staande centrum van universiteitsstad León doet bij vlagen aan als een verlaten mijndorp. De avonden zijn stil. Op de muur van een koloniaal pand staat nog een vrolijke tekening van een vulkaansurfer, maar de ongebruikte kantoorruimte staat te huur. Een ander voorheen florerend reisbureau, Volcano Day, bestaat nu uit een moeilijk vindbaar tafeltje op de patio van café-hotel ViaVia. 

Ook verderop in koffiecentrum Matagalpa is het toerisme omgeslagen. Deze provincieplaats in de hooglanden op een paar uur ten noorden van Managua wordt omringd door te bezoeken koffie- en cacaoplantages. Veel toeristen kozen de stad als uitvalsbasis, tot vorig jaar. De lokale talenschool moest haar deuren al sluiten. Het oudste hostel, La Buena Onda, ging terug van twee locaties naar één. Op het prijsbordje in de receptie is de nachtprijs van negen dollar per nacht verandert in een zeven.

“Meteen vanaf april werden reserveringen bij ons geannuleerd”, vertelt Mirna Palma (39) van Matagalpa Tours. Organiseerden zij en haar negen collega’s eerder elke dag een of meerdere tours naar koffieplantages en andere attracties in Nicaragua, in de eerste drie maanden van dit jaar waren dat vijf trips - in totaal. Er staan nog maar drie parttime medewerkers op de loonlijst, die een fractie van hun loon krijgen doorbetaald door onder meer de verkoop van auto’s. “Het is voor het reisbureau overleven”, aldus Palma, die zelf ook bezuinigt op haar boodschappen en andere uitgaven. “Het is dat haar vader ook werk heeft”, zegt ze, knikkend richting haar op kantoor ronddrentelende dochtertje. “Alleen met mijn salaris zouden we het niet redden.”



Hoewel Europese landen hun reisadviezen in december hebben bijgesteld naar geel, het vertrouwde niveau van voor de geweldsgolf, is het toerisme nog lang niet terug op dat oude niveau. “Europeanen hebben één keer per jaar vakantie en plannen die vaak ver van tevoren”, is Palma’s uitleg. “Zij hebben hun plannen veranderd.” Daarbij komt dat de dichterbij gelegen Verenigde Staten hun advies vooralsnog op oranje hebben laten staan (‘heroverweeg uw reis’), tot frustratie van menig toerisme-ondernemer. “Los gringos tienen miedo”, zeggen Nicaraguanen: de buitenlanders zijn bang.



Spanning

Zelf zijn Nicaraguanen ook op hun hoede. Het mag in het land sinds december weer rustig genoeg zijn voor milde reisadviezen, de spanning is er nog steeds. Gaat een gesprek bedekt over ‘wat er vorig jaar is gebeurd’, dan schakelen stemmen over op fluistertoon, ook als er twee dikke muren en een veranda tussen de kamer en de lawaaiige straat zitten. Of het bezoek wordt meegenomen naar een basketbalveld of een dak, weg van mogelijke overhoorders. Dáár spreken sommigen zich dan wel uit, voor of tegen de regering. Hun naam willen ze niet in de krant hebben, bang voor de gevolgen die het kan hebben. 



Niet iedereen in Nicaragua kan of wil koopjesjagend en eindjesknopend afwachten of de rust aanhoudt en de toeristen terugkeren. Gesprekken tussen Nicaraguanen gaan al snel over vrienden, familie of kennissen die de grens zijn overgestoken voor werk. Of daar plannen voor hebben. Vooral Costa Rica is populair. Tienduizenden Nicaraguanen weken er al naar uit, ook al zijn de levenskosten daar hoger en belanden aanvragen voor asiel en werkvergunning op een lange wachtlijst.

