Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De geneugten en gevaren van offline leven

Samenleving

Lodewijk Dros

© Brechtje Rood

Drie studenten belichten de geneugten en de gevaren van offline leven.

‘Off Line: Ben jij nog verbonden?’ Over dat thema hebben honderden studenten een kort essay geschreven. De beste auteurs krijgen een toegangskaart voor het Veersymposium, waarop studenten uit Nederland en Vlaanderen kennis kunnen maken met sleutelfiguren uit kunst, wetenschap, politiek, media en bedrijfsleven.

Lees verder na de advertentie

Dit jaarlijkse tweedaagse symposium wordt georganiseerd door de Veerstichting - opgericht in 1978 - waarin een wisselende groep Leidse studenten een jaar lang werkt aan de bijeenkomst. Nederlandse en internationale topsprekers en acts belichten ieder jaar het door de studenten gekozen thema.

Een jury van hoogleraren heeft de beste essays geselecteerd. Drie aansprekende bijdragen volgen in dit stuk. 

Een van de sprekers op het symposium is de burgemeester van het Siciliaanse Palermo, Leoluca Orlando, bekend om zijn ruimhartige opvang van vluchtelingen. “Europa voert een crimineel beleid”, zegt hij in Trouw.

Het 38ste Veersymposium vindt plaats in de Pieterskerk te Leiden op 21 en 22 september. Trouwabonnees maken kans op 2 x 2 passe-partouts voor dit tweedaagse symposium (waarde 499 euro per kaartje).

Meer informatie:

www.trouw.nl/exclusief

Off line

(bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)

1. zitten zonder internet, zonder telefoon, zonder stroom, zonder kennis, zonder grip op de realiteit, zonder begrip van de wereld om je heen.

Mama leeft offline. Ze gaat naar de supermarkt zonder te weten wat er op de gangpadbordjes staat, ze rekent af zonder te weten wat er op het afrekenscherm staat, ze fietst naar huis zonder te weten wat er op het wegwerkzaamhedenbord staat.

Mama leeft offline. Ze gaat naar de huisarts zonder te weten dat ze haar fiets daar niet voor een raam mag zetten, zonder te weten wat hij nou echt zegt, zonder te weten wat de bijwerkingen van haar medicijnen zijn.

Mama leeft offline. Ze begint mij een preek te geven als ik mijn telefoon pak in de woonkamer, zonder te weten dat het over mijn studie gaat, zonder te weten dat ik net iets aan het googelen was, zonder te weten dat ik de tijd aan het checken was.

Mama leeft offline, zonder te weten dat ik eigenlijk al alles ben geworden wat zij veracht

Mama leeft offline. Ze vertelt mij over haar levenslessen, zonder te weten dat die niet meer relevant zijn in de huidige maatschappij, zonder te weten dat niemand meer zo denkt, zonder te weten dat zij leeft in een andere wereld.

Mama leeft offline. Ze geeft mij advies over mijn studiekeuze, zonder te weten dat ik een van de moeilijkste studies van Nederland doe, zonder te weten dat een technisch meisje overal gewild is, zonder te weten wat ik nou daadwerkelijk studeer.

Mama leeft offline. Ze vertelt mij over hoe ze straks een leuke Marokkaanse jongen voor mij gaat vinden, zonder te weten wat mijn type is, zonder te weten dat ik een zwak heb voor groene ogen, zonder te weten wat mijn humor is, zonder te weten dat ik geen Marokkaanse jongen wil.

Mama leeft offline. Ze komt thuis met een nieuw shirtje voor mij, zonder te weten wat mijn echte kledingstijl is, zonder te weten dat ik roze haat, zonder te weten dat ik nooit shirts met hoge halzen draag, zonder te weten dat ik het alleen draag als ik naar huis ga.

Mama leeft offline. Ze streelt liefkozend over mijn haar en zegt dat ik haar lieve, kleine, brave meid ben, zonder te weten dat ik bij een intense studentenvereniging zit, zonder te weten dat ik weleens op tafels dans, zonder te weten dat ik daar met jongens praat, zonder te weten dat ik stiekem weleens een vriendje heb.

Mama ziet alleen wat ze wil zien in mij, mama wil geen Nederlandse nationaliteit, mama steekt haar kop in het zand, mama wil geen Nederlandse schoonzoon, mama wil niet mee veranderen, mama wil geen Hollandse kleinkinderen, mama wil geen dochter op kamers.

Mama leeft offline, zonder te weten dat ik eigenlijk al alles ben geworden wat zij veracht.

De naam van de auteur is bekend bij de redactie

Slaven van het web

Op mijn tiende kreeg ik mijn eerste telefoon. Ik moest 50 euro zelf bijbetalen voor een roze Nokia 7370. Het was een fantastisch cadeau en ik herinner me dat ik uren en uren spendeerde aan sms’en met mijn vrienden.

