Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

China lokt buitenlandse studenten, het Westen kijkt argwanend toe

Samenleving

Leen Vervaeke

Silk Road School © Leen Vervaeke

De Silk Road School, het paradepaardje van het Chinese onderwijs, moet helpen om de Nieuwe Zijderoute leven in te blazen. ‘Je moet het systeem hier respecteren.’

Voor hij in China begon te studeren, had Wasi Haider Shah geen al te hoge pet op van het land. “Ik dacht altijd dat China heel gemeen en onderdrukkend was”, zegt de Pakistaanse student, die met zijn borstelige snor en ronde zonnebril net een filmster uit de fifties lijkt. “Ik had gelezen over het communisme, maar die informatie was verouderd en allemaal vanuit een westers narratief verteld. Toen ik zelf in China kwam, veranderde mijn perceptie helemaal.”

Lees verder na de advertentie

Haider Shah studeert sinds afgelopen september aan de Silk Road School in Suzhou, in Zuidoost-China, een gloednieuwe masteropleiding speciaal voor internationale studenten. Vorig jaar gestart met tachtig studenten uit meer dan dertig landen, geldt de Silk Road School als paradepaardje van het Chinese onderwijs. De beste professoren zijn aangetrokken, de mooiste universiteitsgebouwen worden gebruikt, en de studenten hebben allemaal een stevige beurs gekregen.

Het westerse narratief over China is veel te negatief, maar het Chinese narratief is veel te positief

Pakistaans Wasi Haider Shah

De Silk Road School maakt deel uit van een plan van de Chinese overheid om steeds meer buitenlandse studenten aan te trekken. Vooral in de landen van het Belt and Road Initiative (BRI), het grootse infrastructuurproject om de oude handelsroutes tussen Azië en Europa nieuw leven in te blazen, worden studenten het hof gemaakt. Sinds 2016 kent het Chinese ministerie van onderwijs elk jaar tienduizend beurzen aan Belt and Road-studenten toe.

Dat Belt and Road Initiative, in 2013 begonnen als een economisch project in China’s achtertuin, wordt steeds omvangrijker, zowel qua insteek als qua bereik. De projecten strekken zich uit van Afrika tot Latijns-Amerika en gaan gepaard met toenemende Chinese invloed. Zelf ziet China de Nieuwe Zijderoute als een kans om aan soft power en sympathie te winnen. Het wil niet alleen in havens en spoorwegen investeren, zegt het, maar ook in ‘people-to-people connections’.

Wereldtoneel

Dat kan volgens China vooral via onderwijs, waarvoor het in 2016 een actieplan opstelde. Bedoeling is om het aantal buitenlandse studenten in China – nu bijna een half miljoen, vier keer zo veel als in 2004 – verder te verhogen, en omgekeerd meer Chinese studenten naar het buitenland te sturen. Ook moet het netwerk van Confucius Instituten, waar taal en cultuur onderwezen wordt, verder uitbreiden. Het plan is gericht op BRI-landen, maar de definitie daarvan is niet vast omlijnd.

De educatieve ambities van China wekken in het Westen argwaan, omdat onderwijs in China in sterke mate in dienst staat van de overheid en dus van de Communistische Partij. De Chinese president en partijleider Xi Jinping pleit in zijn toespraken regelmatig voor ‘socialistisch onderwijs met Chinese karakteristieken’, dat leerlingen aanzet tot partijgezindheid en patriottisme. De vrees bestaat dat die ideologische boodschap ook in de lessen voor internationale studenten zit vervat.

Lü Jie, vicedecaan van de Silk Road School. © Leen Vervaeke

Wang Wen, vicedecaan van de Silk Road School, doet die vrees af als onzin. “Ik weet dat enkele internationale media sceptisch zijn en China ervan verdenken zijn ideologie te willen verspreiden, maar dat is volledig verkeerd”, zegt hij. “China is geen ideologisch land meer, in tegenstelling tot wat het Westen denkt. We zijn juist heel open. Mensen grappen zelfs dat CPC niet voor Communist Party of China staat, maar voor Capitalist Party of China.”

Wang Wen is een voormalige commentator van de nationalistische krant Global Times en oprichter van de denktank Chongyang Institute for Financial Studies. Hij schrijft boeken over het failliet van de huidige multilaterale wereldorde en over China als nieuwe leider van de globalisering. Hij nam het initiatief voor de Silk Road School om China ‘een luidere stem te geven op het wereldtoneel’. Maar dat hoeft het Westen geen zorgen te baren, zegt hij, want China heeft het beste met de wereld voor.

Vrijheid van meningsuiting

“Ik reis vaak naar het buitenland voor conferenties, en wat me dan opvalt, is dat veel mensen China compleet verkeerd begrijpen”, zegt hij in zijn kantoor in Peking. “Ik denk dat onderwijs kan helpen om het wederzijds begrip te vergroten, om buitenlanders te doen begrijpen dat China niet ideologisch is. Als studenten terugkeren naar hun land en tegen hun vrienden zeggen: nee, China is niet wat jullie denken, het is niet communistisch – dan zouden we heel tevreden zijn.”

Maar meer dan een angst voor het communisme, baart het westerse critici zorgen dat in het Chinese onderwijs geen vrijheid van meningsuiting geldt. De vrees is dat internationale studenten een eenzijdig beeld van de Chinese eenpartijstaat zullen krijgen. Een China waar alleen de pro’s van het Belt and Road Initiative worden getoond, waar mensenrechten als ‘interne aangelegenheid’ gelden en waar gevoelige onderwerpen als Tibet, Taiwan en Tiananmen niet worden genoemd.

