Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bed-bad-brood: Utrecht werkt aan een oplossing, niet aan uitzetting

Samenleving

Petra Vissers

Yasin laat de Utrechtse wethouder Maarten van Ooijen zijn kamer zien in de noodopvang van de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht. © Werry Crone
Reportage

Om in aanmerking te komen voor opvang moeten afgewezen asielzoekers werken aan hun terugkeer, staat in de bed-bad-brood-afspraken tussen Den Haag en gemeenten. Maar, zegt de Utrechtse wethouder Maarten van Ooijen, ‘dat is niet mijn uitgangspunt.’

Hij zal het moment nooit vergeten. Stond hij daar, na drie maanden in een uitzetcentrum, waar hij niet in en uit kon lopen. Met drie tassen om zijn schouder en de mededeling dat het niet was gelukt hem uit te zetten naar Irak. Yasin wordt emotioneel als hij vertelt hoe het daarna met hem ging. “Ik was helemaal kapot”, zegt hij, terwijl de tranen over zijn wangen rollen.

Lees verder na de advertentie

Yasin woont sinds 2012 in een van de 21 huizen van de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht. Die vangt zo’n honderd asielzoekers op die op straat zijn beland en begeleidt hen bij terugkeer naar hun land van herkomst of bij het indienen van een nieuwe asielaanvraag. Voor Yasin er terechtkwam zwierf hij overdag over straat en sliep hij ‘s nachts in de nachtopvang in Utrecht. Zijn leven was uitzichtloos, zegt hij. “Ik had geen hoop.”

Bed-bad-brood

De Stichting voorziet in wat in de loop der jaren bed-bad-brood is gaan heten. Ze doet meer dan drie woorden doen vermoeden, maar alle bed-bad-broodvoorzieningen zijn bedoeld voor asielzoekers die zijn afgewezen en nergens anders terechtkunnen. De opvang van die groep was lang een heet hangijzer, omdat de landelijke overheid niet wilde dat gemeenten deze mensen opvangen. Het vorige kabinet struikelde bijna over de kwestie, maar dit kabinet bereikte tijdens de formatie een akkoord over de contouren van bed-bad-brood.

Ik wil dat er duurzame oplossingen komen. Dat kan betekenen dat mensen terugkeren, maar ook dat ze een ver­blijfs­ver­gun­ning krijgen.

Maarten van Ooijen, wethouder Utrecht

Donderdagochtend zijn de afspraken bekendgemaakt die staatssecretaris Mark Harbers (VVD), die asielzaken in zijn portefeuille heeft, heeft gemaakt met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De staatssecretaris trekt 48 miljoen uit voor acht noodopvanglocaties in vijf steden. Daar moeten mensen dan wel werken aan hun terugkeer. Blijkt dat te werken, dan volgen er meer locaties.

Utrecht

Een van die vijf is steden is Utrecht. En wethouder Maarten van Ooijen (ChristenUnie) gaat het er niet per definitie om dat afgewezen asielzoekers terugkeren. “Dat is niet mijn uitgangspunt”, zegt hij vanaf de bank in de woonkamer van Yasin en zijn drie huisgenoten. Er wordt thee gezet, een van de mannen kookt twee eieren in een steelpannetje in de smalle keuken. “Als dat de beeldvorming is, klopt dat niet met de afspraken die gemaakt zijn. Ik wil dat er duurzame oplossingen komen. Dat kan betekenen dat mensen terugkeren, maar ook dat ze een verblijfsvergunning krijgen.”

De winst van het akkoord tussen VNG en de staatssecretaris is dat die laatste erkent dat er een groep mensen is die opvang nodig heeft, zegt de wethouder. “Wat ik ook fijn vind is dat de staatssecretaris wil uitgaan van de lokale praktijk. Wij hebben een systeem dat werkt.” 

Uit onderzoek van Pro Facto blijkt dat voor 90 procent van de mensen die in Utrecht in de noodopvang heeft gezeten een oplossing komt. Van Ooijen: “Dat komt omdat we naast mensen gaan staan, met ze meedenken. Ik wil opletten dat dit niet onder druk komt te staan.”

Het zou mij verbazen als het systeem nu helemaal anders wordt

Maarten van Ooijen

Zonder stress

De wethouder hoopt vooral op meer samenwerking de komende jaren. Tussen organisaties als Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen, de gemeente, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Dienst Terugkeer en Vertrek. “Dat ging in het verleden niet altijd lekker”, zegt hij. Maar hij zegt ook: “Het zou mij verbazen als het systeem nu helemaal anders wordt.” 

In Utrecht werken de mensen in de noodopvang immers al aan manieren om uit hun uitzichtloze situatie te komen. Het idee dat werken aan terugkeer altijd de oplossing is voor mensen die op straat zijn beland is te simpel, zegt  Rana van den Burg, coördinator bij de opvangstichting. “Soms lukt het echt niet, ook als mensen wel meewerken.” Daar komt bij dat 60 procent van de afgewezen asielzoekers uit de noodopvang alsnog een verblijfsvergunning krijgt.

Yasin wil vooral graag een veilig leven, zegt hij. Zonder stress. Het gaat beter met hem dan een aantal jaren geleden. Er wordt voor hem gezorgd, zegt hij, terwijl hij de hand van Van den Burg vastpakt. “Zij zorgt voor mij. Als ik haar tegenkom op straat geef ik haar een knuffel.” 

Hij doet aan bijbelstudie, vertelt hij. Hij zit niet meer de hele dag binnen om ‘s avonds rond te zwerven door de stad. Hij heeft met hulp van de stichting een nieuwe asielaanvraag ingediend en wacht op zijn gesprek met de IND.

Yasin wil niet met zijn volledige naam in de krant en online, omdat hij niet herleidbaar wil zijn. Zijn volledige naam is bekend bij de hoofdredactie.   

Lees ook:

48 miljoen euro voor bed-bad-brood-voorzieningen

Aan de slepende kwestie van de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers komt een einde. Staatssecretaris Mark Harbers (VVD, asielzaken) heeft een akkoord bereikt met gemeenten over de bed-bad-brood-regelingen. In vijf steden komt eerst een proef.

Uitgeprocedeerden gaan niet weg, hoe graag de politiek dat ook wil 

Asielzoekers die uitgeprocedeerd zijn, zo hield men lang vol in Den Haag, moeten het land uit en dus hoeft er voor hen geen opvang geregeld te worden – zo simpel moet het zijn. Maar in de praktijk blijkt dat níet eenvoudig

Deel dit artikel

Ik wil dat er duurzame oplossingen komen. Dat kan betekenen dat mensen terugkeren, maar ook dat ze een ver­blijfs­ver­gun­ning krijgen.

Maarten van Ooijen, wethouder Utrecht

Het zou mij verbazen als het systeem nu helemaal anders wordt

Maarten van Ooijen