Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als je club die ene prijs wint: fan zijn van FC Groningen

Samenleving

Robert Visscher

Laura Louissen Koopman ontmoette haar man Armand Louissen tijdens het feest op de Grote Markt in Groningen na de bekerwinst. © Reyer Boxem

Vier jaar geleden won FC Groningen de KNVB-beker: een unicum voor de club. Fanatiek Groningen-supporter Robert Visscher schrijft een boek over deze ­historische bekerwinst. Waarom werd hij fan van een club die verder weinig prijzen pakt? Plus interviews met en portretten van drie diehard-fans.

Het is 3 mei 2015 en ik ben erbij, bij de bekerfinale tussen PEC Zwolle en FC Groningen. In een bomvolle, zinderende Rotterdamse Kuip. Het is de 75ste minuut als Albert Rusnak, de Slowaakse middenvelder van de noorderlingen, de 2-0 scoort. Maikel Kieftenbeld ontwijkt op het middenveld twee tackles van spelers van PEC Zwolle en passt de bal in de diepte aan de rechterkant op Jarchinio Antonia. Hij controleert de bal, wacht even en geeft een voorzet bij de tweede paal aan de inlopende Rusnak. Hij schiet de bal in een keer in het doel. Ik heb nog nooit zo hard geschreeuwd.

Lees verder na de advertentie

“Wij winnen nooit iets”, riep ik vroeger altijd over FC Groningen, mijn club. Onze prijzenkast was leeg, er waren geregeld seizoenen waarin we meer wedstrijden verloren dan wonnen en ik maakte een degradatie mee. Prijzen winnen leek onmogelijk.

Schuurpapier

Maar vandaag is het anders. Het is de bekerfinale en we staan voor met 2-0. Er ligt een echte prijs binnen handbereik. Na die tweede goal krijs ik zo hard dat mijn keel onmiddellijk aanvoelt als schuurpapier. Ik grijp mijn vader, die naast mij staat, bij de schouder. We proberen elkaar te omhelzen, maar we staan vooral ongemakkelijk aan elkaars kleren te trekken.

Ik kijk vol ongeloof naar het veld. Om me heen schreeuwen mensen de longen uit hun lijf. Ze zingen ‘wij gaan Europa in’ en de spelers rennen voor me op en neer over het veld. Flarden uit het verleden dringen zich aan me op. Ik denk aan ‘de’ degradatie. Ik was zeventien en vocht tegen de tranen. De club stond  ­financieel aan de rand van de afgrond, speelde jarenlang slecht voetbal en belandde in de eerste divisie. Ooit komen er weer betere tijden, prentte ik mezelf toen in.

Als het laatste fluitsignaal klinkt, val ik in de armen van mijn vader.

Thuis zegt mijn vrouw: ‘Zo heb ik je alleen zien kijken bij de geboorte van onze kinderen’

Ik woon in Rotterdam, het is voor mij maar een klein eindje met de tram. Om mij heen lopen mensen heel gewoon met boodschappentassen, kinderen spelen op straat. Hier gaat het leven gewoon verder, het feest dat de supporters vieren in de meer dan tweehonderd bussen die weer naar Groningen vertrekken blijft zo onopgemerkt. Even denk ik, kon ik maar met ze mee.

Thuis zegt mijn vrouw: “Zo heb ik je alleen zien kijken bij de geboorte van onze kinderen.” Ze heeft niks met voetbal. We zijn al meer dan twintig jaar samen, maar het lijkt alsof ze nu pas begrijpt hoeveel FC Groningen voor mij betekent.

Supporters van FC Groningen juichen op de Grote Markt na het winnen van de bekerfinale tegen PEC Zwolle. © ANP

Ik ben een jaar of zeven als mijn vader mij voor het eerst meeneemt naar het Oosterparkstadion in Groningen. Ik zit achter op de motor en we rijden een volkswijk in. De bewoners staren naar ons vanaf plastic stoeltjes voor hun deur. Een groen-wit gekleurde massa trekt langzaam voorbij.

