Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als ouders extra hulp nodig hebben, springen de kinderen bij. Logisch, of toch niet?

Samenleving

Leonie Breebaart

© Nanne Meulendijks
interview

De zorg stelt lastige morele dilemma’s. Moet ik voor vader zorgen? Wie krijgt die dure medicijnen? Houdt de roker recht op zorg? Aflevering 1 in de serie ‘Voor wie moet ik zorgen?’ Vandaag, de Dag van de Mantelzorg: Moet ik zorgen voor mijn ouders?

De verzorgingsstaat wordt te duur. Zorgpersoneel is schaars. Dus als vader of moeder extra hulp nodig heeft, springen de kinderen bij. Logisch toch?

Lees verder na de advertentie

Een vrouw van vijftig haalt opgelucht adem. Eindelijk een plaats voor vader in het verpleegtehuis. Maar dan blijkt de zorg daar slechter dan gehoopt. Wat nu? Moet ze haar vader in huis nemen? Maar dan moet ze haar baan opgeven. En waarom doet haar broer dat eigenlijk niet? Die had toch altijd een betere band met hem?

Voor mantelzorgers zijn het herkenbare dilemma’s, maar ook pijnlijke. Mag je twijfelen aan de plicht om voor je ouders te zorgen? Ze hebben tenslotte ook voor jou gezorgd. En dan zijn er nog de problemen in de zorg. We weten dat de kosten amper meer collectief zijn op te brengen, zeker niet nu we allemaal ouder worden. Valt er dan nog te ontkomen aan het moreel appèl dat de overheid op familie doet? Moet de samenleving niet inderdaad zorgzamer worden?

Marian Verkerk (61), hoogleraar zorg­ethiek, houdt zich al 25 jaar bezig met morele vragen rond de zorg. Ze heeft gezien hoe de druk op de familie en dus ook op kinderen is toegenomen. “Voor de overheid is Vadertje Staat niet meer de eerst verantwoordelijke. Wij burgers hebben de morele taak een ‘mantel’ voor elkaar te zijn. Dat zie je terug in de praktijk. Er zijn al zorgorganisaties die de familie verplichten tenminste vier uur per maand te zorgen voor hun naaste.”

Voor de overheid is Vadertje Staat niet meer de eerst ver­ant­woor­de­lij­ke. Wij burgers hebben de morele taak een ‘mantel’ voor elkaar te zijn.

Niet zo’n gek idee toch? Het is familie.

“Zo simpel ligt het niet. Natuurlijk is voor je moeder zorgen geen volledig vrije keuze, maar een natuurlijk gegeven is het evenmin. Waarom niet? Omdat zorgen voortvloeit uit de relatie die je hebt met elkaar. Relaties zijn altijd moreel geladen: je hebt onderlinge verwachtingen. Maar die verschillen ook per relatie, daar wijst Aristoteles al op. Van buren verwacht je niet dat ze aan je bed zitten als je ziek bent. Van oude vrienden misschien wel. Een goede vriend is dus iets anders dan een goede buurman, al kán de buurman ook een echte vriend worden.

“Wat betekent dat in de praktijk? Dat er geen algemene regels zijn. Hoe en wanneer mensen voor elkaar zorgen is de uitkomst van allerlei morele afwegingen. Stel dat een dochter emotioneel is misbruikt door haar moeder, dan spreekt het niet vanzelf dat ze voor haar gaat zorgen. Een uitspraak als ‘het is toch mijn moeder’ doet geen recht aan de relatie die tussen hen is ontstaan.”

Voor je vader of moeder zorgen spreekt dus niet vanzelf, vindt u. Speelt daarin mee dat vrouwen vaker mantelzorgtaken op zich nemen dan mannen?

“Dat is misschien mijn oude feministische hart, ja. Het is tegelijk de tweede reden dat ik bezwaar maak tegen het idee dat de familie móet bijspringen. Zorgplicht is niet alleen afhankelijk van concrete relaties, ze is ook verbonden met machtsverhoudingen. Vroeger werd van de ongetrouwde dochter verwacht dat ze haar hulpbehoevende vader zou bijstaan. Nog altijd krijgen mannen zoiets minder vaak te horen. Zulke verschillen kun je niet zomaar onder het tapijt vegen.

“Hetzelfde geldt voor sociaal-economische verschillen. Kinderen die beter gesitueerd zijn, kunnen de zorg voor hun ouders makkelijker organiseren dan mensen zonder geld. En lang niet iedereen is in staat een carrière en zorgtaken te combineren, ook dat is vaak een kwestie van geld. Door alleen een algemeen appèl te doen op de mantelzorger worden mensen met pech extra zwaar belast.”

Maar is er niet ook een mentaliteitsverandering nodig? In de jaren zestig leerden vrouwen dat zorg hun vrijheid beknotte. Maar het is toch niet zo vreselijk om te zorgen?

