De Europese droom vergat de burger

samenleving

Paul Van Der Steen

Utopieën zonder fundament verkeren snel in hun tegendeel, en dan worden ze heel gevaarlijk © Patrick Post
Interview

Ja, het Europese ideaal heeft betere tijden gekend. Maar daarmee is de Europese gedachte nog niet dood en begraven. De tijd dringt, maar 'nu kan Europa bewijzen wat het echt is', meent historicus Mathieu Segers.

Decennia van integratie brachten het soort welvaart, samenwerking, stabiliteit en veiligheid waar in het verleden alleen maar van gedroomd kon worden

Aan paradoxen geen gebrek in Europa. Decennia van integratie brachten het soort welvaart, samenwerking, stabiliteit en veiligheid waar in het verleden alleen maar van gedroomd kon worden. Tegenover dat succes staat het van antwoorden uitblijven op vrijwel alle vragen van heden en toekomst.

'Europa en de terugkeer van de geschiedenis', heet het onlangs verschenen boek van Mathieu Segers, hoogleraar eigentijdse Europese geschiedenis en Europese integratie aan de Universiteit Maastricht, een verzameling van zijn columns en beschouwingen die de afgelopen jaren onder meer in het Financieel Dagblad en De Groene Amsterdammer zijn verschenen. De EU kreeg het precies in die tijd flink voor de kiezen: een stroom van vluchtelingen, brandhaarden in de onmiddellijke nabijheid, Russische en Turkse leiders die zich laten gelden en de Brexit. "Interessante en uitdagende tijden", noemt Segers het met gevoel voor eufemisme.

2016 was voor de 40-jarige wetenschapper het jaar van zijn terugkeer naar zijn geboorteplaats Maastricht. Hij vertrok voor studie en aansluitende wetenschappelijke carrière, stak zijn licht op in Nijmegen, Utrecht, Den Haag, Oxford en op Harvard. Sinds 1 juni is zijn werkplek een oud begijnenklooster in dezelfde oude binnenstad waar hij opgroeide. Het is het onderkomen van het University College Maastricht, waarvan hij decaan is. Segers, sinds dit jaar ook nog eens lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), wijst op de dozen. "Ik heb zelfs nog geen tijd gehad om mijn boekenkasten op orde te brengen."

Wat ook niet hielp was het zilveren jubileum van het Verdrag van Maastricht. 25 jaar geleden probeerde de puber Segers vergeefs een glimp op te vangen van de Europese leiders in zijn stad. Nu was hij zelf aanwezig bij de herdenking, en is hij een door de media veel gevraagd duider van toen en nu.

Lees verder na de advertentie

Hoe kijkt u nu terug op het verdrag, waarin de lidstaten van de Europese Gemeenschap het eens werden over de vorming van een Europese en monetaire unie?

© Patrick Post

"Het was een knappe prestatie. Zeker voor de Duitsers en de Fransen de overtreffende trap van de naoorlogse verzoening, een genezing van alle trauma's. De verbinding met de Europeanen, de burgers, werd echter vergeten. De EU nam de mensen niet mee, negeerde de vragen over moraal en ethiek.

"Het verhaal had ook geen tegenverhaal. De anderen hadden verloren. Alternatieven hadden daarmee afgedaan. Echt het einde van de geschiedenis. Europa dacht dat het vrijaf had van de geschiedenis.

"Zie de reactie in die tijd van groot comfort op de oorlog in voormalig Joegoslavië. Ja, op een gegeven moment kwamen er vluchtelingen. Maar verder beschouwde men het toch als iets exotisch. Het zou wel overgaan, en dan zouden die landen zich wel aansluiten bij Europa.

"In of na Maastricht had Europa meer moeten regelen. Dat hebben de leiders nagelaten. Die fout breekt het continent nu op."

Het denken over integratie gaat ver terug. De Franse schrijver Victor Hugo durfde al in 1871 hardop te dromen: "Laten we dezelfde republiek zijn, laten we de Verenigde Staten van Europa zijn, laten we de continentale federatie zijn, laten we de Europese vrijheid zijn, laten we de universele vrede zijn!" Volgens Segers is 'de oerdroom dat het continent op de een of andere manier een eenheid zou zijn' nog een stuk ouder.

