Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dé jihadist bestaat niet

Home

Co Welgraven

Vorige week arresteerde de politie in Valencia een man na een huiszoeking wegens vermeende banden met IS. © AFP

Drie boeken over moslimterroristen. Waarom plegen ze aanslagen, en waarom doen Nederlandse jongeren dat?

Terrorisme kennen we al meer dan honderd jaar. Rond de wisseling van de negentiende en twintigste eeuw kwam een aantal prominenten bij aanslagen om het leven, zoals de Franse president Marie François Sadi Carnot (1894), zijn Amerikaanse collega William McKinley (1901) en de Italiaanse koning Umberto I (1900). De daders waren anarchisten die zo aandacht probeerden te trekken en hun ideeënwereld over het voetlicht dachten te kunnen brengen.

Lees verder na de advertentie

Sindsdien zijn er in het Westen terroristen en terroristische organisaties van diverse pluimage geweest die dood en verderf hebben gezaaid, van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) via de Amerikaanse Weather Underground tot de West-Duitse Rote Armee Fraktion (RAF). Ze hebben onvoorstelbaar veel leed veroorzaakt maar ook weer het onderspit gedolven, en dat laatste geeft de burger moed.

Eenzelfde lot wacht waarschijnlijk ook de Islamitische Staat, denkt terrorismedeskundige Teun van Dongen: “Het kan vijf jaar duren en het kan tien jaar duren, maar ooit is ook IS slechts een nare herinnering”, zijn de laatste woorden van zijn heldere en leerzame boek ‘Radicalisering ontrafeld’.

Zo’n relativerende zin gaat er natuurlijk goed in, maar het is wel navrant om deze passage te lezen op de middag dat in hartje Londen een aanslag wordt gepleegd door iemand die mogelijk uit naam van IS handelde.

Volgens Van Dongen is het beter om naar politieke verklaringen en persoonlijke overtuigingen te zoeken

Politieke verklaringen en persoonlijke motieven

Van Dongen beschrijft de geschiedenis van het terrorisme en probeert vooral de motieven van terroristen in kaart te brengen. Aan het begin van zijn boek houdt hij twee veelgenoemde verklaringen tegen het licht, namelijk dat terroristen uit religieus fanatisme handelen, en dat armoede, discriminatie en gebrek aan perspectief op een fatsoenlijk bestaan een voedingsbodem zijn.

Beide theses, die ook in officiële rapporten en gezaghebbende boeken genoemd worden en die bij politici populair zijn, kennen ‘ernstige tekortkomingen’, aldus Van Dongen, die dat vervolgens met een keur aan argumenten toelicht. Volgens Van Dongen is het beter om naar politieke verklaringen en persoonlijke overtuigingen te zoeken. Dat doet hij in de rest van zijn boek dan ook.

Hij somt vier politieke verklaringen en zes persoonlijke motieven op. Tot de eerste categorie behoort bijvoorbeeld de wens om met geweld te ageren tegen de ellende van anderen: Palestijnen, onderdrukte geloofsgenoten (van Tsjetsjenië tot Afghanistan), slachtoffers van seculiere regimes in het Midden-Oosten die gesteund worden door het Westen. Bij persoonlijke redenen gaat het onder andere om de zucht naar erkenning, zelfopoffering, zelfverheffing en ook pure sensatiezucht.

Jihadisten

Van Dongen probeert tientallen terroristische organisaties uit heden en verleden in die tien categorieën onder te brengen. Dat doet hij zeker niet krampachtig: de meeste groepen vertonen kenmerken van verschillende categorieën. Dat geldt ook voor IS, waarvan de aanhangers zowel politieke maar beslist ook persoonlijke motieven kunnen hebben.

De aanpak van Van Dongen levert een inzichtelijk boek op. Hij heeft kennis van zaken en een soepele pen. De indeling die hij maakt is ook van belang voor de bestrijding van terroristen. Je moet weten wat voor drijfveren ze hebben om ze doeltreffend te kunnen aanpakken.

