Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als je je angst niet meer kunt wegdrinken

Samenleving

Erik Jan Harmens

© ANP XTRA

Op reis in Zuid-Afrika weet schrijver en dichter Erik Jan Harmens exact wat helpt als je bang bent voor een cobra onder je bed: veel glazen cognac. Maar drinken doet hij niet meer, en dat is in een land waar vrijwel iedereen beneveld rondloopt best lastig.

Toen ik op de website van de luchtvaartmaatschappij op betaling akkoord had gedrukt, ja had geklikt op de vraag ‘weet u het zeker’ en daarna nee op de vraag of ik een annuleringsverzekering wilde, omdat die eikels toch nooit uitkeren als je je reis afzegt, vanwege een of andere bepaling, toen was er geen weg terug: ik ging naar Zuid-Afrika.

Lees verder na de advertentie

Op een dinsdagavond een paar maanden later vond ik mezelf terug in een huis op de Westkaap, midden in het leefgebied van de Cape Cobra. Dat is een gevaarlijke slang. Ik durfde niet onder mijn bed te kijken om te checken of er daar een lag, maar wilde ook niet gaan slapen in onwetendheid, dus dan toch maar op mijn knieën en nee, er lag niks. Elk jaar worden in Zuid-Afrika zevenduizend mensen door een slang gebeten, die van de Cape Cobra is dodelijk en het dier lijkt niet erg bang te zijn voor mensen. Human encounters are all too common, klonk een dreigende voiceover bij een YouTube-filmpje dat ik eerder die dag niet had moeten kijken. De beesten komen geregeld mensen tegen dus. Die regel bleef die nacht en alle daaropvolgende nachten door mijn hoofd spoken.

Na terugkeer in Nederland las ik dat de Cape Cobra 's nachts slaapt en overdag jaagt

Zeven of acht glazen cognac 

Ik wist wat zou helpen tegen mijn angst, namelijk zeven of acht (of negen) glazen cognac. Ik word er niet minder bang van, maar raak wel bewusteloos en dat is óók een oplossing. In plaats daarvan sliep ik pas in toen het licht was geworden. Na terugkeer in Nederland las ik dat de Cape Cobra ’s nachts slaapt en overdag jaagt.

Ik beleef mijn angsten nogal intens, zo ben ik mijn leven lang al bang voor inbrekers. Heel vaak hoor ik ’s nachts iets, tot nu toe is het steeds het afkoelen van de verwamingsbuis. Maar nu verbleef ik op een steenworpafstand van de regio waar witte boeren de laatste tijd met de regelmaat van de klok aan machetes worden geregen. Als ’s nachts het alarm van de auto voor mijn huisje spontaan afging, voelde ik het reusachtige lemmet bij wijze van spreken al langs mijn halsslagader strijken.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

© Hollandse Hoogte / Panos Picture

Daarnaast vermoedde ik dus overal slangen, en ook nog schorpioenen en baboon spiders en bloedzuigers, die ik allemaal niet ben tegengekomen. Om dat te vieren rende ik op de laatste dag uitgelaten als een kind de zee in, maar werd nog net op tijd aan mijn zwembroek teruggetrokken door mijn Zuid-Afrikaanse vriend, omdat er gevaarlijke kwallen in het water dreven.

Zuid-Afrikanen zijn gewend aan dagelijks gevaar, waar je in Nederland al een spannende dag hebt als je je ov-chipkaart bent vergeten op te laden

Niet zo overkomen 

Ik deelde mijn angsten niet met de mensen daar. Want hoewel ik een toerist was, wilde ik niet zo overkomen. Zij zijn gewend aan het dagelijkse gevaar, waar je in Nederland al een spannende dag hebt als je je ov-chipkaart bent vergeten op te laden. Wat wel opviel was dat veel mensen de dag beneveld doorbrachten, er werd vooral veel geblowd. Dat is nooit echt mijn ding geweest, ik viel er altijd meteen van in slaap, wat op zich geen probleem hoeft te zijn, behalve als je in je leven nog iets van de grond wilt krijgen.

Dat ik niets gebruikte was geen probleem, maar het viel wel op. Nooit schamperde iemand of ervoer ik groepsdruk, maar ik was wel de enige die nuchter was, en toen we naar een feest in de stad waren gegaan en ik me om drie uur zo alleen voelde dat ik dacht: dan maar naar dromenland, voelde ik me gelegen op een onduidelijk matrasje wel heel erg alleen.

