Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Columnist Babah Tarawally dineert bij een verontwaardigde lezer. Vinden zij verzoening?

Samenleving

Petra Vissers

Leny en Hans van Rossum nodigden Babah Tarawally uit voor een diner bij hen thuis. © Werry Crone

Lezer Hans van Rossum was boos. Op Trouw, en op columnist Babah Tarawally. Dus nodigde hij hem uit voor het eten. 

Al bij de bleekselderijsoep komt Zwarte Piet ter sprake. Voor Hans van Rossum (70) hoefde het niet meer, Sinterklaas spelen met roetveegpieten. Het was toch altijd leuk geweest met de Zwarte Pieten? En niemand bedoelde er toch kwaad mee? En straks herkennen de kinderen iemand. Maar de school om de hoek zette door. “En de kinderen vinden het net zo mooi”, zegt Van Rossum nu. Hij leunt naar voren, richting tafelgenoot en Trouw-columnist Babah Tarawally (46). “En daar gaat het om!”

Lees verder na de advertentie

Van Rossum en zijn vrouw Leny (69) hebben Tarawally uitgenodigd voor een diner in hun bovenwoning in Dordrecht. De gepensioneerde ondernemer, die na zijn zonweringszaak verkocht te hebben een studie kunstgeschiedenis deed en nu diverse vrijwilligersfuncties bestiert, was ‘een beetje boos’ op Tarawally vanwege de eerste column die hij schreef voor Trouw. Niet als enige. De column, die ging over een man ‘met een wit gelaat’ die naast Tarawally in het vliegtuig zat en geen ruimte wilde maken, riep bij meer lezers boze reacties op. 

Van Rossum mailde de krant hoe die het voor elkaar had gekregen om weer een columnist te vinden die ‘over de slechte witte man gaat schrijven’. Elke witte man wordt weggezet als racist, schreef Van Rossum, ‘of hij wil of niet’. Dat is geen verbinden, verweet hij Trouw en Tarawally. ‘U scheidt alleen maar en u zorgt voor haat.’ En: ‘Ik ben toch zo blij dat ik in januari na 48 jaar mijn abonnement heb opgezegd’. Maar, mailde hij uiteindelijk ook, ‘ik wil hem uitnodigen om bij mij thuis te komen eten’.

Leny en Hans van Rossum nodigden Babah Tarawally uit voor een diner bij hen thuis. © Werry Crone

En zo zit Tarawally op een maandagavond aan een gedekte tafel in de met boeken gevulde woonkamer van de Van Rossums. Tarawally is romanschrijver, filosoof, programmamaker en jongerenbegeleider, en schrijft sinds april columns voor Trouw over racisme en discriminatie. Hij wil weten waar de pijn zit bij Van Rossum, waarom hij gekwetst is. Hij vraagt het hem als het voorgerecht – bleekselderijsoep met stiltonkaas – op tafel staat. 

“Ik schrok van de eerste zin”, zegt Van Rossum. Hij kent hem haast uit zijn hoofd. ‘Wit gelaat, blauwe ogen, puntige neus met het karakter van iemand die uit eigen belang handelt’. Zo begon Tarawally zijn eerste column voor de krant. Willem van Oranje, noemde Tarawally de man met de blauwe ogen, die geen ruimte liet voor de columnist om comfortabel te zitten. Van Rossum: “Daarmee maak je een karikatuur van iemand. Daar word ik angstig van. Ik vind: dat mag niet.” Hij heeft het gevoel dat hem verweten wordt dat hij een racist is, alleen maar vanwege zijn huidskleur. Dat hij een slecht mens is, terwijl hij in zijn leven zo veel dingen deed en doet voor zijn gemeenschap. 

“Ik weet dat heel veel mensen zeggen: ik heb niets tegen buitenlanders.” Van Rossum spreidt zijn armen, de palmen omhoog en de schouders licht opgetrokken, als hij vervolgt. “Maar wij hebben écht niets tegen buitenlanders.” Zijn vrouw valt in, zegt: ‘medelanders’. Van Rossum: “Karikaturen, daar ben ik heel gevoelig voor.” Kijk maar, zegt hij, naar de jaren dertig van de vorige eeuw. 

Tarawally neemt een hap van zijn soep. “Snapt u dan”, zegt hij, “dat veel mensen Zwarte Piet ook niet willen?” Schijnbaar onverstoorbaar legt de columnist, een hand op tafel en een op zijn knie, een van de op dit moment meest polariserende debatten in Nederland op tafel. “Dat is ook een karikatuur.” Wat volgt is Van Rossums ervaring met de roetveegpieten.