"Nadat de Fransen in 1806 Pruisen hadden verslagen bij Jena, zag de filosoof Hegel vanuit zijn raam hoe Napoleon bij hem langsreed. Toen had hij het over de wereldziel die hij voorbij zag trekken op een paard. Voor hem was Napoleon iemand die de eenheid van Europa verpersoonlijkte. Een groots idee op de rug van een paard. Dat was het gevoel dat Europa opriep in de utopische sfeer: een eenheid van beschaving, gegrondvest op oude cultuur en zeker in deze periode ook teruggrijpend op de Verlichting."

Heeft dat soort ideeën al enige kracht voor 1914?

Als die wilde gevoelskant gaat domineren, is de catastrofe niet ver weg

"Wat betreft opgaan van natiestaten in een groter geheel blijft het bij dromen. Er zijn wel afspraken over internationaal recht, vredesconferenties, allianties. Leiders zagen dat een voortdurende investering in eigen veiligheid zorgde voor een spiraal van competitie met andere staten die destabiliserend werkte. Tegelijkertijd bleef het veiligheidsdillemma bestaan: het idee dat veiligheid van de ander leidt tot jouw onveiligheid."

Bracht de Eerste Wereldoorlog een doorbraak?

"De oprichting van de Volkerenbond was wel een grote sprong voorwaarts. De Veertien Punten van de Amerikaanse president Woodrow Wilson (over onder meer duurzame vrede, en het zelfbeschikkingsrecht van volkeren) gaven ook hoop. Maar het was een wel heel erg grote sprong voorwaarts, te utopisch. Waardoor het niet aansloot bij de realiteit en het gevoel van de mensen.

"Het raakte daardoor losgezongen. Dat is het gevaar bij grote utopieën zonder fundament. Die verkeren snel in hun tegendeel en worden dan heel gevaarlijk. De Britse politicoloog/filosoof Isaiah Berlin constateerde al dat er twee zielen in de Europese borst zitten: Verlichting en Romantiek. Verlichting is rationaliteit, rede. Daar hoort ook de rechtsstaat bij. Romantiek is gevoel, vrijheid, dat allemaal kunnen uiten. Emotie. Sentiment. Ressentiment. De Romantiek had onder meer als gevolg van de Eerste Wereldoorlog de overhand in het Interbellum. Ook anno 2016 lijkt de slinger die richting uit te slaan.

Waarom?

"Het lukt Europa maar niet om die twee krachten, Verlichting en Romantiek te verzoenen. Een soort van evenwicht is het hoogst haalbare. Doorschieten naar één kant leidt onherroepelijk tot problemen. Bij overheersing van het rationele verlies je de ziel. Dat wekt tegenkrachten op. Als die wilde gevoelskant gaat domineren, is de catastrofe niet ver weg. Daar heeft Europa ervaren in de eerste helft van de twintigste eeuw."

Hoe sterk was de kracht van de Europese droom na 1945? Was de eenwording een utopisch of meer een therapeutisch project?

© Patrick Post

"1945 markeert een beetje het einde van de politiek. Het wilde dromen heeft tot zoveel catastrofes geleid dat Europa kiest voor integratie via rationele instituties, rechtsstatelijkheid en marktordening. Eigenlijk staat rationaliteit haaks op gevoel, maar in die naoorlogse periode vertegenwoordigde ze gevoel, namelijk de angst voor politiek. In zekere zin was het ook een utopie - de utopie van het beleid, de ultieme maakbaarheid van de samenleving."

En dit keer leek de bevolking ook enthousiast. Bij een volksraadpleging in twee 'gemiddelde gemeenten', Delft en Bolsward, in 1952 stemde respectievelijk 93 en 96 procent van de kiezers voor een verenigd Europa.

"Omdat het idee aansloot bij de heersende tijdgeest van een door oorlogen geteisterd continent. Het was een therapie. Nooit meer oorlog. Dankzij Europese integratie kon je in iets geloven wat niet politiek of ideologisch besmet was. De bouwers van Europa hadden datzelfde gevoel. Maar een van hen, de Nederlander Max Kohnstamm, twijfelde al in zijn dagboeken: Zijn dit geen zielloze instituties? Als Europa niet democratisch wordt verankerd, voorzag hij, zou het draagvlak verliezen.

