Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De levenslessen van illustrator Peter van Dongen: doe alles zo precies mogelijk

Samenleving

Caroline Buijs

Peter van Dongen, tekenaar. © Merlijn Doomernik

Als vroeger bij hem thuis de boel kort en klein werd geslagen, zat illustrator Peter van Dongen (51) boven te tekenen. Zijn Indische roots spelen een belangrijke rol in zijn werk, waarvoor hij vandaag de Stripschapprijs krijgt.

1 Er is meer dan alleen je eigen tuintje

Lees verder na de advertentie

“Van jongs af aan ben ik beïnvloed door Kuifje. Hij leeft nog steeds in me voort, daarom ben ik de tekenaar geworden die ik nu ben. In 2000 waren mijn vrouw en ik in Georgetown, Maleisië, en was ik zielsgelukkig: het voelde alsof ik in het decor van ‘De blauwe lotus’ van Kuifje liep. Want in tegenstelling tot in China zelf, waar de meeste oude wijken zijn platgegooid, is de oude Chinese wijk in Georgetown nog helemaal intact gebleven. Dat ik me zó thuis kon voelen door een fictief verhaal dat in 1936 is getekend, betekent dat Hergé wel een snaar bij me heeft geraakt - en dat alleen op basis van tekeningen, niet eens op basis van foto’s. In die tijd, jaren dertig, gingen de meeste mensen nog niet ver op vakantie en waren die verhalen juist ook bedoeld om kinderen te laten reizen - reizen met stripfiguurtjes.

Als kind ging ik met mijn moeder en mijn broers zes weken in een volkswagenbusje op vakantie naar Marokko, waar we vrij kampeerden. Daar zag ik voor het eerst armoede en bedelaars en kwam ik tot het besef dat er meer was dan de Rooseveltlaan in Amsterdam-Zuid. ’s Nachts werd ik gewekt door de oproep tot gebed en dat vond ik prachtig: nu ben ik écht in een andere wereld, dacht ik dan. Zo’n wereld kende ik alleen uit ‘Kuifje’. Door die reizen heb ik geleerd dat je niet meteen alles moet afwijzen wat je niet kent, maar je moet proberen open te stellen en niet bang moet zijn voor het vreemde.

Nu ik vaak in Indonesië kom, vind ik de oproep tot gebed nog steeds mooi: voor mij zijn het gewoon gezangen. Natuurlijk zingt de ene imam beter dan de andere en soms is het alleen maar een cassettebandje, maar het doet me altijd aan mijn kindertijd denken. En dan weet ik weer: er meer is dan alleen je eigen tuintje.”

2 Je hoeft niet altijd in therapie

“Voor mijn gevoel heb ik een geweldige jeugd gehad, maar het was wel een gewelddadige jeugd. Mijn moeder is door mijn vader, en later ook door mijn stiefvader, vaak bont en blauw geslagen: daar stond ik als kind naast en toen ik groter werd, sprong ik ertussen. Ook mijn moeder had soms een ‘mataglap’: dan werd het zwart voor haar ogen en kregen we klappen. Maar ik heb het nooit erg gevonden.

Ik zie het als verhalen, niet als leed: in mijn debuut - ‘Muizentheater’ - heb ik die verhalen verwerkt. Je kunt het je leven lang met je meedragen of in therapie gaan, maar blijkbaar heb ik me aan de situatie aangepast. Bovendien heb ik er ook een les uit getrokken: zo moet het dus niet. Op een enkele corrigerende tik na, heb ik mijn zoon nog nooit geslagen.

Zelfs toen ik ouder werd, ging ik als een monnik door met tekenen

Daarnaast steunde mijn moeder ons in álles en gaf ze ons veel liefde - geen kwaad woord over mijn moeder. Ik denk dat het veel erger is als je als kind niet gezien wordt. Mijn broers en ik zaten in de muziek, en als enige van alle ouders croste mijn moeder het hele land door met onze apparatuur. Mijn vader is inmiddels overleden, maar ook naar hem heb ik nooit wrok gevoeld. Achteraf denk ik dat ze gewoon overspannen waren. En ook mijn stiefvader heeft veel goeds gebracht - hij liet mijn moeder vrij, en liet ons kennismaken met muziek - maar ik ben een weegschaal hè: misschien wil ik het wel te veel nuanceren.

