Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De donkere zijde van gelijke kansen

Samenleving

Marco Visscher

© Edward Thompson
Interview

Positieve discriminatie bracht meer goeds dan we beseffen. Maar het tastte de positie van arbeiders aan, zegt James Heartfield.

Toen James Heartfield opgroeide, waren vrouwen bijna per definitie uitgesloten van werk, zeker als ze kinderen hadden. Voor gekleurden was het uiterst moeizaam om een baan te krijgen. Politieagenten deden aan ‘etnische profilering’, en niemand maakte zich er druk om. Onderwijsadviseurs beriepen zich op studies over raciale verschillen in IQ om Britse scholen blank en zuiver te houden. Homoseksuelen bleven in de kast.

Lees verder na de advertentie

Discriminatie, zegt Heartfield, was de ‘norm’. En nu? In de wereld waarin zijn dochter opgroeit, doen meiden het beter op school en op de universiteit. De inkomenskloof - tussen geslachten en tussen mensen van diverse etniciteit - is aan het dichten. Mensen trouwen interraciaal. Veel landen kennen het homohuwelijk.

Heartfield, al zijn leven lang actief als actievoerder voor gelijkheid, onderzocht hoe deze revolutie kon plaatsvinden. Zo stuitte hij op de verrassende geschiedenis van het gelijkekansenbeleid - die niet louter positief is, schrijft hij in ‘The Equal Opportunities Revolution’.

U wijst graag op de vooruitgang die is geboekt. Maar je hebt toch nog steeds seksisme en racisme?

“Akkoord, maar interessanter is de paradox die blijkt uit onderzoeken. Als u deze vraag aan mensen op straat stelt, zeggen ze dat het probleem van seksisme en racisme verergert. Als je ze vervolgens vraagt naar hun persoonlijke mening - over hoe ze het zélf zouden vinden als hun baas zwart is of vrouw, of als hun zoon of dochter zou thuiskomen met iemand met een andere huidskleur, et cetera - dan zien we juist dat ze in grote meerderheid heel liberaal en tolerant zijn. Veruit de meeste mensen zouden vandaag beschaamd zijn als je ze betrapt op seksisme of racisme.”

Danken we dat aan positieve discriminatie en het bevorderen van diversiteit?

“Voor een deel, ongetwijfeld. Maar laten we die invloed niet overdrijven. Het is volstrekt natuurlijk dat er na verloop van tijd een grotere vertrouwdheid en sympathie ontstaat jegens mensen die anders zijn dan jij.”

Het begon met nul wetten rondom gelijke kansen, nu voert vrijwel elk bedrijf zo’n beleid

Wat valt op aan het overheidsbeleid rond gelijke kansen?

“Dat beleid is in Groot-Brittannië binnen misschien maar zo’n tien jaar doorgevoerd. Het was een radicale verandering. Ineens begonnen publieke instellingen discriminatie af te keuren. Werkgevers werd opgedragen om hetzelfde te doen. Daar bleef het niet bij. Het beleid sloeg om in de richting van positieve discriminatie om de positie van benadeelde groepen in de samenleving te versterken. Het begon met nul wetten rondom gelijke kansen, nu voert vrijwel elk bedrijf zo’n beleid.”

Wanneer vond die verandering plaats?

“De meeste mensen denken dat ons land volgens de officiële documenten niet langer seksistisch en racistisch was in de jaren zeventig, negentig of misschien zelfs na de eeuwwisseling. Vrijwel niemand weet dat deze omwenteling plaatsvond in de jaren tachtig.”

Dat is inderdaad opmerkelijk: dat is het tijdperk van Margaret Thatcher en de opmars van het neoliberalisme.

“Precies. Iedereen herinnert zich haar ruk naar rechts, met veel maatschappelijke onrust. Thatcher was bovendien uiterst conservatief. Zij vond werkelijk dat vrouwen beter thuis konden blijven om voor de kinderen en het huishouden te zorgen.”

Hoe kon het dan toch gebeuren?

“Deels tegen haar wil. De meest uitgesproken voorstanders van het gelijkekansenbeleid - uit de Londense Labourpartij - waren heel gedreven en geslepen. Ze waren enorm enthousiast over gelijke kansen. Maar al die beroering over beleidsregels liet de meeste vrouwen en zwarten volledig koud. Het werd gezien als een vage, veel te brave reactie op serieuze problemen. De strijd voor gelijke kansen op de werkvloer werd alom gezien als een marginale bijzaak.”

