Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De kloof tussen kiezers en gekozenen is vooral een mythe

Samenleving

Lex Oomkes

Hoogleraar empirische politicologie Rudy Andeweg. © Patrick Post
interview

Staatscommissies en wetenschappers willen de kloof tussen kiezers en gekozenen dichten. Hun middel is soms erger dan de kwaal, waarschuwt politicoloog Rudy Andeweg.

Kiezer en gekozene verstaan elkaar niet, hoor je in menige politieke discussie. De vraag is slechts of de Kloof (met hoofdletter) groeit of niet, en of het de bijl aan de wortel van de vertegenwoordigende democratie is, of dat er nog wel een tijdje mee te leven valt.

Lees verder na de advertentie

Maar keer op keer vindt het Sociaal en Cultureel Planbureau bewijzen van het tegenovergestelde. Nederland is in internationaal perspectief een paradijselijk land. Er is helemaal geen kloof, althans, het vertrouwen in de politiek en in politieke instituties als de volksvertegenwoordiging en de democratie is torenhoog, en is ook nauwelijks onderhevig aan schommelingen.

De SCP-cijfers worden steevast voor kennisgeving aangenomen; veel invloed op de maatschappelijke en politieke discussie over de kloof hebben die niet. Het heeft er veel van weg dat Nederland zijn Kloof koestert.

Menig staatscommissie - met als voorzitters oud-premiers als Barend Biesheuvel en Jo Cals (hij samen met de vooraanstaande jurist André Donner) - moest onderzoeken hoe de kloof weer ietwat te dichten, vaak met als uitgangspunt dat de oorzaak ervan ligt in een verondersteld gebrek aan invloed van de gewone kiezer op het kabinetsbeleid. 

Relativeren

De opdracht aan de huidige staatscommissie parlementair stelsel, onder leiding van voormalig VVD-minister en commissaris van de koning in Noord-Holland Johan Remkes, spreekt van mogelijke hervormingen: de kloof wordt niet expliciet genoemd, maar is alom aanwezig. Menig rapport verdween in een diepe lade - op zich weer nieuw bewijs voor het bestaan van de kloof. Zie je wel? De politiek wil geen invloed weggeven, het is een in zichzelf gekeerd wereldje van egotrippende beroepspolitici, slechts uit op verlenging van hun luxueuze leventje.

Ook wetenschappers bediscussiëren de kloof graag. De bestuurskundigen Mark Bovens en Anchrit Wille maakten school met hun stelling dat Nederland een meritocratie kent: opleidingsniveau bepaalt de mate waarin iemand invloed heeft (of meent te hebben) op de politiek, en ook hoe tevreden men is met zijn plek in de samenleving. Met andere woorden: een kloof scheidt lager en hoger opgeleiden.

In mei hield hoogleraar empirische politicologie Rudy Andeweg zijn afscheidscollege aan de Leidse universiteit. Daarin relativeerde hij de afstand tussen kiezer en gekozene.

U vergeleek de kloof met het monster van Loch Ness.

“Ja. Het monster bestaat niet, maar een hele industrie profiteert van de mythe. Die heeft belang bij het in stand houden van de mythische Nessie en sommigen hebben er belang bij de kloof tussen de kiezer en de politiek uit te vergroten. Tegenwoordig doen partijen met een populistische inslag dat, in het verleden anderen. Toen een collega van mij constateerde dat steeds minder mensen bereid waren mee te werken aan onderzoek naar politieke onderwerpen, was dat voor Kamerleden die al langer pleitten voor staatkundige vernieuwing aanleiding om op de zorgelijke gevolgen van een kloof te wijzen.”

Maar er is toch wel iets van een kloof tussen de kiezer en beroepspolitici?

“Abraham Kuyper zei al dat ‘het ongenoegen ingevleescht is in de vertegenwoordigende democratie’. De enige relevante vraag is of de kloof groeit en of we ons daar zorgen over moeten maken. We kunnen gelukkig vijftig jaar teruggaan en met cijfers beweringen staven. En die cijfers wijzen duidelijk uit dat er niet veel aan de hand is.” 

De opkomst van partijen als de LPF en de PVV is in democratisch opzicht een zegen

“Zeker rond de opkomst van Pim Fortuyn en de LPF is er veel (opinie-)onderzoek gedaan. In die tijd kon je veel de kreet horen dat Fortuyn eindelijk zei wat mensen dachten. Er was eindelijk een kanaal voor de uiting van onvrede. Maar dat was nog geen bewijs voor groeiende onvrede.