“Het gaat veel tijd kosten om het toerisme weer op het oude niveau terug te krijgen”, denkt strandtenteigenaar Nguyen. Ze doet er met andere horeca-ondernemers op het eiland alles aan om potentiële bezoekers gerust te stellen, op sociale media en reiswebsites. Maar voorlopig opent ze de souvenirwinkel naast haar café alleen op verzoek van langslopende toeristen, en blijft het ‘Nicaragua, hoezo eng?’-hemdje hangen waar het hangt.

De crisis in Nicaragua heeft diepe wortels

Het zou gedaan zijn met dictators, zo was de hoop in Nicaragua toen het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront (FSLN) in 1979 na een jarenlange guerrillastrijd een einde maakte aan de dictatuur van de familie Somoza. Veertig jaar later is een van de socialistische voormannen van destijds, Daniel Ortega, bezig met z’n vierde presidentstermijn namens diezelfde FSLN, nu een politieke partij. Tegenstanders stellen dat deze dictatorbevechter zelf in een dictator is veranderd.

Ortega (73) heeft sinds zijn eerste regeerperiode (1985-1990) bij elke verkiezing op het stembiljet gestaan. Hoewel Nicaragua eerder maximaal twee termijnen toestond, kan Ortega (‘cristiana, socialista, solidaria!’) na een omstreden grondwetswijziging eindeloos door; hij is nu met zijn derde achtereenvolgende termijn sinds 2007 bezig.

De oppositie verwijt hem een corrupt regime te leiden. Hij zou het parlement, hooggerechtshof en de media naar zijn hand hebben gezet en daarmee de linkse idealen waar hij in een vorig leven voor streed gedag hebben gezegd. Internationale waarnemers uiten al langer zorgen over de toenemende machtsconcentratie en mensenrechtenschendingen in het land.

Disproportioneel geweld

Tegenstanders beschouwden een bezuiniging op de pensioenen als laatste druppel en gingen vorig voorjaar massaal de straat op. Hoewel Ortega zijn pensioenplannen na een week van publiek verzet weer introk, hielden de protesten tegen hem en zijn regering nog maanden aan - tot de president demonstreren illegaal verklaarde en in juni en juli met geweld de straten schoonveegde, waar blokkades waren opgeworpen.

Volgens het mensenrechtenrapport van de Verenigde Naties over de protesten kwamen ongeveer 300 mensen om, zo’n 2000 raakten gewond - overwegend demonstranten, en vooral door disproportioneel geweld van de autoriteiten. Ook werden honderden personen vervolgd voor o.a. terrorisme en georganiseerde misdaad. De VN riepen Ortega vorig jaar op om ‘de gewelddadige onderdrukking van demonstranten’ te stoppen en spraken van een ‘heksenjacht’. Waarna Ortega de betrokken VN-mensenrechtenexperts het land uitwees.

Sinds eind februari zijn regering en oppositie in gesprek over heikele thema’s als het ontwapenen van paramilitairen, vervroegde verkiezingen, het recht op demonstreren, de veilige terugkeer van gevluchte politieke tegenstanders en de vrijlating van politieke opponenten. Maar alles ligt lastig. Zo houdt Ortega’s regering het erop dat 260 mensen tijdens de protesten zijn gearresteerd, de oppositie stelt dat er nog zeker 600 vastzitten. En over eerdere verkiezingen piekert Ortega niet.

De tekst van dit artikel is aangepast, omdat de gemiddelde bezettingsgraad van hotel Viavia in León hoger blijkt dan oorspronkelijk gemeld.

Lees ook:

Nicaragua leeft in angst voor Operatie Schoonmaak

Na maanden van politiek geweld is volgens de Nicaraguaanse president Daniel Ortega in de zomer van 2018 het ‘normale’ leven teruggekeerd. De oppositie beschuldigt de regering echter van een terreurcampagne tegen critici van het regime.

Deel dit artikel

Plots was er in Nicaragua geen backpacker meer te vinden

Minder toeristen betekent voor al die betrokkenen minder werk, en inkomen