“Dat zou je zeggen. Want inderdaad: het ideaal van zelfredzaamheid is mooi, maar als we onze hele samenleving daaromheen bouwen, verliezen we makkelijk de fundamentele waarde van zorgen uit het oog. Daarom benadrukt de politicologe Joan Tronto (zie kader) dat zorg in ons leven veel centraler staat dan we meestal toegeven. Het is net zo’n belangrijke waarde als vrijheid, niet iets wat er maar een beetje bijhangt. Als je dat tot je laat doordringen, kun je ook proberen een zorgzamer samenleving te bouwen. Je kunt zorgarbeid bijvoorbeeld beter belonen. Je kunt zorgen voor een betere balans tussen zorgtaken en loonarbeid. Mensen geven al veel zorg aan elkaar, het punt is dat de randvoorwaarden beter moeten worden geregeld.”

Mensen geven al veel zorg aan elkaar, het punt is dat de rand­voor­waar­den beter moeten worden geregeld

Een werkelijk zorgzame samenleving ziet u niet meteen ontstaan. Maar morele druk uitoefenen werkt ook niet. Wat is het alternatief?

“Ik wijs er tegenwoordig op dat de praktijk van de mantelzorg weerbarstig is. Er hangt een taboe rond het uiten van de woede en onmacht die met zorgen ook gepaard gaan. Soms duurt het ziekbed ‘te lang’. Soms verlang je terug naar je eigen leven: nu even niet zorgen. Je verliest vrienden, je ongedwongen leven, je verliest eigenlijk de controle op je eigen leven.

“Bovendien laat zorg zich niet altijd in precieze tijdseenheden persen. Het heeft een eigen ritme van wachten en loslaten dat vaak niet past in het dagelijkse leven van efficiëntie en multitasken. Mantelzorgers zijn al geholpen als ze de schaamte over hun eigen onmacht en onvrede mogen uiten. Als ze ook eens mogen zeggen hoeveel moeite het kost zich te voegen naar het ritme van zieken en ziekte. We moeten de zorg dus ook ‘ontsentimentaliseren’.

“Mantelzorg leveren is niet alleen mooi, zeker niet binnen een gehaaste samenleving. Het morele beroep op kinderen vind ik een armoedig antwoord op het gegeven dat we de maatschappij niet organiseren rond zorg en kwetsbaarheid. We moeten daar veel fundamenteler over nadenken. Nu brengen we alleen noodverbanden aan.”

Wat denkt Joan Tronto?

Wat gebeurt er als vrouwen massaal de arbeidsmarkt opstromen? Wie zorgt dan voor de kinderen? En hebben we daar geld voor over? Onderzoek naar die vraag maakte de Amerikaanse politicologe Joan Tronto (66) tot pionier van de zorgethiek. Volgens Tronto is een zorg­ethiek die uitgaat van plicht verouderd. Zorg is iets dat ontstaat in het gewone leven, je dóet het gewoon: het is niet iets dat je van bovenaf kunt regelen. Tronto gelooft daarom in een pluralistische zorg­ethiek. Leg verschillende perspectieven naast elkaar om tot goede oplossingen te komen.

In haar denken wordt de politicologe onder meer geïnspireerd door Hannah Arendt en Simone Weil. Twee invloedrijke boeken van haar hand zijn ‘Moral Boundaries’ (morele grenzen) en ‘Caring Democracy’ (zorgzame democratie) Tronto doceert zorgethiek in Minneapolis.

Hoezo de familie? Vier doordenk-vragen over mantelzorg

Wie moet moeder en vader helpen? Hun eigen familie natuurlijk. Maar wat verstaan we daar eigenlijk onder? Een paar vragen om verder over na te denken:

Over genetische verwantschap kun je tegenwoordig meer te weten komen. Maar als adoptiekinderen via een gentest hun echte ouders vinden, willen ze dan ook voor hen zorgen?

De eigen familie is lang niet altijd een warm bad. Broers en zussen hebben in Nederland meestal weinig contact met elkaar. Als ze elkaar of hun ouders moeten ondersteunen, nemen de conflicten vaak toe. Hoe gaan we daarmee om?

Familieverhoudingen raken vaak verstoord door een scheiding. Mag je van kinderen verwachten dat ze straks voor hun stiefmoeder zorgen?

De emotionele, diepgaande en langdurige band die we verwachten tussen bloedverwanten, treffen we in de praktijk vaak aan tussen vrienden. Rust op hen ook of misschien zelfs meer zorgverantwoordelijkheid?

Praat mee over deze vragen onder dit artikel. Als ingelogde abonnee kunt u onder dit artikel reageren.

Lees ook:

SCP-directeur: ‘Nog grotere inzet van mantelzorgers is niet realistisch’

Drie jaar is Nederland onderweg naar een nieuw zorgsysteem waarbij mensen minder naar de overheid en meer naar zichzelf en elkaar moeten kijken. SCP-directeur Kim Putters waarschuwde afgelopen zomer dat nog grotere inzet van mantelzorgers niet realistisch is.

Twintigers brengen ouderen een bloemetje tegen de eenzaamheid

Een bloemetje kan de dag van een eenzame oudere al opfleuren. Stichting Bloemenhart Brunssum gaat daarom eens per maand met boeketjes langs.

Deel dit artikel

Voor de overheid is Vadertje Staat niet meer de eerst ver­ant­woor­de­lij­ke. Wij burgers hebben de morele taak een ‘mantel’ voor elkaar te zijn.

Mensen geven al veel zorg aan elkaar, het punt is dat de rand­voor­waar­den beter moeten worden geregeld