Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De keerzijde van buitenlandse investeringen: Slowaken voelen zich tweederangsburgers

Samenleving

Janne Chaudron

Zoroslav Smolinsky en Nina Spain op het Volkswagen-complex in Bratislava. © Andrej Balco

Buitenlandse investeringen zijn sinds de val van het communisme spectaculair gegroeid in Slowakije. Maar die hebben ook een keerzijde: de inwoners voelen zich behandeld als tweederangsburgers. De slotaflevering van een reis door de oostelijke helft van de Europese Unie.

Vakbondsvoorzitter Zoroslav Smolinsky rijdt in een knalblauwe SUV, vanzelfsprekend van het merk Volkswagen. Achterin hangt een gestreken wit overhemd op een kleerhanger. Met een soepele beweging parkeert hij zijn SUV achter de andere Volkswagens ergens op het terrein van de Volkswagenfabriek in Bratislava. Dat is een immens complex, een stad in de stad, dat gedomineerd wordt door lichtgrijze gebouwen. Afgezien van oude treinrails ziet het er onberispelijk uit.

Lees verder na de advertentie
© Louman & Friso
Slowakije produceert 1 miljoen auto’s per jaar, het hoogste aantal per inwoner ter wereld

In de fabriek werken 14.000 mensen. Slowaken vormen de meerderheid: 95 procent. Daarnaast werken er Hongaren en Oekraïeners.

De vakbond van Smolinsky, waar 74 procent van de Volkswagen-werknemers bij is aangesloten, is gevestigd op het terrein van de fabriek. In zijn kantoor staat alles kriskras door elkaar. Eén van de vitrinekasten is ingericht als prijzenkast. Aan de muur hangen uitgeprinte foto's van de kinderen, en op het bureau staan vlaggen van verschillende landen. Werknemers komen regelmatig binnenlopen voor advies.

Smolinsky is zo'n beetje vergroeid met Volkswagen. De vakbondsman begon in 1992 als werknemer bij Volkswagen in Bratislava. Hij verdiende 75 euro per maand, de lage lonen waren destijds een belangrijke drijfveer voor het Duitse autoconcern om te investeren in het Centraal-Europese land dat net het communisme vaarwel had gezegd. Begin 2000 verhuisde Somlinsky naar het hoofdkwartier in het Duitse Wolfsburg.

"Daar zag ik hoe goed een vakbond georganiseerd kon zijn." Hij liet zich inspireren en bij terugkomst in Bratislava in 2006 probeerde hij de vakbond, Odbory Volkswagen, nieuw elan te geven. "De vakbond was in het verleden te veel op de hand van de Slowaakse politici", zegt Smolinsky. "Wij wilden dat veranderen en echt opkomen voor de werknemers."

Smolinsky's vakbond is succesvol, hoewel hij het betreurt dat de organisatiegraad in de afgelopen jaren iets is gedaald. Desalniettemin kreeg de vakbondsman vorig jaar zesduizend werknemers op de been die gedurende zes dagen het werk neerlegden en een hoger loon eisten. Dat lukte. De werknemers in Bratislava kregen er liefst 14 procent bij. Ze verdienen gemiddeld 1800 euro per maand, daarmee is Volkswagen een van de bedrijven binnen Slowakije die het best betalen.

Vakbonden roeren zich

Dat is niet het enige succes voor de Volkswagen-medewerkers. De overkoepelende vakbond voor staalmedewerkers, die ook sterk vertegenwoordigd is in de auto-industrie, bereikte een akkoord over de pensioenleeftijd. Die gaat in Slowakije, net als in Nederland, gefaseerd omhoog. Maar voor de staalmedewerkers geldt een plafond van 64 jaar.

De voorbeelden tonen dat de Slowaakse vakbonden de afgelopen jaren volwassen zijn geworden. Het zegt ook veel over de auto-industrie in Slowakije. Het land produceert 1 miljoen auto's per jaar, dat is het hoogste aantal per inwoner wereldwijd. Naast Volkswagen zijn ook bedrijven als Kia en Peugeot er actief. Ook de medewerkers van deze fabrieken konden het afgelopen jaar een flinke loonsverhoging tegemoet zien. Onlangs maakte het hoogwaardige bedrijf Jaguar Land Rover bekend een fabriek te openen in het land.

De buitenlandse investeringen hebben de Slowaakse economie de afgelopen 25 jaar een enorme boost gegeven. Als een van de weinige landen in Centraal- en Oost-Europa voerde Slowakije in 2009 de euro in. Iets wat buurland Tsjechië - dat qua economische ontwikkeling voorliep - niet lukte. Buitenlandse bedrijven in Slowakije profiteren onder meer van een lage winstbelasting. Economen waarschuwen geregeld voor het feit dat de Slowaakse economie te afhankelijk wordt van buitenlandse investeringen. Het kan de eigen economische ontwikkeling in de weg zitten en veel kapitaal stroomt het land uit.

