Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Armoede strekt je niet langer tot eer, maar betekent dat er iets fout zit

Samenleving

Rob Schouten

Rob Schouten © Maartje Geels
COLUMN

Om een of andere reden is mijn fietszadel altijd vochtig, ook op dagen dat de zon alleen maar schijnt. Het gevolg is dat ik vaak met een nat achterwerk ergens arriveer. 

Het komt denk ik omdat er een scheur in zit en oude regenbuien zich hebben opgehoopt in het schuimplastic of wat voor sponsachtig goedje dat ook is waarmee zo’n zadel gevuld is.

Lees verder na de advertentie

Nieuw zadel kopen, zegt mijn buurvrouw, maar dat is ook zo wat. Ik koop makkelijker een modeltreintje of een duur genealogisch naslagwerk dan een fietszadel. Dus heb ik er wat op gevonden, ik trek er een zak van Albert Heijn overheen en klaar is Kees. Handig en het heeft als bijkomend voordeel dat ik vanuit de verte in een grote menigte fietsen de mijne al herken. Misschien heb ik het van mijn opa die, naar men zegt, als-ie een gat in z’n kies had er een kurk in stopte en in plaats van met een riem met een touw zijn broek omhooghield.

Vroeger was er niet veel tegen armoe. Het leek soms een calvinistische deugd, nette armoede bijvoorbeeld droeg je waardig

Dat brengt mij op het imago van armoe. Vroeger was er niet veel op tegen. Het leek soms een calvinistische deugd, nette armoede bijvoorbeeld droeg je waardig. Dat komt denk ik voort uit het gezag van de Bijbel met zijn uitverkoren arme weduwen, prominente hoeren en herders in het veld die als eersten het evangelie te horen krijgen. En wat te denken van de zalige armen van geest. 

Ook sprookjes hebben aan een positief imago van de armoede bijgedragen door er een soort slimheid mee te verbinden. Arme molenaarszoons weten prinsessen in de wacht te slepen, het dappere kleermakertje is iedereen te slim af, de Gelaarsde Kat ook, Assepoester overwint haar rijke stiefzusters. Het kan niet anders of die verhalen dienden om het grootste gedeelte van de mensheid, de eenvoudige lieden en de paupers, een hart onder de riem te steken.

Als jochie van tien kwam ik in Groningen op een lagere school terecht die, buiten het zicht van mijn ouders, ernstig was afgezakt. Kinderen van De Hoogte bezochten die school en De Hoogte was, anders dan de naam doet vermoeden, een soort achterbuurt. Ik, opgegroeid in een beschermd christelijk milieu, werd er in ijltempo ontbolsterd. Mijn klasgenoten bleken veel verder ontwikkeld dan ik, die vreeën al tijdens schoolreisjes op achterbanken en stalen bij kleine middenstanders. Ze waren wat nu heet ‘streetwise’ en brachten mij ook figuurlijk ‘op de hoogte’. In mijn ogen waren het een soort geuzen en ik heb veel van ze geleerd wat mijn ouders voor mij verborgen hielden.

Ernst Jünger schrijft ergens dat je voor rijkdom een soort neus, een begaafdheid moet hebben en dat iedereen zo rijk is als hij aankan. Marx, Dickens en Amerika hebben aan die gedachte een eind gemaakt: armoede strekt je niet langer tot eer maar betekent dat er iets fout zit en zo denken we er tegenwoordig over, de bijbelverhalen en sprookjes zijn maatschappelijk uitgewerkt.

Met mijn omhulde fietszadel probeer ik tegen de trend in het imago van eenvoud en armoede nog een beetje hoog te houden. Tot die Albert Heijn-zak ook scheurt natuurlijk en de ontbering te erg wordt want welvaartsbestrijding prima, maar het moet wel een aardigheidje blijven.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Deel dit artikel

Vroeger was er niet veel tegen armoe. Het leek soms een calvinistische deugd, nette armoede bijvoorbeeld droeg je waardig