“En dat weet de politiek ook wel. Waarom is in 1971 de opkomstplicht bij verkiezingen afgeschaft? Ik durf de stelling aan dat dat op zijn minst mede is gebeurd omdat de politiek er geen behoefte aan had de ontevredenen te verplichten hun onvrede met een stem ook manifest te maken. Sinds de opkomst van Fortuyn is de voorzichtige dalende trend in de opkomstcijfers tot staan gebracht. Nu stijgt de opkomst, hoe voorzichtig de trend ook is. De opkomst van partijen als de LPF, maar ook de PVV van Geert Wilders is in democratisch opzicht een zegen.”

Rudy Andeweg. © Patrick Post

Voor zijn conclusies gebruikte Andeweg cijfers uit bijvoorbeeld het Nationaal Kiezersonderzoek, een samenwerkingsproject van Nederlandse politicologen. Sinds 1971 worden kiezers in enquêteformulieren bevraagd over hun politieke keuze. Ook de EU doet veel onderzoek naar motieven en eigenschappen van het electoraat in de lidstaten.

Een kloof tussen kiezer en gekozene kan zich op verschillende manieren uiten. De kiezer kan zich heel anders gedragen, maar ook een andere mening over tal van maatschappelijke onderwerpen hebben. De belangrijkste kloof - althans in de ogen van de politieke wetenschap - zou zijn dat beroepspolitici linkser zijn dan het electoraat. In de jaren zeventig van de vorige eeuw, tijdens bijvoorbeeld het kabinet-Den Uyl, zou dat nog waar geweest kunnen zijn. Het is de vraag of dat nu steeds geldt.

In kiezersonderzoek is het niveau van de genoten opleiding zo niet allesbepalend, dan toch van doorslaggevend belang voor het profiel van de ondervraagde kiezer.

Hebben Bovens en Wille met hun diplomacratie dus niet een beetje gelijk?

“We moeten het opleidingsniveau van het electoraat niet als een statisch gegeven zien. In veertig jaar is er iets fundamenteel veranderd. Nu zijn Kamerleden hoger opgeleid en dat zou een bewijs zijn van een slechte afspiegeling in de Kamer van de bevolking. Is dat een probleem? Ik zou zeggen van niet. Het is eerder een verbetering, en een bewijs van het succes van de pogingen het onderwijs beter toegankelijk te maken. Er waren tijden dat een derde van de bevolking hooguit lagere school had. Dat is inmiddels teruggebracht tot tien procent. En dan is dat cijfer nog relatief hoog door een oververtegenwoordiging van migranten.”

Alle vormen van inspraak bevorderen de ongelijkheid

Geen groeiende kloof dus. Met één belangrijke uitzondering. Ooit was het redelijk voorspelbaar dat iemand die op sociaal-economisch terrein links dacht - vóór kleine inkomensverschillen, vóór een uitgebreide verzorgingsstaat en zo meer - ook op cultureel terrein aan de linkerkant zat. Dus met warme gevoelens voor minderheden en enthousiast over Europese samenwerking. Maar, stelt Andeweg, meer mensen die sociaal-economisch links zijn, zitten tegenwoordig op cultureel terrein aan de rechterkant.

Dus toch een kloof, een groeiende zelfs.

“We hebben hier echt te maken met een groeiend probleem rond vertegenwoordiging. Wilders is echt niet de vertegenwoordiger van deze groep kiezers. Hij klinkt op sociaal-economisch terrein links, maar dat gaat hem slecht af: zo leverde hij in 2010 onmiddellijk bij de formatie zijn ‘ononderhandelbare’ punt in dat de AOW op 65 jaar moest blijven ingaan. Bovendien, hij heeft links nodig om zich tegen af te zetten. Dan wordt zijn linksige economische programma al gauw ongeloofwaardig.

“Ook de Socialistische Partij heeft in het verleden geprobeerd om op cultureel terrein rechtsere standpunten in te nemen. Ook nu gaan in de partij weer stemmen op om dat te doen, maar dat leidt vooralsnog tot niet veel. Voor een goede vertegenwoordiging van deze kiezersgroep hebben we een links-nationalistische partij nodig. En niet alleen in Nederland, dit is een internationaal fenomeen. Je zou bijna zeggen dat nationalisme en socialisme samen moeten gaan in zo’n partij, hoe beladen die conclusie ook is.