Waar maakt u dat uit op?

“Lees de kranten uit die tijd er maar op na. Veruit het belangrijkste nieuws was de vernietiging van de sociaal-democratische traditie om vakbonden en werkgevers samen te laten onderhandelen. De voorpagina’s werden gedomineerd door grootschalige stakingen, protesten en botsingen met de oproerpolitie. Die strijd voor de rechten van arbeiders zagen we als de belangrijkste gebeurtenis die de geschiedenisboeken zou halen. Niemand schatte de strijd tegen discriminatie op de werkvloer op waarde. Dat was hooguit een eenkolommertje achter in de krant. Toch kunnen we vandaag concluderen dat het antidiscriminatiebeleid een grote sociaal-economische verandering in gang heeft gezet.” 

U omschrijft die verandering als de kroon op het neoliberalisme. Waarom?

“Dankzij gelijke kansen was er een grotere arbeidsmarkt waaruit bedrijven konden rekruteren. Daardoor bleven de lonen achter: meer aanbod op de arbeidsmarkt drukt de prijs van arbeid. Vanuit het perspectief van vrouwen en etnische minderheden waren al die nieuwe kansen fantastisch, maar voor de totale werkende bevolking is het beeld complexer. Er kwam meer concurrentie, meer inkomensongelijkheid tussen rijk en arm, de relatie met ons werk werd losjes, zekerheden verdwenen. Wetgeving rondom gelijke kansen bleek de perfectionering van de vrije markt.”

U betoogt in uw boek dat de kapitalist sympathie kon wekken door gelijke kansen te benadrukken.

“Schrijf maar eens in je personeelsadvertentie dat jouw bedrijf een fervente aanhanger is van het neoliberalisme en individualisme. Je zult niet veel reacties krijgen. Zeg daarentegen dat je gelijke kansen serieus neemt, en het klinkt opeens alsof je Nelson Mandela bent.”

Nu bent u wel erg cynisch.

“Soms is cynisme gerechtvaardigd. Er zijn genoeg werkgevers die er voor geen zier in geloven. Dat is ook niet vreemd; het zijn geen heiligen of politiek activisten. Enige argwaan is op zijn plek. Ik denk dat de meeste mensen dat ook wel aanvoelen.”

Inmiddels is de afkalvende vakbond vervangen door de human-resource-afdeling.

“Inderdaad. Doordat de vakbonden buitenspel waren gezet, was de relatie tussen werkgever en werknemer niet langer politiek, maar persoonlijk. Het ging niet langer om collectieve onderhandelingen, maar om individuele functioneringsgesprekken. De personeelsafdeling regelde niet meer de loonstrookjes, maar werd een complete divisie waar hogeropgeleiden zich heel gewichtig bezighouden met zaken die voorheen werden uitonderhandeld door vakbonden. Ze proberen een oplossing te vinden voor jouw klacht over die ene leidinggevende, of ze gaan samen met jou kijken of je je talenten wel ontplooit en wat je toekomstplannen zijn. De opkomst van human-resource-management reflecteert de trend naar individualisme.”

Tegenwoordig zie je bij grote organisaties een officer of diversity, die diversiteit moet bevorderen. Wat zegt dat?

“Oorspronkelijk was die functie bedacht en opgezet om jongeren te laten doorgroeien in organisaties die werden gedomineerd door ouderen. Hun blikveld is nu verbreed naar onder anderen vrouwen, homoseksuelen en etnische minderheden. Zo hebben de diversity officers een morele autoriteit verworven: eentje die je niet openlijk in twijfel mag trekken.”

Wilt ú soms hun rol in twijfel trekken?

“Ja. Diversity officers onderstrepen dat velen op de werkvloer het gelijkekansenbeleid ervaren als afstandelijk, van bovenaf opgelegd en, eerlijk gezegd, niet langer erg menselijk. Zij dragen bij aan een activistische, militante manier om met discriminatie om te gaan, wat volgens mij niet een juiste manier is om iets te veranderen. Sterker, ik verwacht dat deze werkwijze zal leiden tot minder waardering en steun voor het antidiscriminatiebeleid.”

