Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Antoine Bodar: 'Ik vind het misplaatst, die nostalgie over de jaren '60'

Samenleving

Antoine Bodar

Vali Myers, Parijs (1954). © Ed van der Elsken
Essay

‘Ik beken: ik ben een student van die jaren’, schrijft Antoine Bodar over de jaren zestig. Hij kijkt er met afgrijzen op terug.

Vijftig jaar geleden, in 1968, vond de studentenrevolte in Parijs plaats met bezetting en vernieling, een jaar later gevolgd door die van Amsterdam met bezetting en vernieling. Al voordat de verbeelding aan de macht meende te zijn gekomen, woedde na vierhonderd jaar weer een beeldenstorm in deze streken - na die van 1566 die van 1966, toen door gespuis in protestante kringen, nu door katholiek gespuis.

Lees verder na de advertentie

Niente come prima (‘Niets zoals vroeger’) zeiden Italiaanse studenten. In West-Duitsland golden universiteiten als enige plaats waar kritisch gedacht werd - door de opstandelingen dan. Amsterdam bleef jaren in de greep van de rode studentenleiders, zoals ook Nijmegen en Tilburg, waar het katholieke geloof werd ingeruild tegen een hartstochtelijk beleden dialectisch-materialisme en de Katechismus tegen het Rode Boekje van Mao Zedong.

En ook al behoorde het tot de mode onder historici aan de hoofdstedelijke universiteit Marx en Engels en vooral Vladimir Lenin te bestuderen, telkens moesten leslokalen en collegezalen worden bezet om het ene of het andere af te dwingen.

Telkens moesten leslokalen en collegezalen worden bezet om het ene of het andere af te dwingen

Waartoe, dat wist volgens mij niemand echt. Het one man one vote-systeem veranderde de Alma Mater in Zeer Uitgebreid Lager Onderwijs, waar studenten evenveel inzicht bezaten als docenten (naar eigen inzicht eigenlijk meer), terwijl de rode vlaggen wapperden en de stencilmachines draaiden. De opstandelingen van toen geraakten meestal zelf op het kussen van de universitaire zetels en hadden nog jaren nodig vooraleer weer wat normaal te worden. Het universitas-denken is nooit meer geheel hersteld, al begonnen studenten genoeg te krijgen van het gejij en gejou en drongen ze er bij docenten op aan leiding te nemen en van hun kundigheid te getuigen.

Invasie van popmuziek

Met het historische benul is nooit goedgekomen; bij de keuze van de grootste Nederlander ‘aller tijden’ in 2004 traden niet Erasmus of Spinoza of Sweelinck of Vermeer of Rembrandt of Van Gogh te voorschijn, maar Pim Fortuyn.

Tot de invasie van de Angelsaksische popmuziek op het continent vanaf het midden van de jaren zestig, toen het in Nederland gebruik was gewoon ook de talen van de omringende landen te leren, bepaalde Frankrijk de toon. Parijs, waar de existentiële leegheid en nietsheid onder leiding van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir als levenshouding werden gevierd.

Terwijl Charles de Gaulle nauwgezet met autoriteit en allure het Élyséepaleis beheerste, maakte op de andere oever van de Seine de vrije liefde de dienst uit, en het diep doorleefde ik, verleidelijk vertolkt in chansons en de films van de Nouvelle Vague. Chansonniers als Juliette Gréco, Gilbert Bécaud, Georges Brassens, Barbara en Jacques Brel en acteurs als Anna Karina, Jeanne Moreau, Jan-Louis Trintignant en Alain Delon waren toen even bekend als nadien popsterren en sporthelden.

Wellicht nog beroemder waren de regisseurs. De filmkunst is van een niet te onderschatten invloed geweest op de ’68-ers. De Europese cinema, nog niet alom gericht op het massapubliek, ging van artistieke hoogte naar nog artistieker hoogte. Ik breng graag Pier Paolo Pasolini’s ‘Il Vangelo Secondo Matteo’ (1964) in herinnering, een film over het leven van Jezus Christus die nooit meer is verbeterd, noch wat tekstkeuze en soberheid van vormgeving betreft, noch wat boodschap, intensiteit en bezieling aangaat.

Muziekmakende groepen voor hardhorenden

Toen geraakten allerlei gillende meisjes te water in een Amsterdamse gracht. Het is 5 juni 1964. Vier langharige jongelieden uit het Engelse Liverpool logeerden daar. De Beatles deden ons vaderland aan en maakten veel versterkte gitaarmuziek met liedjes in het Engels, maar waarom je voor zo’n stel knullen in het vieze water springt, blijft mij raadselachtig. Na de Beatles volgden de Rolling Stones, de Small Faces en al die andere muziekmakende groepen voor hardhorenden. Waarom anders daarbij zo’n oren pijnigend lawaai gemaakt?