Leny en Hans van Rossum nodigden Babah Tarawally uit voor een diner bij hen thuis. © Werry Crone

“Als ik in Sierra Leone witte mensen zie die een zwarte chauffeur hebben, een kok, een hulp, van alles, dan zie ik meteen de parallel met het verhaal van Sint en Piet”, reageert Tarawally. “Dat klasseverschil is veroorzaakt door het kolonialisme. Daar zit mijn pijn.” Van Rossum en zijn vrouw vallen even stil. 

Tarawally wil uitleggen waarom hij zijn column schreef zoals hij hem schreef. “Ik ben romanschrijver. Ik moet mijn personage neerzetten, vandaar dat ik zo begonnen ben.” De gewraakte column gaat over de vraag met wie mensen de ruimte delen die altijd aan hen heeft toebehoort. Over de vraag wie er wel en niet bij hoort, en in hoeverre de mensen die altijd de macht gehad hebben ruimte willen maken voor de Nederlanders die ook plek willen innemen.

Hij had nooit bedacht dat het de eerste zin is die Van Rossum zo heeft gekwetst. “Ik dacht dat het komt doordat ik de vergelijking maak met Willem van Oranje.” In zijn column schrijft Tarawally: ‘Ik voelde me ongemakkelijk en merkte dat ik me in de aanwezigheid van Willem als vanzelf klein maakte. Alsof ik niet dezelfde rechten had als hij. Het werd me duidelijk dat Willem handelde uit eigenbelang en er totaal niet mee bezig was of ik wel of geen last van hem had.’

Mijn columns zijn niet bedoeld om iemand pijn te doen. Maar als columnist heb ik wel een bepaalde rol. Ik moet ook de stem van andere mensen laten horen.

Babah Tarawally, Trouw-columnist

Maar met die verwijzing naar de vader des vaderlands zit Van Rossum niet zo. “Al kan ik me voorstellen dat anderen dat wel hadden.” Zijn vrouw: “Ik had dat wel een beetje, voor mij speelde dat wel mee. Die man heeft op zijn manier ook zijn best gedaan.” Van Rossum: “Ik snap het helemaal hoor, hoe vervelend het is dat zo’n onbehouwen man naast je zit in het vliegtuig. Maar nu lijkt het alsof alle mannen die je bent tegen gekomen in je leven zo zijn.” Dat is niet zo, antwoordt Tarawally, die in de jaren negentig vluchtte uit Sierra Leone. “De mensen die mij in Nederland geholpen hebben, zijn allemaal witte mensen. Mijn ooms, noem ik ze. Die er altijd voor mij zijn. Ik ben niet verbitterd.” Tijdens het hoofdgerecht van asperges met gerookte zalm vertelt hij over zijn eerste jaren in Nederland. Hoe hij binnen een jaar de taal leerde, elke zondag naar de kerk ging in Drachten en daarna mee at met een Nederlandse familie. Dat hij volleybal speelde bij ‘De Turfstekers’ en voetbal bij de ‘Drachtster Boys’, over een sportkamp op Schiermonnikoog. 

“Maar dat is toch geweldig”, reageert Van Rossum. “Dat is toch ontzettend leuk om een column over te schrijven? Laat al die negativiteit toch zitten.” Want ook dat stoort hem in hoe mensen over Nederland praten. Benoem wat er goed gaat, zegt hij, niet wat er mis gaat. Of doe dat tenminste in verhouding, laat blijken dat het goede overheerst. Zijn irritatie over de column, zijn boze mail, komt ook omdat hij vaker leest dat witte mannen het allemaal verkeerd doen.

De mensen die mij in Nederland geholpen hebben, zijn allemaal witte mensen. Mijn ooms, noem ik ze.

Babah Tarawally, Trouw-columnist

Tarawally: “Mijn columns zijn niet bedoeld om iemand pijn te doen. Maar als columnist heb ik wel een bepaalde rol. Ik moet ook de stem van andere mensen laten horen. Zwarte jongeren gaan studeren, doorlopen alle stappen en denken: nu komt het goed. En dat is dan niet zo. Ik ben dankbaar voor Nederland. Ik ben dankbaar dat ik hier succes heb kunnen boeken. Maar mijn dochters hoeven dat niet te zijn. Zij zijn geen buitenlanders, zij zijn hier geboren. Veel mensen zijn boos omdat ze hier geboren zijn maar nog altijd als buitenlander gezien worden. Die ervaring kun je niet ontkennen.” 

