Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De nieuwe slachtoffercultus: wie die rol weet op te eisen, wint het gevecht

Samenleving

Henri Beunders

© iStock
Essay

In de ooit zo kalme polder woedt de strijd om het slachtoffer. Wie die rol weet op te eisen, wint het gevecht. Met funeste gevolgen.

Slachtoffer. Je kunt geen gesprek opvangen of iets via de media tot je nemen of je hoort dat woord. Asielzoekers voelen zich slachtoffer van Fort Europa. Vrouwen zeggen slachtoffer te zijn geweest van seksueel geweld, en slaan hun schaamte en woede daarover in een meppende beweging terug over het net, in de niet te retourneren vorm van schuld. Etnische minderheden voelen zich slachtoffer van ‘institutioneel racisme’, de opvolger van ‘alledaags racisme’. Het zwarte deel ervan voelt zich (zie Zwarte Piet) slachtoffer van het ‘witte privilege’ van de blanke meerderheid in Nederland. De Friese activisten die de Zwarte Piet-inhuldiging in Dokkum wilden beschermen, voelen zich slachtoffer van het culturele imperialisme van de Randstad.

Lees verder na de advertentie

Binnen die blanke meerderheid voelen de ‘Gewone Nederlanders’ zich slachtoffer, aldus CDA-leider Sybrand Buma: “Dan zie ik een heleboel mensen die eigenlijk vroeger het gevoel hadden dat ze het land droegen, en nu het gevoel hebben dat ze aan de zijlijn staan.” NRC-columnist Lamyae Aharouay wilde die Gewone Nederlander ontmoeten en sprak met acht mensen die op haar oproep reageerden. Ze moest na afloop concluderen dat die acht zich ‘gewoon’ voelden om vooral materialistische redenen, ze hadden maar een ‘gewoon huis’, en maar een ‘gewoon inkomen’. Het is maar een kleine stap naar de ‘boze burgers’ die roepen: ‘We zijn voor een dubbeltje geboren, en worden voor een kwartje gepakt’. Zij voelen zich waarschijnlijk meervoudig slachtoffer.

Zeer verschillende slachtoffers

Allemaal zeer verschillende slachtoffers. Toch kunnen we de vraag stellen of er geen overeenkomst is, een gemeenschappelijke oorzaak. Waarom voelen zoveel mensen zich slachtoffer?

Mensen zijn verslaafd geraakt aan het zich permanent gekwetst voelen

De jonge Amerikaanse (blanke) superster-blogger Mark Manson (33) pleit in zijn bestseller ‘De edele kunst van not giving a f*ck’ voor minder slachtofferschap en meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid. Hij noemt het fenomeen Victimhood Chic. Zijn twee verklaringen: de media, en de persoonlijke psychische voordelen van het slachtofferschap. De media speuren naar elke gekwetstheid, hoe licht ook, lieren die op tot algemene woede, zodat die de woede opwekt van een ander bevolkingsdeel. Het resultaat is een ge-pingpong van zelf aangewakkerde ‘shitstormen’ over en weer tussen twee denkbeeldige partijen: ‘Geen wonder dat we politiek verdeelder zijn dan ooit’. De andere reden is dat mensen verslaafd zijn geraakt aan het zich permanent gekwetst voelen. Ze worden er high van, voelen zich moreel superieur, en dat voelt goed. “Het is zelfs verraderlijker dan de meeste ondeugden omdat we niet eens bewust erkennen dat het genot verschaft.”

Deze analyse is juist, maar te beperkt. Het nieuwe aan de huidige golven van slachtofferschap is dat deze het gevolg zijn van harde en zachte ontwikkelingen: individualisering, secularisering en therapeutisering enerzijds en globalisering en turbokapitalisme anderzijds. In onze grenzeloze wereld is the sky the limit, was tot voor kort de dominante gedachte. In de mondiale economie heeft iedereen gelijke kansen, is iedereen welkom, kan iedereen doen wat ie wil, is iedereen zzp’er, is iedereen blij.

'Succes is een keuze!' 

In het Westen kon na de zege in de Koude Oorlog het neoliberale idee ontstaan: ‘Succes is een keuze!’ In Nederland is die gedachte vooral verspreid door de VVD, die al in de jaren tachtig kwam met de slogan ‘Gewoon jezelf zijn’. En Mark Rutte zegt sinds jaar en dag in allerlei bewoordingen dat als je maar hard werkt je vanzelf komt waar je wezen wilt. Succes is ‘het Nieuwe Normaal’. Maar als alles en iedereen ‘normaal’ moet en kan zijn, dan wijk je al snel af, en daar is dan maar één acceptabele oorzaak voor: je bent slachtoffer.