De Beatles. Waarom je voor zo’n stel knullen in het vieze water springt, blijft mij raadselachtig

Een jaar later, in de zomer van 1965, maakten de Provo’s (provoceerders) hun dansjes rond het beeldje van het door een sigarettenkoning aan de hoofdstad geschonken ‘Lieverdje’ en preekten daar hun geweldloze anarchisme. Zij vingen aan met het wittefietsenplan en het voorstel tot tuintjes op automobielen om aan het milieu te denken. Het even zachtmoedige als idealistische gezicht van die beweging van toen is nog altijd Roel van Duijn. Naamgever van de provo’s overigens was de criminoloog Wouter Buikhuisen die om zijn niet politiek passende wetenschappelijke onderzoek hevig werd verguisd en monddood gemaakt.

Het zijn de jaren van de aanvang van het ik-tijdperk, van de dwingend opgelegde mening op straffe van uitstoting, van de groei van vaderlandse lompheid, toch al onze nationale trots. En vooral zijn het de jaren van de verengelsing en meer nog veramerikanisering ten nadele van de eigen cultuur. De Franse cultuur geraakte stilaan op de achtergrond. Hiervan is Nederland tot op heden niet willen of kunnen bijkomen.

Chaos in de eredienst

Als gevolg van de katholieke onrust en verwarring na het Tweede Vaticaans Concilie in Nederland, veroorzaakt vooral veelal door priesters, heerste eerst creatieve chaos in de eredienst, waarna de meeste gelovigen de kerk voor gezien hielden. Dit virus is ook deel geworden van vrijzinnige protestanten. De katholieke kerk is inmiddels klein geworden. En in protestantse kring handhaaft zich alleen werkelijk de biblebelt.

Het moeten ook de orthodox protestanten zijn geweest die in 1964 hevig protesteerden tegen de aanwending van het onzevader in het programma ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’ om de aanbidding van het beeld, de tv als de verbindende open haard van de samenleving, aan de kaak te stellen. Uit diezelfde kring werd in 1966 Gerard van het Reve godslastering ten laste gelegd in het Ezelproces; de schrijver had gedroomd over gemeenschap met de in een ezel vleesgeworden God.

De blik naar het Oosten leidde tot alle halfzachtheid die een groot deel van de bevolking nog steeds eigen is

Zulke uitdagingen wekten toen nog woede, om te tonen dat de verbeelding misschien toch minder aan de macht zou komen dan studenten toen droomden.

‘Yesterday’ (1965) was mij niet vreemd, noch de in 1967 verschenen Beatles-langspeelplaat ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’. Het viertal was toen al eniger mate in de ban van transcendente meditatie. De blik naar het Oosten, die wij volgens mij samen moeten zien met de toen in zwang zijnde bloemetjescultuur, leidde tot alle halfzachtheid die een groot deel van de bevolking nog steeds eigen is, en zweverigheid, later eerst aangemerkt als new age en nu als spiritualiteit, wat zulks ook moge beduiden.

De blik naar het Oosten bracht nogal wat gesjeesde katholieken in de ban van verdovende vaagheid. Ze hoopten daar iets te vinden wat hier ook bestaat, maar was toegedekt: het mysterie van het katholieke geloof dat bij het oude vuil was geplaatst, gelijk met beelden en paramenten. Het heilige in de godsbeleving was aan het teloorgaan en daarmee de zin voor het sacrale.

Was het zo uitzonderlijk?

Wat hebben de jaren zestig ons nu te zeggen, wederom in eigen beleving? Was die periode achteraf zo uitzonderlijk als babyboomers beweren? Ik geef graag het gezegde van de Pools-Britse geschiedfilosoof Leszek Kolakowski uit 1969 in overweging: “Zouden niet de nieuwe generaties onophoudelijk tegen de overgeërfde traditie in opstand gekomen zijn, wij huisden nog heden in holen. Maar zou de opstand tegen de overgeërfde traditie algeheel worden, wij woonden weer in de holen. Een maatschappij, waarin traditie tot cultus wordt, veroordeelt zichzelf tot stilstand. Maar een maatschappij die van opstand tegen traditie wil leven, veroordeelt zich tot vernietiging.”

Ik moet bekennen student van einde jaren zestig te zijn - door mij ervaren als de meest dictatoriale en daarmee meest afgrijselijke periode van mijn leven. Zulks tekent de mens.