Na die telefoon kreeg ik een LG Cookie, die binnen een maand ontplofte.

De Blackberry Bold die ik daarna zelf kocht, had ik bijna acht jaar. Je zou kunnen zeggen dat die mijn eerste liefde was. Blackberries waren op dat moment je van het, en afgezien daarvan hield ik ervan sms’jes te schrijven zonder op mijn telefoon te kijken. Mijn vingers gleden over het toetsenbord en ik was de snelste ‘sms’er’ van de klas.

Vaak sluit ik mijn telefoon af, zonder dat ik weet wat ik er het afgelopen half uur mee gedaan heb

In de laatste klas van de middelbare school kocht ik een I-Phone 4C. Ik kon er niet over uit en bleef de zinnen ‘het is net een computer, een mini-computer’ herhalen. Ik was verbijsterd wat ik met de telefoon kon doen: het was een rekenmachine, spelcomputer, zoekmachine, camera, telefoon, I-pod, TomTom, krant, agenda en horloge ineen. Het. Was. Verbluffend. Weldra werd de I-phone onderdeel van mijn dagelijkse routine: ik werd wakker en checkte mijn telefoon, mijn Facebook, Instagram, Twitter, Tumblr, Snapchat en Whatsapp. Na twee jaar was mijn mobieltje al ouderwets en besloot ik hem te upgraden. Nu heb ik een iPhone 6, en ik geneer me ervoor om het te zeggen, maar leven zonder kan ik niet.

Mijn naam is Charlie en ik ben verslaafd aan mijn mobieltje. Laten we eerlijk zijn, als ik dit zou zeggen in een therapiegroepje voor telefoonverslaafden, is er een dikke kans dat ik u daar ook zou treffen. Vaak sluit ik mijn telefoon af, zonder dat ik weet wat ik er het afgelopen half uur mee gedaan heb. Sterker, binnen vijf minuten doe ik het weer. En zo verloopt mijn dag.

Het is grappig om terug te denken aan die dag, mijn tiende verjaardag, toen ik die eerste telefoon kreeg. Was dat een ouderlijke dwaling? Zou ik mijn tienjarige een mobieltje geven? Was dat het moment waarop het fout ging? Onbeantwoordbare vragen. Als tienjarige was mijn school een half uur fietsen, dus ik begrijp waarom mijn ouders me een telefoon gaven: ze maakten zich zorgen. Ik heb maar weinig herinneringen van vóór mijn tiende. Oftewel: zolang ik me kan herinneren was die technologie al bij me.

Ik vraag me vaak af wat ik zou zijn zonder de sociale media, telefoon of laptop. Die vraag roept meteen een andere op: ‘waarom zou ik me dat willen voorstellen? Het leven is geweldig zoals het is… toch?’ Ik heb overal ter wereld vrienden en ik kan dankzij die technologische ontwikkelingen contact met ze onderhouden. Aan de andere kant: de haat, zwartgalligheid en pessimisme van het web liggen steeds maar één klik van je vandaan. Hoe ouder ik word, hoe meer ik de nadelen van mobieltjes en internet zie.

Hoe hard je ook probeert het te vermijden: we zijn allemaal slaven van het web. Internet en de techniek eromheen vormen een spinneweb: zit je er eenmaal in, kom je er niet meer van los. Zelfs als we erin vastzitten, breiden wij - de mensheid - het web constant uit. De spin zet ons, zijn slaven, aan het werk. Wat het nog ironischer maakt: we zijn zowel de spin als het web. We scheppen onze eigen val, en tuinen er nog harder in dan we ons ooit hadden kunnen voorstellen. We geven mensen een platform die nooit een platform hadden mogen krijgen.

De vraag is niet meer of, maar wanneer we Mars zullen koloniseren. De hemel stelt geen grenzen meer

Hoe krankjorum het web ook zijn moge, ik als mobielverslaafde moet toegeven dat ik me er best behaaglijk in voel. Ik zit vastgekleefd, en de spin is angstaanjagend, maar mijn herinneringen zitten erin, en mijn vrienden en mijn familie ook. Laten we wel wezen: ik weet niet beter.

Charlie Ubbens (20) studeert kunstgeschiedenis in Leiden. 

De ontzaglijke tijd

De klokken luiden een nieuwe dag in. Onze bedden zijn warm, onze kussens zacht. Vergetelheid is de troost der slapenden. De peilloze, donkere diepten waar niets lijkt te gebeuren. Het veilige, vederlichte gewicht van het laken drukt op ons lichaam. Nog vijf minuutjes.

Maar jij weet net zo goed als ik dat vijf verandert in tien en tien in vijf voor twaalf. Tijd is alles wat we niet hebben.