Achteraf was het tekenhol misschien ook een vlucht: als beneden de boel kort en klein werd geslagen, zat ik liever boven te tekenen. Op een gegeven moment kon ik uit mijn hoofd een Donald Duck tekenen en waren de leraren verbijsterd. Ik kreeg complimenten en dat stimuleerde me: het is een openbaring om als kind iets te kunnen wat volwassenen niet kunnen. Ik ging door met tekenen en ben nooit gestopt. Zelfs toen ik op een leeftijd kwam dat het logisch is dat je andere dingen leuk gaat vinden, ging ik als een monnik door. Misschien was het bewijsdrift - mijn broers hebben het ook.”

3 Ken de geschiedenis van je ouders

“Mijn moeder kwam op haar tiende vanuit Indonesië naar Nederland en zei vaak: ‘Ik ga terug naar het Oosten’. Wij kinderen maakte haar dan belachelijk: ‘Ja doei’, zeiden we dan, ‘het zal wel’. Ik zat als kind op de Anne Frank-school en liep elke dag onder haar portret door, we woonden in de Rivierenbuurt waar veel Joden zijn weggevoerd, en in ons huis zat een plek voor onderduikers. Ik leerde veel over de Tweede Wereldoorlog. Maar op mijn vijftiende realiseerde ik me: ik weet eigenlijk niets over de geschiedenis van het land van mijn moeder.

Mijn moeder zei vaak: ‘Ik ga terug naar het Oosten’. Ja doei, zeiden we dan, ‘het zal wel’

Op mijn 23ste ben ik me er echt in gaan verdiepen en wist ik: hier zit een verhaal in, want ik ben niet de enige die er zo weinig over weet. Die zoektocht is het startpunt geweest voor mijn album ‘Rampokan’, over de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Mijn opa was een Knil-militair, hij is een dag na de capitulatie door de Japanners onthoofd en mijn oma is in 1952 met haar drie dochters naar Nederland gekomen - als Chinese was het moeilijk om in Indonesië te blijven en zij wilde haar dochters een betere toekomst bieden.

Pas veel later besefte ik dat mijn moeder heimwee had als ze zei ‘ik ga terug naar het Oosten’. In haar fotoalbum maakte ze met vulpen tekeningetjes tussen de foto’s van haar jeugd in Hilversum: van stripfiguurtjes, maar ook van een boot die langs tropische eilanden voer waarbij ze de tekst schreef van Pat Boone’s liedje: ‘I’ll Be Home’.”

4 Hou er plezier in als je ergens lang aan werkt

“Ik heb meer dan negen jaar aan de bewerking van Adriaan van Dis’ boek ‘Familieziek’ gewerkt. Het was de eerste keer dat ik een bestaand verhaal bewerkte en het viel me zwaarder dan ik dacht. Juist omdat er zo veel goed materiaal lag, was het maken van de juiste keuzes zo moeilijk. Van Dis bood me aan om te helpen met een synopsis, maar ik wilde alles zelf doen. Uiteindelijk wilde hij mijn verhalen, zoals de executie van mijn opa, eruit hebben. Daar was ik eerst teleurgesteld over, maar ik begreep het ook, anders had ik onze beide verhalen tekortgedaan.

Soms lag het werk een jaar stil omdat ik mijn geld moest verdienen als illustrator, maar als we dan weer samen aten en spraken over onze familieverhalen ging ik daarna handenwrijvend aan de slag - Van Dis is een inspirerende man. Uiteindelijk kon ik de ervaringen van mijn familie toch op subtiele wijze in het boek kwijt. Zo staat bijvoorbeeld de kindertekening van mijn moeder met haar bootjes en tropische eilanden nu in het schriftje van de jongen uit ‘Familieziek’. Het zijn kleine dingen, maar voor mij zijn ze belangrijk. Het boek leest als vertrouwd, maar is ook nieuw. Doordat ik kleine, nieuwe dingen heb toegevoegd, wordt het toch een autonoom iets. En zo kon ik er negen jaar plezier in houden.”