Nieuw is de kritiek van blogger Manson op de ‘slachtoffercultuur’ niet. De Canadese katholieke filosoof Charles Taylor schreef rond 1990 al: “Het slachtoffer is de centrale figuur van de postmoderne tijd.” In een wereld zonder een samenhangend stelsel van gedeelde levensbeschouwingen, werden emoties belangrijker. De schaduwzijde van die emotionele vrijheid was de behoefte aan bescherming in de ‘risicomaatschappij’. De eis werd maximale vrijheid en maximale bescherming. Zo werd elke aantasting van de autonomie en veiligheid gezien als extern veroorzaakt leed: men voelde zich dan slachtoffer.

Eerder uitgevonden

In Nederland werd het slachtofferschap al eerder uitgevonden, in 1945. Mede door de hongerwinter voelde het héle Nederlandse volk zich slachtoffer van De Bezetting. In dat gedeelde gevoel was geen aparte plaats voor bijzondere groepen slachtoffers zoals Joden, Roma, homoseksuelen of invaliden. Pas vanaf medio jaren zestig werd de Holocaust dieptepunt en kern van die oorlog, waarna steeds meer groepen zich ‘oorlogsgetroffene’ gingen noemen, verzetsmensen, Indische Nederlanders, familie en kinderen van de getroffenen.

Deels is het fenomeen dat lijden bij sommige mensen zich pas veel later manifesteert een logisch gevolg van het fysiek zwakker wordende lichaam, je kunt het niet meer wegduwen. Historisch is dat soms ook zo. De geschiedenis is een schuiftrompet, soms is gisteren heel ver weg, soms lijkt het alsof de slavernij pas vanmorgen is opgeheven. Maar het eigen leven en de geschiedenis zijn ook een caleidoscoop. Al draaiend kun je frisse en opwekkende kleuren voortoveren, of je draait het ding net zo lang dat het je zwart voor de ogen wordt.

'Slachtoffergeneratie' 

Socioloog J.A.A. van Doorn, die in 1999 zich afvroeg of er iets bestaat als een ‘slachtoffer­generatie’, doelende op de oorlog en zijn lange schaduw, zag een ‘veralgemenisering van het slachtofferschap aan de gang’. Hij noemde deze ontwikkeling zelfs slachtofferitis.

Ik hoef je niet serieus te nemen omdat jij ge­trau­ma­ti­seerd bent

Sociologe Jolande Withuis betoogt ook al sinds jaar en dag dat sinds het begrip Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) in 1980 offi­cieel werd het begrip ‘trauma’ van een medische diagnose tot een politiek-sociale constructie werd. Het gevolg: niet de medicus maar de patiënt mocht zelf voortaan bepalen of hij/zij daaraan leed. De status van ’oorlogsgetroffene’ was in veel gevallen meer dan terecht, maar had ook enkele nadelen: het sluit het slachtoffer op in zijn slachtofferschap, maakt hem of haar daarmee zelfs monddood: “Ik hoef je niet serieus te nemen omdat jij getraumatiseerd bent.” Het andere nadeel was algemener maar nog negatiever, zo schreef ze in 2009: “De banalisering van trauma heeft de samenleving besmet met quasi-wetenschappelijke ideeën over de juiste omgang met tegenslag.”

Concurreren met de Joodse tragedie 

Schrijver Ian Buruma ging in 1999, sprekend over het hele welvarende Westen sinds de jaren zestig, nog verder. “Het lijkt er soms op alsof iedereen wil concurreren met de Joodse tragedie, in de Olympische Spelen van het lijden.” Dat identiteit gebaseerd raakte op de ‘pseudoreligie van het slachtofferschap’ verontrustte hem. Blijkbaar werd in de emancipatoire seculiere wereld de zelf verworven identiteit te vlak gevonden.

Deze ‘sentimentele quasi-authenticiteit’ leidde in zijn ogen tot miskenning van de echte slachtoffers en tot historische bijziendheid, mogelijk tot bloedwraak of grootschalig geweld, zoals op de Balkan. Had nationalist Slobodan Milosevic in 1989 Servië niet ‘slachtoffer van de geschiedenis’ genoemd? Vanwege die verloren veldslag tegen de Turken op het Merelveld zes eeuwen eerder, in 1389 om precies te zijn? En had hij die frustratie niet afgereageerd met een ‘etnische schoonmaak’: Bosnië ontdoen van moslims?

Over de politieke gevolgen waren Van Doorn en Withuis het eens. Na de onverwacht emotionele debatten in 1972 over de voorgenomen vrijlating van de laatste Duitse oorlogsmisdadigers, de Drie van Breda, ontstond een monsterverbond tussen de overheid die niet kon omgaan met die huilende burgers, en de medische wereld die een hele nieuwe patiëntengroep zag opdoemen, en de echte en vermeende slachtoffers zelf.

Diana hielp slachtoffers, knuffelde aidspatiënten, maar werd als moderne vrouw ook gezien als slachtoffer

Prinses Diana 

Symbool van de popularisering van het slachtofferschap naar niet oorlog-gerelateerde sectoren in onze ‘emotiecultuur’ is prinses Diana. Zij hielp slachtoffers, knuffelde aidspatiënten, maar werd als moderne vrouw ook gezien als slachtoffer: van de monarchie, de media, haar man. En zij buitte haar slachtofferschap vakkundig uit.