Op de Silk Road School spreken ze die kritiek fel tegen. “Onze internationale studenten mogen commentaar geven op het Chinese regeringsbeleid, dat is geen probleem”, zegt vicedecaan Lü Jie. “We willen de studenten een goede basiskennis van China geven, maar we zeggen niet: je moet met alles akkoord gaan. Zelfs in mijn klas met Chinese studenten geef ik verschillende visies op het economische beleid. China is meer open dan voorheen en meer open dan westerlingen vaak denken.”

Mensenrechtensituatie

Lü Jie, die zelf vijf jaar in de Verenigde Staten studeerde, ontvangt in het hoofdgebouw van de Renmin Universiteit, campus Suzhou, waaronder de Silk Road School valt. De campus ligt in een nieuwe wijk van Suzhou, vol hightechbedrijven en universiteiten, in strak vormgegeven gebouwen omgeven door groen. “Maar ik moedig de studenten aan om ook naar arme delen van China te reizen”, zegt Lü. “We willen hen een volledig beeld van China geven.”

Als studenten terugkeren naar hun land en zeggen ‘China is niet wat je denkt, het is niet communistisch’, zouden we heel tevreden zijn

Maar aan die volledigheid zijn grenzen, geeft Lü toe, gevraagd naar de debatmogelijkheden omtrent pakweg Taiwan. “Je kunt vrij discussiëren over Taiwan, maar alleen over Taiwan als deel van China, dat is de rode lijn”, zegt hij – als vicedecaan kan hij publiekelijk overigens moeilijk anders. “Onze studenten weten dat dit heel gevoelig ligt, en dat ze China moet respecteren. Dat is een kwestie van beleefdheid.”

Lü Jie toont het boek van de Duitser die ooit de term Zijderoute bedacht. © Leen Vervaeke

Het is de vraag hoe de studenten daar zelf over denken, maar die blijken tijdens ons bezoek net vertrokken. Vicedecaan Lü vraagt vijf studenten in de namiddag wat eerder te komen om met ons te praten. Het pleit voor de Silk Road School: de vijf blijken niet op volgzaamheid uitgezocht, en mogen zonder toezicht hun mening geven. Daarna mogen we ook probleemloos aanschuiven in de les. Een dergelijke openheid voor buitenlandse media is tegenwoordig eerder uitzonderlijk in China.

De studenten lijken niet zo’n moeite te hebben met de censuur van gevoelige onderwerpen. Althans, de meesten niet. Recent gaf een groepje studenten een presentatie over de mensenrechtensituatie in Tibet, maar dat vond de rest van de klas maar flauw. “Wat hoop je daarmee te bereiken?”, zegt Lily Sunjani Surjono, een manager uit Indonesië, die hoopt in de toekomst met China samen te werken. “Je neemt deel aan dit studieprogramma, dan moet je het systeem hier respecteren.”

Provocatief

Ook de Europese studenten, opgegroeid met vrijheid van meningsuiting, lijken zich naar de Chinese mores te hebben gevoegd. “In het begin waren sommige studenten best provocatief, maar we beginnen te leren om meer impliciet te zijn”, zegt Violeta Rasmussen, een Spaanse onderwijzeres die tot haar derde jaar in China woonde en het land van haar kindertijd beter wil leren kennen. “We proberen meer een tussenweg te vinden tussen onze eigen ideeën en respect voor China.”

Dat betekent geenszins dat de studenten de Chinese lesinhoud klakkeloos aannemen, zeggen ze. De Pakistaanse Wasi Haider Shah, wiens beeld van China aanvankelijk sterk verbeterde, heeft ernstige bedenkingen bij de Chinese miljardeninvesteringen in zijn land. “Het westerse narratief over China is veel te negatief, maar het Chinese narratief is veel te positief”, zeg hij. “Ik denk niet dat ik hier een neutraal beeld krijg, integendeel. Maar het is wel interessant om deze kant beter te leren kennen.”

Het toont de moeilijkheid van een soft power-strategie: meer kennis van een land leidt niet noodzakelijk tot meer sympathie. “De professoren proberen je altijd het beste beeld van China te verkopen, maar als je hier woont, zie je ook wat niet goed gaat”, zegt Violeta Rasmussen.

“Ik ga niet terug naar mijn land om te herhalen wat de professoren hier gezegd hebben, al wil ik wel een aantal vooroordelen tegenspreken. Misschien zijn wij wel goed om wat meer evenwicht aan te brengen.”

Lees ook: 

Een vuist tegen onze nieuwe vriend China

Als je ziet hoe de VS zich gedragen, is China dan niet een veel betere bondgenoot voor Europa? Misschien, ware het niet dat vooral China daar de economische vruchten van plukt. Dat begint breed weerstand op te roepen.

‘China pakt ons gewoon in’

Er is een nieuwe wereldorde op komst met China als dominante supermacht, betoogt Rob de Wijk in zijn nieuwe boek. Het Westen maakt nog een kansje, als het zich verenigt en er een echte strategie tegenover zet.

Deel dit artikel

Het westerse narratief over China is veel te negatief, maar het Chinese narratief is veel te positief

Pakistaans Wasi Haider Shah

Als studenten terugkeren naar hun land en zeggen ‘China is niet wat je denkt, het is niet communistisch’, zouden we heel tevreden zijn