Bekeerling Thijs B. postte in 2014 deze foto met commentaar op zijn Facebookpagina. De Syriëganger is vorig jaar tot zes jaar veroordeeld wegens terrorisme. Hij zou in Raqqa 'politietaken' uitvoeren en liet weten nooit meer terug te keren naar Nederland. © RV
Jihadisten zijn niet altijd op tijd te herkennen en dus niet altijd op tijd te stoppen

Dat element heeft ook een prominente plaats in het eveneens zeer leesbare boek ‘Nederlandse jihadisten’ van Edwin Bakker en Peter Grol, met een opvallend voorwoord van Jason Walters, een voormalig lid van de beruchte Hofstadgroep. Walters heeft het terrorisme afgezworen en tijdens zijn gevangenschap een academische studie gevolgd en afgerond.

Grol is jihadismedeskundige, Bakker een befaamd hoogleraar terrorisme en contraterrorisme in Leiden. Hun boek spitst zich toe op Nederlanders die naar Syrië en Irak zijn gereisd om daar deel te nemen aan de heilige oorlog van de Islamitische Staat. In korte schetsen belichten ze een aantal van de Nederlandse jihadisten (in totaal zijn het er zo’n driehonderd), hun achtergrond en motieven.

Frustrerende werkelijkheid

Een apart hoofdstuk is gewijd aan Nederlandse jihadistische moslima’s, die opvallend sterk vertegenwoordigd zijn, al hebben ze meestal een rol op de achtergrond.

De beschrijvingen van de Syriëgangers op zich vormen al waardevolle leesstof, maar interessant wordt het boek vooral in de slothoofdstukken, waarin Bakker en Grol hun conclusies trekken en aanbevelingen doen voor een doeltreffend antiterrorismebeleid. Daarbij schuwen ze harde woorden niet en nemen ze (Nederlandse) politici en beleidsmakers flink op de korrel.

Dé jihadist bestaat niet, concluderen de auteurs. Daarvoor zijn de onderlinge verschillen te groot. “Jihadisten zijn niet altijd op tijd te herkennen en dus niet altijd op tijd te stoppen”. Dat is “een frustrerende werkelijkheid” voor iedereen, maar zeker voor mensen die zich professioneel met contraterrorisme bezighouden, zoals wetenschappers en politici.

De mythe van de strijd voor het ware geloof is kwalijk voor al die moslims en islamitische geestelijken die vinden dat er geen enkele religieuze recht­vaar­di­ging is voor geweld

De mythe

Bakker en Grol prikken een paar hardnekkige mythes door. De schadelijkste daarvan, vinden ze, is een mythe die jihadisten zelf maar al te graag in stand houden en die vervolgens in het publieke debat voor waar wordt aangenomen: dat zij moslims zijn die doen wat veel andere moslims eigenlijk niet durven, “in naam van ‘het ware geloof’ de wapens oppakken om te strijden tegen de vijanden van de islam en voor de belangen van de medemoslims”.

De levensverhalen van de jihadisten in het boek laten nu juist zien dat religieuze overtuiging of ideologie niet het enige was wat hen naar Syrië dreef; bij sommigen, en nog niet eens bij iedereen, was het hooguit een van de factoren. Er waren talloze andere, deels ook persoonlijke drijfveren, zoals Van Dongen die beschrijft in zijn boek ‘Radicalisering ontrafeld’.

De mythe van de strijd voor het ware geloof is kwalijk voor al die moslims en islamitische geestelijken (veruit de meerderheid) die vinden dat er geen enkele religieuze rechtvaardiging is voor geweld. Dat zij het dan ook sterk afkeuren wordt helaas weleens vergeten in de politieke discussie, aldus Bakker en Grol, maar kan niet genoeg benadrukt worden.

Egocentrisch

Het debat is in Nederland nogal “egocentrisch”, constateren de wetenschappers, en dat bevalt hun allerminst. “We kijken vrijwel uitsluitend naar de dreiging van het jihadisme voor Nederland en staan te weinig stil bij de ellende die Nederlandse jihadisten in het buitenland aanrichten.”

