Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De levenslessen van Harriette Verwey: Ik ben niet vatbaar voor discriminatie

Samenleving

Dana Ploeger

© Merlijn Doomernik
Levenslessen

De Leidse cardioloog Harriette Verwey (65) ging dit jaar met pensioen. Ze zet zich graag in als zwart rolmodel. ‘Ik laat jongeren zien dat het kan. Een zwarte vrouw in een witte jas.’

Les 1 - Wees niet bang voor de volgende tree

Lees verder na de advertentie

“Ik ben grootgebracht in een traditioneel Surinaams gezin met acht kinderen. Ik heb zes broers en een zusje. Mijn vader werkte zich een slag in de rondte als politieman, mijn moeder was de spil van het gezin. Ze hadden beiden alleen maar lagere school. We waren arm, maar mijn moeder zorgde ervoor dat we altijd met een volle maag gingen slapen. Ze had een moestuintje en was erg creatief. Van goedkope marktstofjes naaide ze al onze kleren. Iedereen dacht dat we veel geld hadden, omdat ik vaak een nieuwe garderobe had. Het gaat er niet om wat je hebt, maar hoe je ermee omgaat, leerde ze ons. Ze had een prachtige mezzosopraan-stem en zong de hele dag. Na het achtste kind ging ze studeren en werkte ze zich op tot onderdirecteur van een lagere school.

Ook mijn vader volgde diverse cursussen en klom op tot een hoge politiefunctionaris in Paramaribo. Door al het harde werken was hij weinig thuis. Met mij en de oudere kinderen had hij een andere band dan met de jongste vier; ik herinner me geen vader die mij knuffelde. Hij leerde mij dat je verder komt in het leven door te focussen, je talent maximaal te gebruiken en niet bang te zijn om de volgende tree te beklimmen. Hij wist dat ik iets zou bereiken. Wij zijn nog steeds een hechte familie, ook al lopen we de deur niet bij elkaar plat. Toen onze oudste broer vorig jaar overleed, stapte iedereen automatisch in z’n rol. Wij zijn er altijd voor elkaar.”

Les 2 - Geef een gevulde hand

“Achttien jaar was ik toen ik naar Nederland ging om in Leiden geneeskunde te studeren. Ik was gewend aan veel mensen om me heen, en in Suriname kon je altijd overal mee-eten. Nederland was in 1970 niet zoals het Nederland van nu. Toen lieten mensen je rustig tijdens het eten in de voorkamer wachten tot ze klaar waren. Dat vond ik zo kil. Nu is dat gelukkig anders en zeggen mensen gelijk: ‘Je prikt toch wel een vorkje mee?’

Die eerste jaren was ik arm en eenzaam - ik kende niemand. Ik kan die fysieke pijn van eenzaamheid nog steeds voelen. De climax kwam met Kerstmis, al mijn huisgenoten gingen naar huis en ik bleef alleen achter in dat grote lege studentenhuis. Daar zat ik met mijn zakje krentenbollen. Toen besloot ik: als het in mijn mogelijkheden ligt mag niemand alleen zijn - zeker niet met Kerst. Dus kijk ik altijd even naar het studentenhuis naast mijn eigen huis in Leiden om te kijken of er een eenzaam lichtje brandt. Als dat zo is, bel ik aan en nodig diegene uit om met mij en mijn familie Kerst te vieren. Of ik neem iemand mee uit de kerk.

Ik heb het gemaakt, ik heb geld, dus geef ik het graag weg. Dat vind ik pas succes

In mijn studententijd ging ik ook al naar samenkomsten en soms gaf iemand me een hand met daarin wat geld. Dat vond ik zo bijzonder. Dat iemand mij echt zag en belangstelling toonde. Ik voel me bevoorrecht dat ik nu iemand een gevulde hand kan geven. Ik doe dat vaak. Ik heb het gemaakt, ik heb het geld, dus geef ik het graag weg. Dat vind ik pas succes.”

Les 3 - Weet wie je voor je hebt

“Ik ben een mensenmens en ben dokter geworden omdat ik voor zieke mensen wilde zorgen. Eerst dacht ik aan chirurgie, maar toen ik als basisarts op de hartbewaking werkte en iemand moest reanimeren, wist ik mijn bestemming: cardiologie. Ik hou van de actie, het directe handelen en het langdurige contact met patiënten.

Ik vind het geweldig dat ik het vakgebied de afgelopen 33 jaar heb zien groeien: dotteren, harttransplantaties, de komst van het permanente steunhart. Dat ik daaraan heb meegewerkt, vind ik ongelooflijk. Iemand die mij hierin stimuleerde, was mijn opleider professor Beert Buis. Hij zei in 1983: ‘Jij bent nieuwsgierig en geeft niet op: jij moet gaan werken in de academische wereld.’ Die raad heb ik opgevolgd en dat heeft me geen windeieren gelegd.

Wat mij het meest is bijgebleven van deze man is dat hij me naar Suriname stuurde - met een maandsalaris vooruitbetaald - om bij mijn moeder te kunnen zijn. Zij was altijd kerngezond, maar kreeg een hersenbloeding door verkeerde medicijnen.

Toen ik in het ziekenhuis in Paramaribo aankwam, klampte ik de eerste de beste arts aan om te vragen waar mijn moeder lag. Hij bleek de behandelend neuroloog en zei direct dat mijn moeders prognose uitzichtloos was en stortte allerlei complexe medische termen over mij uit. Ik stond te tollen op mijn benen, ik schrok vreselijk. Ook al was ik zelf arts, ik was vooral haar dochter. Deze ervaring heeft mij veranderd; ik heb patiënten altijd slecht nieuws verteld op zo’n manier dat ze het konden behappen. Vaak schreef ik alles ook nog op, zodat het goed overkwam. Mijn moeder overleed korte tijd later. Dat is mijn diepste verdriet. Zij was 59, ik begin dertig.”

Les 4 - Emoties nemen je hoofd over

“Na mijn moeders dood kwam mijn zusje bij mij wonen - ze was toen 15. Ik werd haar voogd en heb haar studie betaald, net als voor mijn jongste broers. Wij Surinamers helpen elkaar. Ik ben zelf nooit getrouwd en heb geen kinderen; dat is geen bewuste keuze geweest en het heeft al helemaal niets met mijn carrière te maken. Wat wel meespeelde, was dat ik die vanzelfsprekende financiële steun aan mijn familie niet op de schouders van een partner wilde leggen.

Een man hoeft sowieso niet voor mij te zorgen. Het was vaak eerder andersom: mannen zagen mij als de kip met de gouden eieren. Daar heb ik mijn vingers flink aan gebrand. Ik bezat al een hoge positie toen ik verliefd werd. Mijn vrienden en familie hadden wel hun twijfels geuit over deze man, maar ik was vol vertrouwen. Toen bleek dat hij over een substantieel deel van zijn leven had gelogen, heb ik de bruiloft drie weken van tevoren afgeblazen. Zo leerde ik dat je kwetsbaar bent als emoties de boventoon voeren. Hoe slim je ook bent, emoties nemen je hoofd over.

De jaren erna schermde ik me af voor mannen en stortte ik me op mijn werk. Daarna is het er niet meer van gekomen. Ik heb er geen spijt van en vermaak me prima alleen. Ik ben geliefd bij anderen en niet eenzaam. Ik ben er trots op dat ik dat over mijzelf kan zeggen.”

Mijn moeder was licht, mijn vader zwart. Ik wist al jong dat dat prima samenging

Les 5 - Erken slavernij, maar draag het niemand na

“Ik ben Surinaamse én Nederlandse. Die twee nationaliteiten voelen anders, maar zijn complementair aan elkaar. Ik heb het beste van beide werelden in mij. Mijn moeder was licht van kleur en mijn vader zwart, dus ik wist al jong dat verschillende kleuren in harmonie met elkaar kunnen samenleven. Ik heb altijd gewerkt in een wit mannenbolwerk en me nooit gediscrimineerd gevoeld. Iemand moet recht in mijn gezicht discrimineren voor ik het doorheb. Ik ben er gewoon niet vatbaar voor.

Ik heb een sterk zelfbeeld. Ik laat me niets afnemen. Als mensen iets negatiefs roepen waar ik me niet in herken, stap ik eroverheen. Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb me niet echt bemoeid met de zwart-witdiscussies van de laatste jaren. Ik begrijp het wel. Mijn bet-betovergrootvader was een vrijgekomen slaaf, ik behoor tot de vijfde generatie vrije zwarten. Het zou toch te zot zijn als ik die mensonterende slavernij zou ontkennen. Ik vind het belangrijk dat het slavernijverleden erkend wordt en dat er excuses komen. Dat is iets heel anders dan het jou als witte mens nadragen.”

Les 6 - Wees de wind onder iemands vleugels

“Ik ben zonder dat ik dat nastreefde een rolmodel geworden in de Surinaamse gemeenschap en daarbuiten. Als zwarte succesvolle vrouw mag ik graag vrouwen en jongeren - vooral nieuwe Nederlanders - inspireren. Dat doe ik bij mijn activiteiten voor de Etnische Zakenvrouwen Nederland, als eerste zwarte gouverneur van de Rotary in Zuid-Holland en tijdens mijn lessen aan de Weekendschool. Jongens en meisjes uit Leidse achterstandswijken komen naar het ziekenhuis waar ik ze van alles vertel over het hart en over mijn werk. Dat ze op jonge leeftijd een zwarte vrouw in een witte jas zien, is belangrijk: dit wat ik heb, kunnen zij ook bereiken als je je kansen ziet en ook pakt. Ik heb mijn talent benut en doorgezet. Luister niet naar al het geneuzel, richt je op mensen die iets in je zien. Alles is mogelijk.”

Les 7 - Een andere weg kan ook je bestemming zijn

“Ik geloof onvoorwaardelijk. Ik ga al jaren naar de Pinkstergemeente en bid elke dag. God weet waar mijn leven naartoe gaat. God is mijn drijfveer. Soms ben ik ook boos op God, maar ik verlies nooit mijn respect. Ik snap alleen niet altijd de wegen die ik moet gaan. Zoals die keer dat ik werd ontslagen als hoofd van de hartbewaking, omdat mijn leidinggevenden vonden dat ik me daar niet verder zou ontwikkelen. Woest was ik en teleurgesteld.

Korte tijd daarna bezocht ik een congres in Amerika en ontdekte tijdens een lezing dat vrouwen bij hart- en vaatziekten andere klachten hebben dan mannen. Ik schrok me rot. Ik had vrouwen naar huis gestuurd met een tijdbom in hun lijf. Dat onderzoek was een echte wake-upcall. Bij vrouwenaderen moeten we anders en verder kijken om te beoordelen hoe ziek ze zijn. Toen heb ik me daarop gestort. Via verschillende optredens in de media heb ik het vrouwenhart op de kaart gezet.

Mijn pro­fes­so­ren­plan hing ik meteen aan de wilgen en ik keerde terug naar mijn bron: mijn patiënten

Een ander moment was rond mijn zestigste. Ik dacht: wat kan ik nog meer doen? Is professor worden iets voor mij? Tot ik tijdens een cursus ‘master of excellence’ in de Hilversumse bossen ineens dacht: wat is mijn kern? Dat was nog altijd zieke mensen helpen. Mijn professorenplan hing ik meteen aan de wilgen en ik keerde terug naar mijn bron: mijn patiënten. Omdat ik tijd en ruimte in mijn hoofd kreeg, ben ik me gaan verdiepen in hartpatiënten die niet in aanmerking komen voor een transplantatie. Voor hen heb ik toen gezocht naar het steunhart als oplossing. Dankzij mijn geschreven protocol en het succes van de behandeling is het inmiddels opgenomen in de basisverzekering en daar hebben tientallen mensen profijt van. Als ik bezig was geweest met mezelf en vooral boos was gebleven, had ik het nooit ontdekt. Kennelijk was het de bedoeling dat ik daarachter kwam.”

Harriette Verwey

Harriette Verwey (Paramaribo, 1951) is 33 jaar lang een toonaangevende cardioloog geweest, haar hele carrière werkte ze in het Leids Universitair Medisch Centrum. Ze was jaren hoofd van de hartbewaking. Van 1985 tot dit jaar besliste zij samen met tien andere cardiologen welke patiënten in aanmerking kwamen voor een harttransplantatie.

Haar specialiteit werd hartfalen en zij introduceerde het permanente steunhart voor mensen die niet in aanmerking kwamen voor een harttransplantatie. Verwey ontpopte zich als voorvechtster van een andere aanpak van het vrouwenhart en trad geregeld op in de media.

In 2015 kreeg ze de Dr. Sophie Redmond- onderscheiding van de Surinaamse gemeenschap. Bij haar afscheid in juni werd ze benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau. Harriette Verwey is maatschappelijk betrokken als lid van de Stichting Etnische Zakenvrouwen Nederland en sinds kort als eerste zwarte gouverneur van de Rotary Zuid-Holland. Ze is alleenstaand en woont in Leiden.

Lees hier eerdere afleveringen van Levenslessen

Deel dit artikel

Ik heb het gemaakt, ik heb geld, dus geef ik het graag weg. Dat vind ik pas succes

Mijn moeder was licht, mijn vader zwart. Ik wist al jong dat dat prima samenging

Mijn pro­fes­so­ren­plan hing ik meteen aan de wilgen en ik keerde terug naar mijn bron: mijn patiënten