Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De levenslessen van neuroloog Emile Keuter: 'Een onbegrepen klacht is ook echt'

Home

Marte van Santen

© Merlijn Doomernik
Levenslessen

Neuroloog Emile Keuter (57) zet zich al meer dan twintig jaar in voor mensen met onbegrepen lichamelijke klachten. ‘Dat ergens geen aanwijsbare oorzaak voor is, maakt de klacht niet minder echt.’

Les 1: Emoties kun je niet eeuwig wegstoppen

Lees verder na de advertentie

“De vloer waarop ik zat, had grijze tegels. Naast me stond een koperkleurige kunstlong. Ik keek naar mijn schoenen en ineens dacht ik dat het de voeten van mijn vader waren, met dezelfde brogues die hij altijd droeg. Dat was het moment dat ik me realiseerde dat er iets flink mis was. Achtentwintig was ik, en als specialist-in-opleiding werkzaam op de afdeling chronische beademing van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Een sombere afdeling, weggestopt in de hoek van een grauwe, hoge flat van het ziekenhuis.

De maanden ervoor was ik steeds bozer, depressiever en angstiger geworden. Die gevoelens had ik diep weggestopt - sinds de dood van mijn vader op mijn twaalfde was dat mijn overlevingsstrategie. Maar ineens lukte dat niet langer. De paniek, het verdriet en de woede drongen zich naar boven in de vorm van visioenen. In het gezicht van mijn opleider herkende ik de ongeschoren wangen van mijn vader. Ik wilde hem kussen, zo blij was ik om hem te zien. Toen wist ik dat ik niet meer verder kon.”

Les 2: Als kind een ouder verliezen, bepaalt de rest van je leven

“In mijn ouderlijk gezin draaide alles om mijn vader. Hij was de leukste, de slimste, de geestigste. Mijn moeder, mijn vier zussen en ik, we verafgoodden hem. Zijn dood sloeg het fundament onder onze eenheid vandaan. Alles stortte als een kaartenhuis in elkaar. Maandenlang zaten we elke avond samen te huilen. Er hing een grauwsluier over ons leven, die de wereld zwart kleurde. De enige manier waarop ik met het intense verdriet kon omgaan, was door me op mijn school te storten. Kennis werd mijn houvast.

Mijn droom was om veearts worden, maar dat idee werd in ons gezin - allebei mijn ouders en twee van mijn zussen waren arts - niet erg serieus genomen. Al was veearts altijd nog beter dan tandarts. ‘Wat zou het mooi zijn als jij net als ik neuroloog wordt’, zei mijn vader vlak voor zijn dood. Was het leven anders gelopen, dan had ik me waarschijnlijk tegen hem afgezet en was ik een andere weg ingeslagen. Maar in zijn afwezigheid maakte ik zijn laatste wens waar.”

Les 3: Onthoud je dromen

“Op mijn vijftiende wilde mijn moeder me naar een psychiater sturen. Vermoedelijk zag ze hoe ik met mijn gevoelens worstelde. Maar op dat moment moest ik daar niets van hebben. Ik haalde goede cijfers en gebruikte geen drugs, dus was er niets aan de hand, vond ik.

Dertien jaar later ging ik alsnog in analytische therapie. Twee keer per week, vier jaar lang. Dat is mijn redding geweest. Mijn psychiater liet me het trauma van mijn vaders dood herbeleven, ze leerde me huilen en lachen en - heel belangrijk - mijn dromen onthouden. Dromen vormen het venster naar het onbewuste, en helpen je om je emoties te benoemen. In plaats van ze onder het oppervlak te laten sluimeren, maken dromen drijfveren inzichtelijk. Ik leerde mezelf er beter door kennen.

Je kunt dromen beter onthouden door op het moment dat je wakker wordt de droom meteen hardop uit te spreken. Nog voordat je op de wekker kijkt of goedemorgen tegen je partner zegt. Denk er tijdens de lunch en voor het slapen nog even aan terug. Daarmee veranker je hem als het ware. Je zult dan zien dat je binnen een paar weken meer dromen onthoudt. En begrijpen waarom je voelt wat je voelt, rust geeft.”