Sinds 9/11 is er in ons land één dodelijk slachtoffer gevallen door een Nederlandse jihadist: Theo van Gogh. Dat is natuurlijk één slachtoffer te veel, maar, aldus Bakker en Grol, in het buitenland zijn er tot nu toe al meer dan honderd mensen gedood bij (zelfmoord)aanslagen die Nederlanders hebben uitgevoerd.

Een heel bloedige aanslag staat op naam van Sultan Berzel uit Maastricht, alias Abu Abdullah al-Hollandi. Als negentienjarige jongen blies hij zich in november 2014 op in Bagdad; hij sleurde meer dan twintig Irakezen mee de dood in. Daarmee is hij vermoedelijk de grootste massamoordenaar die Nederland kent.

Sommigen noemden Sultan een held, anderen zagen in hem een slachtoffer, een misleide moslim, een derde groep veroordeelde zijn actie in de meest krachtige bewoordingen

Verdeeldheid

De verslaggevers Johan van de Beek en Claire van Dyck van het dagblad De Limburger hebben een hoogst interessant en bij vlagen huiveringwekkend boek over de jonge Sultan Berzel geschreven. Hun hoofdredactie heeft ze ruim de tijd gegeven voor deze vorm van onderzoeksjournalistiek, en dat valt niet genoeg te prijzen.

De twee journalisten hebben met honderden mensen gesproken, vooral uit de kring rond Sultan, een jongen van Marokkaanse afkomst die woonde in de Vogelaarwijk Wittevrouwenveld in oostelijk Maastricht. Hij was een vrij onopvallende scholier en student die keurig de opleiding toerisme aan het plaatselijke ROC volgde maar rond zijn zestiende radicaliseerde.

Het milieu waarin Sultan opgroeide weten Van Dyck en Van de Beek perfect te schetsen . Dat is de kracht van regionale journalistiek: de beide verslaggevers kennen de Maastrichtse wijk als hun broekzak en hebben het vertrouwen van de bewoners weten te winnen, al wilde niet iedereen praten. Ook zij weten niet hoe het nou kon dat de jongen ineens radicaliseerde en naar Irak reisde. Behalve voor een paar vrienden (van wie sommigen ook jihadist werden) was het voor vrijwel iedereen een verrassing.

De schrijvers laten ook prima de verdeeldheid in de Marokkaanse en de islamitische gemeenschap zien. Sommigen noemden Sultan een held, anderen zagen in hem een slachtoffer, een misleide moslim, een derde groep veroordeelde zijn actie in de meest krachtige bewoordingen. Het onderschrijft de stelling van Bakker en Grol dat de meeste moslims religieus geweld afkeuren.

Hier en daar zijn de Limburgse journalisten een beetje wijdlopig, maar per saldo hebben ze een waardevol boek geschreven dat een helder beeld van een Nederlandse jihadist biedt. 

Tekst loopt door onder afbeelding

© RV

Edwin Bakker en Peter Grol
Nederlandse jihadisten
Van naïeve idealisten tot geharde terroristen
Hollands Diep; 256 blz. € 19,99

Tekst loopt door onder afbeelding

omslag © RV

Johan van de Beek en Claire van Dyck
Sultan en de lokroep van de jihad
Balans; 256 blz. € 19,99

Tekst loopt door onder afbeelding

© RV

Teun van Dongen
Radicalisering ontrafeld
Tien redenen om een terroristische aanslag te plegen
AUP; 160 blz. € 17,95



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Volgens Van Dongen is het beter om naar politieke verklaringen en persoonlijke overtuigingen te zoeken

Jihadisten zijn niet altijd op tijd te herkennen en dus niet altijd op tijd te stoppen

De mythe van de strijd voor het ware geloof is kwalijk voor al die moslims en islamitische geestelijken die vinden dat er geen enkele religieuze recht­vaar­di­ging is voor geweld

Sommigen noemden Sultan een held, anderen zagen in hem een slachtoffer, een misleide moslim, een derde groep veroordeelde zijn actie in de meest krachtige bewoordingen