Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De overheidstombola: soms doet onze mening er wél, en soms ook niet toe

Samenleving

Rob Schouten

© Maartje Geels
Column

Ik ben als het erop aankomt, geloof ik, voorstander van een zorgzame, soepele overheid waar je ook van tijd tot tijd om kunt lachen - zoals het personeel beneden soms moet kunnen lachen om hun meesters boven. Maar het moet niet te gek worden.

De overheid moet ook een zeker gezag uitstralen, anders kunnen we net zo goed zelf in het Torentje gaan zitten. Een overheid die zichtbaar naar de pijpen van het volk danst neemt geen mens serieus.

Lees verder na de advertentie

Een van de instrumenten waarvan de soepele overheid zich bedient, is de notie van ‘maatschappelijk draagvlak’. Eerlijk gezegd hoorde ik daar dertig, veertig jaar geleden niks over, maar tegenwoordig bestaat het heus. Maatschappelijk draagvlak betekent zoiets als ‘goedkeuring van de gemeenschap’. Van óns dus: zijn we het grosso modo eens met wat de overheid doet?

Nadat de menigte hem de dansvloer had opgeduwd deed staats Harbers een dansje, en wij, dragers van het maat­schap­pe­lijk vlak, vonden het koddig om te zien

De inzet van maatschappelijk draagvlak als instrument heeft iets weg van een tombola. Zo wordt er de ene keer wel en de andere keer geen enkele rekening gehouden met wat het volk ervan vindt. 

Stupide optreden

Bij bijvoorbeeld belastingverhogingen of buitenlandse politiek wordt helemaal niet gevraagd wat het maatschappelijk draagvlak is, de overheid veronderstelt dat wij daar toch geen verstand van hebben. Maar gevoeliger en menselijke onderwerpen als vreemdelingen- en asielpolitiek, waar iedereen z’n zegje over doet, zijn vaak wel onderhevig aan de zwaarte van het maatschappelijk draagvlak. 

Toch zijn sommige gevoelige onderwerpen daarvan ook weer uitgesloten, zo interesseert het de overheid kennelijk niet wat wij vinden van het stupide optreden van minister Blok. Een tombola kortom.

De mooiste rol speelt maatschappelijk draagvlak als het na een periode van gestrengheid onverwacht alsnog aanbreekt, als zon aan een zwaarbewolkte hemel. Lili en Howick. Moesten weg en mochten ineens toch blijven.

Dolblij

Je kunt je voorstellen dat staatssecretaris Harbers dolblij was dat ze de nacht voor hun uitzetting wegliepen, zodat hij opeens hun veiligheid als argument kon gebruiken om de hand over z’n hart te strijken. Wij van het volk, een paar hardliners uitgezonderd, wisten allang dat het zo moest: Armenië een veilig land, zal best, maar dit waren kinderen die geen woord Armeens kenden en volledig waren geïntegreerd. Enfin, Harbers ging namens de overheid overstag.

Marten Toonder heeft dit louteringsproces in heel wat van zijn verhalen beschreven: na aanvankelijke gestrengheid tappen burgemeester Dickerdack of commisaris Bas soms ineens uit een heel ander vaatje, bijvoorbeeld in ‘Tom Poes en het vibreerputje’, waarin kunstenaar Terpen Tijn een bron aanboort die de hardste harten verzacht; als Bulle Bas er ook uit drinkt lezen we: “Wonderlijk”, sprak hij. “Voel je de beweging van de natuur, Snuf? Hoor je hoe het ruisen van de bladeren en het zingen van de vogels samensmelten tot één machtige muziek? Houd mijn opschrijfboekje vast, Snuf. Ik moet dansen.”

Zo’n soort dansje voerde ook staats Harbers afgelopen weekend op, nadat de menigte hem de dansvloer had opgeduwd, en wij, dragers van het maatschappelijk vlak, vonden het koddig om te zien.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier. 

Lees ook:

Triomferen de kinderrechten nu Lili en Howick mogen blijven?

'Ongelooflijk blij voor de kinderen zelf en dat kinderrechten er tóch toe doen', reageert kinderombudsman Margrite Kalverboer op het besluit dat Lili en Howick mogen blijven. Is hun zaak het begin van een ommekeer?

Deel dit artikel

Nadat de menigte hem de dansvloer had opgeduwd deed staats Harbers een dansje, en wij, dragers van het maat­schap­pe­lijk vlak, vonden het koddig om te zien