Mijn vader parkeert de motor voor een van de huizen. “Wij letten wel op, hoor”, zeggen de bewoners met een zwaar Gronings accent. “Schreeuw ze naar de overwinning!” De straten worden steeds voller.

Hoge lichtmasten

Aan het eind van de weg is al een deel van het Oosterparkstadion te zien, de hoge lichtmasten torenen boven de huizen uit. De mensen zingen hard liedjes over Groningen, maar de teksten begrijp ik nog niet. In de verte, aan de andere kant van het stadion, hoor ik geschreeuw naar de tegenstander. Het klinkt spannend.

Ik voetbal op dat moment in de F’jes en de meeste teamgenoten willen met mooie trucjes uitblinken, door iemand door de benen te spelen of een mooie schijnbeweging te maken. Maar in het stadion worden zulke trucjes niet gewaardeerd. Pas als middenvelder Jan van Dijk een harde tackle inzet op de tegenstander en de bal verovert klinkt er fanatiek gejuich.

Het maakt FC Groningen in mijn jongenshoofd meteen onverzettelijk: hier strijden ze voor elke grasspriet. En er is humor op de tribunes. Naast me staat een man die een rode kaart omhoog houdt als een speler van de tegenpartij een Groninger onderuitschoffelt.

Of we die eerste wedstrijd waar ik bij was gewonnen hebben, weet ik niet eens meer, maar mijn voetbalhonger was gewekt.

Werkvoetbal

Dat ik supporter van de Trots van het Noorden werd, lag niet voor de hand. Niemand in mijn omgeving was voor de plaatselijke club. Mijn vader was en is vooral voetballiefhebber. Familieleden en kinderen uit de buurt waren voor Ajax en Feyenoord. Ze vierden kampioenschappen en het winnen van de Champions League – wat nu voor Ajax zelfs weer in zicht is. Ze schepten op over hoe hun clubs de successen aaneenregen. Het zorgde ervoor dat ik nog hardnekkiger mijn club steunde. FC Groningen was mijn club, mijn ontdekking en ik zette mij daarmee af tegen de rest. Ik werd lang gepest op de middelbare school, ik was niet populair of succesvol en mijn club ook niet. Het voelde alsof wij samen tegen de rest waren. >>

Ik ben niet de enige met dat gevoel. Wij van FC Groningen komen uit een provincie die vaak vergeten wordt, aan de rand van het land. Als wij niet voor onszelf opkomen, dan doet niemand het. Daarom past het werkvoetbal van FC Groningen bij ons. Een van mijn favoriete spandoeken in het stadion van FC Groningen is ‘Kop d’r veur’. Het betekent zoiets als je schouders eronder zetten.

Groningers komt succes niet zomaar aanwaaien, je moet blijven volhouden om iets te bereiken. De geschiedenis van de provincie is ervan doordrenkt. Eeuwenlang werd vastberaden het water bedwongen door op kunstmatige heuveltjes te wonen. En dan de gaswinning. Al lange tijd strijden Groningers tegen de schade die hierdoor is veroorzaakt.

Verliezen went nooit, maar als je het zo vaak meemaakt dan hoort het erbij

De club leerde mij nog meer belangrijke levenslessen, zoals omgaan met tegenslagen. Als topclubs als Ajax, Feyenoord en PSV een paar wedstrijden achter elkaar verliezen, zorgt dat vaak voor dramatische reacties van fans. Ze eisen het vertrek van de trainer, claimen dat het seizoen verloren is en maken veel misbaar. Als een supporter van FC Groningen, ADO Den Haag of Sparta zo zou reageren, dan heb je geen leven meer. Verliezen went nooit, maar als je het zo vaak meemaakt dan hoort het erbij. Dat helpt ook bij teleurstellingen buiten het voetbal, die je makkelijker accepteert. In die zin trekt de club mij door het leven heen en zorgt ervoor dat ik tegen een stootje kan.