We leven in een wereld waarin voorbije dromen zijn gerealiseerd, vol van wonderlijke ontdekkingen, uitvindingen en mensen. Waarin wetenschap en technologie zijn ontwikkeld tot op het punt van ongeloof en sciencefiction-ideeën van weleer vorm krijgen. De vraag is niet meer of, maar wanneer we Mars zullen koloniseren. De hemel stelt geen grenzen meer.

En toch is onze blik naar beneden gericht en zijn onze ogen gesloten. We leggen ons hoofd te ruste en schakelen uit. Sluiten af. Verbreken de verbinding. Met elkaar, de aarde, onszelf.

Door de jaren heen verliezen we ons kinderlijk vermogen omhoog te kijken en ons te verwonderen. Wanneer keek jij voor het laatst op toen er een vliegtuig overkwam, verbluft door het besef dat zulke enorme, metalen vogels kunnen vliegen? Wanneer was je voor het laatst verbijsterd dat de mechanismen in je lichaam werken zonder dat je zelf een vinger hoeft op te heffen? Of over technologie - die apparaatjes waar je vrijwillig aan vastgeplakt zit - die je in staat stelt moeiteloos de wereld over te reizen?

We zijn zo gewend aan onze hoogontwikkelde, razendsnelle levens dat weinig ons nog lijkt te verrassen. En zoals we allemaal van school weten: het is makkelijk wegdromen wanneer dingen oninteressant zijn.

Logisch, in zekere zin. Als we opgroeien wordt de wereld om ons heen bekend terrein. Voortdurend gefascineerd zijn zou flink onhandig zijn. Daarbij is alleen al de hoeveelheid informatie en prikkels die op ons toekomen gigantisch. Je kunt niet alles opnemen. Sterker nog, onze hersenen zijn zo geprogrammeerd dat wat ze wegfilteren overbodig lijkt.

Nu mogelijkheden en communicatie eindeloos zijn, zijn grenzen en mis­com­mu­ni­ca­tie even overvloedig

Het wordt problematisch wanneer we actief buitensluiten, maar nooit actief weer binnenhalen. Met al die beschikbare informatie en kennis dreigt ieder van ons het onuitstaanbare betwetertje van de klas te worden. We hebben het allemaal al gezien, gedaan, gelezen. De wereld kan ons niets nieuws vertellen.

Wonderen en mirakels. Het zijn haast obscene woorden geworden, die horen bij een metafysisch idealisme. Maar wend simpelweg je blik en de wereld zit er plotseling vol mee. Of je nu kijkt naar natuur, techniek of mensen: waar je ook zoekt, je zult vinden.

Sluit weer aan bij je zintuigen. Ga niet voorbij aan je omgeving, maar neem haar in je op. Kijk voorbij wat je ziet, luister verder dan je hoort, denk verder dan wat je denkt te weten. Stel vragen. Het waarom, het wat en het hoe. Neem al je automatische gedachten en overtuigingen en doorgrond ze tot op het bot. Liever nog: gooi ze weg. Begin opnieuw. Ontdek.

We hebben onze omgeving, onze technologieën, sneller ontwikkeld dan we ooit kunnen bijbenen. Nu mogelijkheden en communicatie eindeloos zijn, zijn grenzen en miscommunicatie even overvloedig. Evenals gevoelens van eenzaamheid, van gebrek aan voldoening. De veelvuldigheid van connecties verdunt ze. We hunkeren naar versterking, naar betekenis.

Ik ben ervan overtuigd dat ontzag en verwondering zorgen voor tevredenere, gullere, liefdevollere mensen. Ik ben er evengoed van overtuigd dat wij het vermogen hebben onszelf in die staat te brengen: om dit gevoel van ontzag aan te wakkeren. En dat er nooit een geschiktere tijd voor was dan nu.

De klokken luiden weer een nieuwe dag in. Word wakker alsof iedere ervaring de eerste is. Raak ongewend aan de wereld.

Verbind je opnieuw. Loop met me mee in kinderlijke verwondering, met nieuwsgierige geest en open hart, het tijdperk van ontzag in.

Rebecca Mourits (25) studeert neuropsychologie en filosofie. Ze blogt op www.allthatawe.com



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Mama leeft offline, zonder te weten dat ik eigenlijk al alles ben geworden wat zij veracht

Vaak sluit ik mijn telefoon af, zonder dat ik weet wat ik er het afgelopen half uur mee gedaan heb

De vraag is niet meer of, maar wanneer we Mars zullen koloniseren. De hemel stelt geen grenzen meer

Nu mogelijkheden en communicatie eindeloos zijn, zijn grenzen en mis­com­mu­ni­ca­tie even overvloedig