Les 4: Lichaam en geest zijn één

“Er is in ons land iets raars aan de hand. Het brein is al jaren een hype. En half Nederland doet aan mindfulness. Tegelijkertijd willen de meeste mensen er niet aan dat lichamelijke klachten een geestelijke component hebben, en andersom. Bij veel patiënten én artsen bestaat nog steeds het idee dat bijvoorbeeld chronische pijn of vermoeidheid een mechanisch probleem is, als een lekke band die je kunt plakken. Die benadering is echt achterhaald.

We zijn namelijk niet óf ons lijf óf ons brein; het is één geheel. Het is mijn missie dat duidelijk te maken, vooral aan mensen met onbegrepen lichamelijke klachten. Ik zie hoe ongelukkig ze zijn, terwijl hun lichaam in principe goed zou kunnen werken. Zo zonde! Als dokter boeien deze gevallen me omdat het onopgeloste raadsels zijn, waar ik mijn tanden in kan zetten. Ik rust niet voordat een patiënt tevreden is.”

Les 5: Een onbegrepen klacht is ook echt

“Een huisarts vindt bij 20 procent van zijn nieuwe patiënten geen duidelijke oorzaak voor lichamelijke problemen. Een groot deel herstelt binnen enkele weken vanzelf. Maar bij sommige patiënten blijven de problemen bestaan, zelfs na langdurig medisch onderzoek en behandeling. Dan spreken we over ‘somatisch onvoldoende begrepen lichamelijke klachten’, ofwel ‘SOLK’.

Zoals die 55-jarige rokende secretaresse, die onlangs is gescheiden en al maanden last heeft van vermoeidheid en hoofdpijn. Plotseling kan zij haar rechterarm niet meer optillen. De dokters kunnen geen medische oorzaak vinden; je hoeft geen Einstein te zijn om te snappen dat haar persoonlijke situatie waarschijnlijk een belangrijke rol speelt. Maar dat maakt de klacht niet minder echt; ze is daadwerkelijk niet meer in staat om haar arm op te tillen.

De samenhang tussen lichaam en geest maakt dat je een klacht ervaart. Soms is daar een medisch aanwijsbare verklaring voor, soms niet. Dat is voor veel mensen een lastige boodschap. Zeg je als dokter dat er - ook - een psychologische oorzaak is, dan voelen veel patiënten zich niet serieus genomen. Dat komt doordat nog steeds het onterechte beeld bestaat dat psychisch ‘niet echt’ betekent. Maar alleen als je lichaam, geest en leefomgeving als geheel benadert, kun je echt iets aan onbegrepen klachten doen.”

Les 6: Benoem geluk, voor het voorbij is

“Ik had al een half jaar hoofdpijn, en ik begon steeds nasaler te praten. Bij een patiënt met dergelijke klachten had ik meteen een MRI laten maken, maar zelf negeerde ik die. Omdat ik als geen ander wist hoe ellendig de uitkomsten kunnen zijn, stak ik mijn kop in het zand. Toen een huisarts me beterschap wenste omdat ik zo verkouden klonk, kon ik er niet langer omheen. De kno-arts die me had onderzocht, stapte midden in mijn spreekuur mijn kamer binnen. ‘Het is kanker’, zei hij. Er zat een tumor in het gebied boven mijn verhemelte. Ik dacht: dit kan ik mijn kinderen niet aandoen. Ik was 39, mijn jongste net drie maanden. De tranen bleven komen.

Eén ding wist ik zeker: ik wilde niet lijden. Maar een collega vragen om euthanasie op mij te plegen, vond ik niet kunnen. Dus begon ik medicijnen te verzamelen. Zodat ik er zo nodig zelf een einde aan kon maken. Gelukkig is het nooit zover gekomen.

Ik heb een jaar niet kunnen werken. En aan de behandelingen heb ik flink wat restklachten overgehouden. Een ander mens ben ik er niet door geworden, maar het heeft me wel geleerd hoe belangrijk het is om de fijne momenten te koesteren. Een paar maanden voor mijn diagnose had ik tegen mijn vrouw gezegd dat ik sinds de dood van mijn vader niet zo gelukkig was geweest. Ik had een prachtig gezin, fantastisch werk en een boerderij met paarden waarvan ik altijd had gedroomd. Toen ik kanker kreeg, dacht ik: dat gevoel neemt niemand me meer af. Daarom moet ik soms echt op mijn tong bijten als een hoogbejaarde man of vrouw op mijn spreekuur zegt: ‘Dat mij dit op mijn leeftijd moet overkomen.’ Je hebt geen idee hoeveel geluk je tot nu toe hebt gehad, denk ik dan.”