Terwijl haar man in de keuken werkt aan het nagerecht – gepureerde kiwi met munt, en slagroom met Griekse yoghurt en kokos – zegt Van Rossum (v): “Het probleem is dat ik niet kan begrijpen waarom iemand negatief kijkt naar mensen met een andere huidskleur.” Een van de dochters van het echtpaar is getrouwd met een man uit Suriname. “Ik vraag me wel eens af: hoe worden hun kinderen later bekeken?” Tarawally kijkt naar de foto’s van de kinderen en kleinkinderen aan de muur. Hij maakt zich geen zorgen. “Uw kleinkinderen hebben straks alweer een heel ander verhaal. De generaties die nu opgroeien, zijn veel meer gewend aan diversiteit. Ik geloof dat het goed komt.” Van Rossum komt de keuken uit: “Precies. Daarom vind ik dat jij in de column de problemen minder moet veralgemeniseren.”

Van Rossum vraagt naar Sierra Leone. Wat is het voor land, wat heeft het voor geschiedenis, hoe gaat het met zijn familie, en hoe is het om daar te zijn? Hij leunt geïnteresseerd over de tafel als Tarawally vertelt over de oorsprong van de naam van het land, hoe het is om bij zijn familie op bezoek te zijn en hoe hij meisjesbesnijdenis in het land probeert terug te dringen. 

Karikaturen, daar ben ik heel gevoelig voor. Ik vind dat jij in je column
de problemen minder moet veralgemeniseren.

Hans van Rossum, Trouw-lezer

Dan komt het gesprek weer op de reden van het diner. Tarawally: “Ik heb een boek geschreven over zwart-wit denken, over hoe we daarin gevangen zitten en er uit moeten stappen. Ik moet eerlijk zijn: ik vind het pijnlijk dat dit in mijn columns niet helemaal lukt. Het is een soort wake-upcall, mensen kwetsen is juist niet wat ik wil.” 

Maar, zegt mevrouw Van Rossum. “Als ik nu die column lees, met de informatie die je hebt gegeven, dan is er niets aan de hand.” Van Rossum: “Ik dacht: ik ben weer aan de beurt hoor. Nu begrijp ik dat het niet zo bedoeld is. Ik begrijp het veel beter, Babah heeft het goed uitgelegd. Op dat moment viel het gewoon even verkeerd.”

Over één ding maakt Van Rossum zich aan het einde van de avond nog zorgen. Tarawally heeft verteld over de vluchtelingjongeren die hij begeleidt en die niet overal welkom worden geheten, over de keren dat hij racistisch werd bejegend. Over de mensen met de blauwe ogen die geen plaats willen maken zodat een ander zich comfortabel voelt. “Ik vraag me af of je die mensen bereikt met je columns”, peinst Van Rossum. “Die mensen moeten nadenken over wat ze doen. Maar die lezen Trouw niet, denk ik.” 

Tarawally lepelt zijn glas met yoghurt leeg: “Ik wil het gesprek op gang brengen, de verzoening. Soms moet je met een of twee mensen beginnen.”

Lees ook:

In het vliegtuig naast Willem van Oranje voel ik me klein

De column waar veel lezers zich over opwonden: ‘Ik zat naast een lange witte man met de uiterlijke kenmerken van Willem van Oranje.’

Witte mensen zijn niet de vijand, vindt schrijver Babah Tarawally

Redacteur Leonie Breebaart sprak vorig jaar met Babah Tarawally naar aanleiding van zijn boek ‘Gevangen in zwart-witdenken’. “Ik probeer continu accentloos Nederlands te spreken en als dat niet lukt, vreet het aan mij als mens.”

Meer lezen van Babah Tarawally? Lees al zijn columns hier.

Deel dit artikel

Mijn columns zijn niet bedoeld om iemand pijn te doen. Maar als columnist heb ik wel een bepaalde rol. Ik moet ook de stem van andere mensen laten horen.

Babah Tarawally, Trouw-columnist

De mensen die mij in Nederland geholpen hebben, zijn allemaal witte mensen. Mijn ooms, noem ik ze.

Babah Tarawally, Trouw-columnist

Karikaturen, daar ben ik heel gevoelig voor. Ik vind dat jij in je column
de problemen minder moet veralgemeniseren.

Hans van Rossum, Trouw-lezer