Ik geloof niet dat het aan wie dan ook de beurt is

Witte mannen lijken zich te keren tegen het diversiteitsbeleid dat hen zou achterstellen. Hebt u daarvoor begrip?

(Aarzelt even.) “Ja, op zich wel. Sommigen hebben het idee dat anderen worden voorgetrokken en zij dus weinig kans maken op promotie. Het is een sentiment dat zich volgens mij ook politiek vertaalt: in Groot-Brittannië met de steun voor Brexit, elders in Europa met de opkomst van populisten, in de Verenigde Staten met de verkiezing van Donald Trump. Ik hoor daarin een roep dat het nu hún beurt is.”

Wíens beurt dan precies? De beurt van witte mannen die het al generaties achtereen voor het zeggen hebben?

“Voor de duidelijkheid: ík geloof niet zozeer dat het aan wie dan ook de beurt is. Maar ik besef dat veel mensen vinden dat het systeem hen tegenwerkt. Zij zien dat er ‘gelijke kansen’ zijn voor anderen en vinden zichzelf niet bevoorrecht. Als je een witte man bent, opgegroeid in een provinciestadje, en je hebt nog steeds een waardeloos baantje waar je amper van kunt rondkomen en waar zelfs je moeder op neerkijkt, dan heb je weinig boodschap aan geneuzel over witte privileges. Dan vraag je je af waar het beleid blijft dat jóu eens een handje helpt. Ik denk dat ze daar een punt hebben.

“De wereld draait rond de opmars van grote bedrijven en hoger opgeleiden, met bepaalde gevoeligheden om vrouwen en etnische minderheden te bevoordelen. Intussen is de positie van de traditionele arbeidersklasse grotendeels gelijk gebleven, is hun aanzien afgenomen en wordt hun stem minder belangrijk gevonden.”

Hun stem vindt wél weerklank: bij populisten, bij partijen die opschuiven richting populisten, bij het Nederlandse kabinet dat ‘de gewone man’ zegt te bedienen...

“Ja, dat is ook waar. Het is de vraag of dit niet vooral retoriek is, maar ik zie ook een toenemend besef dat er meer moet worden geluisterd naar gewone mensen. Dat stemt mij optimistisch, want je moet álle mensen serieus nemen, niet alleen de zwakkere groepen.”

Wat moet er nu gebeuren?

“Weet u, ik krijg wel eens de indruk dat de meest uitgesproken activisten onder de feministen en etnische minderheden zich voordoen als uiterst tegendraadse en moedige radicalen, terwijl ze eigenlijk de problemen van een generatie geleden presenteren. Ze doen alsof hun zorgen nieuw zijn en relevanter dan ooit, maar hoeveel behoefte is er nog aan hun activisme?

“Sterker, ik vrees wel eens dat zij ertoe bijdragen dat de relaties tussen mannen en vrouwen, tussen witten en gekleurden, die tijdens mijn leven zo sterk zijn verbeterd, nu overdreven worden geformaliseerd. Dat voelt ongemakkelijk. Als je wit bent, of man, of allebei, kun je je soms heel krampachtig voelen, alsof je een nieuwe taal moet leren, bang om iets verkeerds te zeggen, of verkeerd begrepen te worden. Dat is een ongezonde situatie. Soms vrees ik dat we door de almaar uitdijende strijd voor gelijke kansen schade oplopen die we later weer moeten herstellen.” 

De Londense auteur en commentator, James Heartfield (56) voert al lang actie voor gelijkheid. In de jaren tachtig protesteerde hij tegen het wegvoeren van vluchtelingen en streed hij voor homo-emancipatie. Ook was hij actief in campagnes voor vrede en sociale woningbouw

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

The equal opportunities revolution'. © The equal opportunities revolution'.

James Heartfield schreef onder meer over de anti-slavernijbeweging, bescherming van mensenrechten bij inheemse volkeren, de rol van Britse arbeiders in de Amerikaanse Burgeroorlog, de Europese Unie, stedelijke vernieuwing en de creatieve sector. Zijn laatste boek is ‘The Equal Opportunities Revolution’.

Deel dit artikel

Het begon met nul wetten rondom gelijke kansen, nu voert vrijwel elk bedrijf zo’n beleid

Ik geloof niet dat het aan wie dan ook de beurt is