Les 7: Ga een keer onder hypnose

“Als het niet zo veel tijd zou kosten, zou ik proberen er goed in te worden: hypnotherapie. Ik beheers het een beetje, maar focus me vooral op de neurologische kant van de hersenen. Wel laat ik eens per week een hypnotherapeut naar het ziekenhuis komen voor onze patiënten met lichamelijk onbegrepen klachten.

Voor de meeste mensen betekent hypnose een vermakelijke show, maar het is veel minder hocus pocus. Sterker nog, er komt steeds meer bewijs dat therapeutische hypnose goed werkt, bijvoorbeeld bij mensen met het prikkelbare-darmsyndroom. Zo’n 500.000 Nederlanders lijden daaraan; ze hebben buikpijn, een opgeblazen gevoel, verstopping of diarree, zonder duidelijke medische oorzaak.

Zonder dat je het merkt, communiceren de hersenen en darmen continu met elkaar. Je kunt de werking van je darmen niet zomaar bijsturen, net zomin als jezelf je hartritme of je bloeddruk kunt veranderen. Onder hypnose lukt dat wel. Terwijl je heel ontspannen bent, stel je je bijvoorbeeld voor dat je buik pijnloos en zacht is. Daarmee beïnvloed je de darmwerking. Ik ben ervan overtuigd dat veel meer patiënten - met onbegrepen én begrepen klachten - er baat bij kunnen hebben.”

Les 8: Sport!

“Er is niets zo goed voor je lichaam en je geest als sporten. Zelf rijd ik met mijn ligfiets elke dag naar mijn werk: vijftig kilometer per dag. En als ik vrij heb, loop ik hard. Doe ik dat niet, dan krijg ik overal pijntjes, slaap ik slechter en word ik chagrijnig. Sporters ervaren keer op keer dat lichaam en geest één zijn. Zij herstellen dan ook sneller bij blessures.”

Les 9: Antillianen kijken je recht in je ziel

“Van kinds af aan heb ik een fascinatie voor de Antillen. Toen ik na mijn studie de kans kreeg op Curaçao te werken, twijfelde ik geen moment. We woonden er vier jaar, daarna wilde mijn vrouw terug. Elk jaar ga ik in mijn eentje vier weken terug. Om te werken, maar voor mij is dat vakantie. Op de Antillen voel ik me thuis, soms meer dan hier. Dat heeft te maken met de zee, het weer en de mensen.

Antillianen zijn heel emotioneel. Ze hebben minder muurtjes om zich heen. Je kunt ze recht in hun ziel kijken, en zij doen hetzelfde bij jou. Ze zijn dankbaar, accepteren het leven zoals het komt. Patiënten zitten rustig drie uur in de bloedhitte op een plastic stoeltje op me te wachten. Zonder geklaag. Als ik in Nederland een patiënt met hoofdpijn zeg dat er niets ergs aan de hand is, neemt die daar vaak geen genoegen mee. Daar zeggen ze: ‘Danki Dios’, en lopen weg. Van die levensinstelling kunnen we hier nog wat leren.”

Test loopt door onder afbeelding

© Merlijn Doomernik

Neuroloog Emile Keuter (Utrecht, 1960) werkt sinds 1996 in het Isala Diaconessenhuis in Meppel. Hij zet zich al meer dan twintig jaar in voor mensen met onbegrepen lichamelijke klachten, onder andere door wekelijks een speciaal spreekuur voor hen te organiseren. Ook was hij een van de schrijvers van de richtlijn uit 2010, waarin staat hoe artsen met dit soort klachten moeten omgaan. Keuter publiceerde een boek over de beleving en behandeling van whiplash, volgens hem onderbelicht door medici. Voor het vakblad Medisch Contact schrijft hij columns over alles wat hem in de zorg bezighoudt. Keuter is getrouwd en heeft drie kinderen.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie