Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De levenslessen van acteur André Dongelmans: We zijn aan het vertrutten

Samenleving

Ally Smid

© Maartje Geels
Levenslessen

Over alles moet je grappen kunnen maken, zegt acteur André Dongelmans (30). Ook over zijn kleur, zoals volop gebeurt in de mega-populaire tv-serie ‘De luizenmoeder’. Het spelen van zulke hilarische scènes is voor hem een verademing. ‘Ik leen me hier graag voor.’

Les 1‘De luizenmoeder’ komt op het goeie moment

Lees verder na de advertentie

“Vier jaar geleden speelde ik een man die na de voorstelling uit een kist kwam, applaus in ontvangst nam en er dan meteen terug in ging. Je zag het publiek denken: zat hij al die tijd in die kist? Ja, dus. Het was een voorstelling van de jongens van Rundfunk, Tom van Kalmthout en Yannick van de Velde, op het rondreizend theaterfestival de Parade. Vier voorstellingen per dag, de hele zomer, in twee steden. Ik lag daar bij het invallende licht door een spleet teksten te repeteren voor een ander stuk, te eten, te drinken en die boys te zieken. Dan stak ik mijn vinger door die spleet en prikte in een bil van een van hen. Ik zat met de Rundfunkjongens in dezelfde klas op de toneelschool. Later maakten zij die tv-serie over een school met Pierre Bokma, die nazistische leraar Duits.

Ik ben dol op dit soort humor. Grappen maken over gevoelige kwesties als racisme, pedofilie, incest. Het is nodig. Ik vind echt dat we aan het vertrutten zijn. Mensen leggen elkaar zo veel regels op, veel onderwerpen zijn ineens taboe. Voor de tv-serie ‘De luizenmoeder’ waar ik nu in speel, geldt hetzelfde. Zo’n serie met zulke heerlijke bijtende humor en zo’n verse cast, dus niet het bekende bakje acteurs, daar leek Nederland op te wachten. Het ontspant. Het is zo goed doordacht, waardoor de grappen echt werken. Ik zie veel parallellen met mijn favoriete Amerikaanse animatieserie ‘Family Guy’ van Comedy Central. Dat gaat over het krankzinnige leven van een familie waarbij ook iedereen op de hak wordt genomen.”

Tekst gaat verder onder de video 

Les 2Antiracisten slaan helaas door

“Ja, ik krijg kritiek op de rollen die ik speel, zoals ‘je keert je eigen ras de rug toe’ en zo, maar ik vind helemaal niet dat ik dat doe. Laatst kreeg ik een tweet van iemand die me heel erg bedankte na de aflevering van ‘De luizenmoeder’ over Winterklaas. Daarin gaat de directeur van de school, om geen culturen uit te sluiten, niet als Sinterklaas maar als zijn neef, Winterklaas, verkleed, zodat hij op 5 december niet met Zwarte Pieten, maar met ijsberen op school verschijnt. Dus ik moet witte schmink op, wat niet echt wil lukken. De twitteraar schreef dat deze aflevering het einde inluidde van zelfbeklag en slachtofferschap. Dat vond ik wel mooi. Ik leen me hier graag voor.

Ik krijg kritiek op de rollen die ik speel, zoals ‘je keert je eigen ras de rug toe’, maar ik vind helemaal niet dat ik dat doe

Ik ben voorstander van gelijkheid, maar het is jammer dat een kleine groep activisten doorslaat in die discussie. Door hoe ze doen lijkt het alsof ze boven de rest willen staan, daar kan ik niet zo goed tegen. Er moet over gesproken worden, desnoods tot in den treure, maar zonder ruzie, anders ga je elkaar niet begrijpen. Dus is het nodig dat je zulke grappen maakt als in ‘De luizenmoeder’, waarin ik mij als zwarte vader aan het begin van die aflevering aanbood op school voor Zwarte Piet te spelen. Hoe aangepast kan hij zijn? Pfff.

Vroeger werd ik het hele jaar door met Zwarte Piet geassocieerd en als ik daar wat van zei, kreeg ik te horen: ‘Daar moet je om lachen, het is gewoon een grap.’ Dus trok ik een muur op en ging er in mee. Dit is hoe het hoort, dacht ik. Ik moet maar omgaan met dit soort minderwaardigheidsmomenten. Achteraf vind ik dat vreselijk, ja.

Daarom ben ik zo tegen Zwarte Piet. Omdat donkere kinderen in Nederland kunnen denken: ik ben nu eenmaal een minderheid, ik moet het maar accepteren. Een kind moet niet zo hoeven denken. Goed dat de discussie even fel werd, maar ik bleef het altijd rustig uitleggen. Een grote groep Nederlanders heeft het nu begrepen, maar ik heb er ook wel mensen door verloren. Kennissen, geen vrienden. Er waren mensen die me gelijk gaven, maar dat niet openlijk durfden te doen op Facebook, die stuurden me een privébericht.”

Les 3Geef mij maar Nederland

“Halverwege de jaren tachtig heeft mijn Ghanese moeder haar eerste drie kinderen bij haar ouders in Ghana achtergelaten om te vertrekken naar een beter land. Ze belandde in Duitsland, en daarna in België, waar ze in een asielcentrum een Ghanese man ontmoette van wie ze zwanger raakte. Ze kregen geen relatie. Ze kon in Utrecht bij een gezin een kamer krijgen en werken als schoonmaker. Een huisvriend van dat gezin was een man uit Bergen, met wie het meteen klikte en bij wie ze is gaan wonen met haar baby, die inmiddels anderhalve maand oud was. Dat was ik.

Tekst gaat verder onder de foto

© Maartje Geels

Die man - blauwe ogen, blond haar - noem ik mijn vader. Mijn stiefvader dus. Mijn echte vader heb ik nooit gekend, ik weet niets van hem. Naarmate ik ouder word, denk ik soms dat ik hem zou willen ontmoeten, om die kant van mij te onderzoeken die met hem te maken heeft. Maar geen idee of hij nog leeft en waar.

De eerste keer dat ik in Ghana was, was ik twee jaar oud. Na een maand wilde ik terug naar huis, vertelde mijn moeder later. Ze zei: ‘Nee, we blijven nog een maand.’

Toen ben ik in hongerstaking gegaan. Ik moest naar het ziekenhuis vanwege uitdroging, kwam bijna te overlijden. Uiteindelijk was ik te verzwakt om te vliegen. Toen het mijn oma lukte me iets te laten eten, zijn we teruggegaan. Mijn stiefvader schrok zich dood toen hij mij zo uitgemergeld zag.

Op mijn twaalfde was ik er nog een keer, het was een leuke vakantie, maar ik had niks met het land en de mensen. Veel Antillianen en Surinamers hebben dat wel bij terugkeer, maar ik voelde aan alles dat de Ghanezen aan me zagen dat ik daar niet hoorde. Terwijl ik echt hoopte op een plek waar ik helemaal mezelf kon zijn.”

Les 4Televisie laat je de wereld zien

“We gingen thuis nooit naar musea of theater, lazen geen boeken. Mijn stiefvader werkte tot zijn pensioen bij Heijmans, hij legde onder meer gasleidingen aan in straten. Mijn moeder had op een gegeven moment een winkel met Afrikaanse spullen in Bergen, en ze reed in haar auto heen en weer naar Oostenrijk om daar ook spullen te verkopen. Ze heeft alles gedaan om haar drie andere kinderen naar Nederland te krijgen. Dat is gelukt.

We waren echt een tv-gezin, met mij als nakomertje. ‘The Bold and the Beautiful’ stond bijvoorbeeld altijd op. ‘Zet André voor de tv, dan wordt-ie een beetje rustig’, was het vaak. Ik had al heel vroeg ook een tv op mijn kamer en ik zag stiekem tot één uur ’s nachts actie, horror, soap. Met mijn vriend Koen Punt speelde ik scènes na. Al Pacino vond ik heerlijk. Al die gedaanten die hij kon aannemen, die transformaties. Ik zag ook dat het wat met ons gezin deed, in zo’n huiskamer. Dus voor al die huiskamers kun je programma’s maken waar iedereen iets bij voelt, dacht ik. Maar ik zag vrijwel niemand met mijn kleur op tv, dus ik dacht dat dat voor mij niet was weggelegd.”

Les 5ABN spreken helpt

“Wij woonden als een van de twee donkere gezinnen in een soort middenstandsdeel van Bergen. Ik ging als kind veel alleen op mijn fiets de duinen in, een beetje zwerven, alles even uitzetten. Mijn moeder heeft zich altijd extra aangepast: zorg dat je goed leert, je hebt een achterstand omdat je donker bent, dus je moet dubbel zo hard werken. Dat gold voor mij ook wel, maar mijn moeder heeft veel voorwerk gedaan: mij een Nederlandse voornaam gegeven en de achternaam van mijn stiefvader, bewust niet de Ghanese taal aangeleerd en ik leerde op school ABN spreken. Ik merk nog steeds dat als mijn mond opengaat mensen pas denken: oh, oké dan. Tien jaar geleden, rond mijn 20ste, had ik dat de hele tijd.

Na mijn vmbo-groen-school in Alkmaar deed ik een half jaartje Cios, maar ik kreeg die botten en spieren niet in mijn hoofd, werkte in een snackbar, en kwam er maar niet achter wat ik wilde. Dat groen was ook niets voor mij, ik kon schapen gaan scheren - die heb je veel in Bergen - of bomen gaan snoeien. ‘Doe nog één studie’, zei mijn vader. Dat werd de mbo-richting commercieel medewerker binnendienst.

Tekst gaat verder onder de foto

© Maartje Geels

Ik had geluk dat ik stage liep in een bouwmarkt waar de baas tegen me zei: ‘Je doet het heel goed, maar ik voel aan alles dat dit het voor jou niet is. Wat wil je echt? Ga dat doen.’ Toen durfde ik me als donkere jongen te richten op het acteren: ik deed cursussen tv, ging figureren, schreef me in bij castingbureaus, deed wat bedrijfsfilms en had een rolletje in ‘Onderweg naar morgen’. In de Soester Duinen speelden we Afrika na. Een hoofdrolspeler werd door een slang gebeten en ik als local moest hem redden.”

Les 6Hou je doel voor ogen

“Op de Amsterdamse toneelschool die ik daarna ben gaan doen, was het niet allemaal hosanna.

Voor mijn medestudenten was toneel alles, de meesten kwamen bovendien uit een hoogopgeleid milieu waardoor ik soms niet op hetzelfde niveau mee kon doen. Dat was niet fijn. Ik had ook een docente die de pik op me had, die iets blijvend bij mij beschadigd heeft, ze heeft me een onzekerheid in het spelen gegeven die ik daarvoor niet had. Door haar wilde ik kappen met die school. Maar de directeur, helaas wijlen André Veltkamp, was heel nuchter, die nam alles niet zo zwaar. Met hem heb ik veel gepraat. Sinds mijn afstuderen ben ik non-stop aan het werk. Ik repeteer nu met Theater Utrecht in een moderne bewerking van ‘Platonov’ van Tsjechov. Dat had ik tien jaar geleden niet gedacht.

Soms ga ik 's ochtends naar de bioscoop en blijf daar tot één uur 's nachts

Afgelopen najaar maakte ik dagen van achttien uur, ik speelde in verschillende stukken, deed tv-opnames en ergens moest ik ook nog teksten stampen. Maar ik vind het geweldig. Soms sluit ik me wel even af van alles, net als vroeger in de duinen. Pathé Arena is mijn favoriete bioscoop. Ik ga er soms om elf uur ’s ochtends heen, en dan zie ik achter elkaar films tot één uur ’s nachts, in m’n eentje, dan zit ik vooraan, zodat ik geen mensen voor me heb en word ik één met de film.

Ik ben iemand die echt door kan gaan. In deze fase van mijn carrière wil ik daarom ook geen relatie. Toen ik aan de toneelschool begon, ging het uit met mijn vriendin. Wat ik anders niet zou doen, doe ik nu toch: ik ga naar de première van die slechte film, drink wat, spreek toch altijd iemand. In tien jaar tijd heb ik veel verschillende rollen gespeeld. Ik was een zwarte man in ‘Toren C’ met een kantoorgenote die wilde weten of ik een grote had, maar ook die voetballer in de serie ‘Voetbalvrouwen’. Een VPRO- en een RTL-publiek.

Op het hoogtepunt van die RTL-serie wilde iedereen steeds met me op de foto. Nu heb ik het met ‘De luizenmoeder’ weer. Ook stiekem, twintigers en dertigers die selfies maken in de trein met mij op de achtergrond. En ik krijg aanzoeken van mannen die denken dat ik homo ben, omdat ik een - trouwens bewust niet-nichterige - homo speel. Ik moet ze teleurstellen.”

André Dongelmans

André Dongelmans (Utrecht, 1987) studeerde in 2013 af aan de Toneelschool en Kleinkunst Academie Amsterdam. Hij speelde in theaterproducties zoals oa ‘Mijn Moeder Medea’, ‘Koud Vuur’ en ‘Mehmet de Veroveraar’, ‘Wish You Were Here’ en ‘The play that goes wrong’, oa de tv-series ‘Voetbalvrouwen’, ‘Toren C’, ‘Jeuk’, ‘Flikken Maastricht’ en bioscoopfilms zoals ‘Het Diner’ en ‘The Paradise Suite’. Dongelmans is tevens voice-over en stemacteur in tv-series (‘Bob de Bouwer’).

Op dit moment is hij te zien in de Avrotros-serie ‘De luizenmoeder’, de bioscoopfilm ‘Gek van Oranje’ en vanaf 2 maart in het toneelstuk ‘Platonov’ van Theater Utrecht.

Dongelmans is single en woont in Amsterdam.

Lees hier meer afleveringen van Levenslessen

Deel dit artikel

Ik krijg kritiek op de rollen die ik speel, zoals ‘je keert je eigen ras de rug toe’, maar ik vind helemaal niet dat ik dat doe

Soms ga ik 's ochtends naar de bioscoop en blijf daar tot één uur 's nachts