Met Diana werd ook de sentimentaliteit belangrijker dan medelijden, compassie of solidariteit. Een emotie leidt tot een handeling, een sentiment niet: het is een gevoel waarvoor de bezitter denkt niets te hoeven betalen. Het heet daarom ook wel een uiting van decadentie.

De kritiek op de instrumentalisering van slachtofferschap komt de afgelopen jaren zowel van conservatieve als progressieve zijde. De conservatieve Britse arts en schrijver Theodore Dalrymple gaf in 2010 aan zijn boek ‘Door en door verwend’ de ondertitel mee: ‘De giftige cultus van de sentimentaliteit’. Zijn verklaring: de christelijke opvatting dat de mens door de erfzonde onvolmaakt wordt geboren maar wel kan streven naar verbetering, is sinds de 18de-eeuwse romantische filosoof Rousseau veranderd in het seculiere geloofsartikel dat de mens goed is geboren, maar moet lijden onder de kwellingen die de zogenaamd beschaafde wereld hem aandoet.

Niet tegen te spreken mening

Een emotie is een niet tegen te spreken mening, en dat willen blijkbaar steeds meer mensen. Maar sentiment is nog erger omdat zelfgenoegzaamheid daar de kern van is, met een glans van superioriteit, dwingend en intimiderend. Dat virus vernietigt het gevoel van verantwoordelijkheid, en creëert zo haat in plaats van dialoog.

Dalrymple beschrijft hoe de beschuldigingen van racisme in Britse ziekenhuizen een stille revolutie werden in de machtsverhoudingen. Het slachtoffer bepaalde zelf of de opmerking of oogopslag racistisch was: aanklacht was vonnis, al volgde er nog wel vaak een kafkaiaans onderzoek. Dat deden bestuur en administratie, en zo namen zij de macht over van de aangeklaagde artsen en verplegers. Dat zijn, ook in Nederland, zwijgende ondergeschikten geworden.

Een dergelijk mechanisme beschrijft de progressieve Nederlandse socioloog Jan Willem Duyvendak in zijn boek ‘Thuis. Het drama van een sentimentele samenleving’. Het drama is dat iedereen zich thuis moet voelen in Nederland, en de hulpbehoevenden liefst ook in hun eigen huis, dat bespaart op verpleeghuizen. Het is ordinaire bezuinigingsdrift. De dwang die erachter zit, verdiept de tegenstellingen, want de kabinetten-Rutte moedigen hiermee aan dat burgers zeggen zich bij die mensen wel en bij die mensen niet ‘thuis’ te voelen. Net als Dalrymple pleit daarom ook Duyvendak voor een ‘postsentimentele politiek’, met meer verantwoordelijkheid én solidariteit, en minder ‘afrekencultuur’.

Historisch terecht

Het is historisch terecht dat emoties en slachtoffers hun emancipatie hebben gekregen – beide werden vroeger geminacht. Maar als emotionaliteit en sentimentaliteit de goden van deze tijd blijven zonder de aanvulling door de ratio én de religieuze of humanistische uitgangspunten – scepsis, schaamte, schuld, boete, vergeving en verzoening – kan de huidige polarisatie ontaarden in een hardere, killere en ook wraakzuchtige samenleving.

De Zwarte Pietprotesten wijzen op Trump­toe­stan­den in de polder

Omdat over emoties moeilijk rationeel te discussiëren valt, heeft ‘de Ander’ niet veel keus. Hij kan zich er zonder discussie bij neerleggen, zich wrokkig afwenden, óf even emotioneel gaan ‘terugslaan’, op internet of op straat. Het zal de muren tussen mensen hoger maken, met meer sociale apartheid in de praktijk. Aangezien de emotie een (privé weliswaar meestal nuttige) dwingeland is, zal in de politiek de autoritaire verleiding groeien. Autoritair gedrag begint namelijk altijd met het afbreken van de dialoog. Dan volgen de verboden op dit of dat gedrag, en daarna de uitsluiting van deze of die groep.

De demonstraties in Friesland tegen Zwarte Piet en de gewelddadige blokkades om die te voorkomen zullen dan een voorbode blijken te zijn van hardere, misschien wel Trump-achtige tijden in ons altijd zo gematigde en nuchtere Polderland. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© Henri Beunders

Henri Beunders (1953) is hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie aan de Erasmus Universiteit. Hij schreef onder meer ‘Publieke Tranen. De drijfveren van de emotiecultuur’.

Deel dit artikel

Mensen zijn verslaafd geraakt aan het zich permanent gekwetst voelen

Ik hoef je niet serieus te nemen omdat jij ge­trau­ma­ti­seerd bent

Diana hielp slachtoffers, knuffelde aidspatiënten, maar werd als moderne vrouw ook gezien als slachtoffer

De Zwarte Pietprotesten wijzen op Trump­toe­stan­den in de polder