Maar voorlopig profiteert Slowakije. De werkloosheid is met 5 procent ongekend laag. Het is een van de redenen dat vakbonden momenteel veel van hun eisen kunnen verzilveren. Smolinsky erkent: "Wij mogen in onze handen knijpen, we komen van heel ver. En de auto-industrie betaalt gewoon erg goed."

Tegelijkertijd worden de westerse bedrijven gezien als vervelende indringers. Hoewel ze zorgen voor veel werkgelegenheid, voelen de Slowaken zich regelmatig behandeld als tweederangswerknemers. De lonen zijn weliswaar spectaculair gestegen, maar de gemiddelde werknemer in het Duitse Wolfsburg verdient altijd nog 2,5 keer meer dan een Slowaak die werkt voor de Volkswagenfabriek in Bratislava.

Wij mogen in onze handen knijpen, we komen van heel ver

Vakbondsvoorzitter Zoroslav Smolinsky

Discriminatie

Het zijn dit soort cijfers die Slowaakse politici en vakbondsmensen aanhalen als ze het hebben over 'tweederangsburgers'. Hoezo klagen over Oost-Europeanen die de westerse arbeidsmarkt overspoelen, terwijl West-Europese bedrijven ongekend profiteren van een gunstig investeringsklimaat in Slowakije? Daar komt nog eens bij dat diezelfde bedrijven de Oost-Europeanen discrimineren door bijvoorbeeld minder vis in de vissticks te stoppen die verkocht worden aan Slowaken, Tsjechen en Hongaren.

Dat verklaart ook waarom de voormalige premier Robert Fico de Slowaakse werknemers van Volkswagen vorig jaar steunde tijdens hun protest. "Het is niet uit te leggen dat een werknemer in Bratislava die zeer hoogwaardig werk doet, minder verdient dan iemand in Wolfsburg", zei Fico destijds.

Smolinsky deed ook soortgelijke uitspraken, hoewel hij nu zegt dat het hem niet om een vergelijking gaat. "Wat er in andere landen gebeurt interesseert mij minder, ik kom op voor ónze werknemers."

Voor mensen zoals Nina Spain, ook aangesloten bij de vakbond. "Het is een ongekende luxe dat het in dit land nu gaat om de individuele werknemer. Zeker als je bedenkt dat de staat vroeger alles bepaalde." Dat de politiek nu zo pal achter de Slowaakse werknemers staat, vindt Spain op een bepaalde manier hypocriet. "Bedrijven kwamen hier ooit vanwege de lage lonen." Wat Spain wil zeggen: politici creëerden dat gunstige investeringsklimaat. "Natuurlijk maken we ons nu hard voor hogere lonen, de prijzen stijgen ook."

Net als Smolinsky wil ze de lonen niet vergelijken met die in Duitsland. "Daar gaat het helemaal niet om. Wij komen op voor onze principes. In de Duitse vestiging is dat overigens heel normaal, daar zijn nog veel meer werknemers lid van een vakbond dan in Slowakije. Tot en met de raad van bestuur aan toe."

Spain weet als geen ander hoe het is om te werken voor buitenlandse bedrijven. Ze werkte onder meer bij Dell en een Zwitsers bedrijf, allemaal gevestigd in Bratislava. Volkswagen steekt er wat haar betreft met kop en schouders bovenuit. "Mensen zijn hier heel vriendelijk." Dan heeft ze het specifiek over de Slowaakse fabriek. Ze heeft ook in Wolfsburg gewerkt. "Duitsers zijn strenger: regels zijn regels. Ik heb daar veel van geleerd, maar houd toch meer van het vriendelijke Slowaakse klimaat waar we onze problemen liever in groepen oplossen."

Smolinsky kijkt op zijn horloge. Hij heeft een afspraak met de onderwijsvakbond. Sinds zijn succes van vorig jaar is hij populair onder zijn collega's. "Alle post-communistische landen hebben dezelfde problemen: materialisme is na de val van het communisme het enige dat telt", zucht hij. "Daarin is Slowakije helaas geen uitzondering."

Oost-Europa als wingewest

Westerse kolonies. Die woorden vallen regelmatig als de Poolse en Hongaarse regeringen spreken over buitenlandse investeringen. Hoewel minder afhankelijk van het buitenland dan de Slowaakse economie, hebben de meeste Oost-Europese landen profijt van westerse investeringen.

Net na de val van het communisme verwelkomden de Oost- en Centraal-Europeanen de westerse bedrijven met open armen. Maar sinds de crisis van 2008 beseffen de landen dat leunen op dit soort investeringen ook nadelen met zich meebrengt.