Ik voel mij ook nog altijd verbonden met de stad en provincie. Zelfs al woon ik inmiddels in Rotterdam, dat gevoel gaat niet weg. Als jongetje kreeg ik de trots voor ‘Stad en ommeland’ en het dialect vooral mee door mijn opa. Op het Groningse platteland vertelde hij voor publiek met wilde handgebaren verhalen over een zelfverzonnen schavuit die het niet zo nauw nam met alle regeltjes, maar het hart op de juiste plek had. Ik zat dan met een Fristi achter in de zaal ademloos te luisteren naar zijn zangerige, knauwende dialect en zag de held van het verhaal in gedachten over de modderige paadjes van het platteland scheuren op zijn brommer.

Aanraakbaar

Mijn opa liet mij de kracht van verhalen zien. En die zoek ik ook juist in het voetbal, waar je pas een held wordt als je iets te overwinnen hebt. Als je je als voetballer het snot voor de ogen speelt en wint, maakt dat meer indruk dan wanneer je als gedoodverfde winnaar triomfeert. Vanavond komt Ajax op bezoek voor de competitie, dan heeft mijn cluppie weer genoeg te overwinnen.

De verhalen over FC Groningen uit de jaren tachtig, toen het grootmachten als Inter Milaan en Atletico Madrid versloeg, zijn inmiddels mythisch. Maar de bekerfinale van 2015 is nog aanraakbaar. Hoe een club die nooit een prijs wint omgaat met een onverwachte triomf. Dat is pas een mooi verhaal. 

Robert Visscher werkt nu samen met de supportersvereniging van FC Groningen aan een boek over de beleving van de bekerwinst van FC Groningen. Erwin Koeman schrijft het voorwoord. Het verschijnt volgend jaar op 3 mei. Om het boek mogelijk te maken kan het tijdelijk met korting vooraf worden besteld via shop.svfcgroningen.nl

‘Wij zijn samen vanwege FC Groningen’

Laura Louissen-Koopman (30)

Laura Louissen Koopman ontmoette haar man Armand Louissen tijdens het feest op de Grote Markt na de bekerfinale en ze hebben nu een dochtertje © reyer boxem

Het lukt Laura Louissen-Koopman niet om een kaartje te bemachtigen voor de bekerfinale. Daar baalt ze eerst van, maar uiteindelijk zet het haar hele leven op z’n kop. Ze bekijkt de wedstrijd met vrienden in Groningen en fietst na afloop razendsnel naar de Grote Markt waar een volksfeest losbarst. “Overal knuffelden wildvreemden elkaar, we zongen Groningse liederen en iedereen was blij. In café De Drie Gezusters viel een jongen op, die wel wat op Maikel Kieftenbeld lijkt, de aanvoerder van FC Groningen. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden.”

Ze raakt met deze Armand Louissen aan de praat en ze roken buiten een sigaret terwijl de regen neerklettert op de parasols op de Grote Markt. “Daar zoenden we ook voor het eerst. Hij moest al vrij vroeg weg, maar we stuurden nog tot diep in de nacht berichtjes naar elkaar. Het was direct al heel vertrouwd.”

Ze kregen een relatie en als ze trouwen, hoeven ze niet lang na te denken waar ze de foto’s laten maken: in het stadion van FC Groningen. Midden in de voetbaltempel onder het spandoek ‘Samen voor de Trots van het Noorden’ laten ze zich fotograferen. “FC Groningen stond toen onderin, maar die avond wonnen ze in Rotterdam met 2-4 van Excelsior en sindsdien ging het veel beter. Dat kan geen toeval zijn”, zegt ze.

Hun liefde wordt niet alleen bekroond met een huwelijk, maar ook door de geboorte van hun dochtertje. “Zonder de bekerwinst zou zij er niet zijn geweest”, zeggen wij altijd. Wij zijn samen vanwege FC Groningen.”

‘Geen moment spijt van mijn tattoo van de beker’

Ronald Bos (28)

Ronald Bos heeft een tatoeage van de beker op zijn been © Reyer Boxem

“Als we de beker winnen, dan laat ik een tatoeage zetten van de cup”, zei Ronald Bos gekscherend aan het begin van het seizoen 2014-2015. “Het begon als een geintje tegen mijn vriendin Marjolein, want als je een club steunt vanwege de grote successen ben je natuurlijk niet voor FC Groningen. Maar toen we steeds verder raakten in het toernooi moest ik wel steeds vaker aan mijn grap denken.”