"De Gaulle hoorde bij de eerste openlijke critici. Die vond het een gevaarlijke vorm van wensdenken. Omdat bijvoorbeeld de Fransen nooit gevoel zouden hebben bij alleen een rechtsstaat en instituties. Later kwam Thatcher. Zij vertegenwoordigde een land dat juist door patriottisme de oorlog had gewonnen. Dat had weinig met die integratieromantiek, samengaan om de dynamiek van het verleden het hoofd te bieden. Thatcher hield die bovendien voor Duitse romantiek in het jasje van de technocratie, een vliegwiel voor nieuwe Duitse hegemonie."

Maar het proces ging verder.

Is het ons waard om Europa in stand te houden, ook als het iets kost?

"Ja, maar de federatie bleef een utopie. De natiestaat werd dat ook steeds meer, omdat die deels opging in supranationale instituties. Jacques Delors, tien jaar voorzitter van de Europese Commissie, noemde de Europese integratie een Unidentified Political Object. Omdat je er eigenlijk alles in kon zien. Dat werkt, totdat de tegenwind gaat waaien. Dan blijk je niet in staat tot handelen, omdat je eigenlijk niet weet wat voor een politieke entiteit je bent. Waar lopen je grenzen? Wanneer verdedig je iets? Waar trek je een rode lijn? Wanneer zeg je: nu zijn er mensenrechten in het geding, dit accepteren we niet?

"De ballonnen worden nu doorgeprikt. De EU is geen veiligheidsutopie, want de Russen kunnen toch aardig dicht in onze invloedssfeer komen en moslimextremisten kunnen aanslagen plegen. De EU is geen mensenrechtenutopie. Kijk bijvoorbeeld maar naar de gedempte Europese reacties op Turkse schendingen, omdat niemand de vluchtelingendeal in gevaar wil brengen. In de EU gaat het niet om sociale cohesie, want de ongelijkheid neemt toe. Maar wat is het dan wel?

"Nu komt het aan op echte, normatieve beslissingen. Is het ons waard om Europa in stand te houden, ook als het iets kost?"

De redding van de euro mag wel miljarden kosten maar die van Europa, zo lijkt het, niet.

"Precies. Dan wordt het zo cynisch dat alleen dat wat vastligt in de instituties overeind blijft. Dat is niet geloofwaardig. Voor houvast grijpen veel Europeanen terug op ouder collectief geheugen, van voor de integratie. Geen hoopgevende gedachte.

"Tegelijkertijd is de nu ontstane chaos misschien wel een deel van de oplossing. Het kan natuurlijk het voorportaal zijn van nog meer ellende. Maar het kan ook het voorportaal zijn van een politieke geboorte van Europa. Chaos cre-eert creativiteit en verbeelding. En is er nu ook nationaal volop debat over Europa."

Uit de wanorde komt een nieuw, effectiever Europa tevoorschijn?

"Dat kan. De Brexit komt wellicht op een precair moment, maar heeft goede kanten. Er komt een alternatief voor Europa. Als het goed is, komen ook de voordelen van het integratieproject dan duidelijke naar voren.

"Mensen doen vaak veel te paniekerig over euroscepsis. Terwijl die houding onderdeel is van volwassen worden. Burgers zijn in meerderheid niet tegen Europa. Ze bevragen alleen de integratie. Het idee raakt beschadigd. Tegelijkertijd helpt dat om het proces geloofwaardig te maken. Het is niet 100 procent waar. De samenwerking heeft haar illusoire elementen. Nu kan Europa bewijzen wat het echt is. Voor het formuleren van de juiste antwoorden is alleen niet heel veel tijd met opkomende nationalistische partijen, met het buitenlandbeleid van Poetin, met de verkiezing van Trump."

Maakt u eens een begin met het formuleren van die antwoorden.

"Dan gaat het over defensie en sociale cohesie, het beschermen van grenzen en het bieden van individuele veiligheid. Alle dingen die nu op de agenda staan onder druk van de omstandigheden, stonden in 1989 en 1991 natuurlijk al precies zo op de agenda. Alleen toen was de druk van buitenaf niet groot genoeg en de Amerikanen zorgden voor bescherming. Terwijl de veiligheidspolitieke uitdaging nooit is weggeweest, wel heel lang genegeerd. Die tijd is voorbij. Dat kan niet meer."

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie
Decennia van integratie brachten het soort welvaart, samenwerking, stabiliteit en veiligheid waar in het verleden alleen maar van gedroomd kon worden

Als die wilde gevoelskant gaat domineren, is de catastrofe niet ver weg

Is het ons waard om Europa in stand te houden, ook als het iets kost?