Bij verschillende Oost-Europese uitgevers van kranten brak er bijvoorbeeld crisis uit toen de buitenlandse bedrijven zich massaal terugtrokken vanwege dalende advertentie-inkomsten. En de buitenlandse banken die actief zijn in deze landen bezuinigden als eerste in Polen, Hongarije en Tsjechië, waardoor bedrijven minder leningen kregen.

Hongarije, Tsjechië en Slowakije zijn topfavoriet bij buitenlandse investeerders, gevolgd door Polen. Roemenië en Bulgarije blijven sterk achter. Hoewel sommige westerse autobedrijven fabrieken hebben opgezet in Bulgarije, zijn de totale buitenlandse investeringen in het land in 2017 zelfs gedaald. Corruptie en onduidelijke regelgeving noemen de buitenlandse ondernemers als de belangrijkste obstakels. Roemenië wordt wel aantrekkelijker onder buitenlandse investeerders, maar bungelt nog altijd onderaan de lijstjes.

Sinds de komst van populistische politici is er ook in Polen en Hongarije wel wat veranderd. De Hongaarse premier Orbán en de Poolse politieke leider Kaczynski proberen met name de financiële en de energiesector minder aantrekkelijk te maken voor buitenlandse investeerders. Grote buitenlandse winkelketens krijgen bovendien een speciale belasting opgelegd, waardoor investeren niet rendabel meer is. Die nationalistische maatregelen gelden niet voor de auto-industrie: autofabrikanten blijven welkom in Boedapest en Warschau.

Het is zeer de vraag of Slowakije en Tsjechië deze nationalistische koers zullen volgen. Analisten betwijfelen dat in elk geval. De buitenlandse investeringen zijn te belangrijk voor de economie. "Populisme is goed vertegenwoordigd in Slowakije", erkent de Oost-Europese populisme-expert Ladislav Cabada. "Maar het land blijft pro-Europees. Slowakije wil de euro niet kwijt. Dat beleid is misschien meer gestoeld op pragmatisme dan ideologie, maar het brengt Slowakije wel dichter bij West-Europa dan bij buurlanden Polen en Hongarije."

Ik houd toch meer van het vriendelijke Slowaakse klimaat waar we onze problemen liever in groepen oplossen

Nina Spain

Dat neemt niet weg dat veel inwoners van de Visegradlanden (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije) zich door westerse bedrijven behandeld voelen als tweederangsburgers. En dat sentiment is volgens economen niet helemaal onterecht. Filip Novokmet, verbonden aan de Paris School of Economics, deed onderzoek naar het fenomeen. Hij erkent dat Oost-Europeanen steeds meer zijn gaan verdienen, maar de lonen zijn verhoudingsgewijs niet meegestegen met de productiviteit. De Oost-Europeanen zijn in de afgelopen twintig jaar steeds hoogwaardiger producten gaan maken, en daar worden ze naar verhouding minder goed voor betaald dan hun West-Europese collega's, ook na de recente loonstijgingen. Met andere woorden: West-Europese werknemers worden inderdaad voorgetrokken.

Nog een pikant detail dat uit Novokmets onderzoek naar voren komt: EU-subsidies die naar Oost-Europa gaan, wegen niet op tegen de winsten die West-Europese bedrijven in het continent opstrijken en die de West-Europese economieën uiteindelijk spekken. West-Europese politici noemen die subsidies soms onterecht, omdat het de Oost-Europese economieën momenteel voor de wind gaat. Maar, schrijft Novokmet, als je het ziet als een soort kosten-batenanalyse dan profiteren westerse economieën toch het meest.

Andere weg

Oost-Europa kiest politiek en maatschappelijk vaak een andere weg dan West-Europa. Hoe kijken de bewoners aan tegen hun geschiedenis, hun economie, corruptie en democratische verworvenheden? Trouw maakte een reis langs de oostelijke rand van de Europese Unie en belicht een aantal thema's. Het zesde en laatste deel staat in het teken van investeringen, deze artikelen verschenen eerder:

Tsjechië - persvrijheid: In Tsjechië is de premier baas van de krant

Roemenië - corruptie: Na de nachtclubbrand zit de Roemeense bevolking haar leiders op de huid

Hongarije - ngo's: 'Huurlingen' van filantroop Soros onder vuur in Hongarije

Polen - nationalisme: Polen kneedt zijn geschiedenis naar believen

Bulgarije - leegloop: De bus die het lege Bulgaarse platteland in leven houdt bedient steeds minder mensen

Deel dit artikel

Slowakije produceert 1 miljoen auto’s per jaar, het hoogste aantal per inwoner ter wereld

Wij mogen in onze handen knijpen, we komen van heel ver

Vakbondsvoorzitter Zoroslav Smolinsky

Ik houd toch meer van het vriendelijke Slowaakse klimaat waar we onze problemen liever in groepen oplossen

Nina Spain