FC Groningen won de beker, Bos twijfelde niet en liet de tattoo van de ‘denneappel’ op zijn been zetten. “Ik heb nog geen moment spijt gehad”, zegt de supporter die uit- en thuiswedstrijden van zijn club bezoekt. “Ik ben er blij mee dat ik dit heb vastgelegd. Ik kijk er elke dag even naar.”

Dan denkt Bos weer aan de finale. Hij zat met vriendin in een van de laatste van de 250 bussen naar de Kuip in Rotterdam. Ze moesten naar het stadion rennen om nog op tijd te zijn en kwamen in de haast per ongeluk in het vak van PEC Zwolle terecht. “We zagen wel heel veel blauw-witte kleding opeens. Gelukkig konden we nog snel naar het goede vak en waren we net binnen voor de aftrap.”

Die twee goals van Albert Rusnak, waardoor FC Groningen won, vergeet Bos nooit meer. Hij ging zo op in de kolkende groen-witte massa dat het bijna misging. Tijdens het juichen werd hij per ongeluk geduwd. “We stonden op de rand van de tweede ring en ik viel voorover. Iemand greep me nog net vast aan mijn broek. Geen idee wie het was, maar anders was ik een paar meter naar beneden gevallen in het vak onder ons. Zo gaat dat op de tribune: je denkt om elkaar. En daarna juichten we weer verder.”

‘Eigenlijk wilden we met meer trekkers komen’

Bas Schrage (40)

Bas Schrage ging op de trekker naar de Kuip voor de bekerfinale © reyer boxem

De meeste supporters liggen nog in bed als Bas Schrage al op de trekker zit. De avond en nacht voor de bekerfinale rijdt hij met vier anderen in tien uur van Groningen naar Rotterdam. Zo gaan ze als boer in stijl naar de wedstrijd. Schrage is voorzitter van de Boerenbox, een groep boeren die samen een skybox huren in het stadion van FC Groningen. Ze noemen hun plan ‘Farmers on Tour’.

“Eigenlijk wilden we met veel meer trekkers komen. Maar dat mocht niet van de politie in Rotterdam, want ze waren bang dat we een verkeerschaos zouden veroorzaken. Uiteindelijk vertrokken we toch met vijf trekkers. Na een paar uur kwam een politie-auto naast ons rijden. Ze halen ons toch niet van de weg, dachten we. De agent deed alleen zijn duim omhoog en wenste ons een goede reis.”

Diep in de nacht komen ze in de Maasstad aan. Ze parkeren de trekkers vlak voor de Kuip en overnachten in een camper, die ook meerijdt. ’s Ochtends frissen de boeren zich op onder een buitendouche met het stadion op de achtergrond. Daarna verzoekt een parkeerwacht ze vriendelijk om te vertrekken. “Jullie zijn daar in Groningen helemaal gek”, zegt hij tegen de boeren.

De lange tocht over kleine wegen is voor Schrage een manier om met de spanning van de naderende wedstrijd om te gaan. “We wilden aan de spelers laten zien hoeveel de club voor ons betekent. Dat we naar de andere kant van het land rijden op de trekker, als het moet. Terwijl het echte feest, de bekerwinst, nog moest beginnen. De rode trekker waarin ik toen reed, noemen we nu de Kuip-trekker. Ik had geen binding met bepaalde trekkers voor deze rit, maar dit is nu wel de bijzonderste.”

Lees ook:

Feyenoord is meer dan voetbal

De een is Feyenoord-fan tot in zijn haarvaten. De ander houdt zielsveel van Ajax. Twee Trouw-redacteuren blikken vooruit op de ontknoping in de eredivisie.

Deel dit artikel

Thuis zegt mijn vrouw: ‘Zo heb ik je alleen zien kijken bij de geboorte van onze kinderen’

Verliezen went nooit, maar als je het zo vaak meemaakt dan hoort het erbij