De jaren zestig, gewelddadig en angstig waren ze. Excentriek her en der stellig

De leegheid van vermeende nieuwheid legt het terecht af tegenover de terughoudendheid van de traditie - te meer wanneer dat nieuwe zich aandient in onwellevendheid. De jaren zestig, gewelddadig en angstig waren ze. Excentriek her en der stellig. Maar heeft het denken daaraan nu werkelijk zo’n nostalgische ondertoon, zoals letterkundige Geert Buelens, auteur van ‘De jaren zestig. Een geschiedenis’ meent (zie Letter&Geest, 17/3)? Elke nostalgie naar die periode is mij vreemd, al verlang ik soms wel terug naar een vroeger Nederland, toen met name de Randstad cultureel meer Europees was en minder gericht op Noord-Amerika.

Het zou kunnen zijn dat 1968 niet het begin maar juist het einde van een hervormingsperiode beduidt, zoals de Duitse socioloog Wolfgang Eszbach, zelf ’68-er, ten aanzien van West-Duitsland veronderstelt. En indien de verbeelding in die tijd aan de dag zou zijn getreden (of was het veeleer een zich slechts verbeelden daarvan?) is die dan vruchtbaar gebleken?

Gevleugeld is de uitspraak van de politicus Ruud Lubbers jegens de politicus Joop den Uyl geworden: “Het was een leuke tijd, maar laten we nu maar weer gewoon doen.”

Decadentie en publieke correctheid

Wat heeft ‘1968’ hier in Nederland opgeleverd? En hoe is het nu met ons gesteld? De vrouwenemancipatie schrijdt voort, al is de feministische beweging ‘Dolle Mina’ klaarblijkelijk niet meer zo nodig. De NVSH is ontaard in de nationale missie over des werelds wateren van de abortusboot. De homobeweging is doorgeslagen in het recht op normaliteit en de genderkwestie levert gekeuvel in de talkshows op de late avond. De collectieve geldbuidel bevordert dergelijke decadentie en de publieke correctheid ten aanzien van dit verschijnsel is dwingend tot aan uitsluiting van de criticus, terwijl de gewone medische kosten voor normale mensen nauwelijks nog door de gezamenlijkheid zijn op te brengen.

De ongebreidelde seksuele vrijheid is weliswaar verlaten, maar de mens van heden is evengoed niet meer in staat zich duurzaam te binden. En dat wil hij meesttijds ook niet - niet in een persoonlijke relatie, niet met een kerkgenootschap, niet met een politieke partij, niet met een gezelligheidsvereniging, met niets. Het zich engageren gebeurt überhaupt nog slechts tijdelijk.

Het bestaan is zo zinloos dat we het daarover niet meer behoeven te hebben

De verzuiling is tot nadere verbroedering van alle bevolkingsgroepen verdwenen, maar de maatschappij als geheel is volledig gefragmenteerd, waarop natuurlijk ook allerlei volksverhuizingen van invloed zijn. We zijn welvarender geworden en meer van gemakken voorzien. Maar terwijl de grenzen binnen Europa zijn geopend, lijkt mij het vaderland niet internationaler geworden maar meer nationaal en meer provinciaal, de bevolking is vergrijsd en de eenzaamheid gegroeid. Het aantal zelfdodingen, vooral onder jongeren, stijgt en we willen op bestelling dood.

De lente bracht geen zomer

In het openbaar vervoer zitten we samen met elk zijn eigen wereldje van iPhone, iPad en selfie. Het bestaan is zo zinloos dat we het daarover niet meer behoeven te hebben, al genieten we van de nationale verbinding van de sport, maar meer ook niet. Het is moeilijk te aanvaarden dat de samenleving niet geheel maakbaar is en evenmin ons eigen leven. Die lentes van de jaren zestig hebben geen zomer gebracht; ze zijn evenzeer verdwenen als de gemeenschappelijke vijand van toen.

Zijn we even verwend geworden als minder volwassen? Wanneer keert de wal van bezonnenheid het schip van vermoeiende verveling en vermaak?

Deze lezing sprak Antoine Bodar vrijdagavond in Amsterdam uit tijdens de Nacht van de Filosofie.

Deel dit artikel

Telkens moesten leslokalen en collegezalen worden bezet om het ene of het andere af te dwingen

De Beatles. Waarom je voor zo’n stel knullen in het vieze water springt, blijft mij raadselachtig

De blik naar het Oosten leidde tot alle halfzachtheid die een groot deel van de bevolking nog steeds eigen is

De jaren zestig, gewelddadig en angstig waren ze. Excentriek her en der stellig

Het bestaan is zo zinloos dat we het daarover niet meer behoeven te hebben