Boos op mijzelf 

Ik was zelfs boos op mijzelf. Nooit spring ik eens uit de band, dacht ik, nooit rij ik eens een scheve schaats. Als een vrouw zegt dat ze een vriendje heeft, probeer ik haar nooit van hem af te pakken en iemand met maar drie boodschappen laat ik altijd voorgaan in de Jumbo. Uit liefde voor de dieren eet ik geen vlees en het gaat zelfs zo ver dat ik nog nooit in mijn leven stiekem 25 punten op mijn Yahtzee-scoreblok heb bijgeschreven voor een niet-gegooide full house.

Terwijl in de belendende ruimte ‘Super Trouper’ van Abba hard werd meegezongen (‘Soepapa troepapa’), dacht ik: wat gebeurt er eigenlijk als ik nu in mijn onderbroekje naar de keuken loop, de fles Stolichnaya die mijn arendsoog al had gespot in de koelkast aan mijn lippen zet en de boel als maïspap in een gans naar binnen klok. Dan zit ik even later katjelam in mijn stoel en wat dan? Ik kom niet in de gevangenis. Ik word niet openlijk uitgejouwd. Ik word denk ik niet uit de ouderlijke macht ontzet. Men zal verbaasd zijn, zeggen dat ik een terugval had.

Misschien zullen sommigen ook blij zijn dat ik weer drink en me kameraadschappelijk op de schouders slaan, ‘welkom terug’ fluisteren. Terug in Nederland moet ik waarschijnlijk weer naar de Jellinek en daarna heb ik genoeg materiaal voor een nieuw boek, ‘Hallo muur 2’, over hoe ik toch weer de fout in ging. En hulp zocht. En er opnieuw bovenop kwam.

Gewoon doen 

Ik kon het gewoon doen, in mijn onderbroekje naar de keuken lopen, ik kan álles gewoon doen, elke dag kan ik besluiten om weer te gaan drinken. Soms weet ik niet eens waarom ik de alcohol ook alweer heb afgezworen, dan moet ik actief terugdenken aan de foute kroegen, de onduidelijke ruzies met mensen met geblurde gezichten, het mezelf wankelend over straat naar waar-is-mijn-huis-ook-alweer slepen, de steeds langer aanhoudende blackouts en de katers hamerend als heipalen, om te beseffen waar ik vandaan kom.

En dan blijf ik toch maar liggen op dat onduidelijke matrasje. De gasten zingen mee met ‘The Final Countdown’ van Europe (‘Tiedoediedoeeeee tiedoedietoedieeeeee’) en de nacht erop ging ik terug naar het huis op de Westkaap.

Human encounters are all too common, maar ben ik nog wel een mens, of meer een keurig binnen de lijntjes kleurende robot? Moet ik niet gewoon iets verkeerds doen? Vals spelen met Yahtzee? Een vrouw van haar vriendje afpakken (als dat me lukt)? Of gewoon één keer die fles Stolichnaya aan mijn mond zetten, om mezelf daarna te vervloeken en te wensen dat ik het niet had gedaan? Had ik het maar niet geda-ha-haaan. En dat het liefst allemaal in het openbaar, zodat iedereen mee kan genieten en me sterkte kan toe-tweeten? Want hier in het licht is het soms wel heel erg alleen. Last time I checked lag er zelfs geen Cape Cobra onder mijn bed.

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

© RV

Erik Jan Harmens (1970) schreef ‘Hallo muur’ (Lebowski Publishers, 2015) over zijn alcoholverslaving. Dit jaar verschenen ‘Pauwl’ (over autisme) en zijn eerste kinderboek ‘Hans is kwijt’ (uitgeverij Moon).

Lees ook de andere verhalen die Erik Jan Harmens schreef over hoe hij leeft in het besef dat die verdoving er nooit meer zal zijn:

- De romantiek van de alcoholroes
- 'Wat ben je toch een sukkel, alcoholist, met je dikke plofkop'
- Eenzaamheid is voor mietjes



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Na terugkeer in Nederland las ik dat de Cape Cobra 's nachts slaapt en overdag jaagt

Zuid-Afrikanen zijn gewend aan dagelijks gevaar, waar je in Nederland al een spannende dag hebt als je je ov-chipkaart bent vergeten op te laden