5 Blijf bij jezelf

“Tot op de dag van vandaag moet ik me verantwoorden dat ik niet drink: ‘Neem een biertje man, gezellig!’ Ik vind het niet lekker en dat is de beste reden. Vroeger zat ik in de muziekscene, ik was drummer, en dan ben je eigenlijk een watje als je niet drinkt. We speelden ska en reggae en kwamen vaak in tenten met heavy skinheads en dan bestelde ik gewoon een chocomel. Daar werd ik natuurlijk om uitgelachen, maar dat kon me niets bommen. Want mijn moeder zei altijd: ‘Blijf bij jezelf’. Mensen zijn vaak bang om buiten de groep te vallen, maar daar heb ik nooit enige angst voor gehad. Ook al val ik er buiten, ik vind mijn weg wel, al ben ik een loner. Ik heb niet veel mensen nodig als ik aan het tekenen ben, ik zit gewoon lekker achter mijn tekentafel, in mijn eigen wereld.”

We kwamen vaak in tenten met heavy skinheads en dan bestelde ik gewoon een chocomel

6 Doe alles zo precies mogelijk

“In de traditie waarin ik teken, de klare lijn, moet alles kloppen: een term die door Joost Swarte is gemunt om de stijl van Hergé aan te duiden. Ik heb het trouwens bij alles, de was wil ik ook netjes ophangen en daar ben ik dan trots op - mijn vrouw vindt dat flauwekul. Met afwassen precies hetzelfde: eerst de borden, van groot naar klein, maar mijn tekenkamer is dan weer een chaos. Het is een sport om in mijn tekeningen alles kloppend te maken: met kaarten, routes en foto’s probeer ik alles opnieuw te herschikken.

En dan is het leuk om van lezers die in Jakarta hebben gewoond te horen: ‘Zo was het vroeger inderdaad’. De klare lijn is de kunst van het weglaten, en soms vind ik dat saai. Ik hou van details, van het straatleven in Jakarta en Shanghai, en dan is het de kunst om toch helderheid in die tekening te bewaren. Met de klare lijn kun je heel mooi ingewikkelde beelden versimpelen, maar als je iets fout tekent zie je het meteen - je kunt niet sjoemelen. Hergé zei al: ‘Handen zijn het moeilijkst’. Als iemand geweldige decors tekent, maar de handen staan niet goed, vind ik dat toch minder. Toch is het ook zo dat als het verhaal je er goed genoeg doorheen sleept, de tekeningen minder uitmaken. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om wat je te vertellen hebt, bij mij ook.”

Tekst loopt verder onder de afbeelding

peter van dongen © peter van dongen

Wie is Peter van Dongen?

Peter van Dongen (Amsterdam, 1966) is striptekenaar en illustrator. In 1990 verscheen zijn striproman ‘Muizentheater’ en in 1998 en 2004 respectievelijk ‘Rampokan Java’ en ‘Rampokan Celebes’; een tweeluik dat zich afspeelt aan de vooravond van de politionele acties in Indonesië. Inmiddels is er een Franse, Duitse, Indonesische en Engelse vertaling van ‘Rampokan’.

Voor ‘Familieziek’ (2017, uitgeverij Scratch, € 24,90) bewerkte Peter van Dongen de gelijknamige roman van Adriaan van Dis tot een beeldroman. Nu werkt Van Dongen samen met Teun Berserik aan deel 25 van de serie ‘Blake en Mortimer’ door Edgar P. Jacobs, dat later dit jaar zal verschijnen. Vandaag ontvangt Peter van Dongen de Stripschapprijs 2018.

Deel dit artikel

Zelfs toen ik ouder werd, ging ik als een monnik door met tekenen

Mijn moeder zei vaak: ‘Ik ga terug naar het Oosten’. Ja doei, zeiden we dan, ‘het zal wel’

We kwamen vaak in tenten met heavy skinheads en dan bestelde ik gewoon een chocomel