Rudy Andeweg. © Patrick Post

“Het is heel vreemd dat zo’n politieke partij er nog niet is, volgens mij is het onvermijdelijk dat die er komt. En mogelijk neemt een dergelijke partij de democratie als uitgangpunt, en dan niet op de manier van Wilders. Tuurlijk, dat is ook een democraat, maar wel een bepaald soort. Bij hem, en dat is een kenmerk van veel populistische politici, is de meerderheid allesbeslissend. De checks and balances verdwijnen, zie zijn kritiek op de rechterlijke macht. Eén van de Founding Fathers van de Amerikaanse Grondwet, James Madison, definieerde democratie als een situatie waarin tirannie, ook de tirannie van de meerderheid, afwezig is. Hij is aan populisten niet besteed.”

Stembus

Andeweg vindt de Tweede Kamer op sociaal-economisch terrein een prima afspiegeling van het electoraat. En cultureel soms ook. Waar het misgaat is bij de combinatie van die twee grootheden: “Dat betekent dat een kiezer bij de gang naar de stembus zich telkens af dient te vragen: wat is op dit moment voor mij het belangrijkste? De migratie of de betaalbaarheid van de zorg?

“Dat verklaart ook voor een groot deel de volatiliteit van het electoraat: de ene keer krijgt het ene onderwerp de voorkeur en kan dus de partij die zich daarop profileert profiteren, en de andere keer het andere. Dat levert ook problemen op bij de regeringsvorming en uiteindelijk bij het beleid. Onder politicologen heet dat de Ostrogorskiparadox. De kans neemt toe dat een regering wordt gevormd die weliswaar een meerderheid van de kiezers achter zich weet, maar die op één van de kwesties andere opvattingen in het beleid laat doorklinken dan haar achterban.”

Daarvoor hadden we het raadgevend referendum, maar dat is afgeschaft.

“Dat had niet mogen gebeuren. Als het beleid stelselmatig bij een bepaald onderwerp geen draagvlak heeft, is het referendum een goed instrument. Dat het bij de orgaanwet niet lukte voldoende handtekeningen te verzamelen, is desondanks een bewijs van het nut van het referendum. Bij het ene onderwerp vindt de kiezer het prima om het aan het parlement over te laten, bij het andere wil hij meepraten.”

Wat verwacht u van de staatscommissie-Remkes, die nu nadenkt over hervorming van het parlementair stelsel?

“Ik ben heel bang dat die commissie allerlei voorstellen zal doen om de burger meer te betrekken bij het beleid - die de kloof, zo die er is, bevorderen: alle vormen van inspraak geven vooral invloed aan hoog opgeleiden, bij absentie van lager opgeleiden. In de hervormingsvoorstellen dient Remkes de stembus centraal te stellen. Als je meer van de burger vraagt, creëer je automatisch ongelijkheid.” <<

Rudy Andeweg (1952) bezette van 1988 tot 2018 de leerstoel empirische politicologie van de Rijksuniversiteit Leiden. Hij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en oud-voorzitter van het European Consortium of Political Research.

Andeweg betreurt dat zijn vakgebied aan maatschappelijke relevantie heeft ingeboet, doordat politieke wetenschappers na de politiserende jaren ’60 en ’70 zich steeds meer stortten op kwantitatief onderzoek. “De eerste jaargangen van ons blad Acta Politica kan de geïnteresseerde leek nog goed lezen. Dat zal nu een stuk moeilijker zijn. We hebben ons meer en meer van het maatschappelijk debat verwijderd.”

Lees ook:

'Juist groeiende gelijkheid zorgt voor wrok tegen de elite'

Loopt er een kloof door Nederland? Dat valt wel mee, denkt politiek filosoof Sjaak Koenis. Juist dat de kloof zo klein is, wekt wrok. 

Het referendum is een wonderbaarlijke producent van paradoxen

Wie dacht in Nederland eindelijk verlost te zijn van het onding van het ‘raadgevend referendum’, komt misschien toch nog bedrogen uit.

Deel dit artikel

De opkomst van partijen als de LPF en de PVV is in democratisch opzicht een zegen

Alle vormen van inspraak bevorderen de ongelijkheid